Terug naar overzicht

Verkiezingsblog 2023 #12: Staatkundige vernieuwing in de verkiezingsprogramma’s


Het is een nogal ‘groot’ onderwerp dat hier centraal staat. Alleen al omdat wie de aandacht richt op staatkundige vernieuwing, niet ontsnapt aan vragen over de rechtsstatelijke kwaliteit daarvan. In dit blog gaat het vooral over het eerste, hoewel we het tweede niet helemaal willen negeren (zie hierover ook het recente rapport van de NOVA, en heel wat andere blogs in deze reeks). Komen aldus aan de orde: een aantal onderwerpen waarover onder de partijen enige consensus lijkt te bestaan (we zien althans convergerende posities over die onderwerpen), en een aantal onderwerpen waarover stevige verschillen in opvatting bestaan. We lichten vervolgens de monarchie eruit (veel verschillen!), gaan ook nader in op de vraag hoe politieke polarisering via staatkundige route kan worden voorkomen en wijden een paragraaf aan de Europese rechtsstaat en toetreding tot de EU.

Consensus en convergerende posities

Over heel wat onderwerpen die in dit blog centraal staan lijkt er consensus onder de partijen. Met, uiteraard, als rode draad de herwaardering van de burger. Het is een thema dat onder meer terugkomt in de opvallende aandacht voor het zogeheten burgerberaad of -forum, via de route van termen als de menselijke maat, het breed gedragen pleidooi voor een nabijere overheid en een betere bestuurscultuur.

Er lijkt ook een redelijke consensus over de invoering van constitutionele toetsing door de rechter (hoewel de VVD er dan weer niet over rept, waar men in het vorige verkiezingsprogramma er nog uitdrukkelijk voorstander van was). Tijdens de vorige verkiezingen in 2021 was die steun eveneens behoorlijk breed gedeeld, en in het coalitieakkoord 2022 stond er dan ook een frase over opgenomen. Blijft wel de vraag hoe dat dan georganiseerd moet worden: centrale of gespreide toetsing, alleen aan zogeheten klassieke grondrechten, etc? In heel wat programma’s blijft dat wat in het midden (hoewel NSC duidelijk centrale toetsing door een gespecialiseerd Hof voorstaat; we vernemen echter niets over welke grondrechten dat dan moeten zijn). Men had zich echter kunnen laven aan een recent commissiedebat in de Tweede Kamer hierover, idem aan een zogeheten rondetafelgesprek en aan een rapport dat werd opgesteld door de collega’s uit Maastricht, om slechts drie voorbeelden te noemen. Benieuwd of het er nu wel van gaat komen.

Verder valt het begrip rechtsstaat in heel wat programma’s samen met gespierde taal over het bevorderen van veiligheid en het bestrijden van ondermijning, waarbij de VVD de kroon spant (het “Grenzen stellen” in de titel van het programma lijkt betekenisvol wat dit betreft), hoewel die partij gelukkig ook ziet dat de rechtsstaat van belang is voor “bescherming tegen willekeur, tegen machtsmisbruik en tegen het recht van de sterkste” (p. 5). NSC associeert de rechtsstaat als een van de weinige partijen uitdrukkelijk en consequent met begrippen als vrijheid, tolerantie, verantwoordelijkheid en het verbod op discriminatie.

Van het CDA, D66, Groen Links-PvdA en Volt vernemen we dan weer dat de Tweede Kamer uitbreiding – Volt heeft het over 250 zetels in de Tweede Kamer, D66 heeft het over minimaal 260! -, dan wel betere ambtelijke ondersteuning behoeft. Dat laatste onderwerp stond overigens ook in het vorige coalitieakkoord opgenomen. NSC wil daarentegen voorlopig geen uitbreiding, en stelt verfrissend: “uitbreiding is niet de goede oplossing bij het huidige probleem. De Kamer stelt simpelweg de verkeerde prioriteiten.” (p. 11). Ook zien we een pleidooi bij heel wat partijen voor het correctief referendum (onder meer GL-PvdA, BBB, NSC, D66; maar niets bij de VVD). De Eerste Kamer steunde overigens recent in eerste lezing nog een grondwetswijziging ter zake. In de verkiezingsprogramma’s moeten de modaliteiten van dergelijke referenda veelal nog worden uitgewerkt, hoewel Volt uitdrukkelijk tegen een bindend correctief referendum zegt te zijn.

Er is ook draagvlak, bij uiteenlopende politieke gezindten, voor investeringen om de personele tekorten in de zittende en staande magistratuur terug te dringen (onder meer BBB, D66, Groen Links-PvdA, VVD). Dan gaat het vooral om achterstallig onderhoud. Ook hier zijn er echter maar weinig partijen die deze doelstelling uitwerken in min of meer concrete voorstellen. BBB wil de raio-opleiding herinvoeren en studenten tijdens hun rechtenstudie enthousiast maken voor een loopbaan in de rechterlijke macht. Er is ook brede steun om de toegang tot het recht te verbeteren door de financiering en het aanzien van de sociale advocatuur te verhogen, de griffierechten te verlagen, de rol van het Juridisch Loket in de rechtshulpverlening uit te breiden en op grote schaal wijkrechtspraak in te voeren (onder meer D66, BBB, CDA,  PvdA-Groen Links, NSC, VVD).

Het functioneren van politieke partijen heeft de aandacht van een aantal partijen, hoewel minder dan je zou denken gezien de recente politieke aandacht voor het wetsvoorstel Wet op de Politieke partijen (WPP). Zo stelt D66: “ook de controle op politieke partijen zelf moet beter.” (p. 171). Oké, maar hoe dan? Bij GL-PvdA is het concreter: “We stellen scherpe regels op over het schenken aan politieke partijen: maximaal € 20.000 per persoon per jaar [In het voorstel WPP ging het overigens nog om 10.000 Euro], bedragen boven de € 1.000 worden openbaar gemaakt en zijn te herleiden tot een persoon. Schenkingen via een bedrijf of een stichting verbieden we.” (p. 39). Volt bepleit een reeks maatregelen om de invloed van lobbyen op politieke partijen en politici aan banden te leggen.

Verschillen en unieke standpunten

Zoals gezegd: er lijkt in algemene zin wel wat draagvlak voor de juist vermelde onderwerpen. Boeiend zijn echter ook voorstellen die slechts in een enkel kiesprogramma zijn terug te vinden, en waar soms echte tegenstellingen uit af te leiden zijn. Zo pleit D66 als enige voor het verlagen van het actief kiesrecht naar 16 jaar, willen BBB en SGP algemeen belang acties afschaffen of aan banden leggen terwijl GL-PvdA deze juist expliciet steunt, en maakt de VVD als enige melding van de invoering van een kiesdrempel. Over de Eerste Kamer stelt D66 dat die mag worden afgeschaft terwijl BBB dan weer voorstelt dat de Eerste Kamerleden direct moeten worden gekozen.

Daarnaast treffen we bij NSC een nieuw idee aan. Omdat namelijk de Tweede en Eerste Kamer de grondwettelijke plicht hebben om wetten te toetsen aan de grondrechten “geven we [dit] vorm in een nieuw op te richten algemene commissie voor grondrechten en constitutionele toetsing.” (p.8). Het lijkt een interessante poging de constitutionele en rechtsstatelijke kennis in de Staten-Generaal beter te verankeren. Ook in meer algemene zin is de herwaardering van het parlement voor NSC erg belangrijk. En bovendien stelt men bij NSC dat de “minister-president, oftewel de minister van Algemene Zaken, eindverantwoordelijk wordt voor het borgen van de grondrechten en de democratische rechtsstaat, waaronder de uitvoering van de Wet open overheid en de zorg voor naleving van wetten door de overheid zelf. Wanneer de overheid zich niet aan deze wet houdt, wordt hij of zij hiervoor verantwoordelijk gehouden.” (p. 10).

De monarchie

Voor de monarchie is er aardig wat aandacht in de verkiezingsprogramma’s, en dat levert een fragmentarisch beeld op. Zo zet D66, in lijn met de traditie van die partij, stevig in op de verdere uitbouw van de ceremoniële rol van de monarchie: “D66 wil de ceremoniële waarde van het koningschap behouden, maar ziet geen waarde in de politieke rol die de koning nog steeds bij wet vervult. Sterker nog: de invloed die de koning nu als niet-verkozen staatshoofd nog heeft op de Nederlandse regering is ondemocratisch. Daarom wil D66 een modern koningschap waarbij deze ondemocratische punten worden uitgebannen en de koning op gelijke voet wordt gesteld met de rest van Nederland als het aankomt op belastingen, sociale premies en andere zaken zoals bezit.” (p. 167-177). En dus hoort de Koning geen onderdeel meer te zijn van de regering noch van de Raad van State, dienen wetten en ‘Koninklijke’ besluiten niet meer van zijn handtekening worden voorzien, moet zijn inkomen voldoen aan de normering van topinkomens (inclusief dus het betalen van gewone belastingen en sociale premies) en hoeven Kamerleden geen trouw meer aan de Koning te zweren om beëdigd te worden. En bewindspersonen worden niet langer op een paleis beëdigd, maar in het parlement.

En waar de positie van de monarchie voor de lijsttrekker van GL-PvdA aanvankelijk geen prioriteit had, stemde op 14 oktober een kleine meerderheid op het GroenLinks-PvdA-congres zelfs in met een amendement op het verkiezingsprogramma voor het afschaffen van de monarchie.

Bij NSC lezen we dan weer: “Wij handhaven de constitutionele monarchie als staatsvorm. Wij waarderen de samenbindende rol die de koning speelt in de samenleving en de manier waarop hij ons land vertegenwoordigt in het buitenland en bij handelsmissies.” (p. 12). Maar inkomstenbelasting zal onze Koning wel moeten gaan betalen; overigens kan dat pas na wijziging art. 40 Grondwet, en een grondwetswijziging gaat zoals bekend niet vanzelf. Opvallend is ook dat BBB stelt dat de Koning weer aan het roer moet komen in de kabinetsformatie, een conventie die in 2012 onder aanvoering van D66 bij wege van eenvoudige wijziging van de Reglement van Orde van de Tweede Kamer werd afgevoerd. Terug naar de Koning als neutrale derde in de kabinetsformatie dus! Er werd overigens op 18 oktober in de Tweede Kamer al over gedebatteerd, er is voorlichting over door de afdeling Advisering van de Raad van State, en er verschenen blogposts over.

Het CDA stelt voor majesteitsschennis opnieuw strafbaar te stellen. Idem verdienen overigens politie, justitie en de instituties van onze rechtsstaat respect en gezag, wat zich dan moet tonen in een zwaardere strafmaat bij een gebrek aan dat respect.

Afgezien van het symbolisch belangrijke punt van de belastingplicht, die overigens met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid gepaard zal gaan met een verhoging van de bezoldiging, vragen wij ons af of de positie van de Koning en de monarchie niet een beetje veel aandacht krijgt gelet op de grote andere maatschappelijke uitdagingen die er zijn.

Polarisatie, en hoe dat tegen te gaan

Het programma van BBB vestigt sterk de aandacht op politieke en maatschappelijke polarisering. Het loont om wat uitgebreider te citeren uit de paragraaf ‘De overheid als maakbaar project’: “Door mensen te degraderen tot cijfertjes en statistieken en een overheid die zich verschanst heeft in silo’s vol met juristen, economen en bestuurskundigen is de Nederlandse samenleving de laatste decennia er meer een van individuen en polarisatie geworden. Polarisatie wordt OOK door politici aangejaagd. Dit gebeurt door mensen met een – voor hen – minder welgevallige mening, weg te zetten als dom, domrechts, wappies of proteststemmers. Politici noemen dagelijkse zorgen en vragen “verjaardagspraat”, of “borrelpraat”, of “Ach, het zijn allemaal onderbuikgevoelens”. Een bij veel Nederlanders populair programma als Vandaag Inside, dat seizoen op seizoen al jaren de hoogste kijkcijfers haalt, wordt neergezet als voetbalkantine-tv. Alsof het allemaal pruttel-tv is voor lallend volk dat nergens verstand van heeft.” (p. 9). En een paar pagina’s verder: “We spreken wel, maar praten niet. We horen wel, maar luisteren niet. Iets kan niet meer goed zijn als het niet in MIJN wereldbeeld past of door gelijkgestemden wordt verkondigd. In de Tweede Kamer, de plek waar JUIST een open gesprek gevoerd MOET worden, gebeurt dit aan de lopende band.” Een van de voorstellen om politieke polarisatie tegen te gaan krijgt bij de BBB ook een institutionele dimensie: “Op dit moment worden partijen in de Tweede Kamer van links naar rechts ingedeeld. Om polarisatie in de Tweede Kamer tegen te gaan moet een loting bepalen welke partij in de Kamer waar gaat zitten.” (p. 12). Zou het helpen?

Heel wat partijen lijken inderdaad wel klaar met het gehakketak en het persoonlijke in de politiek; het moet meer over de zaak gaan en minder over de persoon, en liefst over de grote uitdagingen voor deze en de volgende generatie. Zo wil Volt visiedebatten over de lange termijn en D66 een Kamercommissie voor de toekomst.

Onze vraag is hoe het sentiment dat uit het bovenstaande spreekt zich weet te verhouden tot de invoering van een districtenstelsel, een idee dat de BBB ook wel ziet zitten (hoewel de uitwerking vaag is, we moeten het doen met een verwijzing naar het ‘Deens model’). NSC is eveneens voorstander van kiesdistricten, met als invoelbaar doel de regio beter te laten vertegenwoordigen. Men is al een beetje concreter dan de BBB: “Elk kiesdistrict stuurt zijn eigen volksvertegenwoordigers naar Den Haag, waarbij districten met veel kiezers meer Kamerleden kunnen afvaardigen dan regio’s met minder kiezers. De overgebleven zetels worden zo toegewezen dat er sprake blijft van evenredige vertegenwoordiging. De zorgen van mensen uit alle delen van het land worden zo beter gehoord in het parlement.” (p. 9).

Maar bij een districtenstelsel, en hetzelfde geldt eigenlijk voor het correctief referendum (ook heel wat steun daarvoor, zie hierboven), kan het echter gaan om ideeën die een bonus kunnen zetten op tweespalt en polarisering. Tom-Jan Meeus waarschuwde daar jaren geleden al voor en recent nog Hans Goslinga. Men is immers voor óf tegen het voorstel dat in een referendum wordt gedaan. En een districtenstelsel kan, meer dan bij een stelsel van evenredige vertegenwoordiging het geval is, uitmonden in een personenstrijd, iets wat BBB dan weer uitdrukkelijk niet wenst. BBB wenst bijvoorbeeld juist daarom geen verkiezingen over wie de minister-president wordt (zie de frase op p. 22). Wel is men samen met D66 dan weer voor de directe verkiezing van de burgemeester. En D66 zou ook de minister-president graag direct verkozen zien, en wil kieslijsten waarbij kan worden gekozen tussen een partij óf een individuele kandidaat. Het risico van tweespalt en personenstrijd ligt zoals gezegd bij heel wat van deze voorstellen op de loer, terwijl men dat nu juist wil vermijden. We merken in dit verband op dat in de persoon van in ieder geval één van de bewindslieden van D66 – de partij die al sinds jaar en dag, en ook in het huidige verkiezingsprogramma, groot voorstander is van de vermelde staatkundige vernieuwingen – in de voorbije jaren het politieke wel heel erg persoonlijk werd gemaakt.

Waar brengt ons dit alles? Ondanks de gedeelde wens minder te polariseren, is er in de verkiezingsprogramma’s maar weinig aandacht voor mechanismen die redelijke samenwerking bevorderen (en personencultus vermijden). Politieke dynamiek heeft in ieder geval ook een institutionele dimensie; er dient een relatie te zijn tussen wat men wenst te bereiken – in dit geval: minder polarisatie – en aan welke institutionele knoppen wordt gedraaid. De balans tussen de invoelbare wens de burger in onze politieke configuratie meer centraal te stellen, en de gelijktijdige behoefte om politieke (én maatschappelijke) polarisering te vermijden, is zoek; en heel wat partijen lijken dan ook zoekende. Zou het herstellen – of bewerkstelligen – van die balans niet een van de grote uitdagingen van ons staatkundig bestel zijn?

Europese rechtsstaat en toetreding

De toelatingsvoorwaarden voor nieuwe EU-lidstaten blijven gekoppeld aan conformiteit aan vereisten van de rechtsstaat (dus ook met betrekking tot de Oekraïne, dat in dit verband heel wat keren wordt genoemd. Zie tevens de meest recente ontwikkelingen en het recente blog over defensie). In de context van dit onderwerp wordt het begrip rechtsstaat overigens niet alleen met veiligheid en ondermijning geassocieerd (zoals in de meeste verkiezingsprogramma’s veelal wel het geval is), maar ook met het borgen van individuele vrijheid en een politiek stelsel met voldoende checks and balances (zie onder meer D66, Groen Links/ PvdA, VVD, Volt). Heel wat partijen pleiten voor de aanscherping van de toetredingsprocedure om beter te borgen dat de rechtsstaat van nieuwe lidstaten voldoende robuust is. Ondertussen zijn er in de EU politieke regimes die de rechtsstaat af hebben gebroken (Hongarije, vooralsnog Polen), dreigen dat te doen (Slowakije) of nooit helemaal op orde hebben gehad (Roemenië, Bulgarije). Toch is het functioneren van grote delen van de Unie, van de rechtsruimte tot het buitenlands beleid, gebaseerd op het uitgangspunt dat de rechtsstaat in de lidstaten op een zeker niveau is. Verschillende partijen bepleiten daarom ook voor strengere Europese maatregelen om lidstaten tot de orde te roepen. Dat gaat dan onder andere via de route van uitbreiding van het arsenaal van financiële sancties, het laten vallen van het unanimiteitsvereiste in de artikel 7 lid 2-procedure (op basis waarvan de Raad van de EU bepaalde rechten een lidstaat, met inbegrip van zijn stemrechten in de Raad, kan schorsen), de invoering van Europese wetgeving ter bescherming van de mediavrijheid in lidstaten (D66, Groen Links-PvdA, Volt).

 

Bij de PVV en FvD lezen we nauwelijks iets nieuws over het onderwerp dat in dit blog centraal staat, en we verwijzen naar ons vorige blog uit 2021. De korte samenvatting: de meerderheidswil gaat boven alles en vooral boven rechtsstatelijke waarborgen en checks and balances.

Tot slot

Als we de verkiezingsprogramma’s en de voorspellingen van de uitslag mogen geloven, is er na de komende verkiezingen steun voor specifieke staatkundige en rechtsstatelijke innovaties als constitutionele toetsing, voor de versterking van de capaciteit van de rechterlijke macht en voor het verbeteren van de toegang tot het recht. Dat geeft de burger hoop. Over de rol en betekenis van de monarchie vallen nogal uiteenlopende standpunten te vernemen. Als er op dat vlak al iets gaat gebeuren zal dat zijn dat zij inkomstenbelasting zal moeten gaan betalen (maar dat vereist grondwetswijziging!). Wij zijn benieuwd. Er valt in ieder geval wel wat te kiezen.

Over de auteurs

Maurice Adams

Maurice Adams is hoogleraar Encyclopedie van het recht aan Tilburg University.

Ronald Janse

Ronald Janse is hoogleraar Encyclopedie van de rechtswetenschap aan de Open Universiteit

Reacties

Andere blogs uit deze reeks
Verkiezingen 2023
Verkiezingsblog 2023 #15: Climate change ‘denialism’ en ‘delayism’ in de Nederlandse verkiezingsprogramma’s
Verkiezingen 2023
Verkiezingsblog 2023 #14: Toenemende aandacht voor de Caribische delen van het Koninkrijk – En nu?
Verkiezingen 2023
Verkiezingsblog 2023 #13: Verkiezingen en het onderwijs
Verkiezingen 2023
Verkiezingsblog 2023 #11: Toetsing aan en doorwerking van grondrechten, en wat de partijprogramma’s daarover (niet) zeggen
Verkiezingen 2023
Verkiezingsblog 2023 #10: Veiligheid na de oorlog in Oekraïne: Defensie, Europa en de verkiezingsprogramma’s
Verkiezingen 2023
Verkiezingsblog 2023 #9: Digitalisering, AI en algoritmische besluitvorming: wie steekt zijn nek uit?
Verkiezingen 2023
Verkiezingsblog 2023 #8: Stikstof: welk jaartal is heilig, 2030 of 2035?
Verkiezingen 2023
Verkiezingsblog 2023 #7: Migratie in de verkiezingsprogramma’s 2023: heet hangijzer of bedenking achteraf?
Verkiezingen 2023
Verkiezingsblog 2023 #6: Decentrale overheden
Verkiezingen 2023
Verkiezingsblog 2023 #5: Bestaanszekerheid, bestaanszekerheid
Verkiezingen 2023
Verkiezingsblog 2023 #4: Bang voor big tech
Verkiezingen 2023
Verkiezingsblog 2023 #3: Een gezonde samenleving vraagt om meer aandacht voor preventie
Verkiezingen 2023
Verkiezingsblog 2023 #2: Een nieuwe bestuurscultuur maakt nog geen sterke rechtsstaat
Verkiezingen 2023
Verkiezingsblog 2023 #1: Veel regio, nauwelijks staatkundige inbedding