Terug naar overzicht

Gezocht: helden voor de rechtsstaat


Helden lijken relicten uit een ver en irrationeel verleden, die weinig uitstaan hebben met de moderne democratische rechtsstaat. Maar schijn bedriegt: onze rechtsstaat kan niet zonder helden. Op welk type held moeten kandidaat-helden zich vandaag oriënteren? En naar wie moeten wij als kiezers uitkijken?

Nolan raakt een snaar

Met The Odyssey slaagde Christopher Nolan in iets wat weinigen voor mogelijk hielden: miljoenen hedendaagse kijkers enthousiast maken voor een sandalendragende held uit de oudheid. Binnen een maand werd het zijn grootste kassucces ooit. Speelt hier alleen de magie van Nolan? Of hunkeren steeds meer mensen naar uitzonderlijke individuen die hen kunnen verlossen van de gesels van deze tijd?

Een held is een strijder, maar ook meer dan dat: een onnavolgbaar en verleidelijk individu dat dingen kan die niemand anders kan. Helden kunnen heiligen zijn, zoals Socrates of Cato, maar ook immorele gloriezoekers, zoals Achilles of Alcibiades. Wat telt, is niet dat ze deugdzaam of succesvol zijn, maar dat ze in de ogen van hun tijdgenoten tot iets groots en uitzonderlijks in staat zijn. Zo bieden helden een antwoord op de diepste angsten en verlangens van hun tijd. Ze leiden hartstochtelijke, compromisloze en aangrijpende levens. Duffe helden bestaan niet.

De rechtsstaat is de ultieme antiheld

De democratische rechtsstaat is daarvan het tegendeel: een complexe organisatie van onpersoonlijke ambten met juridisch welomschreven taken en bevoegdheden. Zij werft geen helden aan, maar vervangbare ambtsdragers, met handen en voeten gebonden aan bevoegdheidsregels, grondrechten en checks and balances. Ze is precies zo ingericht dat figuren met bovenmenselijke ambities, een Caesar of een Napoleon, er geen kans krijgen.

Juist om dat bewust onheroïsche karakter is de democratische rechtsstaat ons dierbaar. Met haar uitgekiende machtsspreiding en de betrokkenheid van burgers biedt zij een mate van vrijheid, geweldloosheid en politieke gelijkheid die haar gelijke niet kent. Wie er vergelijkend onderzoek naar welvaart, welzijn en vrijheid op naslaat, ziet dat zwart op wit terug. Het is goed toeven in de democratische rechtsstaat, ook in de Nederlandse.

De heldenhonger groeit

Maar feiten doen er weinig toe als mensen ze niet zo ervaren. En velen ervaren hun tijd als bedreigend, om goede redenen: een oorlogszuchtig Rusland en een verbrokkelende NAVO, klimaatverandering, artificiële intelligentie, de ontwrichtingen die met migratie gepaard gaan. Niet iedereen maakt zich zorgen over dezelfde dingen, maar weinigen liggen van geen enkele daarvan wakker. Mensen vrezen voor hun toekomst, en ze verliezen het geloof dat een door ruziënde partijen bestuurde rechtsstaat nog redding kan brengen. Zo wint het diepmenselijke verlangen naar een held die korte metten maakt met de catastrofes aan de horizon gestaag terrein.

Wat kan de rechtsstaat daartegen beginnen? Redelijke argumenten over grondrechten zijn niet opgewassen tegen die honger, zeker niet zolang de verdeelde politiek zoveel problemen onopgelost laat rondslingeren. De rechtsstaat moet vuur met vuur bestrijden: zij heeft haar eigen helden nodig. Van vlees en bloed, betoverend, tot grootse dingen in staat. En tot in de laatste vezel democratisch en rechtsstatelijk. Maar bestaat zoiets wel, democratisch heldendom?

Alleen de politiek biedt ruimte voor heldendom

In de meeste ambten van de rechtsstaat is voor heldendom weinig plaats. Van een rechter of een ambtenaar verwachten we geen grootse daden, maar bekwaam werk binnen de grenzen van de wet. Hun heldendom is dat van de laatste verdedigingslinie: de rug recht houden terwijl anderen meebuigen met een autocratisch geworden regime. De rechter die als enige blijft rechtspreken volgens de wet. De ambtenaar die de rechtsstaat blijft dienen terwijl zijn collega’s in stilte collaboreren. Dat is heroïsch, maar het wordt pas zichtbaar als het al te laat is.

Bij politieke ambten ligt dat anders. Wie wetten maakt in plaats van uitvoert, heeft een vrijheid en een invloed die geen rechter of ambtenaar kent. Politici kunnen de bevolking verleiden en overtuigen, coalities smeden en het land op een nieuwe weg zetten. Daar moet de rechtsstaat haar helden zoeken.

Grofweg dienen zich drie types aan.

Achilles dient alleen zichzelf

Achilles is de klassieke held bij uitstek: de beste, sterkste en dodelijkste strijder in het Griekse kamp in de oorlog tegen Troje. Als hij zijn duivels ontbindt, deinst het hele Trojaanse leger terug. Toch streeft hij boven alles één ding na: zijn eigen glorie. Wanneer opperkoning Agamemnon hem zijn oorlogsbuit afpakt, de slaafgemaakte Briseïs, vraagt hij verongelijkt aan zijn moeder Thetis om Zeus over te halen de Grieken nederlagen te bezorgen. Tot zijn vriend Patrokles sneuvelt, trekt hij zich mokkend terug uit de strijd. Zo kost de grootste strijder der Grieken zijn eigen kamp bijna de overwinning. Hoe dodelijk hij ook is, aan je zijde heb je hem toch liever niet.

Daarin staat Achilles in het pantheon der helden niet alleen. De flamboyante Atheense politicus Alcibiades bracht de democratie van zijn stad aan het wankelen, wisselde van kant en trok met de Spartanen tegen Athene op. En hoewel Achilles hemelsbreed verschilt van Donald Trump, in kracht en schoonheid, heldenmoed en doodsverachting, delen ook zij, vanuit de rechtsstaat bekeken, hetzelfde fatale gebrek: hun eigen glorie gaat voor op het algemeen belang. Trump wil zichzelf vereeuwigen in munten en triomfbogen; Achilles wilde zelf een onsterfelijk verhaal worden, en zijn naam leeft voort. Of zijn kameraden daar beter van werden, is een andere vraag. Dit type held kan de rechtsstaat niet redden. Het is zelfs precies de held tegen wie zij andere helden in stelling moet brengen.

Cato blijft zuiver, en verliest

Cato stelde zijn leven geheel ten dienste van de Romeinse republiek en streed tot het bittere einde tegen Caesars greep naar de macht. Caesar was bereid hem te sparen, maar Cato verkoos de dood boven een leven onder een tiran. De republiek viel evengoed. Cato is de heilige die zuiver blijft tot in de dood, maar politiek weinig bereikt. Het ontbrak hem aan wat Machiavelli zo mooi virtù noemt (niet te verwarren met deugd): de mengeling van sluwheid en daadkracht die elke succesvolle politicus kenmerkt. Figuren als Cato, Socrates en Jezus inspireren eeuwen later nog altijd en zijn in die zin onsterfelijk. Maar wie vandaag de rechtsstaat in stand wil houden, kan niet volstaan met een eervolle dood.

Op datzelfde punt kunnen de heiligen van vandaag, die ten koste van alles vasthouden aan when they go low, we go high, nog iets opsteken van Trump. Hij weet dat je eerst moet winnen, wil je nog iets anders bereiken. Ook de held van de rechtsstaat zal dus een winnaar moeten zijn: eerst een held van de (digitale) volksverleiding, dan een held die de grote problemen van zijn tijd democratisch weet op te lossen.

Odysseus wint, keert terug en herstelt de orde

Dat is precies de held die Nolan op het doek zette. Odysseus zoekt geen glorie zoals Achilles. Volgens de overlevering probeerde hij zelfs onder de Trojaanse oorlog uit te komen, om bij vrouw en kind te kunnen blijven. Toch bezorgt juist zijn list met het paard de Grieken de overwinning. Daarna wil hij nog maar één ding: thuiskomen in Ithaka en daar de goede orde herstellen. Odysseus is een echte held, onverschrokken en vindingrijk, maar zijn moed dient zijn thuiskomst en zijn land, niet zijn roem. Een heilige à la Cato is hij evenmin. Hij wil niet de zuiverste zijn, hij wil winnen: van de Trojanen, van de monsters onderweg, van de vrijers. Hij deinst er niet voor terug de 108 vrijers en de collaborerende dienstmeiden zonder vorm van proces te doden. Ithaka was natuurlijk geen rechtsstaat, maar schokkend blijft het. Van virtù is Odysseus in elk geval niet verstoken.

Odysseus heeft democratische opvolgers

De geschiedenis van de democratische rechtsstaat kent het type Odysseus wel degelijk. Charles de Gaulle weigerde in 1940 het collaborerende Vichyregime als legitiem te erkennen en bouwde vanuit Londen een verzetsbeweging met een eigen leger op. Zijn overtuiging dat alleen hij het ‘ware republikeinse Frankrijk’ vertegenwoordigde, had in die zomer nog iets potsierlijks: een eenzame generaal in ballingschap, met amper steun in binnen- of buitenland. Dat hij er onbuigzaam aan vasthield en Frankrijk mee bevrijdde, maakt hem tot een held van de democratische rechtsstaat. Net als Odysseus moest hij zijn land verlaten om er later de orde te herstellen. In 1958 keerde hij terug en stond hij aan de wieg van de Vijfde Republiek, die nu al bijna zeventig jaar standhoudt. Toen hij in 1969 een referendum verloor, hield hij niet vast aan de macht, maar stapte hij op.

Lyndon B. Johnson had minder grandeur, maar hoort toch tot hetzelfde type. Hij was een buitengewoon kundige dealmaker die er niet voor terugdeinsde zijn handen vuil te maken. Hij paaide, bewerkte en bedreigde zijn tegenstanders, en kon als geen ander meerderheden vormen. Zo kreeg hij de Civil Rights Act, de Voting Rights Act, Medicare en Medicaid door een Congres waarop de mensen van de moral high ground zich decennialang de tanden hadden stukgebeten. Ondanks zijn rampzalige Vietnambeleid bleef hij als president binnen de constitutionele orde.

Ook vandaag dienen zich kandidaten aan voor het type Odysseus. Mark Carney, centrale bankier zonder verkiezingservaring, won in 2025 de Canadese verkiezingen terwijl Trump zijn land bedreigde. Midden in een open handelsoorlog met de VS smeedt hij nieuwe bondgenootschappen en groeit steeds meer uit tot voortrekker van de democratieën die niet langer op Washington kunnen rekenen. Net over de grens veroverde Zohran Mamdani New York tegen een verpletterende financiële overmacht in, met een programma om de stad weer betaalbaar te maken. Niet gehinderd door een drang tot overdreven zuiverheid, zocht hij daarna steun waar hij die kon vinden, tot bij Trump toe, die hem kort daarvoor nog een communist had genoemd. Ook in Oost-Europa staan zulke politici op. Péter Magyar versloeg Orbán in april door ouderwets speechend van dorp naar dorp te trekken, en probeert nu met een tweederdemeerderheid de democratische rechtsstaat in ere te herstellen. In Moldavië won Maia Sandu in 2024 en 2025 tegen een massale Russische campagne van desinformatie en stemmenkoop in, en zet ze haar land met een felle anti-corruptiestrijd op koers naar de Europese Unie. Aan democratische gezindte en virtù ontbreekt het deze vier kandidaat-helden van de democratische rechtsstaat allerminst.

Nederland wacht nog op zijn Odysseus

Onze eigen geschiedenis kent alvast een halve held. Thorbecke schreef de ijzersterke Grondwet van 1848 grotendeels zelf, maar het was zijn aartsrivaal Donker Curtius die haar als minister van Justitie door een weerbarstige Staten-Generaal loodste, terwijl de koning de politiek minder beslagen Thorbecke buiten het kabinet hield. Thorbecke leverde de visie, Donker Curtius het politieke handwerk: meerderheden zoeken, onderhandelen, druk zetten waar het moest, toegeven waar het kon. Thorbecke had gelijk, maar alleen dankzij raspoliticus Donker Curtius kreeg hij het ook. Pas wie visie en politiek handwerk in één persoon verenigt, is een volwaardige held van de rechtsstaat. Thorbecke is de held die hulp kreeg.

Rutte bestuurde in een woelige tijd die zich zeker tot heldendom leende. Hij won verkiezing na verkiezing en loodste het land door crisis na crisis. Dat is geen kleine verdienste. Maar veel van de grote onderliggende problemen bleven liggen, en zo blijft hij toch vooral een politieke overlevingskunstenaar. Ook Odysseus was een overlever, maar hij deed meer: in Ithaka maakte hij een einde aan de wetteloosheid van de vrijers en herstelde hij de orde. Als antieke vorst had hij weliswaar meer macht dan een Nederlandse premier, maar ook binnen zijn eigen mogelijkheden deed Rutte te weinig. De Gaulle en LBJ bewijzen dat er meer mogelijk is. Wie niet verder komt dan overleven, laat de moeilijke vragen liggen voor zijn opvolgers. En die kunnen weleens van het type Achilles zijn.

Wilders bleek precies zo’n type. Verkiezingen winnen kan hij als de beste, maar toen zijn partij mocht regeren, wist hij macht en ideeën niet om te zetten in tastbaar beleid. Zijn minister van Asiel en Migratie wilde meteen een ‘asielcrisis’ uitroepen, om via het staatsnoodrecht van de Vreemdelingenwet grote delen van die wet buiten werking te stellen, zonder voorafgaande instemming van het parlement. En dat terwijl aan de wettelijke voorwaarde van buitengewone omstandigheden niet was voldaan. Een beproefde manier om de rechtsstaat uit te hollen: een noodtoestand uitroepen die er niet is. Toen het hem vervolgens niet snel genoeg ging, deed hij wat Achilles deed op zijn slechtste moment: hij trok zich gekrenkt terug uit de strijd en liet het kabinet vallen.

En Jetten? Hij won de verkiezingen na een door uiterst rechts gedomineerd kabinet met een campagne van hoop en verbinding, en vormde het eerste minderheidskabinet sinds de Tweede Wereldoorlog. Dat is minstens een begin. Als hij ook meerderheden vindt voor blijvende oplossingen voor bijvoorbeeld migratie, wonen en stikstof, én een politieke cultuur weet te installeren waarin minderheidskabinetten in de toekomst gewoon kunnen werken, mogen we hem tot de traditie van Odysseus rekenen.

De beste held maakt zichzelf overbodig

‘Ongelukkig het land dat helden nodig heeft’, liet Brecht aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog zijn Galilei zeggen. Hij had gelijk. Maar in ongelukkige tijden laat het verlangen naar helden zich niet zomaar wegpraten. De rechtsstaat doet er dus goed aan haar eigen helden te zoeken: geen sterke mannen en geen heiligen, maar politici die winnen, de grote vragen aanpakken met de middelen die de rechtsstaat hun biedt, en zo de orde herstellen. Odysseus heroverde Ithaka niet voor zichzelf alleen, maar ook voor zijn opvolger Telemachos en diens generatie. Naar zo’n held moeten we uitkijken: een held na wie we weer even zonder helden kunnen.

Over de auteurs

Dajo De Prins

Dajo De Prins is universitair docent staatsrecht aan de Universiteit Utrecht

Reacties

Andere blogs van Dajo De Prins
Zomerreeks 2026: Beminde en onbeminde wetsartikelen
#7: Wat ons ooit scheidde, en ons nu verbindt: de vrijheid van vereniging
Grijp die kans voor interne partijdemocratie