Gemeenteraadsverkiezingen 2026: een lokaal feest van de democratie?
Op 18 maart jl. vonden de gemeenteraadsverkiezingen plaats. De verkiezingen die misschien wel het meeste invloed hebben op de directe leefomgeving van burgers in Nederland. De verkiezingen waarbij niet alleen Nederlanders mogen stemmen, maar ook niet-Nederlandse EU-onderdanen en niet-EU-onderdanen die hier legaal meer dan vijf jaar zijn. Verkiezingen waarbij lokale lijsttrekkersdebatten plaatsvinden waar iedere inwoner makkelijk naartoe kan, en waar veel inwoners nog een of meerdere volksvertegenwoordigers kennen. De gemeentepolitiek staat dicht bij de bevolking, zo is althans de aanname. Een waar feest van de democratie dus. Al valt daar helaas wel wat op af te dingen. In deze nabeschouwing haal ik er enkele aspecten uit die vanuit democratisch oogpunt aandacht vragen.
De grote winnaars waren de lokale partijen, aldus de eerste berichten. Later moest dit bericht overigens genuanceerd worden, omdat men de lokale partijen die waren verdwenen niet had meegerekend. Dat vertekende het beeld enorm. Ook de conclusie dat de lokale partijen de grootste zijn geworden, doet wat vreemd aan, nu er een veelvoud aan lokale partijen is van links tot rechts. Als je ze als een groep wilt zien, dan moet je de landelijke partijen natuurlijk ook als groep zien en dan zijn het toch echt de landelijke partijen die ruimschoots gewonnen hebben. Maar goed, bij verkiezingen wint nagenoeg iedereen. Politici zijn meesters in het spinnen van een uitslag in hun eigen voordeel. De media doen daar blijkbaar op hun eigen manier graag aan mee.
Wie de verkiezingsuitslagen van de laatste jaren bekijkt, ziet wel degelijk dat lokale partijen aan een gestage opmars bezig zijn. Dat laat zien dat voor een deel van de mensen de verkiezingen om lokale thema’s draaien, hoewel dit zeker niet de enige reden is om op lokale partijen te stemmen. Deze partijen kunnen de lokale gevoelens beter onder woorden brengen omdat zij niet aan dogmatische uitgangspunten van landelijke partijen gebonden zijn, zo las ik her en der. Dat zal vast zo zijn, maar wat de verkiezingen vooral lieten zien is dat ook bij landelijke partijen er grote verschillen zijn. Deed een partij het in de ene gemeente heel goed, in de andere gemeente werd diezelfde partij genadeloos afgestraft. Bij de keuze voor landelijke partijen spelen lokale issues waarschijnlijk eveneens een rol. Maar ook het sentiment tegen bepaald landelijk beleid zal mee hebben gespeeld bij de lokale stemkeuzes. Een analyse die ik veelvuldig voorbij zag komen is dat vooral het anti-asielopvangsentiment een grote rol gespeeld heeft in veel gemeenten. De spreiding van opvangplaatsen over het land is een landelijke zaak, waarbij het gemeentebestuur slechts invulling kan geven aan de plek van opvang en niet gaat over de vraag of er opvang plaatsvindt. En zo spelen ook landelijke thema’s dus nadrukkelijk een rol bij gemeenteraadsverkiezingen. Dat zie je ook terug in landelijke media, vooral op televisie en radio. Landelijke kopstukken gaan daar met elkaar in debat, terwijl er niets op landelijk niveau wordt gekozen. En toch is dat van belang, omdat het zichtbaarheid geeft aan het feit dat er verkiezingen aankomen, hetgeen geen kwaad kan waar het de opkomst betreft. Wat dat betreft is de poging van de NOS om lokale partijen in een debat te krijgen ook mooi, al heeft het natuurlijk weinig zin om lijsttrekkers van verschillende gemeenten met elkaar te laten debatteren, omdat problemen per gemeente verschillen.
Dat brengt mij bij een volgend punt. De opkomst was met 53,7% iets hoger dan vier jaar geleden. Dat leidt ertoe dat onze kersverse premier samen met de Rotterdamse burgemeester gaat abseilen van de Euromast. Een leuke stunt, maar het verhult het feit dat de opkomst nog steeds dramatisch laag is. Rotterdam was wederom de gemeente met de laagste opkomst, niet echt iets om trots op te zijn weet ik als Helmonder. Wij hadden die “eer” in 2018. Nijmegen vierde een recordopkomst, zo kopte Trouw, maar met 58,4% kun je toch niet echt van een hoogtepunt spreken. Dat maakt ook dat de gemeenteraad formeel wel alle ingezetenen van de gemeente vertegenwoordigt, maar praktisch niet. Bijna de helft van de inwoners, en in 65 gemeenten zelfs meer dan de helft van de inwoners, wordt praktisch gezien niet vertegenwoordigd. Dat is kwalijk, omdat het doel van het publieke, politieke debat in een gemeenteraad nu juist is om tot een zorgvuldige weging van alle belangen te komen. Het idee is dat via verkiezingen alle geluiden uit de samenleving de volksvertegenwoordiging bereiken en daar doorwerken in het gevoerde beleid. Wees dus niet te snel tevreden met een procentpuntje meer opkomst, dat kan zelfs komen door mooi weer.
De langjarige trend is dat er een te lage opkomst is bij gemeenteraadsverkiezingen. Het spreiden van gemeenteraadsverkiezingen, zoals weleens voorgesteld wordt, zal daarbij niet helpen. De aandacht voor de verkiezingen zal dan nog beperkter zijn wat de opkomst vermoedelijk niet zal verbeteren. Ook het model waarbij tussentijdse raadsverkiezingen worden gehouden wanneer een college van burgemeester en wethouders valt – ik zag oud-minister Annemarie Jorritsma daarvoor pleiten – zal niet bijdragen aan een hogere opkomst. Te veel en vaak verkiezingen houden zal er alleen maar toe leiden dat nog meer mensen afhaken omdat de politiek nog minder voor elkaar krijgt (en het is nog duur ook). Je ziet dat landelijk ook gebeuren. Kabinetten vallen tegenwoordig vaker wel dan niet, hetgeen niet leidt tot het daadwerkelijk oplossen van grote problemen. Dat laatste leidt er dan weer toe dat mensen nog ontevredener raken en zo komen we in een vicieuze cirkel. Ook op lokaal niveau zie je dat soms al terug: door grote verschuivingen iedere vier jaar komen sommige gemeentebesturen alleen nog maar toe aan het maken van plannen en visies, maar tegen de tijd dat deze uitgevoerd moeten worden, wil de gemeenteraad alweer een andere kant op. Heel democratisch op zich, maar niet echt goed voor de effectiviteit en continuïteit van het gemeentebestuur en zeker niet voor de oplossingsgerichtheid bij grote problemen.
Maar met bovenstaande kanttekeningen bij het feest van de democratie zijn we er helaas nog niet. Dit jaar was er een nieuw dieptepunt. In de gemeente Gorinchem gaat een herverkiezing plaatsvinden omdat er mogelijk gefraudeerd is met volmachten. De gemeenteraad van Gorinchem besloot daartoe met 13 stemmen voor en 12 stemmen tegen. Een bijzondere situatie, maar niet geheel uniek. In 1962 was dit aan de orde in de gemeente Huissen. Op zich kun je stellen dat het systeem dus werkt en mogelijke fraude tijdig gesignaleerd wordt. Dat is goed nieuws, en democratisch-rechtsstatelijk gezien is het dan ook goed dat de gemeenteraad van Gorinchem heeft besloten tot een herverkiezing. In hun eigen woorden: ”We willen een zuiver mandaat”. Maar het is natuurlijk wel zorgwekkend dat dit überhaupt nodig is. Dat er dus krachten zijn die het democratische proces ondermijnen. Ondermijning is natuurlijk niet nieuw, maar we moeten wel nadenken of ons systeem met volmachten vanuit dat perspectief wel verstandig is. Nu ging het om één gemeente, maar wat als zich dit de komende jaren gaat doorontwikkelen naar vele gemeenten? Worden herstemmingen dan normaal? Of op z’n Amerikaans eindeloze hertellingen en rechtszaken over verkiezingsuitslagen? Dat moet voorkomen worden. Misschien moeten we de Duitsers volgen en stemvolmachten onmogelijk maken (§14 lid 4 BWahlG). Een grondrecht als het kiesrecht mag dan niet uitbesteed worden aan een ander. Nadeel daarbij is natuurlijk wel dat het de opkomst niet zal verhogen. Het vergt een zorgvuldige afweging.
Om toch met een positieve noot te eindigen. De gemeenteraadsverkiezingen genereren altijd weer veel aandacht van landelijke media, van kranten tot televisie en radio, om items te maken over gemeentepolitiek. Dat is goed voor de zichtbaarheid van de lokale politiek en de belangen die daar spelen. Om die reden heb ik in deze blog ook veel linkjes naar berichten in de media opgenomen. Het vergrootglas kan naar mijn mening niet vaak genoeg op de lokale politiek worden gezet, net als op de verhoudingen tussen lokale, provinciale en landelijke politiek. Het is te hopen dat de landelijke media wat vaker aandacht hebben voor de lokale politiek, en niet zoals vaak het verwijt is aan lokale politici, pas weer langskomen als er verkiezingen zijn. En wie denkt dat zijn/haar stem niet het verschil maakt: in Roermond moest zelfs geloot worden over een restzetel omdat het aantal stemmen gelijk was. En op verschillende plaatsen maakte één stem het verschil tussen wel of geen voorkeurszetel. Dat gebeurt nagenoeg alleen bij gemeenteraadsverkiezingen!
Reacties