CATEGORIE
  • CATEGORIE
  • Adviesorganen
  • Burgerrechten
  • Decentralisatie
  • Eigendom
  • Gelijkheid
  • Godsdienst en levensovertuiging
  • Grondwetsherziening
  • Internationale rechtsorde
  • Privacy
  • Rechtspleging
  • Rechtspraak
  • Regering, Koning
  • Sociale rechtsstaat
  • Staten-Generaal
  • Uitingsrechten
  • Wetgeving en bestuur
AUTEUR
  • AUTEUR
  • M. Adams
  • B.C. van Beers
  • A.A.L. Beers & K.T. Meijer
  • A.A.L. Beers & J.C.A. de Poorter
  • S.C. van Bijsterveld & B.P. Vermeulen
  • G. Boogaard
  • G. Boogaard & J. Uzman
  • S.S. Buisman & S.B.G. Kierkels
  • S. Daniëls
  • J.W.A. Fleuren
  • F. Fleurke
  • J.L.M. Gribnau & M.R.T Pauwels
  • M.M. Groothuis
  • E.M.H. Hirsch Ballin
  • H.G. Hoogers
  • M. Houwerzijl & N. Zekic
  • M. Houwerzijl & F. Vlemminx
  • P. Jacobs
  • N.M.C.P. Jägers & J.P. Loof
  • E.J. Janse de Jonge
  • S. Jellinghaus & E. Huisman
  • J. Kiewiet & G.F.M. van der Tang †
  • T. Kooijmans en J. van der Ham
  • E.J. Koops
  • G. Leenknegt
  • K.T. Meijer
  • D. Mentink, B.P. Vermeulen & P.J.J. Zoontjens
  • B.M.J. van der Meulen
  • F.C.M.A. Michiels
  • T. Peters
  • J.C.A. de Poorter
  • J.M. van Schooten, G. Leenknegt & M. Adams
  • G. van der Schyff
  • J. Uzman & G. Boogaard
  • J. Uzman
  • B.P. Vermeulen
  • F.M.C. Vlemminx
  • F.M.C. Vlemminx & A.C.M. Meuwese
  • W.J.M. Voermans
  • B.W.N. de Waard
  • W. van der Woude
ARTIKEL
  • ARTIKEL
  • Artikel 1  Gelijke behandeling
  • Artikel 2  Nederlandschap en vreemdelingen
  • Artikel 3  Gelijke benoembaarheid
  • Artikel 4  Kiesrecht
  • Artikel 5  Petitierecht
  • Artikel 6  Vrijheid van godsdienst en levensovertuiging
  • Artikel 7  Vrijheid van meningsuiting
  • Artikel 8  Recht tot vereniging
  • Artikel 9  Recht tot vergadering en betoging
  • Artikel 10  Eerbiediging en bescherming persoonlijke levenssfeer
  • Artikel 11  Onaantastbaarheid van het lichaam
  • Artikel 12  Binnentreden woning
  • Artikel 13  Vertrouwelijke communicatie
  • Artikel 14  Onteigening
  • Artikel 15  Vrijheidsontneming
  • Artikel 16  Nulla poena
  • Artikel 17  Wettelijk toegekende rechter
  • Artikel 18  Rechtsbijstand
  • Artikel 19  Werkgelegenheid en arbeidskeuze
  • Artikel 20  Bestaanszekerheid
  • Artikel 21  Milieubescherming
  • Artikel 22  Volksgezondheid en woongelegenheid
  • Artikel 23  Onderwijs
  • Artikel 24  Koningschap
  • Artikel 25  Erfopvolging
  • Artikel 26  Status ongeboren kind Koning
  • Artikel 27  Afstand koningschap
  • Artikel 28  Afstand koningschap door huwelijk
  • Artikel 29  Uitsluiting troonopvolging
  • Artikel 30  Benoemde Koning
  • Artikel 31  Erfopvolging benoemde koning
  • Artikel 32  Inhuldiging Koning
  • Artikel 33  Koningschap en meerderjarigheid
  • Artikel 34  Ouderlijk gezag minderjarige Koning
  • Artikel 35  Buiten staat verklaring
  • Artikel 36  Tijdelijke neerlegging koninklijk gezag
  • Artikel 37  Uitoefening koninklijk gezag door regent
  • Artikel 38  Uitoefening koninklijk gezag door RvS
  • Artikel 39  Lidmaatschap koninklijk huis
  • Artikel 40  Uitkering koninklijk huis
  • Artikel 41  Inrichting huis Koning
  • Artikel 42  Ministeriële verantwoordelijkheid
  • Artikel 43  Regering en ministers
  • Artikel 44  Ministeries
  • Artikel 45  Ministerraad
  • Artikel 46  Staatssecretarissen
  • Artikel 47  Ondertekening en contraseign
  • Artikel 48  Ontslag en benoeming ministers
  • Artikel 49  Ambtseed minister en staatssecretaris
  • Artikel 50  Vertegenwoordiging
  • Artikel 51  Eerste en Tweede Kamer
  • Artikel 52  Zittingsduur
  • Artikel 53  Evenredige vertegenwoordiging
  • Artikel 54  Verkiezing Tweede Kamer
  • Artikel 55  Verkiezing Eerste Kamer
  • Artikel 56  Vereisten voor lidmaatschap
  • Artikel 57  Incompatibiliteiten
  • Artikel 57a  Zwangerschap en ziekte
  • Artikel 58  Geloofsbrieven
  • Artikel 59  Kiesrecht en verkiezingen
  • Artikel 60  Ambtsaanvaarding
  • Artikel 61  Voorzitter en griffier
  • Artikel 62  Verenigde vergadering
  • Artikel 63  Geldelijke voorzieningen
  • Artikel 64  Ontbinding Kamers
  • Artikel 65  Troonrede
  • Artikel 66  Openbaarheid vergaderingen
  • Artikel 67  Quorum
  • Artikel 68  Inlichtingenplicht bewindslieden
  • Artikel 69  Aanwezigheid bewindslieden
  • Artikel 70  Recht van enquête
  • Artikel 71  Parlementaire onschendbaarheid
  • Artikel 72  Reglement van orde
  • Artikel 73  Taak Raad van State
  • Artikel 74  Rechtspositie leden
  • Artikel 75  Inrichting, samenstelling, bevoegdheid Raad van State
  • Artikel 76  Algemene rekenkamer
  • Artikel 77  Rechtpositie leden rekenkamer
  • Artikel 78  Inrichting, samenstelling, bevoegdheid Rekenkamer
  • Artikel 78a  Nationale ombudsman
  • Artikel 79  Vaste colleges van advies
  • Artikel 80  Openbaarmaking advies
  • Artikel 81  Wetgevende macht
  • Artikel 82  Indienen wetsvoorstel
  • Artikel 83  Toezending wetsvoorstel TK
  • Artikel 84  Wijziging wetsvoorstel
  • Artikel 85  Toezending wetsvoorstel EK
  • Artikel 86  Intrekking wetsvoorstel
  • Artikel 87  Aanneming en bekrachtiging
  • Artikel 88  Bekendmaking en inwerkingtreding
  • Artikel 89  Algemene maatregel van bestuur
  • Artikel 90  Bevordering internationale rechtsorde
  • Artikel 91  Goedkeuring verdrag
  • Artikel 92  Bevoegdheden volkenrechtelijke organisaties
  • Artikel 93  Verbindende kracht verdrag
  • Artikel 94  Verdrag boven wet
  • Artikel 95  Bekendmaking verdrag
  • Artikel 96  Oorlogsverklaring
  • Artikel 97  Krijgsmacht
  • Artikel 98  Samenstelling krijgsmacht
  • Artikel 99  Gewetensbezwaren militaire dienst
  • Artikel 99a  Civiele verdediging
  • Artikel 100  Inlichtingen over krijgsmacht
  • Artikel 101  [vervallen]
  • Artikel 102  [vervallen]
  • Artikel 103  Uitzonderingstoestand
  • Artikel 104  Belastingheffing
  • Artikel 105  Recht van begroting
  • Artikel 106  Geldstelsel
  • Artikel 107  Codificatie
  • Artikel 108  [vervallen]
  • Artikel 109  Rechtspositie ambtenaren
  • Artikel 110  Openbaarheid van bestuur
  • Artikel 111  Ridderorden
  • Artikel 112  Civiele en administratieve rechtspraak
  • Artikel 113  Strafrechtspraak
  • Artikel 114  Doodstraf
  • Artikel 115  Administratief beroep
  • Artikel 116  Rechterlijke macht
  • Artikel 117  Rechtspositie leden rechterlijke macht
  • Artikel 118  Hoge Raad
  • Artikel 119  Ambtsmisdrijven
  • Artikel 120  Toetsingsverbod
  • Artikel 121  Openbaarheid terechtzittingen
  • Artikel 122  Gratie
  • Artikel 123  Instelling provincies en gemeenten
  • Artikel 124  Autonomie en medebewind
  • Artikel 125  Organen decentrale besturen
  • Artikel 126  Ambtsinstructie commissaris koning
  • Artikel 127  Vaststelling verordening
  • Artikel 128  Toekenning bevoegdheden
  • Artikel 129  Verkiezing vertegenwoordigend orgaan
  • Artikel 130  Kiesrecht gemeenteraad niet-Nederlanders
  • Artikel 131  Aanstelling burgemeester en commissaris Koning
  • Artikel 132  Inrichting, samenstelling, bevoegdheid decentrale besturen
  • Artikel 132a  Caribische openbare lichamen
  • Artikel 133  Waterschappen
  • Artikel 134  Publiekrechtelijke bedrijfsorganisatie
  • Artikel 135  Gemeenschappelijke regelingen
  • Artikel 136  Geschillen
  • Artikel 137  Grondwetswijziging
  • Artikel 138  Aanpassing niet gewijzigde bepalingen
  • Artikel 139  Bekendmaking en inwerkingtreding
  • Artikel 140  Handhaving bestaande regelgeving
  • Artikel 141  Bekendmaking herziene Grondwet
  • Artikel 142  Aanpassing Grondwet aan Statuut
  • Artikel IX - Berechting van misdrijven in oorlogstijd
  • Artikel XIX - Afkondigingsformulier
HOOFDSTUK
  • HOOFDSTUK
  • Hoofdstuk 1  Grondrechten
  • Hoofdstuk 2  Regering
  • Hoofdstuk 3  Staten-Generaal
  • Hoofdstuk 4  Adviesorganen
  • Hoofdstuk 5  Wetgeving en bestuur
  • Hoofdstuk 6  Rechtspraak
  • Hoofdstuk 7  Decentralisatie
  • Hoofdstuk 8  Herziening grondwet
  • Additionele artikelen

DE GRONDWET

Artikel 81 - Wetgevende macht

De vaststelling van wetten geschiedt door de regering en de Staten-Generaal gezamenlijk.

Artikel 82 - Indienen wetsvoorstel

  1. Voorstellen van wet kunnen worden ingediend door of vanwege de Koning en door de Tweede Kamer der Staten-Generaal.

  2. Voorstellen van wet waarvoor behandeling door de Staten-Generaal in verenigde vergadering is voorgeschreven, kunnen worden ingediend door of vanwege de Koning en, voor zover de betreffende artikelen van hoofdstuk 2 dit toelaten, door de verenigde vergadering.

  3. Voorstellen van wet, in te dienen door de Tweede Kamer onderscheidenlijk de verenigde vergadering, worden bij haar door een of meer leden aanhangig gemaakt.

Artikel 83 - Toezending wetsvoorstel TK

Voorstellen van wet, ingediend door of vanwege de Koning, worden gezonden aan de Tweede Kamer of, indien daarvoor behandeling door de Staten-Generaal in verenigde vergadering is voorgeschreven, aan deze vergadering.

Artikel 84 - Wijziging wetsvoorstel

  1. Zolang een voorstel van wet, ingediend door of vanwege de Koning, niet door de Tweede Kamer onderscheidenlijk de verenigde vergadering is aangenomen, kan het door haar, op voorstel van een of meer leden, en vanwege de regering worden gewijzigd.

  2. Zolang de Tweede Kamer onderscheidenlijk de verenigde vergadering een door haar in te dienen voorstel van wet niet heeft aangenomen, kan het door haar, op voorstel van een of meer leden, en door het lid of de leden door wie het aanhangig is gemaakt, worden gewijzigd.

Artikel 85 - Toezending wetsvoorstel EK

Zodra de Tweede Kamer een voorstel van wet heeft aangenomen of tot indiening van een voorstel heeft besloten, zendt zij het aan de Eerste Kamer, die het voorstel overweegt zoals het door de Tweede Kamer aan haar is gezonden. De Tweede Kamer kan een of meer van haar leden opdragen een door haar ingediend voorstel in de Eerste Kamer te verdedigen.

Artikel 86 - Intrekking wetsvoorstel

  1. Zolang een voorstel van wet niet door de Staten-Generaal is aangenomen, kan het door of vanwege de indiener worden ingetrokken.

  2. Zolang de Tweede Kamer onderscheidenlijk de verenigde vergadering een door haar in te dienen voorstel van wet niet heeft aangenomen, kan het door het lid of de leden door wie het aanhangig is gemaakt, worden ingetrokken.

Artikel 87 - Aanneming en bekrachtiging

  1. Een voorstel wordt wet, zodra het door de Staten-Generaal is aangenomen en door de Koning is bekrachtigd.

  2. De Koning en de Staten-Generaal geven elkaar kennis van hun besluit omtrent enig voorstel van wet.

Artikel 88 - Bekendmaking en inwerkingtreding

De wet regelt de bekendmaking en de inwerkingtreding van de wetten. Zij treden niet in werking voordat zij zijn bekendgemaakt.

Artikel 89 - Algemene maatregel van bestuur

  1. Algemene maatregelen van bestuur worden bij koninklijk besluit vastgesteld.

  2. Voorschriften, door straffen te handhaven, worden daarin alleen gegeven krachtens de wet. De wet bepaalt de op te leggen straffen.

  3. De wet regelt de bekendmaking en de inwerkingtreding van de algemene maatregelen van bestuur. Zij treden niet in werking voordat zij zijn bekendgemaakt.

  4. Het tweede en derde lid zijn van overeenkomstige toepassing op andere vanwege het Rijk vastgestelde algemeen verbindende voorschriften.

Artikel 104 - Belastingheffing

Belastingen van het Rijk worden geheven uit kracht van een wet. Andere heffingen van het Rijk worden bij de wet geregeld.

Artikel 105 - Recht van begroting

  1. De begroting van de ontvangsten en de uitgaven van het Rijk wordt bij de wet vastgesteld.

  2. Jaarlijks worden voorstellen van algemene begrotingswetten door of vanwege de Koning ingediend op het in artikel 65 bedoelde tijdstip.

  3. De verantwoording van de ontvangsten en de uitgaven van het Rijk wordt aan de Staten-Generaal gedaan overeenkomstig de bepalingen van de wet. De door de Algemene Rekenkamer goedgekeurde rekening wordt aan de Staten-Generaal overgelegd.

  4. De wet stelt regels omtrent het beheer van de financiën van het Rijk.

Artikel 106 - Geldstelsel

De wet regelt het geldstelsel.

Artikel 107 - Codificatie

  1. De wet regelt het burgerlijk recht, het strafrecht en het burgerlijk en strafprocesrecht in algemene wetboeken, behoudens de bevoegdheid tot regeling van bepaalde onderwerpen in afzonderlijke wetten.

  2. De wet stelt algemene regels van bestuursrecht vast.

Artikel 109 - Rechtspositie ambtenaren

De wet regelt de rechtspositie van de ambtenaren. Zij stelt tevens regels omtrent hun bescherming bij de arbeid en omtrent medezeggenschap.

 

Artikel 110 - Openbaarheid van bestuur

De overheid betracht bij de uitvoering van haar taak openbaarheid volgens regels bij de wet te stellen.

 

Artikel 111 - Ridderorden

Ridderorden worden bij de wet ingesteld.

WETENSCHAPPELIJK COMMENTAAR

W.J.M. Voermans

ARTIKEL 84 - Wijziging wetsvoorstel

INHOUD
  1. Het recht van amendement
  2. Wijziging van een regeringsvoorstel door de tweede kamer
  3. Wijziging van een regeringsvoorstel door de regering
  4. Wijziging van initiatiefvoorstellen van de Tweede kamer of de verenigde vergadering
  5. Literatuur                                   
  6. Historische versies
 


Editie december 2015
 

1. Het recht van amendement

Sinds 1848 heeft de Tweede Kamer het recht om wijzigingen (amendementen) aan te brengen in een voorstel van wet afkomstig van de regering. Dit recht van amendement heeft er mede toe bijgedragen dat de Tweede Kamer zich heeft kunnen ontwikkelen tot de politiek belangrijkste kamer van de beide Kamers van de Staten-Generaal. De Eerste Kamer heeft namelijk niet het recht van amendement. Het recht van amendement dat de Tweede Kamer heeft, geldt alleen ten aanzien van wetsvoorstellen. Op andere aangelegenheden die aan de Tweede Kamer ter goedkeuring worden voorgelegd – zoals een verdrag of het aangaan van een huwelijk door de Koning – , is het recht van amendement niet van toepassing.[1] Ook voorstellen tot herziening van de Grondwet in tweede lezing kunnen niet worden geamendeerd (zie artikel 137 Grondwet).
 

2. Wijziging van een regeringsvoorstel door de Tweede Kamer

Ieder Kamerlid heeft het recht amendementen in te dienen. Dat kan eigenlijk gedurende  de gehele periode waarin een wetsvoorstel door de Tweede Kamer wordt behandeld. Vanaf het moment dat een wetsvoorstel in handen van een commissie van de Kamer wordt gesteld tot aan het moment dat het voorstel wordt aangeno­men of verworpen, kunnen de leden voorstellen voor amendementen indienen.[2] Op dat moment moeten ze, zo zegt het Reglement van Orde van de Tweede Kamer, ‘met de meeste spoed vermenigvuldigd en rondgedeeld.’ De meeste amendementen plegen te worden aangeboden kort voor de plenaire behandeling. De reden voor die late indiening kan zijn dat de Kamerleden, na het voorbereidende commissieonderzoek, eerst nog het akkoord willen van hun fractie over een mogelijk amendement. Ook wordt meestal pas na de schriftelijke voorbereiding in de commissie duidelijk hoe de politieke vlag er voor hangt en wat de werkelijke slagingskansen voor een amendement zijn. Strategisch wachten kan lonen. Een late indiening van amendementen (de zogenaamde ‘amendementen van het laatste uur’) komt de wetstechnische kwaliteit van amendementen meestal niet ten goede.[3] Dat wil niet zeggen dat amendementen per se tot een mindere kwaliteit van het voorstel leiden.[4]
 
Voor Kamerleden is het indienen en aangenomen krijgen van een amendement aantrekkelijk: het combineert persoonlijk en partijpolitiek succes. Naast moties en Kamervragen, als manieren om het regeringsbeleid te beïnvloeden, vormen amendementen populaire instrumenten in de ambachtelijke gereedschapskist van een Kamerlid. Het is wel een bewerkelijk instrument: amendementen moeten vaak delen in het technisch-juridisch complexe karakter van de wetsvoorstellen die ze beogen te wijzigen. Hiervoor kunnen Kamerleden een beroep doen op het Bureau Wetgeving, een onderdeel van de griffie van de Tweede Kamer. Dat bureau heeft echter een beperkte capaciteit en moet af daarom af en toe een beroep doen (tenminste als het Kamerlid dat het amendement voorstelt of wil voorstellen daarmee akkoord gaat) op de wetgevingsjurist van een ministerie waarbinnen het wetsvoorstel werd voorbereid. De oorspronkelijke auteur wordt dan gevraagd mee te werken aan een wijziging van het voorstel. Afgesproken is dat de departementen zoveel mogelijk ambtelijke bijstand verlenen aan een amendement, maar het kan ambtenaren natuurlijk in een lastig parket brengen – die zal in ieder geval zijn staatssecretaris of minister op de hoogte moeten stellen van de (vraag naar)  ambtelijke bijstand.
 
Borman heeft op basis van de jaarcijfers van de Tweede Kamer in 2012 berekend dat er in de periode 2007-2011 jaarlijks tussen de 300 en 600 amendementen worden ingediend: gemiddeld twee á drie per wetsvoorstel.[5] Lukt het om zo’n amendement aangenomen te krijgen, dan is dat natuurlijk een tastbaar bewijs van politiek succes en geslaagd medewetgeven: ‘het is dit lid/deze leden/deze fractie gelukt de wet aan te passen.’ Als kers op de taart worden de indienende Kamerleden met name genoemd in het stuk als de indieners. De succeskansen zijn ook niet erg slecht. Borman berekende dat voor de periode 2007-2011 de verhouding tussen het aantal aangenomen amendementen en het aantal verworpen amendementen 2:3 was.[6]
 
Het Reglement van Orde van de Tweede Kamer stelt grenzen aan de inhoud van een amendement. Amendementen zijn ontoelaatbaar indien ze een strekking hebben die tegengesteld is aan die van het wetsvoorstel of indien er tussen de materie van het wetsvoorstel en die van het amendement geen rechtstreeks verband bestaat.[7] De beslissing over de vraag of een amendement ontoelaatbaar is, is aan de Kamer zelf. Naast gewone amendementen is het ook mogelijk subamendementen in te dienen, dat wil zeggen voorstellen tot wijziging van een reeds ingediend amendement.
 
Amendementen worden voorzien van een korte toelichting ingediend bij het Bureau Wetgeving van de Kamer. De plenaire behandeling van amendementen vindt plaats bij de algemene beraadslaging over het wetsvoorstel of bij een eventueel daarop volgende artikelsgewijze behandeling. Bij de stemming komen eerst een subamendement, dan een amendement op een artikel, vervolgens het artikel en tenslotte, na de artikelen en de beweegreden, het wetsvoorstel in zijn geheel aan de orde. Ingevolge artikel 100 RvO II kunnen amendementen ook zonder verdere beraadslaging worden ‘overgenomen’. Dat zal zo zijn indien de verantwoor­delijke minister te kennen geeft zich met het amendement te kunnen verenigen en indien de Voorzitter van de Tweede Kamer vast stelt dat geen van de aanwezige leden zich tegen overname van het amendement verzet. Een overgenomen amendement gaat deel uitmaken van het wetsvoorstel zelf.
 
Omdat wetgeving een zaak is van regering en Staten-Generaal gezamenlijk, is het van belang dat ook de regering, bij monde van een of meer bewindslieden die het wetsvoorstel mede hebben ingediend, akkoord kan gaan met de amendementen. Formeel kent de regering de mogelijkheid om, indien ze niet akkoord kan gaan met aangebrachte amendementen, na de behandeling van het voorstel in beide Kamers van de Staten-Generaal te weigeren het aangenomen voorstel te bekrachtigen (artikel 87 Grondwet). Meestal zal de voor een wetsvoorstel verantwoordelijke minister of staatssecretaris eerder reageren op hem of haar onwelgevallige amendementen. Een minister of staatssecretaris kan in geval van amendering die hij niet kan billijken, de aanneming van een amendement ontraden, een amendement ‘onaanvaardbaar’ verklaren of het wetsvoorstel intrekken. Een onaanvaardbaarverklaring is een zwaar middel waarmee een bewindspersoon zijn lot in politieke zin op spel zet. Wordt een dergelijk amende­ment toch aangenomen, dan is dat een vertrouwensbreuk tussen de meerderheid van het parlement die het amendement aannam en de betrokken bewindspersoon, of zelfs het gehele kabinet.
 
Ook wetsvoorstellen die moeten worden behandeld door de verenigde vergadering kunnen worden geamendeerd (door alle leden van de verenigde vergadering).
 

3. Wijziging van een regeringsvoorstel door de regering

Wetsvoorstellen kunnen gedurende hun behandeling in de Tweede Kamer ook steeds worden gewijzigd door de regering zelf. Dergelijke wijzigingen worden aangebracht bij nota van wijziging. Zulke wijzigingsvoorstellen kunnen door ministers of staatssecretarissen zelf namens de regering worden ingediend.  Aanbieding via koninklijke boodschap is bij nota’s van wijziging dus niet nodig.
 
Het is ook mogelijk dat de regering via een nota van wijziging een amendement van een lid van de Tweede Kamer overneemt. Daarvoor is dan wel de instemming van de Tweede Kamer vereist: formeel wordt een dergelijk overgenomen voorstel dan een voorstel van de regering zelf.
 
Ingrijpende wijzigingen van regeringszijde moeten worden voorgelegd aan de ministerraad en eventueel ook aan de Raad van State ter advies.
 

4 Wijziging van initiatiefvoorstellen van de Tweede Kamer of de verenigde vergadering

Ook ten aanzien van initiatiefvoorstellen kunnen amendementen worden ingediend door een of meer leden van de Tweede Kamer of de verenigde vergadering. Dat recht van wijziging van initiatiefvoorstellen is pas sinds 1983 in de Grondwet opgenomen. De regering kan in initiatiefvoorstellen geen wijzigingen aanbrengen.
 

5. Literatuur

- Borman, T.C., De wetgevingsprocedure bij de centrale overheid (hoofdstuk 7), in: Zijlstra, S.E. (red.), Wetgeven; handboek voor de centrale en decentrale overheid, Kluwer: Deventer 2012

6. Historische versies

Eerste lid:
Art. 107 Gw 1848: De Tweede Kamer heeft het regt wijzigingen in een voorstel des Konings te maken.
Art. 112 Gw 1887: De Tweede Kamer alsmede de vereenigde vergadering der Staten‑Generaal heeft het regt wijzigingen in een voorstel des Konings te maken (art. 113 Gw 1922; art. 115 Gw 1938; art. 122 Gw 1953).
 
Tweede lid:
Geen historie.
 

Noten

  1. Wel heeft de Tweede Kamer het recht om een goedkeuringsvoorstel te wijzigen.
  2. Zie artikel 96 RvO II.
  3. Zie T. Borman 2012, p. 316
  4. Idem.
  5. T. Borman 2012, p. 315.
  6. T. Borman 2012, p. 316.
  7. Zie artikel 97 RvO II.

 

  • Citeer
    Citeer suggestie
    W.J.M. Voermans, Commentaar op artikel 84 van de Grondwet, in: E.M.H. Hirsch Ballin en G. Leenknegt (red.), Artikelsgewijs commentaar op de Grondwet, webeditie 2020 (www.Nederlandrechtsstaat.nl).
  • Deel
  • PDF
  • Terug
MEER OVER DIT ONDERWERP
THEMA IN HET KORT
ACHTER-GRONDEN
Reageer!
Thema in het kort

Wijziging wetsvoorstel

Wetsvoorstellen kunnen tijdens de behandeling in de Tweede Kamer worden gewijzigd. Wanneer het gaat om wetsvoorstellen die zijn ingediend door de regering, hebben de regering en de Tweede Kamer beide de mogelijkheid wijzigingen voor te stellen. Elk lid van de Tweede Kamer kan bij de behandeling van wetsvoorstellen amendementen voorstellen; bij de stemming over het wetsvoorstel worden de amendementen aangenomen die de steun van een kamermeerderheid krijgen. Ook de regering kan een door haar ingediend voorstel tijdens de behandeling nog wijzigen, bijvoorbeeld naar aanleiding van kritiek uit de Tweede Kamer.
 
Wanneer een of meer kamerleden een initatiefwetsvoorstel aanhanging hebben gemaakt, kan alleen de Tweede Kamer het amenderen. De regering is dan bij de behandeling van het voorstel immers alleen in een adviserende rol betrokken; pas na aanvaarding van het wetsvoorstel door de beide kamers wordt het aan de regering voorgelegd ter bekrachtiging en dan is amendering niet meer mogelijk.
 
Ook de verenigde vergadering heeft het recht van amendement. De Eerste Kamer kan wetsvoorstellen niet wijzigen (artikel 85 Grondwet).

Plaats Uw Reactie

*Verplicht invulveld straks zijn alleen uw naam en reactie zichtbaar.

Er kan enige tijd overheengan tot uw reactie zichtbaar is.

Reageer!

Wijziging wetsvoorstel

0 reacties
Klassieke uitspraken
Recente Recht- spraak
Politiek
Klassieke uitspraken

Wijziging wetsvoorstel

Over dit artikel zijn ons geen belangrijke en ‘klassieke’ rechterlijke uitspraken bekend.
Recente rechtspraak

Wijziging wetsvoorstel

Over dit artikel zijn ons geen recente rechterlijke uitspraken bekend.
Politiek

Wijziging wetsvoorstel

Video
Blogs
IN DE WERELD
Blogs

Wijziging wetsvoorstel

In de wereld

Wijziging wetsvoorstel