Terug naar overzicht

Europese Verklaring over Digitale Rechten en Beginselen voor het Digitale Decennium: een grondrechten-grabbelton?


Op 26 januari 2022 presenteerde de Europese Commissie een ‘grondwet’ voor het digitale tijdperk, aldus de Volkskrant. Wat de Commissie voorstelt is echter geenszins een Grondwet. De Verklaring over Digitale Rechten en Beginselen voor het Digitale Decennium (hierna: De Verklaring) bevat interessante uitgangspunten maar is in de kern een beleidsstuk met daarin een bonte, weinig coherente verzameling fundamentele rechten.

Het digitale decennium?
Het digitale decennium klinkt als iets uit de jaren negentig, maar ziet op 2020-2030. Een periode waarin Europa, zo verwacht de Commissie, een definitieve digitale transitie gaat doormaken. De Verklaring is onderdeel van het Beleidsprogramma 2030  “Traject naar het digitale decennium”. In maart 2021 communiceerde de Commissie het “Digitaal Kompas 2030” waarin zij haar visie, doelstellingen en trajecten voor een succesvolle digitale transformatie presenteerde. In september 2021 volgde een besluit van de Comissie met concrete digitale streefcijfers voor 2030 op vier terreinen: digitale vaardigheden, digitale infrastructuur, digitalisering van ondernemingen en digitalisering van overheidsdiensten. Daarmee heeft het beleidsprogramma vooral tot doel gemeenschappelijke acties van Europese lidstaten en grootschalige investeringen door het bedrijfsleven op digitaliseringsgebied aan te jagen. Het sluitstuk van dit programma is dan dit met nogal wat bombarie aangekondigde “plechtige interinstitutionele verklaring van de Europese Commissie, het Europees Parlement en de Raad” – een op het eerste gezicht vrij willekeurig gepresenteerde verzameling van Europese waarden, beginselen en fundamentele rechten, “voortbouwend op de ervaringen met de Europese pijler van sociale rechten en op recente initiatieven zoals de Verklaring van Lissabon —Een digitale democratie met een doel”.


Digitale grondwet, checklist, richtsnoer, toetsingskader?
Anders dan de Nederlandse regering rond 2000 meende met de inmiddels in de bureaula verdwenen Grondrechten in het Digitale tijdperk, ziet de Commissie geen noodzaak het Handvest aan te passen. Ze beroepen zich daarbij op het uit de jaren negentig bekende adagium wat offline geldt moet ook online gelden. Het doel van De Verklaring is volgens overweging 5 het uitleggen van de beleidsvoornemens op het terrein van de digitale transitie. Je zou verwachten dat dit al in de hierboven aanghaalde stukken zou zijn gedaan. Het herhalen van fundamentele rechten dient “als referentiepunt voor ondernemingen en andere relevante actoren als zij nieuwe technologiën ontwikkelen en uitrollen (..) [en] als richtsnoer voor beleidsmakers, als zij nadenken over hun visie op de digitale transformatie”.

Enkele opvallendheden uit de Verklaring
In zes hoofdstukken behandelt de Verklaring (digitale) rechten en vrijheden die worden verbonden met de beleidsdoelstellingen uit het Digitaal Kompas. De volgorde van het Handvest lijkt enigszins gevolgd, maar het stuk houdt die systematiek niet vast waardoor een schijnbaar willekeurige grabbelton van richtsnoeren en referentiepunten ontstaat.

Het eerste hoofdstuk introduceert het kernthema van de Verklaring: Het centraal stellen van de mens in de digitale transformatie, een lovenswaardig streven in onze door data en algoritmes gedreven samenleving. Zowel bedrijfsleven als overheden worden daarbij aangesproken: “een verantwoord en zorgvuldig optreden van alle publieke en particuliere digitale actoren te bevorderen om voor een veilige en beveiligde digitale omgeving te zorgen”. Met een beetje goede wil lezen we hierin artikel 1 van het Handvest terug: de bescherming en eerbiediging van de menselijke waardigheid.

Hoofdstuk 2 richt zich op Solidariteit en inclusie, waarbij vooral toegang tot (internet-)technologie voor alle burgers centraal staat. Ook treffen we hier de bekende ambiguïteit van de interne markt van de EU (fundamentele rechten en economische vooruitgang) aan: alle marktspelers moeten profiteren van de digitale transformatie en daarbij tegelijkertijd hun sociale verantwoordelijkheden nemen. Ga er maar aan staan. Verder moeten overheden tegen 2030 hun informatie ruim beschikbaar maken. Zou het er na tientallen jaren (Wob & ICT 2000) dan echt van komen?

Het derde hoofdstuk Keuzevrijheid ziet op algoritmen en artificiële intelligentie. Iedereen moet kunnen profiteren van AI, iedereen moet zijn eigen geïnformeerde keuze kunnen maken en iedereen moet tegelijkertijd beschermd worden tegen risico’s en schade. Drama’s als rond de cookieregulering, maar ook de recente toeslagenaffaire maken duidelijk hoe complex deze materie is.

Het vierde hoofdstuk, Deelname aan de digitale openbare ruimte, ziet op het belang van vrije meningsuiting, pluriforme en betrouwbare online communicatie, en de gevaren van desinformatie, intimidatie en censuur. Materie die overigens ook in de Digital Services Act (DSA) aan de orde komt. De DSA en Digital Market Act (DMA) zijn begin 2022 aangenomen door het Europese Parlement. Het is een poging van de EU om fundamentele rechten te versterken en de positie van de burger ten opzichte van (grote) platformen te verbeteren. Vanwege het fundemele karakter van deze wetgeving wordt die wel als Digital constitution of Europas Digitale Grundgesetz  gezien. Net als De Verklaring is echter ook dit geen Grondwet.

Het vijfde hoofdstuk Veiligheid, beveiliging en empowerment verwijst impliciet naar een keur aan Europese regelgeving: de AVG, de netwerk- en informatieveiligheid richtlijn, de EU-strategie inzake cyberbeveiliging voor het digitale tijdperk. Digitale producten en diensten moeten veilig zijn en ontworpen vanuit het privacy-by-design beginsel, lezen we. Dat is bijzonder, omdat de AVG juist expliciet afstand had genomen van de term ‘privacy’ en zoals het Handvest spreekt van bescherming van persoonsgegevens en data protection by design. Dan worden er wat algemeenheden uit de AVG herhaald die al aantoonbaar niet werken. Het is niet mogelijk mensen controle over hun gegevens te geven en te weten met wie ze gedeeld worden. Daar is de huidige informatiesamenleving veel te complex voor. Ook hier is het beter de normering op de bedrijven en overheden te richten, dan een soort controle aan de burger toe te bedelen.

De Verklaring wordt afgesloten met een hoofdstuk over Duurzaamheid. Alhoewel het niet met zoveel woorden wordt gezegd zou hiermee onder andere gedoeld kunnen worden op de milieu-effecten van bijvoorbeeld cryptomining waarop tegenwoordig steeds meer kritiek is te bespeuren.

Slot
Al met al lijkt de toegevoegde waarde van De Verklaring beperkt. Veel van wat er staat is te herleiden tot bestaande EU regelgeving. De wijze waarop de relatie wordt gelegd met rechten en vrijheden uit het Handvest is soms heel duidelijk dan weer impliciet maar in elk geval onsystematisch. Het zou jammer zijn wanneer deze Verklaring daarom niets meer blijkt te zijn dan een soort checklist, die ondernemingen of beleidsmakers dienen af te vinken bij nieuwe digitale projecten. Het is van belang om als overheid blijvend na te denken over de digitale toekomst van onze samenleving en in dat licht dient dit document een nobel doel. Mogelijk tillen de Raad en het Parlement het nog naar een hoger plan, voordat de gezamenlijke Verklaring komende zomer zal worden ondertekend.

* Een kortere versie van dit blog staat op Netkwesties.nl

Over de auteurs

Anne de Hingh

Dr. mr. Anne de Hingh is universitair docent Internetrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Arno R. Lodder

Prof. mr. Arno R. Lodder is hoogleraar Internet Governance and Regulation aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Reacties

Recente blogs
Prinsjesdag 2022: de crisis, de kosten en het wingewest
Bijzondere juristen
Lawrence M. Friedman: een (te?) vrolijke rechtswetenschapper
Zijn de Renaissancescholen van Thierry Baudet een blijvertje?