Terug naar overzicht

‘Recht op een fout’


In het Amsterdamse coalitie-akkoord 2026-2030 ‘Jouw stad is mijn stad. Ons Amsterdam’ is ‘recht op een fout’ als leidend principe in het handelen van de gemeente opgenomen. Inwoners en ondernemers maken fouten, net als de gemeente zelf. Ook in het Regeerakkoord 2026-2030 Aan de slag is aan het thema ‘recht op een fout’ aandacht besteed. In het regeerakkoord valt te lezen dat het recht op vergissen en het recht op begrijpelijke taal wordt verankerd. Direct daarop volgt dat het wetsvoorstel voor een (Wet versterking waarborgfunctie Awb) wordt doorgezet. In dat wetsvoorstel zijn algemene procesregels opgenomen voor de correctie van een ‘kennelijke schrijffout, rekenfout of andere kennelijke fout die zich voor kennelijk herstel leent.’

Hoe kan ‘recht op een fout’ tegen deze achtergrond worden geïmplementeerd?

Bij de beantwoording van deze vraag neem ik onze aanpak in Amsterdam onder de loep. Ons uitgangspunt is dat de oplossing niet ligt in het toevoegen van nieuwe regels aan bestaande. Amsterdam kent zo’n 70 verschillende typen vergunningen (denk aan vergunningen voor de omgeving, wonen en huisvesting, ondernemen en horeca, openbare orde en evenementen, parkeren etc). Vergunningvoorschriften, werkinstructies en -processen verschillen, al naar gelang  beleidsnoden en -wensen. Als Amsterdam de weg vrij wil maken voor herstel van fouten van inwoners, ondernemers en gemeente, zullen regels daarvoor ruimte moeten scheppen. Een basisvraag hierbij is bijvoorbeeld of een vergunningplicht nodig is. Of zou kunnen worden volstaan met een algemene regeling? Zijn de gestelde eisen aan het verlenen, het behouden of het verlengen van een vergunning nodig? Kan het aantal verantwoordingsplichten van vergunninghouders worden verminderd? Hetzelfde geldt voor handhavingsactiviteiten van de gemeente: een boa heeft te maken met verschillende bestuurlijke boeteregimes die de grondslag vormen voor de uitoefening van zijn discretionaire bevoegdheid. De Algemene Plaatselijke Verordening 2008 (APV) bevat meer dan 90 verbodsbepalingen waarvan overtreding beboetbaar is, denk aan drank- en horecaverboden, verboden voor straatartiesten en reclameverboden. Zijn al deze verbodsbepalingen nodig? Hoe vaak passen handhavers deze toe? De APV maakt in de boeteregimes onderscheid in (de leeftijd van) natuurlijke personen en rechtspersonen, maar de vraag is ook of andere criteria of (leef)omstandigheden moeten worden meegewogen. En wanneer kan een boa volstaan met een waarschuwing bij een eerste overtreding? Wanneer en hoe kan een boete worden kwijtgescholden?

In Amsterdam zijn wij met een toegewijd team begonnen aan een vereenvoudigingsoperatie binnen de grenzen van de Gemeentewet. Een operatie die zelf verre van eenvoudig is. Per gereguleerd beleidsthema is diepgaand inzicht nodig in de ontstaansgeschiedenis ervan en de ervaring van inwoners en ondernemers bij de uitvoering en handhaving van de regels. Als wij fouten van burgers en overheid zonder onnodige tijdrovende juridische procedures en nare consequenties willen herstellen, vergt dit themagewijs onderzoek in gezamenlijkheid met collega’s in beleid, uitvoering en handhaving. Onderzoek of bestaande regels voldoende ruimte hiervoor bieden en of belemmerende of uitgewerkte regels kunnen vervallen.

Het gezamenlijke onderzoek leert ons dat de sleutel voor de oplossing ook ligt in een cultuurverandering. Een verandering, gericht op het organisatorisch en gezamenlijk versterken van wederzijds vertrouwen van burgers en overheid. Die is gaande, en alleen al dit onderzoek levert ook een bijdrage daaraan. Maar, zoals gezegd, het heil moet niet worden gezocht in het stapelen van regels, dus ook niet in een extra algemene regeling ‘recht op een fout’.

In het wetsvoorstel tot aanpassing van de Awb waar het regeerakkoord aan refereert, worden algemene regels geïntroduceerd die schriftelijke procedures inluiden voor burgers en overheid om fouten van hen te repareren. Deze procesregels lijken een voorbeeld te zijn van wat wel ‘de regel-paradox’  wordt genoemd: er wordt een nieuwe regel uitgevaardigd om regelzucht te bestrijden. En Nederland is al zo regelzuchtig. De Nederlandse wettenbank telt op dit moment meer dan 14.000 wetten en (beleids)regels. Zouridis en Beers spreken in hun preadvies voor de VAR 2026 van een ‘obees regelcorpus’. Zij waarschuwen daarbij voor het streven naar ‘Het betere als vijand van het goede’. In hun preadvies bepleiten zij een ‘regelafslankingskuur’.

Bij dit pleidooi sluit ik me graag aan, ook als het gaat om de implementatie van ‘recht op een fout’. De voorgestelde bepaling in de Awb leidt tot meer zwaarlijvigheid van het regelgevingscorpus, met verdergaande juridisering tot gevolg. Alleen al de juridische verschillen tussen ‘recht op een fout’ en – ook in het regeerakkoord genoemd – ‘recht op vergissen’ roepen daartoe op. Hoewel taalkundig synoniem, weten juristen dat civiel-, straf- en bestuursrechtelijk een wereld van verschil tussen een fout en een vergissing kan zitten. Als juristen bijvoorbeeld moeten discussiëren over de mate van verwijtbaarheid van een gedraging om te bepalen of aanspraak kan worden gemaakt op ‘recht op een fout’, wordt het niet eenvoudiger voor collega’s in uitvoering en handhaving. Bovendien is de wettelijke regeling beperkt. De grens wordt gelegd bij correctie van een ‘kennelijke schrijffout, rekenfout of andere kennelijke fout die zich voor kennelijk herstel leent’. Alleen al het gebruik tot drie keer toe van het begrip ‘kennelijk’ zal aanleiding zijn voor juridische procedures om helder te krijgen wat daaronder moet worden verstaan.

Wij zullen dus onze vereenvoudigingsoperatie moeten doorzetten om ruimte in de regels voor uitvoering en handhaving te kunnen realiseren. Ruimte om met vertrouwen in uitvoering en handhaving maatwerk te kunnen leveren voor de Amsterdammer. Zo’n operatie sluit aan bij centrale thema’s in zowel het regeerakkoord als het Amsterdamse coalitie-akkoord als vereenvoudiging van regels, maatwerk en vertrouwen.

Deze thema’s gaan al decennia hand in hand. Al meer dan 30 jaar geleden schreef de Minister van Justitie in de nota Zicht op wetgeving dat wetten eenvoudig, duidelijk en toegankelijk moeten zijn. In 2008 schreef dezelfde minister in de nota Vertrouwen in wetgeving dat wetgeving zo min mogelijk verplichtingen moet opleggen of lasten moet geven en zoveel mogelijk ruimte moet bieden aan burgers en bedrijven. Een regel die door gedetailleerdheid een effect heeft dat tegenovergesteld is aan het beoogde doel, behoeft wijziging, niet verfijning. Vertrouwen en ruimte komen toe aan uitvoerende instanties om hen in staat te stellen om maatwerk te leveren en recht te doen aan concrete omstandigheden, aldus de minister destijds.

Het resultaat van ons onderzoek is een Vereenvoudigingsregeling Amsterdam. Het regeerakkoord introduceert een periodieke Vereenvoudigingwet met als start het schrappen en vereenvoudigen van minimaal 500 regels. Wij verbinden ons niet aan een quotum, omdat een vereenvoudigingsoperatie als de onze niet getalsmatig te duiden is. Wel scherpen wij de Aanwijzingen voor de regelgeving Amsterdam (ArA) aan om helder te maken dat het creëren van ruimte in regelgeving als algemene instructienorm voor alle gemeentelijke directies geldt. Ruimte om op basis van vertrouwen fouten te kunnen voorkomen en te herstellen en maatwerk te kunnen leveren aan inwoners en ondernemers.

Wij brengen onze ervaringen graag ter kennis van de Awb-wetgever met het verzoek om de voorgestelde regeling voor de correctie van fouten te laten vervallen. Zonder deze regeling komen de doelen van vereenvoudiging, maatwerk en vertrouwen naar onze verwachting eerder binnen bereik, precies zoals het regeerakkoord en het Amsterdamse coalitie-akkoord beogen.

Over de auteurs

Charlotte Grezel

Charlotte Grezel is directeur Juridische Zaken bij de gemeente Amsterdam

Reacties

Recente blogs
Zonder nadeel geen claim. Waarom de nieuwste claim op de Koenigscollectie nauwelijks kans maakt
Zomerreeks 2026: Beminde en onbeminde wetsartikelen
#21: Over wat nooit mag veranderen: die Ewigkeitsklausel in de Duitse Grondwet
Zomerreeks 2026: Beminde en onbeminde wetsartikelen
#20: De Algemene bepaling: meer dan mooie woorden. Over grondrechten, democratie en het constitutionele ethos van Nederland