#5: Loopt de bestuursrechtelijke praktijk vast door GenAI?
‘Loopt het bestuursrecht vast?’, zo luidt het thema van de VAR-jaarvergadering 2026. Een recent, samen met VAR-voorzitter en RuG-hoogleraar Bert Marseille uitgevoerd, onderzoek (NJB 2026/187) naar het gebruik van generatieve AI (GenAI) in de bestuursrechtelijke praktijk – specifiek in bezwaarprocedures bij gemeenten – levert enkele interessante bevindingen en vraagstukken op, namelijk onder meer over de toe- of afgenomen bewerkelijkheid van de bezwaarafhandeling en het risico op juridisering van de bezwaarschriftprocedure. Voor een uitgebreidere weergave van de resultaten, gebaseerd op een enquête onder 62 gemeenteambtenaren, verwijzen wij naar onze bijdrage. Hieronder bespreken wij de resultaten die in het bijzonder relevant zijn in het licht van de tijdens de VAR-jaarvergadering centraal staande vraag of het bestuursrecht vastloopt.
Extra werklast door GenAI-gebruik in bezwaarschriften?
Een van de vragen die in dit verband opkomt, is of het gebruik van GenAI leidt tot extra werklast in bezwaarprocedures. Hoewel de inschattingen onder de respondenten behoorlijk uiteenliepen over hoe vaak GenAI wordt ingezet door bezwaarmakers en of daarin een toename te zien is, lijkt het ons een verre van gewaagde stelling dat (Gen)AI een ‘blijvertje’ is en dat de impact ervan de komende jaren zal blijven groeien, zowel in de private als publieke sfeer. Gelet op dit gegeven in combinatie met het genoemde VAR-thema is een van de stellingen die we in de enquête hebben voorgelegd het uitlichten waard, namelijk de stelling dat de behandeling van bezwaarschriften die met behulp van GenAI zijn geschreven bewerkelijker is dan die van bezwaarschriften die niet met behulp van GenAI zijn geschreven. De reactie hierop van de respondenten liet een wisselend beeld zien:
- 8 van de 62 respondenten geven aan dit niet te weten;
- 1 is het helemaal oneens met de stelling;
- 14 respondenten zijn het hiermee oneens;
- 19 zijn het eens noch oneens;
- En 20 zijn het eens met de stelling, waarvan 6 geheel eens.
Kortom: een genuanceerd beeld, maar wel met een behoorlijk percentage gemeenteambtenaren die bezwaarschriften waarin naar hun inschatting GenAI is gebruikt bewerkelijker vinden, te weten ruim dertig procent.
We sloten de enquête af met een open vraag en ook daaruit kwamen op het vlak van bestuursrechtelijk vastlopen en bewerkelijkheid wat vermeldenswaardige reacties. Een respondent gaf aan dat bezwaarschriften waarbij GenAI-inzet wordt vermoed langer zijn dan gebruikelijk en dat er veel meer randzaken bijgehaald worden. Dit sluit aan bij hetgeen bestuursrechter en huidig VAR-preadviseur Dorien Brugman in het Nederlands Tijdschrift voor Bestuursrecht recentelijk schetste: ‘Als de processtukken voornamelijk onsamenhangende passages bevatten die ogenschijnlijk geen verband houden met de concrete zaak en bovendien zijn gelardeerd met vele verwijzingen naar niet-bestaande uitspraken, wekt de nieuwe technologie een stuk minder enthousiasme op. Uit zo’n stuk is in het geheel niet af te leiden welke geschilpunten partijen verdeeld houden. Het wordt nog erger als de opsteller van het stuk daarover op de zitting ook geen helderheid blijkt te kunnen verstrekken.(…) Dan draagt AI niet bij aan een efficiënte behandeling van het bestuursrechtelijke geschil’ (NTB 2026/1).
Een andere respondent bij onze enquête zei iets hierbij passends, daarbij ook wijzend op het risico van juridisering/formalisering: ‘In AI-bezwaarschriften staat vaak dat de abbb’s [algemene beginselen van behoorlijk bestuur] geschonden zijn, mogelijk omdat mensen denken dat het bezwaar meer kans van slagen heeft als het ‘juridisch’ wordt ingestoken. Hierdoor is de daadwerkelijke reden voor bezwaar niet direct duidelijk. Maar pas als de gemeente weet waarom iemand het niet eens is met een besluit, kan een informele, passende aan pak mogelijk oplossing bieden. Bij een algemeen bezwaarschrift over abbb’s, bestaat het risico dat de bezwaarprocedure formeel wordt afgehandeld (zeker als een bezwaarmaker geen telefonisch gesprek of hoorzitting wil).’
Er waren evenwel ook signalen voor het omgekeerde. Zo wees een andere respondent er namelijk op dat bezwaargronden inhoudelijk makkelijker te weerleggen kunnen zijn doordat AI algemene en generieke dingen aanvoert die mogelijk weinig of niets te maken hebben met een zaak. En een minderheid van de respondenten gaf aan dat GenAI zorgt voor betere bezwaarschriften en/of bezwaarschriften waaruit duidelijker wordt waar het de bezwaarmaker om te doen is.
Vervolgonderzoek
In vervolgonderzoek zullen wij verdere ontwikkelingen omtrent het gebruik van GenAI (nader) in kaart brengen. De onderzoeksvragen zullen daarbij verbreed en verdiept worden. Zo onderzoeken wij momenteel wat de impact van GenAI-gebruik is in klachtprocedures bij ombudsmannen. Onder de Linkedin-post waarin wij de NJB-bijdrage deelden, verschenen reacties van de ombudsmannen van Nijmegen en Groningen. De eerste gaf aan dat een deel van de toename van de klachten bij de ombudsman verklaarbaar lijkt doordat AI het indienen van klachten sneller en laagdrempeliger maakt. De tweede schreef onder andere dat het meer moeite kost om te achterhalen wat de eigenlijke vraag is en om goed in contact te komen.
Al met al liggen er wat betreft het al dan niet vastlopen van het bestuursrecht – en allerlei andere bestuursrechtelijke onderwerpen, denk bijvoorbeeld aan de impact op de verhouding overheid-burger en het genoemde risico op juridisering – door GenAI-gebruik veel vraagstukken die het onderzoeken waard zijn. In het bijzonder is interessant om hierbij de ontwikkelingen door de tijd heen te monitoren, alsook om nader in te zoomen op de kansen en de risico’s (vgl. ook Gst. 2026/8).
Wil je meedenken en/of -doen met onze toekomstige onderzoeksplannen op dit vlak? Dat vernemen wij graag. Geef ons dan vooral een seintje – bijvoorbeeld binnenkort in Utrecht op de jaarvergadering van de VAR.
Reacties