19.08.2021

Ton Hol

TAGS
REAGEER!

BLOG

Klassiekers democratische rechtsstaat #18: Kafka


Een aantal jaren geleden gaf ik in Peking, samen met een collega, een seminar over rechtspraak en rechtsstaat. Een Nederlandse journalist wilde aan ons seminar aandacht besteden, maar vond wel dat we iets moeten zien van de ‘rechtsstaat’ van China. Op een dag nam hij ons mee naar de buurt van het gebouw van de Hoge Raad van China. Een tolk vergezelde ons. In de straten en stegen rond de Hoge Raad bivakkeerden mensen in hutjes van karton en golfplaten. Men sliep op een houten bankje of op de grond. We spraken met een oude vrouw. Zij was gescheiden en verstoten door haar familie. Berooid bleef ze achter. Zij vond dit onterecht en wilde haar recht halen. Tot op heden was dit op niets uitgelopen. Haar hoop was nu gevestigd op de Hoge Raad. Ze had meer dan duizend kilometer gelopen om vanuit haar dorp in Peking te geraken. Inmiddels wachtte ze al drie maanden om te worden toegelaten tot de raad. We konden het gesprek met de vrouw niet afmaken. De journalist kreeg door dat de politie was gealarmeerd. Wij moesten er snel van door. Niet dat hij bang was voor ons. We zouden waarschijnlijk mee moeten naar het bureau en dan na een verklaring weer worden vrijgelaten. Het ging om de Chinese tolk. Zijn vrijheid was in gevaar.

Toen we weer in de auto zaten op weg naar ons hotel dacht ik aan die beroemde parabel van Franz Kafka: Voor de wet. Een man wil worden toegelaten tot de wet. Om bij die wet te komen – ik stel me daarbij een paleis voor – moet men een poort door. Aangekomen bij de poort wordt de man tegengehouden door een wachter. Hij kan nog niet worden toegelaten. De jaren verstrijken en nog altijd wacht de man om te worden toegelaten. Op een dag, de man is inmiddels een grijsaard, nadert de dood. De wachter heeft dat in de gaten. Met zijn laatste krachten vraagt de man aan de wachter waarom er niemand anders bij de poort is gekomen. Iedereen wil toch toegang tot de wet. Dan brult de wachter tegen de stervende dat deze ingang er alleen voor hem was. Hij sluit de poort en vertrekt.

Deze parabel geeft aanleiding tot verschillende, diepzinnige interpretaties. Ik gebruik hem hier slechts als een aanknopingspunt om iets te zeggen over een probleem van onze rechtspraak: de toegang tot de wet, of beter, de toegang tot het recht.  Ik heb het vaak gehoord: mensen willen hun zaak aan de rechter voorleggen om de waarheid boven tafel te krijgen en hun recht te halen. En ja, binnen een rechtsstaat dient de poort open te staan voor eenieder die toegang tot de wet wil. In een rechtsstaat heerst immers de wet en niet het toeval of de willekeur. Men zou kunnen zeggen dat binnen onze rechtsstaat de poort wel openstaat en de wet in beginsel ook voor eenieder toegankelijk is. Er zijn echter bepaalde hindernissen, trappen, drempels, die maken dat voor velen de toegang uiterst wordt bemoeilijkt of zelfs onmogelijk wordt gemaakt. Griffierechten, eigen bijdragen rechtsbijstand, beperkte financiering van rechtsbijstand maken dat uiteindelijk rechtzoekenden op straat blijven staan, hun schouders ophalen en het opgeven hun recht te halen.

Dit brengt me bij een ander werk van Kafka. In de roman Het Proces, zijn bekendste werk, wordt K. op een kwade dag gearresteerd. Waarvan hij wordt beschuldigd blijft onduidelijk. Gaandeweg ontdekt de lezer dat alle personages waarmee K. verkeert – niet alleen de advocaat, ook de wasvrouwen - op een of andere wijze zijn verbonden met de rechtbank. Onduidelijk blijft het of er op enig moment een uitspraak komt. De kunstschilder Titorelli, ook behorend tot de rechtbank, adviseert hem te kiezen voor een strategie van ‘het op de lange baan schuiven’ van het proces. Vrijspraak is geen reële optie.

Wie ‘Het proces’ leest voelt aan wat het is om in een totalitaire staat te leven. Niets ontgaat de machthebbers, zonder dat ze zelf zichtbaar zijn, of blootgeven.  Als het gaat om het aanvoelen van de waarde van de rechtsstaat met zijn vrijheden en indamming van de macht kan Kafka’s roman niet vaak genoeg worden gelezen. Paradoxaler wijze sluiten K’s wederwaardigheden ook aan bij de ervaringen van de mensen die toegang zoeken tot de wet, maar die niet of moeizaam krijgen. Het lijkt een paradox: K kan zich niet onttrekken aan het proces, de man in de parabel krijgt daar geen toegang toe. Maar eigenlijk komt het op hetzelfde neer. Men zou kunnen spreken van de twee zijden van dezelfde medaille. Het komt erop neer dat de hoofdpersonen geen grip krijgen op wat in rechtelijke zin aan de orde is. Of men nu geen toegang krijgt, of dat men er niet vanaf komt: in beide gevallen overkomt het je en is men over geleverd aan toeval en willekeur. De rechtsstaat pretendeert echter waar het gaat om de onderlinge verhoudingen van burgers en de verhouding van burgers tegenover de staat willekeur en toeval uit te sluiten.

Welnu, de groep burgers die hiervoor in beeld kwam die een beperkte toegang heeft tot het recht is dezelfde die er zich vaak ook niet aan kan onttrekken. Het is een groep burgers waar veel van wat er in het leven kan misgaan bij elkaar komt. Men heeft geen werk, loopt schulden op, heeft problemen met huisvesting, lijdt onder relationele conflicten, krijgt te maken met justitiële vervolging. Het gaat vaak om mensen die minder taalvaardig zijn en daardoor moeilijk kunnen volgen wat de overheid en anderen van hen verlangen. Veel burgers geraken op deze manier in een situatie waarbij ‘vrijspraak’ niet aan de orde is. Hooguit is er de strategie van het op de lange baan schuiven van het proces.

De groep waarover het hier gaat is omvangrijk. Als we de rechtsstaat omschrijven als een staat waarbinnen mensen grip hebben op hun van rechte toekomstige positie in de samenleving dan is er nog altijd veel werk aan de winkel.  Mogelijk helpt het als de individuele mensen van wat hier wordt aangeduid als ‘groep’ in beeld komen bij beleidsmakers en politici en niet worden gereduceerd tot de abstractie van statische inschattingen.  De staatssecretaris verantwoordelijk voor de toeslagen heeft de laatste tijd veel gesprekken gevoerd met individuele burgers die gedupeerd zijn door het toeslagen stelsel. Het helpt haar zeker een beeld te krijgen van het proces waarin deze mensen terecht zijn gekomen. Kafka lezen versterkt daarbij wellicht de verbeeldingskracht.

OVER DE AUTEUR

Ton Hol is hoofd van de Utrecht School of Law en vice-decaan van de Rechtenfaculteit 

Reacties

Reageer!

Vul uw reactie hier in

* Verplicht invulveld straks zijn alleen uw naam en reactie zichtbaar, er kan enige tijd overheengaan tot uw reactie zichtbaar is.