CATEGORIE
  • CATEGORIE
  • Adviesorganen
  • Burgerrechten
  • Decentralisatie
  • Eigendom
  • Gelijkheid
  • Godsdienst en levensovertuiging
  • Grondwetsherziening
  • Internationale rechtsorde
  • Privacy
  • Rechtspleging
  • Rechtspraak
  • Regering, Koning
  • Sociale rechtsstaat
  • Staten-Generaal
  • Uitingsrechten
  • Wetgeving en bestuur
AUTEUR
  • AUTEUR
  • M. Adams
  • B.C. van Beers
  • A.A.L. Beers & K.T. Meijer
  • A.A.L. Beers & J.C.A. de Poorter
  • S.C. van Bijsterveld & B.P. Vermeulen
  • G. Boogaard
  • G. Boogaard & J. Uzman
  • S.S. Buisman & S.B.G. Kierkels
  • S. Daniëls
  • J.W.A. Fleuren
  • F. Fleurke
  • J.L.M. Gribnau & M.R.T Pauwels
  • M.M. Groothuis
  • E.M.H. Hirsch Ballin
  • H.G. Hoogers
  • M. Houwerzijl & N. Zekic
  • M. Houwerzijl & F. Vlemminx
  • P. Jacobs
  • N.M.C.P. Jägers & J.P. Loof
  • E.J. Janse de Jonge
  • S. Jellinghaus & E. Huisman
  • J. Kiewiet & G.F.M. van der Tang †
  • T. Kooijmans en J. van der Ham
  • E.J. Koops
  • G. Leenknegt
  • K.T. Meijer
  • D. Mentink, B.P. Vermeulen & P.J.J. Zoontjens
  • B.M.J. van der Meulen
  • F.C.M.A. Michiels
  • T. Peters
  • J.C.A. de Poorter
  • J.M. van Schooten, G. Leenknegt & M. Adams
  • G. van der Schyff
  • J. Uzman & G. Boogaard
  • J. Uzman
  • B.P. Vermeulen
  • F.M.C. Vlemminx
  • F.M.C. Vlemminx & A.C.M. Meuwese
  • W.J.M. Voermans
  • B.W.N. de Waard
  • W. van der Woude
ARTIKEL
  • ARTIKEL
  • Artikel 1  Gelijke behandeling
  • Artikel 2  Nederlandschap en vreemdelingen
  • Artikel 3  Gelijke benoembaarheid
  • Artikel 4  Kiesrecht
  • Artikel 5  Petitierecht
  • Artikel 6  Vrijheid van godsdienst en levensovertuiging
  • Artikel 7  Vrijheid van meningsuiting
  • Artikel 8  Recht tot vereniging
  • Artikel 9  Recht tot vergadering en betoging
  • Artikel 10  Eerbiediging en bescherming persoonlijke levenssfeer
  • Artikel 11  Onaantastbaarheid van het lichaam
  • Artikel 12  Binnentreden woning
  • Artikel 13  Vertrouwelijke communicatie
  • Artikel 14  Onteigening
  • Artikel 15  Vrijheidsontneming
  • Artikel 16  Nulla poena
  • Artikel 17  Wettelijk toegekende rechter
  • Artikel 18  Rechtsbijstand
  • Artikel 19  Werkgelegenheid en arbeidskeuze
  • Artikel 20  Bestaanszekerheid
  • Artikel 21  Milieubescherming
  • Artikel 22  Volksgezondheid en woongelegenheid
  • Artikel 23  Onderwijs
  • Artikel 24  Koningschap
  • Artikel 25  Erfopvolging
  • Artikel 26  Status ongeboren kind Koning
  • Artikel 27  Afstand koningschap
  • Artikel 28  Afstand koningschap door huwelijk
  • Artikel 29  Uitsluiting troonopvolging
  • Artikel 30  Benoemde Koning
  • Artikel 31  Erfopvolging benoemde koning
  • Artikel 32  Inhuldiging Koning
  • Artikel 33  Koningschap en meerderjarigheid
  • Artikel 34  Ouderlijk gezag minderjarige Koning
  • Artikel 35  Buiten staat verklaring
  • Artikel 36  Tijdelijke neerlegging koninklijk gezag
  • Artikel 37  Uitoefening koninklijk gezag door regent
  • Artikel 38  Uitoefening koninklijk gezag door RvS
  • Artikel 39  Lidmaatschap koninklijk huis
  • Artikel 40  Uitkering koninklijk huis
  • Artikel 41  Inrichting huis Koning
  • Artikel 42  Ministeriële verantwoordelijkheid
  • Artikel 43  Regering en ministers
  • Artikel 44  Ministeries
  • Artikel 45  Ministerraad
  • Artikel 46  Staatssecretarissen
  • Artikel 47  Ondertekening en contraseign
  • Artikel 48  Ontslag en benoeming ministers
  • Artikel 49  Ambtseed minister en staatssecretaris
  • Artikel 50  Vertegenwoordiging
  • Artikel 51  Eerste en Tweede Kamer
  • Artikel 52  Zittingsduur
  • Artikel 53  Evenredige vertegenwoordiging
  • Artikel 54  Verkiezing Tweede Kamer
  • Artikel 55  Verkiezing Eerste Kamer
  • Artikel 56  Vereisten voor lidmaatschap
  • Artikel 57  Incompatibiliteiten
  • Artikel 57a  Zwangerschap en ziekte
  • Artikel 58  Geloofsbrieven
  • Artikel 59  Kiesrecht en verkiezingen
  • Artikel 60  Ambtsaanvaarding
  • Artikel 61  Voorzitter en griffier
  • Artikel 62  Verenigde vergadering
  • Artikel 63  Geldelijke voorzieningen
  • Artikel 64  Ontbinding Kamers
  • Artikel 65  Troonrede
  • Artikel 66  Openbaarheid vergaderingen
  • Artikel 67  Quorum
  • Artikel 68  Inlichtingenplicht bewindslieden
  • Artikel 69  Aanwezigheid bewindslieden
  • Artikel 70  Recht van enquête
  • Artikel 71  Parlementaire onschendbaarheid
  • Artikel 72  Reglement van orde
  • Artikel 73  Taak Raad van State
  • Artikel 74  Rechtspositie leden
  • Artikel 75  Inrichting, samenstelling, bevoegdheid Raad van State
  • Artikel 76  Algemene rekenkamer
  • Artikel 77  Rechtpositie leden rekenkamer
  • Artikel 78  Inrichting, samenstelling, bevoegdheid Rekenkamer
  • Artikel 78a  Nationale ombudsman
  • Artikel 79  Vaste colleges van advies
  • Artikel 80  Openbaarmaking advies
  • Artikel 81  Wetgevende macht
  • Artikel 82  Indienen wetsvoorstel
  • Artikel 83  Toezending wetsvoorstel TK
  • Artikel 84  Wijziging wetsvoorstel
  • Artikel 85  Toezending wetsvoorstel EK
  • Artikel 86  Intrekking wetsvoorstel
  • Artikel 87  Aanneming en bekrachtiging
  • Artikel 88  Bekendmaking en inwerkingtreding
  • Artikel 89  Algemene maatregel van bestuur
  • Artikel 90  Bevordering internationale rechtsorde
  • Artikel 91  Goedkeuring verdrag
  • Artikel 92  Bevoegdheden volkenrechtelijke organisaties
  • Artikel 93  Verbindende kracht verdrag
  • Artikel 94  Verdrag boven wet
  • Artikel 95  Bekendmaking verdrag
  • Artikel 96  Oorlogsverklaring
  • Artikel 97  Krijgsmacht
  • Artikel 98  Samenstelling krijgsmacht
  • Artikel 99  Gewetensbezwaren militaire dienst
  • Artikel 99a  Civiele verdediging
  • Artikel 100  Inlichtingen over krijgsmacht
  • Artikel 101  [vervallen]
  • Artikel 102  [vervallen]
  • Artikel 103  Uitzonderingstoestand
  • Artikel 104  Belastingheffing
  • Artikel 105  Recht van begroting
  • Artikel 106  Geldstelsel
  • Artikel 107  Codificatie
  • Artikel 108  [vervallen]
  • Artikel 109  Rechtspositie ambtenaren
  • Artikel 110  Openbaarheid van bestuur
  • Artikel 111  Ridderorden
  • Artikel 112  Civiele en administratieve rechtspraak
  • Artikel 113  Strafrechtspraak
  • Artikel 114  Doodstraf
  • Artikel 115  Administratief beroep
  • Artikel 116  Rechterlijke macht
  • Artikel 117  Rechtspositie leden rechterlijke macht
  • Artikel 118  Hoge Raad
  • Artikel 119  Ambtsmisdrijven
  • Artikel 120  Toetsingsverbod
  • Artikel 121  Openbaarheid terechtzittingen
  • Artikel 122  Gratie
  • Artikel 123  Instelling provincies en gemeenten
  • Artikel 124  Autonomie en medebewind
  • Artikel 125  Organen decentrale besturen
  • Artikel 126  Ambtsinstructie commissaris koning
  • Artikel 127  Vaststelling verordening
  • Artikel 128  Toekenning bevoegdheden
  • Artikel 129  Verkiezing vertegenwoordigend orgaan
  • Artikel 130  Kiesrecht gemeenteraad niet-Nederlanders
  • Artikel 131  Aanstelling burgemeester en commissaris Koning
  • Artikel 132  Inrichting, samenstelling, bevoegdheid decentrale besturen
  • Artikel 132a  Caribische openbare lichamen
  • Artikel 133  Waterschappen
  • Artikel 134  Publiekrechtelijke bedrijfsorganisatie
  • Artikel 135  Gemeenschappelijke regelingen
  • Artikel 136  Geschillen
  • Artikel 137  Grondwetswijziging
  • Artikel 138  Aanpassing niet gewijzigde bepalingen
  • Artikel 139  Bekendmaking en inwerkingtreding
  • Artikel 140  Handhaving bestaande regelgeving
  • Artikel 141  Bekendmaking herziene Grondwet
  • Artikel 142  Aanpassing Grondwet aan Statuut
  • Artikel IX - Berechting van misdrijven in oorlogstijd
  • Artikel XIX - Afkondigingsformulier
HOOFDSTUK
  • HOOFDSTUK
  • Hoofdstuk 1  Grondrechten
  • Hoofdstuk 2  Regering
  • Hoofdstuk 3  Staten-Generaal
  • Hoofdstuk 4  Adviesorganen
  • Hoofdstuk 5  Wetgeving en bestuur
  • Hoofdstuk 6  Rechtspraak
  • Hoofdstuk 7  Decentralisatie
  • Hoofdstuk 8  Herziening grondwet
  • Additionele artikelen

DE GRONDWET

Artikel 81 - Wetgevende macht

De vaststelling van wetten geschiedt door de regering en de Staten-Generaal gezamenlijk.

Artikel 82 - Indienen wetsvoorstel

  1. Voorstellen van wet kunnen worden ingediend door of vanwege de Koning en door de Tweede Kamer der Staten-Generaal.

  2. Voorstellen van wet waarvoor behandeling door de Staten-Generaal in verenigde vergadering is voorgeschreven, kunnen worden ingediend door of vanwege de Koning en, voor zover de betreffende artikelen van hoofdstuk 2 dit toelaten, door de verenigde vergadering.

  3. Voorstellen van wet, in te dienen door de Tweede Kamer onderscheidenlijk de verenigde vergadering, worden bij haar door een of meer leden aanhangig gemaakt.

Artikel 83 - Toezending wetsvoorstel TK

Voorstellen van wet, ingediend door of vanwege de Koning, worden gezonden aan de Tweede Kamer of, indien daarvoor behandeling door de Staten-Generaal in verenigde vergadering is voorgeschreven, aan deze vergadering.

Artikel 84 - Wijziging wetsvoorstel

  1. Zolang een voorstel van wet, ingediend door of vanwege de Koning, niet door de Tweede Kamer onderscheidenlijk de verenigde vergadering is aangenomen, kan het door haar, op voorstel van een of meer leden, en vanwege de regering worden gewijzigd.

  2. Zolang de Tweede Kamer onderscheidenlijk de verenigde vergadering een door haar in te dienen voorstel van wet niet heeft aangenomen, kan het door haar, op voorstel van een of meer leden, en door het lid of de leden door wie het aanhangig is gemaakt, worden gewijzigd.

Artikel 85 - Toezending wetsvoorstel EK

Zodra de Tweede Kamer een voorstel van wet heeft aangenomen of tot indiening van een voorstel heeft besloten, zendt zij het aan de Eerste Kamer, die het voorstel overweegt zoals het door de Tweede Kamer aan haar is gezonden. De Tweede Kamer kan een of meer van haar leden opdragen een door haar ingediend voorstel in de Eerste Kamer te verdedigen.

Artikel 86 - Intrekking wetsvoorstel

  1. Zolang een voorstel van wet niet door de Staten-Generaal is aangenomen, kan het door of vanwege de indiener worden ingetrokken.

  2. Zolang de Tweede Kamer onderscheidenlijk de verenigde vergadering een door haar in te dienen voorstel van wet niet heeft aangenomen, kan het door het lid of de leden door wie het aanhangig is gemaakt, worden ingetrokken.

Artikel 87 - Aanneming en bekrachtiging

  1. Een voorstel wordt wet, zodra het door de Staten-Generaal is aangenomen en door de Koning is bekrachtigd.

  2. De Koning en de Staten-Generaal geven elkaar kennis van hun besluit omtrent enig voorstel van wet.

Artikel 88 - Bekendmaking en inwerkingtreding

De wet regelt de bekendmaking en de inwerkingtreding van de wetten. Zij treden niet in werking voordat zij zijn bekendgemaakt.

Artikel 89 - Algemene maatregel van bestuur

  1. Algemene maatregelen van bestuur worden bij koninklijk besluit vastgesteld.

  2. Voorschriften, door straffen te handhaven, worden daarin alleen gegeven krachtens de wet. De wet bepaalt de op te leggen straffen.

  3. De wet regelt de bekendmaking en de inwerkingtreding van de algemene maatregelen van bestuur. Zij treden niet in werking voordat zij zijn bekendgemaakt.

  4. Het tweede en derde lid zijn van overeenkomstige toepassing op andere vanwege het Rijk vastgestelde algemeen verbindende voorschriften.

Artikel 104 - Belastingheffing

Belastingen van het Rijk worden geheven uit kracht van een wet. Andere heffingen van het Rijk worden bij de wet geregeld.

Artikel 105 - Recht van begroting

  1. De begroting van de ontvangsten en de uitgaven van het Rijk wordt bij de wet vastgesteld.

  2. Jaarlijks worden voorstellen van algemene begrotingswetten door of vanwege de Koning ingediend op het in artikel 65 bedoelde tijdstip.

  3. De verantwoording van de ontvangsten en de uitgaven van het Rijk wordt aan de Staten-Generaal gedaan overeenkomstig de bepalingen van de wet. De door de Algemene Rekenkamer goedgekeurde rekening wordt aan de Staten-Generaal overgelegd.

  4. De wet stelt regels omtrent het beheer van de financiën van het Rijk.

Artikel 106 - Geldstelsel

De wet regelt het geldstelsel.

Artikel 107 - Codificatie

  1. De wet regelt het burgerlijk recht, het strafrecht en het burgerlijk en strafprocesrecht in algemene wetboeken, behoudens de bevoegdheid tot regeling van bepaalde onderwerpen in afzonderlijke wetten.

  2. De wet stelt algemene regels van bestuursrecht vast.

Artikel 109 - Rechtspositie ambtenaren

De wet regelt de rechtspositie van de ambtenaren. Zij stelt tevens regels omtrent hun bescherming bij de arbeid en omtrent medezeggenschap.

 

Artikel 110 - Openbaarheid van bestuur

De overheid betracht bij de uitvoering van haar taak openbaarheid volgens regels bij de wet te stellen.

 

Artikel 111 - Ridderorden

Ridderorden worden bij de wet ingesteld.

WETENSCHAPPELIJK COMMENTAAR

W.J.M. Voermans

ARTIKEL 89 - Algemene maatregel van bestuur

INHOUD
1. Algemene maatregelen van bestuur
2. Voorschriften door straffen te handhaven
3. Bekendmaking en inwerkingtreding van algemene maatregelen van bestuur
4. Andere vanwege het Rijk vastgestelde algemeen verbindende voorschrif­ten
5. Literatuur
6. Historische versies

Editie december 2015

1. Algemene maatregelen van bestuur

Het betrekkelijk formele voorschrift van artikel 89, eerste lid, Grondwet geeft aan dat algemene maatregelen van bestuur (amvb’s) worden vastgesteld via een besluit van de regering, een zogenaamd koninklijk besluit. Al is het verleidelijk om in de toevoeging ‘algemene’ een verwijzing te lezen naar het materiële wetsbegrip, toch wordt algemeen aangenomen dat we in Nederland een formeel amvb-begrip kennen.[1] Dat wil zeggen dat we een koninklijk besluit pas dan een amvb noemen als het een bepaalde procedure heeft doorlopen. Van een amvb is pas sprake indien aan de volgende drie eisen is voldaan:
 
a) het ontwerp voor een koninklijk besluit is voorgelegd aan de ministerraad;[2]
b) de Raad van State is over het ontwerp-koninklijk besluit gehoord, en[3]
c) het besluit in het Staatsblad is geplaatst.[4]
 
Wordt aan een van deze eisen niet voldaan, dan is het desbetreffende koninklijk besluit geen algemene maatregel van bestuur, maar een zogenaamd ‘klein koninklijk besluit’. Dit formele karakter van de amvb-aanduiding betekent dus dat een amvb niet altijd noodzakelijkerwijs een algemeen verbindend voorschrift bevat.[5] In beginsel is het mogelijk dat de regering bij amvb een beschikking vaststelt. En er zijn – in spiegelbeeld – ook kleine koninklijke besluiten die algemeen verbindend voorschriften bevatten, ook al is dit dan ongewenst (zie volgende paragraaf).[6]
 
Nu amvb’s ten opzichte van andere koninklijke besluiten een zwaardere procedure dienen te doorlopen, zal het in veel gevallen wel voor de hand liggen om algemeen verbindende voorschriften neer te leggen in amvb’s en beschikkingen in kleine koninklijke besluiten op te nemen. Verplicht is dat niet. De Aanwijzingen voor de regelgeving bepalen slechts dat algemeen verbindende voorschriften beter niet in kleine koninklijke besluiten, de zogenaamde kleine regelende koninklijke besluiten, worden neergelegd.[7]
 
Kleine koninklijke besluit zijn, naar hun definitie, al die koninklijke besluiten die niet voldoen aan de cumulatieve procedure-eisen die gesteld worden aan een algemene maatregel van bestuur. Van het kleine koninklijk besluit wordt door de regering veel gebruik gemaakt in het kader van bijvoorbeeld benoemingen.
 
Algemene maatregelen van bestuur en koninklijke besluiten zullen doorgaans op basis van een gedelegeerde bevoegdheid tot regelgeving tot stand komen. Al verzet de Grondwet zich naar de letter niet tegen algemene maatregelen van bestuur en koninklijke besluiten zonder strafbedreiging die niet in delegatie, maar zelfstandig door de regering worden vastgesteld, toch ‘wringen’ dergelijke zelfstandige algemene maatregelen van bestuur met het legaliteitsbeginsel. In nr. 6 van de inleiding op dit hoofdstuk gaven we dat reeds aan. Voor een verdere bespreking van dit vraagstuk verwijzen we daarnaar.
 

2. Voorschriften door straffen te handhaven

Artikel 89, tweede lid, Gw legt het negentiende-eeuwse Nederlandse legaliteitscom­promis vast zoals dat ontstond in de nasleep van het meergenoemde Meerenberg-arrest van 1879. In de paragrafen 2 en 6 van de inleiding van dit hoofdstuk kwam dit vraagstuk al eerder aan de orde. De huidige tekst is voornamelijk het resultaat van de grondwetswijziging van 1887 (zie ook het commentaar bij de inleiding van hoofdstuk 5 Gw). In essentie komt de bepaling van het tweede lid hierop neer dat een algemene maatregel van bestuur of een ander koninklijk besluit niet zelfstandig in zijn eigen sanctionering kan voorzien. Voor het bestraffen van de overtreding van voorschriften of het creëren van strafbare feiten in een amvb of ander koninklijk besluit  is altijd een (specifieke) basis in een wet vereist. Slechts de wetgever in formele zin is bevoegd de bij overtreding van voorschriften in een amvb of koninklijk besluit op te leggen straffen te bepalen. In de loop der jaren zijn we, op grond van de ontwikkelende jurisprudentie, ook voor andere vrijheidsbeperkende maatregelen dan straffen gaan vergen dat daarvoor een basis in een (democratische gelegitimeerde) wet in formele zin bestaat. Daardoor is de ruimte om via een zogenaamde zelfstandige algemene maatregel van bestuur op te treden – een ruimte die formeel door artikel 89, tweede lid, Gw wordt gelaten – erg klein geworden (zie hierover nader het algemene commentaar bij hoofdstuk 5, onder: zelfstandige algemene maatregel van bestuur) .
 

3. Bekendmaking en inwerkingtreding van algemene
    maatregelen van bestuur

Ook voor algemene maatregelen van bestuur (en andere vanwege het Rijk vastgestelde algemeen verbindende voorschriften)[8] geldt, dat zij net als wetten in formele zin, niet eerder in werking treden dan nadat zij zijn bekendgemaakt. De bekendmaking van algemene maatregelen van bestuur geschiedt door plaatsing in het Staatsblad,[9] die van andere koninklijke besluiten – voorzover ze algemeen verbindende voorschriften bevatten – en algemeen verbindende voorschriften vanwege het Rijk in de Staatscourant.[10] Koninklijke besluiten die geen algemeen verbindende voorschriften bevatten worden, voorzover ze vallen onder de Awb, bekendgemaakt op de wijze voorzien in artikel  3:42 van de Awb. Bij de bekendmaking en inwerkingtreding van algemene maatregelen van bestuur, regelende koninklijke besluiten en andere vanwege het Rijk vastgestelde algemeen verbindende voorschriften gelden mutatis mutandis dezelfde overwegingen en eisen die ook al bij de bespreking van de bekendmaking van wetten in formele zin aan de orde kwamen. Voor een verdere bespreking verwijzen wij dan ook naar het hier voorgaande commentaar bij artikel 88 Gw.
 

4. Andere vanwege het Rijk vastgestelde algemeen
    verbindende voorschrif­ten

In artikel 89, vierde lid, Gw komt zonder verdere aanduiding het begrip algemeen verbindend voorschrift voor. Met algemeen verbindend voorschrift wordt hier een wet in materiële zin bedoeld, dat wil zeggen een krachtens een regelgevende bevoegdheid genomen besluit, inhoudende een of meer algemene, naar buiten werkende regels.[11] Algemeen verbindende voorschriften kunnen, zoals we al hebben gezien, op het niveau van de centrale overheid, in de Grondwet, bij wet in formele zin, algemene maatregel van bestuur of zelfs bij een ‘klein’ koninklijk besluit worden vastgesteld, maar ook nog in andere vormen. Artikel 89, vierde lid, Gw. duidt die andere vormen (dan Grondwet, formele wet, amvb of klein koninklijk besluit) aan met ‘andere vanwege het Rijk vastgestelde algemeen verbindende voorschriften’. Bij deze ‘andere vanwege het Rijk vastgestelde voorschriften’ gaat het bijvoorbeeld om algemeen verbindende voorschriften die bij ministeriële regeling worden vastgesteld. Voor deze algemeen verbindende voorschriften die worden vastgesteld op het niveau van de centrale overheid (het Rijk) gelden dezelfde eisen als voor algemene maatregelen van bestuur en koninklijke besluiten. Ook hier kan alleen de wet in beginsel de opgelegde straffen bepalen (artikel 89, tweede lid, Gw), ook deze algemeen verbindende voorschriften kunnen niet in werking treden voordat ze zijn bekendgemaakt (artikel 89, derde lid, Gw) en ze dienen eveneens volgens de voorschriften van de Bekendmakingswet te worden bekendgemaakt.
 

5. Literatuur

- Munneke, S.A.J., Hoofdstuk 3 Hiërarchie van regelingen, in: S.E. Zijlstra (red.), Wetgeven; handboek voor de centrale en decentrale overheid. Kluwer: Deventer 2012.
 

6. Historische versies

Eerste lid:
Art. 56, eerste lid, Gw 1887: Door den Koning worden algemeene maatregelen van bestuur vastgesteld (art. 55, eerste lid, Gw 1922; art. 57, eerste lid, Gw 1938).
 
Tweede lid:
Art. 56, tweede en derde lid, Gw 1887: Bepalingen, door straffen te handhaven, worden in die maatregelen niet gemaakt, dan krachtens de wet.
De wet regelt de op te leggen straffen (art. 55, tweede en derde lid, Gw 1922; art. 57, tweede en derde lid, Gw 1938).
 
Derde lid:
 Art. 47 Gw 1814: De Souvereine Vorst kondigt de wetten af bij het volgende formulier:
'Wij enz.
'Souvereine Vorst der Vereenigde Nederlanden, den Raad van State gehoord, aan alle de genen, die deze zullen zien of hooren lezen, Salut: doen te weten:
'Alzoo Wij in overweging genomen hebben, dat enz'.
Hier de beweegredenen in te lasschen.
'Zoo is het dat Wij, met gemeen overleg van de Staten Generaal dezer landen, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze.
'Dat enz.'
De inhoud der wet.
'Gegeven enz.'
Art. 120 Gw 1815: De wijze van afkondiging der wetten, en de tijd wanneer zij verbindende zijn, worden door de wet geregeld.
Het formulier van afkondiging is het volgende:
'Wij, enz. ... Koning der Nederlanden, enz. . .
allen, die deze zullen zien of hooren lezen, salut! doen te weten.
'Alzoo Wij in overweging genomen hebben, dat enz. (De beweegredenen der wet).
'Zoo is het dat Wij den Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten‑Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze, enz.
(De inhoud der Wet).
'Gegeven', enz. (art. 121 Gw 1840; art. 116 Gw 1848).
Art. 117 Gw 1848: Ten aanzien der algemeene maatregelen van inwendig bestuur van den Staat, bepaalt de wet insgelijks de wijze van afkondiging en het tijdstip, waarna zij zullen werken.
Art. 72, eerste lid, Gw 1887: De wijze van afkondiging (...) der algemeene maatregelen van bestuur en het tijdstip waarop zij aanvangen verbindende te zijn, worden door de wet geregeld (art. 74, eerste lid, Gw 1938; art. 81, eerste lid, Gw 1953).
 
Vierde lid:
Geen historie.
  

Noten

  1. Zie S.A.J. Munneke, Hoofdstuk 3 Hiërarchie van regelingen, in: S.E. Zijlstra (red.), Wetgeven; handboek voor de centrale en decentrale overheid. Kluwer: Deventer 2012, p. 61.
  2. Zie artikel 4, tweede lid, onder a, Reglement van orde voor de Ministerraad.
  3. Zie artikel 73 Gw.
  4. Zie artikel 3 Bekendmakingswet.
  5. Munneke noemt het voorbeeld van artikel 9 van de Waterschapswet. Dat artikel maakt het mogelijk dat bij algemene maatregel van bestuur een waterschap wordt opgeheven of ingesteld. Munneke 2012, p. 61.
  6. Een beroemd geval was dat van het koninklijk besluit over het tehuis voor oud-militairen Bronbeek dat aanleiding gaf tot de uitspraak van de Afdeling Rechtspraak van de Raad van State van 26 januari 1984, AAe 1985, p. 633 e.v. m.nt. E.M.H. Hirsch Ballin.
  7. Zie de toelichting bij aanwijzing 20.
  8. Zie artikel 89, vierde lid, Gw.
  9. Zie artikel 3 Bekendmakingswet.
  10. Zie artikel4 Bekendmakingswet.
  11. Zie nr. 4 van de Inleiding bij dit hoofdstuk.

 

  • Citeer
    Citeer suggestie
    W.J.M. Voermans, Commentaar op artikel 89 van de Grondwet, in: E.M.H. Hirsch Ballin en G. Leenknegt (red.), Artikelsgewijs commentaar op de Grondwet, webeditie 2020 (www.Nederlandrechtsstaat.nl).
  • Deel
  • PDF
  • Terug
MEER OVER DIT ONDERWERP
THEMA IN HET KORT
ACHTER-GRONDEN
Reageer!
Thema in het kort

Algemene maatregel van bestuur

Algemene maatregelen van bestuur (amvb’s) zijn koninklijke besluiten – besluiten van de regering – waarover de ministerraad heeft besloten, waarover de Raad van State advies heeft uitgebracht en die in het Staatsblad zijn gepubliceerd. Amvb’s komen bijna altijd tot stand in opdracht van de wetgever, die de regering de bevoegdheid geeft nadere regels vast te stellen over een onderwerp dat alleen op hoofdlijnen in de wet is geregeld.
 
Gedurende een groot deel van de negentiende eeuw gebruikte de regering algemene maatregelen van bestuur ook om onderwerpen te regelen waarover de wetgever zich niet had uitgesproken. Sinds 1887 stelt de Grondwet in wat nu het tweede lid van artikel 89 is, een belangrijke beperking: strafbepalingen kan de regering alleen opnemen als de wet dat uitdrukkelijk mogelijk maakt.
 
Voor het overige bleven ‘zelfstandige algemene maatregelen van bestuur’ nog wel mogelijk, maar het rechtsstatelijke principe van de wetmatigheid van bestuur leidde ertoe dat daarvan steeds terughoudender gebruik werd gemaakt. In 1973 deed de Hoge Raad een uitspraak over de fluordering van drinkwater, die – zo bleek uit het arrest – niet op een algemene maatregel van bestuur zonder wettelijke grondslag kon worden gebaseerd. Sindsdien moet worden aangenomen dat zelfstandige maatregelen van bestuur die ingrijpen in de rechten en vrijheden van burgers, constitutioneel niet meer toelaatbaar zijn.
 
Verder biedt artikel 89 een waarborg die vergelijkbaar is met het bepaalde in artikel 88 Grondwet: de wetgever dient de publicatie van amvb’s en andere voorschriften te regelen, zodat iedereen van die voorschriften kennis kan nemen. Het toekennen van terugwerkende kracht is daarbij niet toegestaan.

Plaats Uw Reactie

*Verplicht invulveld straks zijn alleen uw naam en reactie zichtbaar.

Er kan enige tijd overheengan tot uw reactie zichtbaar is.

Reageer!

Algemene maatregel van bestuur

1 reactie

13.03.2019 | Javid Ebrahimi

Wordt het Meerenberg arrest niet beschouwd als zijnde een 'klassieke uitspraak'?

Klassieke uitspraken
Recente Recht- spraak
Politiek
Klassieke uitspraken

Algemene maatregel van bestuur

Over dit artikel zijn ons geen belangrijke en ‘klassieke’ rechterlijke uitspraken bekend.
Recente rechtspraak

Algemene maatregel van bestuur

Over dit artikel zijn ons geen recente rechterlijke uitspraken bekend.
Politiek

Algemene maatregel van bestuur

Video
Blogs
IN DE WERELD
Blogs

Algemene maatregel van bestuur

In de wereld

Algemene maatregel van bestuur