Terug naar overzicht

Verkiezingsblog 2023 #5: Bestaanszekerheid, bestaanszekerheid


Er is in Nederland een ‘crisis in de bestaanszekerheid’ (Nieuw Sociaal Contract). Bestaanszekerheid is ‘een van de grootste uitdagingen van onze tijd’ (Groenlinks-PvdA). ‘We brengen de basis op orde door bestaanszekerheid als uitgangspunt te nemen’ (CDA).  Het zal niemand zijn ontgaan: bestaanszekerheid heeft zich ontwikkeld tot hét thema van de verkiezingen van 2023. Dat is opmerkelijk want hoewel het begrip al 40 jaar in de Grondwet staat, heeft het afgelopen decennia een nogal slapend bestaan geleid. Wat verklaart deze plotselinge bekering? Gaat het om de toereikendheid van het sociaal minimum; kijkt men reikhalzend uit naar een nieuw stelsel van sociale bescherming; of maakt de politiek zich zorgen over zijn eigen geloofwaardigheid in het streven naar een beter bestaan voor de gehele bevolking? Een tour d’horizon langs de verkiezingsprogramma’s helpt misschien om een antwoord te krijgen op deze vragen. Waar leggen de partijen de nadruk op, en welke thema’s worden vermeden?

Bestaanszekerheid kan op verschillende manieren worden ingevuld. Zo hanteert de Commissie Sociaal Minimum, die werd ingesteld door de in januari 2022 aangetreden ‘Armoedeminister’ Carola Schouten, een smalle en brede definitie. De smalle definitie draait om financiële bestaanszekerheid, waarmee wordt gedoeld op het beschikken over voldoende middelen om in het levensonderhoud te kunnen voorzien (en enige buffers aan te leggen) en maatschappelijk te kunnen participeren. ‘Bredere bestaanszekerheid’ heeft ook betrekking op de beschikbaarheid en betaalbaarheid van basisvoorzieningen als woning, zorg en energie, en in nog bredere zin op sociale relaties en zingeving.

Wat opvalt in de verkiezingsprogramma’s is het omarmen van dit laatstgenoemde, brede perspectief op bestaanszekerheid door veel partijen. Dit is overigens een trend die al langer in ontwikkeling is; een data-analyse van NRC liet onlangs zien dat de term zich vanaf 2019 van debatten over armoede, pensioenen en werkgelegenheid heeft uitgebreid naar thema’s als huurcontracten en stikstof. Het verkiezingsprogramma van het CDA springt er op dit punt uit met een ‘brede visie op bestaanszekerheid’ (met een nadruk op saamhorigheid en zingeving) over de grenzen van werk, wonen, zorg en onderwijs. Het verschil in hoe de partijen kijken naar bestaanszekerheid lijkt vooral te zitten in hun prioritering van problemen en hun keuze voor bepaalde maatregelen. Niet geheel onverwacht legt de VVD de nadruk op ‘hardwerkend Nederland’ en maakt de partij zich zorgen om de ‘werkende armen’, waarbij de oplossingen worden gezocht in gerichte belastingverlagingen en een vergroting van kansen om door te groeien naar betere banen. Het CDA redeneert dat de noodzaak om de bestaanszekerheid te vergroten ‘als eerste [geldt] voor onze gezinnen’, te bereiken door onder meer een verhoging van de kinderbijslag en het kindgebonden budget. Groenlinks-PvdA richt zin in mindere mate tot een specifieke doelgroep met de ambitie dat ‘iedereen voldoende inkomen krijgt om een waardig bestaan te kunnen leiden’, en onderscheidt zich van andere partijen door te pleiten voor een nieuwe ‘bestaanszekerheidswet’.

Wat tevens opvalt bij deze brede oriëntatie op de bestaanszekerheid is dat de focus niet louter ligt op het voorkomen van armoede voor de allerarmsten en de meest kwetsbare groepen. De partijen richten zich op een grote, niet nauwgedefinieerde groep, met inbegrip van de ‘brede middenklasse’. Het gaat om het versterken van de bestaanszekerheid van iedereen, zoals bijvoorbeeld Nieuw Sociaal Contract dat spreekt van een ‘bestaanszekerheidscrisis’ die vele lagen van de bevolking treft. Of de PVV die stelt dat de bestaanszekerheid van ‘hardwerkende Nederlanders’ is gesloopt, maar ook Groenlinks-PvdA dat zich toelegt op een verruiming van het ‘bestaanszekerheidsbeleid’.

De brede benadering waarvoor door de partijen wordt gekozen, kan niet iedereen bekoren. In plaats van een kerndoel op het vlak van armoedebestrijding dreigt bestaanszekerheid te verworden tot een containerbegrip, lijken critici te suggereren. ‘Hoe meer eronder valt, des te minder betekent het’, zoals herkend door Marli Huijer in Trouw (11 september 2023). De beloften dreigen hiermee zo groot te worden dat de politiek ze praktisch niet meer kan waarmaken. De term heeft inmiddels een haast filosofisch of zelfs religieus karakter gekregen (‘eerder een gebed dan een politieke belofte’, Stephan Sanders in NRC, 18 september 2023). En Will Tiemeijer (De Groene Amsterdammer nr. 40, 4 oktober 2023) geeft de waarschuwing dat met dit oprekken van het begrip (‘we worden allemáál geconfronteerd met bestaansonzekerheid’) het risico ontstaat dat de mensen die het écht moeilijk hebben verder uit beeld raken.

Op zich is het waar dat Nederland wat betreft het waarborgen van een sociaal minimum een achterstand heeft opgelopen. Zo blijkt uit het onderzoek van de Commissie Sociaal Minimum dat de huidige normen ontoereikend zijn om van rond te komen, in het bijzonder voor stellen met kinderen die afhankelijk zijn van een bijstandsuitkering. En dan hebben we het nog niets eens over zij die buiten de bijstand leven en afhankelijk zijn van het ‘vangnet onder het vangnet’ bestaande uit onderlinge steun, leningen, maatschappelijke opvang en de voedselbank.

Toch miskennen de hierboven aangehaalde critici onzes inziens het belang van de brede oriëntatie op bestaanszekerheid die zo kenmerkend is voor het jongste politieke denken. Eenzijdige aandacht voor armoedebeleid is een typisch bijproduct van de neoliberale waarborgmaatschappij. Deze ziet uitsluitend een rol weggelegd voor de overheid als groepen geheel in de kou komen te staan. De benadering leidt tot regelingen die gereserveerd zijn voor de allerarmsten, met strenge voorwaarden en een beperkt geldingsbereik. Maar regelingen voor de allerarmsten ontaarden maar al te vaak in arme regelingen. Hoe anders werkt een systeem dat de gehele bevolking omsluit en tussen alle werkenden of alle ingezetenen solidariteitsbanden aanbrengt. Zo bezien kan de jongste oriëntatie van de politieke partijen op het brede begrip van de bestaanszekerheid evengoed worden geïnterpreteerd als een afscheid van het neoliberalisme en een bekering tot de universele wortels van ons na-oorlogse socialezekerheidsstelsel. Als je dit zo ziet, snap je ook plotseling de renaissance van de term bestaanszekerheid zelf. Het is een begrip uit de jaren zeventig, een periode waarin het project van spreiding van inkomen, kennis en macht nog tot de verbeelding sprak.

Intussen rijst de vraag hoe de draad uit de jaren zeventig weer moet worden opgepakt. Welke fundamentele keuzes kunnen worden gemaakt om een nieuwe, universele bescherming mogelijk te maken? De opvattingen van de politieke partijen schieten op dit punt nog alle kanten op. Het gaat om kleine voorkeuren die nauwelijks duidelijk maken langs welke denklijnen een nieuwe architectuur voor de verzorgingsstaat zich moet ontwikkelen. De Commissie Sociaal Minimum wilde aan deze vraag evenmin haar vingers branden, want te politiek. Wij publiceerden in het voorjaar een boek, met drie pleidooien voor universalisme in het Nederlandse socialezekerheidsstelsel, waarin verschillende scenario’s worden gepresenteerd. Onze eigen voorkeur gaat uit naar minder middelentoetsing en meer generieke uitkeringen.

 

 

Over de auteurs

Gijsbert Vonk

Gijsbert Vonk is hoogleraar Socialezekerheidsrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen (vakgroep Staatsrecht, Bestuursrecht en Bestuurskunde)

Maarten Bouwmeester

Maarten Bouwmeester is promovendus aan de Rijksuniversiteit Groningen (vakgroep Staatsrecht, Bestuursrecht en Bestuurskunde)

Reacties

Andere blogs uit deze reeks
Verkiezingen 2023
Verkiezingsblog 2023 #15: Climate change ‘denialism’ en ‘delayism’ in de Nederlandse verkiezingsprogramma’s
Verkiezingen 2023
Verkiezingsblog 2023 #14: Toenemende aandacht voor de Caribische delen van het Koninkrijk – En nu?
Verkiezingen 2023
Verkiezingsblog 2023 #13: Verkiezingen en het onderwijs
Verkiezingen 2023
Verkiezingsblog 2023 #12: Staatkundige vernieuwing in de verkiezingsprogramma’s
Verkiezingen 2023
Verkiezingsblog 2023 #11: Toetsing aan en doorwerking van grondrechten, en wat de partijprogramma’s daarover (niet) zeggen
Verkiezingen 2023
Verkiezingsblog 2023 #10: Veiligheid na de oorlog in Oekraïne: Defensie, Europa en de verkiezingsprogramma’s
Verkiezingen 2023
Verkiezingsblog 2023 #9: Digitalisering, AI en algoritmische besluitvorming: wie steekt zijn nek uit?
Verkiezingen 2023
Verkiezingsblog 2023 #8: Stikstof: welk jaartal is heilig, 2030 of 2035?
Verkiezingen 2023
Verkiezingsblog 2023 #7: Migratie in de verkiezingsprogramma’s 2023: heet hangijzer of bedenking achteraf?
Verkiezingen 2023
Verkiezingsblog 2023 #6: Decentrale overheden
Verkiezingen 2023
Verkiezingsblog 2023 #4: Bang voor big tech
Verkiezingen 2023
Verkiezingsblog 2023 #3: Een gezonde samenleving vraagt om meer aandacht voor preventie
Verkiezingen 2023
Verkiezingsblog 2023 #2: Een nieuwe bestuurscultuur maakt nog geen sterke rechtsstaat
Verkiezingen 2023
Verkiezingsblog 2023 #1: Veel regio, nauwelijks staatkundige inbedding