10.12.2014

Tim van der Putten

1 reactie

TAGS
REAGEER!

BLOG

Recht op een eerlijk proces en recht op toegang tot de rechter

Wat betekent de invoering van het recht op een eerlijk proces in de Grondwet voor het daaraan verwante recht op toegang tot de rechter? In mijn column van 27 oktober heb ik het plan van de wetgever besproken om het recht op een eerlijk proces op te nemen in lid 1 van artikel 17 van de Grondwet. Het op dit moment in artikel 17 neergelegde ‘ius de non evocando’ schuift daarbij op naar lid 2. Dit ius de non evocando is een negatief geformuleerd recht op toegang tot de rechter. Het houdt in dat niemand weggehouden mag worden van een rechter die hem bij wet is toegekend.
 
Voormalig Nationaal Ombudsman Alex Brenninkmeijer heeft het recht op toegang tot de rechter ooit omschreven als ‘metagrondrecht’ omdat het vereist is voor de verwezenlijking van andere grondrechten.[i] Het huidige artikel 17 Grondwet vervult die rol slechts in beperkte mate. Het verbiedt bijvoorbeeld gedwongen arbitrage en het onvrijwillig uitsluiten van een wettelijk openstaande rechtsgang via een CAO.[ii] Wanneer er geen rechtsgang geregeld is in de wet biedt dit ius de non evocando echter geen soelaas. Systematisch gezien is het logisch dat het recht op een eerlijk proces gekoppeld wordt aan het ius de non evocando. Zonder toegang tot de rechter kan van een eerlijk proces immers geen sprake zijn.
 
Het Europese recht kent een uitgebreidere regeling van het recht op toegang tot de rechter in (o.a.) artikel 6 EVRM. Het ius de non evocando is als gezegd negatief geformuleerd, artikel 6 EVRM omvat een positief recht op toegang tot de rechter. Dat staat niet letterlijk in de bepaling zelf, maar volgt uit jurisprudentie van het EHRM. De eerste zaak waarin het Hof uitsprak dat artikel 6 EVRM het recht op toegang tot de rechter bevat is het Golder-arrest uit 1975. In de uitleg van het Hof betekent dit grondrecht niet alleen dat er een rechtsgang open moet staan, het stelt ook inhoudelijke eisen aan de regeling van een dergelijke rechtsgang. Zo moet er onder omstandigheden door de overheid gefinancierde rechtsbijstand beschikbaar zijn en mag het procesrecht niet dusdanig ingericht zijn dat het burgers ontzettend moeilijk of onmogelijk gemaakt wordt gebruik te maken van hun toegang tot de rechter. Ook de tenuitvoerlegging van vonnissen moet gewaarborgd zijn, het recht op toegang tot de rechter verdraagt het niet dat burgers zich aan tenuitvoerlegging kunnen onttrekken.
 
Voor Europese normen geldt dus een positief recht op toegang tot de rechter. De reikwijdte van artikel 6 EVRM is echter beperkt, niet al het nationale recht valt eronder. Eén van de argumenten voor de invoering van het recht op een eerlijk proces in de Grondwet is dat er hiaten bestaan in het huidige stelsel van rechtsbescherming.[iii] Volgens mij gaat dit argument ook op voor het recht op toegang tot de rechter. Ook de andere argumenten die aangehaald worden voor opneming van het recht op een eerlijk proces gelden voor het opnemen van een positief recht op toegang tot de rechter. Het ondersteunt de waarborgfunctie van de Grondwet, zorgt voor betere aansluiting bij Europese verdragen en het kan een positief effect hebben op het vertrouwen van de maatschappij in de rechtsstaat. Aangezien ook artikel 6 EVRM het recht op een eerlijk proces en het recht op toegang tot de rechter aan elkaar koppelt, is het logisch dat de Nederlandse Grondwet daarbij aansluit. Het lijkt mij dan echter een goed idee om ook op materieel vlak meer aan te sluiten bij de Europese bepaling.
 
Ik pleit ervoor dat een positief recht op toegang tot de rechter wordt opgenomen in lid 2 van artikel 17 Grondwet in de plaats van het huidige ius de non evocando. Zoals ik hierboven kort geschetst heb bestaan er wezenlijke verschillen tussen het huidige artikel 17 Grondwet en artikel 6 EVRM. Onder het motto ‘twee vliegen in één klap’ lijkt mij de invoering van het recht op een eerlijk proces in de Grondwet een perfecte gelegenheid om ook het recht op toegang tot de rechter aan te passen aan 6 EVRM.


[i]A.F.M. Brenninkmeijer ‘Ad rem of ad personem’, NJB 2005-1, p.12.
[iii]Concept memorie van toelichting, o.a. p. 3, raadpleegbaar via: http://www.internetconsultatie.nl/eerlijkproces.

GRONDWET ARTIKELEN

OVER DE AUTEUR

Tim van der Putten is masterstudent rechtsgeleerdheid en tevens Junior Onderzoeker aan Tilburg University.

Reacties

1 reactie

10.12.2014 | Eva
Couldn't agree more!

Reageer!

Vul uw reactie hier in

* Verplicht invulveld straks zijn alleen uw naam en reactie zichtbaar, er kan enige tijd overheengaan tot uw reactie zichtbaar is.