#11: Wijzig artikel 61a van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990!
Door het Utrechtse Wilhelminapark loopt één van de drukst bereden fietspaden van Europa. Het is een rechtstreekse verbinding tussen het treinstation via de binnenstad naar de universiteitscampus op de Uithof. Veel studenten maken daar gebruik van. Ten behoeve van het schrijven van deze blog ben ik gaan tellen hoeveel fietsers hun mobieltje vasthouden en of die ook worden gebruikt, maar raakte al snel de tel kwijt.
Echter, of ze nu telefoneren, appen, een route zoeken of dat ding gewoon vasthouden omdat ze door hun klimaatadaptieve kleding geen broekzakken hebben: het is allemaal verboden. Dat staat in artikel 61a van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990).
In deze blog ga ik in op de herkomst en de achtergronden van het artikel. Bij de analyse van de bedoeling van de wetgever en de tekst van de wettelijke bepaling neem ik als rechtsstatelijk perspectief dat wettelijke regels duidelijk, kenbaar en uitvoerbaar moeten zijn. Een regel dient zo weinig mogelijk ruimte te laten voor interpretatiegeschillen en mag geen willekeur in de hand werken. De regel moet werkbaar zijn voor degenen die tot wie de regels zijn gericht en voor de personen die met de handhaving zijn belast (bron: Ar 2.7 (handhaafbaarheid) van de Aanwijzingen voor de regelgeving.))
Op al die punten schiet artikel 61a RVV 1990 tekort. Mijn voorstel is dan ook om het artikel te wijzigen en in afwachting van die wijziging geen bekeuringen uit te schrijven aan fietsers die een mobiele telefoon vasthouden, ongeacht of ze die gebruiken of niet.
Oorspronkelijke versie van artikel 61a RVV 1990 (2002)
“Het is degene die een motorvoertuig, bromfiets of invalidenvoertuig bestuurt verboden tijdens het rijden een mobiele telefoon vast te houden.”
In de nota van toelichting is ingegaan op de inhoud van de verbodsbepaling. Opgemerkt wordt dat wie geparkeerd staat of met het voertuig stilstaat wel handmatig mag telefoneren. Neem aan dat daar ook stilstaan in de file wordt begrepen: ‘Schat ik ga hangen, we gaan weer rijden’. Zo ook dat om redenen van handhaafbaarheid gekozen is om niet het gebruik van de telefoon maar het vasthouden strafbaar te stellen. Daar is op zich wel wat voor te zeggen, omdat je de telefoon vasthoudt om die te gebruiken. Tot slot – van belang voor het vervolg van deze blog – dat het verbod zich niet mede uitstrekte tot fietsen omdat deze, gelet op hun geringe gewicht en de beperkte snelheid die ermee kan worden bereikt, aanzienlijk minder gevaar op de weg opleveren.
Aan dat artikel is sedertdien nog wat gesleuteld. Het alles willen regelen – de grootste oorzaak van complexiteit – zorgde ervoor dat in 2005 ‘invalidenvoertuig’ werd vervangen door: gehandicaptenvoertuig. Vier jaar later werd de snorfiets toegevoegd en werd duidelijk gemaakt dat het bij een gehandicaptenvoertuig wel moet gaan om een voertuig met motor. Blijkbaar was in 2017 nog niet duidelijk wat nu eigenlijk een mobiele telefoon was. Reden voor toevoeging van een nieuwe volzin: “Onder een mobiele telefoon wordt verstaan een apparaat dat bestemd is voor het gebruik van mobiele openbare telecommunicatiediensten.”
NOS nieuws meldde 5 juli 2023 dat de politie en het Openbaar Ministerie meer slimme camera’s gaan aanschaffen om autobestuurders met een mobiel in de hand te betrappen. Reden om daartoe over te gaan is dat afleiding door de mobiele telefoon naast hoge snelheid en te veel alcohol de drie belangrijkste oorzaken van dodelijke ongelukken zijn. Op de vanaf een viaduct of paal genomen beelden is zichtbaar als een bestuurder een mobieltje vasthoudt of op schoot heeft liggen. Dat laatste lijkt me niet strafbaar.
In aansluiting daarop: Toen in 2002 artikel 61a RVV werd ingevoerd, waren er nog weinig handsfree mogelijkheden voor de automobilist. U zult er ongetwijfeld – hopelijk zonder schade – achter zijn gekomen dat ook het intikken van een routebeschrijving, het instellen van de airco of het zoeken naar een leuke zender de aandacht van het verkeer makkelijk kan afleiden. Het is bovendien niet verboden om tijdens het rijden een kaartenboek te raadplegen of in de spiegel uw haar te kammen. Waarmee ik alleen maar wil zeggen dat het artikel 61a staat voor een tijdsbeeld. U moet zich natuurlijk nooit laten afleiden tijdens het rijden en u daarbij niet beperken tot het niet vasthouden van uw telefoon.
De huidige versie van artikel 61a RVV 1990 (sinds 1 juli 2019)
“Het is degene die een voertuig bestuurt verboden tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat dat gebruikt kan worden voor communicatie of informatieverwerking vast te houden. Onder een mobiel elektronisch apparaat wordt in elk geval verstaan een mobiele telefoon, een tabletcomputer of een mediaspeler.”
Het nieuwe artikel is voorzien van een toelichting waarin uitgelegd wordt dat sinds 2002 de aard (sociale media) en omvang (bezit smartphones en databundels) van het telefoongebruik op de fiets enorm veranderd is. Op de fietspaden is het veel drukker geworden en de snelheidsverschillen zijn onder andere door de opkomst van de elektrische fiets toegenomen. “Fietsers die met hun telefoon bezig zijn lopen een groter risico op een ongeval. Zij zijn cognitief en visueel afgeleid. De verleiding van het bellen of van het lezen en schrijven van berichten onderweg is echter groot. Een verbod verhoogt de drempel om je telefoon te pakken om even een bericht te lezen of te beantwoorden. De verwachting is dat door de invoering van het verbod minder fietsers tijdens het fietsen hun telefoon zullen vasthouden om te bellen of berichten te versturen.” Niet duidelijk is waarop die verwachting is gebaseerd. De kenbaarheid van een verkeersregel is, vergeleken bij die van een verkeersbord, klein.
Het artikel is ingrijpend gewijzigd, vooral om ervoor te zorgen dat ook een fietser (en een trambestuurder) geen mobieltje mogen vasthouden tijdens het rijden. Je moet maar net weten dat een fiets (net als een koets) volgens het RVV 1990 een voertuig is, al zal menig fietser zich niet zien als bestuurder van een voertuig. De toelichting gaat alleen op het vermaledijde gebruik van de telefoon maar niet in op waarom vastgehouden wordt aan het verbod om een mobieltje vast te houden. Bij het oude artikel 61a was duidelijk dat, als je je mobiel vasthoudt, je daar gebruik van maakt. In zoverre was het logisch om het vasthouden door een automobilist als de verboden activiteit te zien. De wetgever had zich bij het schrijven van de wijziging van artikel 61a RVV – het enige artikel in § 30 “Gebruik van mobiele telecommunicatieapparatuur” – niet gerealiseerd dat anders dan in auto’s het vasthouden van een telefoon niet gebruik van de telefoon impliceert. Niet het vasthouden van het mobieltje kan zorgen voor gevaarzetting, maar het gebruik. Anders zou het ook verboden moeten zijn om bijvoorbeeld bloemstukken, boodschappentassen, honden en fietsen aan de hand mee te voeren.
Het is bovendien zeer onverstandig – ook bezien vanuit het gevaar van willekeur en kenbaarheid van de verbodsbepaling – om in tweede volzin van het artikel de zinsnede “in elk geval verstaan“ op te nemen. Ik was me er niet van bewust dat ik mogelijk een boete riskeerde toen ik mijn kapotte laptop op de fiets onder de arm meenam naar de reparateur.
Twee voorstellen tot wijziging van artikel 61a van het RVV
Bedoeling van de wetgever – zo blijkt uit de toelichting – is om te voorkomen dat tijdens het rijden gebruik wordt gemaakt van een mobiele telefoon. Dat kan tot uiting worden gebracht in de volgende tekst:
“Het is degene die een voertuig bestuurt verboden tijdens het rijden gebruik te maken van een mobiele telefoon.”
Nu de pijlen van politie en het OM vooral gericht zijn op het gedrag van de autobestuurder, zou ook overwogen kunnen worden om terug te gaan tot de versie van 2012 met weglating van de definitie van mobiele telefoon. Zeker zolang er geen cijfers bekend zijn over dodelijke ongevallen als gevolg van appende fietsers en de politie geen prioriteit geeft aan de handhaving van het huidige artikel 61a RVV 1990 is er geen noodzaak om boetes uit te delen aan fietsers en ook onrechtvaardig als de verbodsbepaling ziet op het enkel vasthouden van zo’n apparaat.
“Het is degene die een motorvoertuig, bromfiets, snorfiets of gehandicaptenvoertuig dat is uitgerust met een motor bestuurt verboden tijdens het rijden een mobiele telefoon vast te houden.”
Geniet van de zomerse geluiden van de natuur, maar weet dat zolang artikel 61a RVV 1990 niet is aangepast, u een boete van 170 euro exclusief administratiekosten riskeert als u uw telefoon tijdens het fietsen vasthoudt, ongeacht of u uw vogelapp gebruikt om te weten welke vogels u gehoord hebt.
Reacties