Terug naar overzicht

Ernstig, maar niet onverkiesbaar? Feiten en proportionaliteit in de zaak-Le Pen voor het Hof van beroep te Parijs


Opnieuw veroordeeld

Op dinsdag 7 juli oordeelde de kamer voor correctionele beroepen bij het Hof van beroep te Parijs in de zaak van “Marion dite Marine Le Pen” opnieuw over de feiten en de tenlastelegging van verduistering van overheidsmiddelen (en medeplichtigheid daarbij). Fragmenten kunnen geconsulteerd worden bij Le Monde. Een persbericht over de uitspraak en een synoptische tabel van de uitgesproken straffen per appellant werden door het Hof verspreid. In een lang en gemotiveerd arrest, dat aanvangt met een kwalificatie van de feiten als ‘zeer ernstig’, besliste het Hof van beroep om het RN-boegbeeld opnieuw te veroordelen voor het verduisteren van 2,8 miljoen euro ten nadele van het Europees Parlement, van 2004 tot 2026.

Marine Le Pen kreeg een boete van € 100 000 en drie jaar gevangenis, waarvan één jaar effectief, dat met een enkelband kan worden ondergaan. Bij de rechtstreekse verslaggeving op France Info werd al een tip van de sluier opgelicht toen de straf van Louis Aliot, burgemeester van Perpignan, bekend raakte: twee jaar onverkiesbaarheid (“privation du droit d’éligibilité”), maar… met uitstel (“intégralement assortis du sursis”). Aliot werd op 31 maart 2025 in eerste aanleg veroordeeld tot drie jaar onverkiesbaarheid zonder uitvoerbaarheid bij voorraad, wat betekende dat hij zijn mandaat kon behouden. Hij werd in maart 2026 met absolute meerderheid verkozen in de eerste ronde.

Toch niet onverkiesbaar

Het Hof maakte in beroep een andere afweging over de onverkiesbaarheid dan het Tribunal judiciaire in eerste aanleg, en ging daarmee in tegen de vordering van het Parket-Generaal. Het arrest doet de uitvoering bij voorraad van de straffen uit het vonnis uit eerste aanleg verdwijnen, en vermindert de duur van de straf van vijf jaar (60 maanden) tot 45 maanden, waarvan een derde effectief. De motivering hiervoor is de balans tussen het onterend en bestraffend karakter van de onverkiesbaarheid, enerzijds, en, anderzijds het recht van de kiezer om voor deze prominente politica te stemmen, die ook zelf een recht op verkiesbaarheid heeft (“droit d’éligibilité”). Het hof is duidelijk over het verwerpelijk karakter van de praktijken van het FN/RN, maar roept in dat de onverkiesbaarheid ten tijde van de feiten (tussen 2004 en 2016, vóór de verstrenging van de regels terzake) “niet verplicht” was (“non obligatoire”).

Het spreekt voor zich dat de woordvoerders van het RN zo snel mogelijk proberen om de feiten te relativeren, door onder andere te wijzen op de buitenvervolgingstelling van La France Insoumise, of op de veroordeling van sommige leden van de centristische partij MoDeM, maar de vrijspraak (in eerste aanleg) van haar leider, oud-Eerste Minister François Bayrou Bayrou verschijnt overigens wel nog vanaf september in de beroepsprocedure in deze zaak.

De ene proportionaliteitstoets is de andere niet

Hoewel de advocaat van de burgerlijke partij (het Europees Parlement) zijn tevredenheid kon uitspreken over de veroordeling, zijn het vooral de raadslieden van Marine Le Pen die op het cruciale punt van de onverkiesbaarheid het Hof lijken te hebben overtuigd. In eerste aanleg motiveerde het Tribunal judiciaire van Parijs de uitvoerbaarheid bij voorraad door de “trouble à l’ordre public” (het gevaar voor de openbare orde): Le Pen diende onmiddellijk te worden geweerd, en voor een lange duur, aangezien ze het door de rechtbank geviseerde gedrag hoogst waarschijnlijk zou herhalen. Het Hof van beroep koppelt nu dus andere consequenties aan dezelfde feiten.

Is dit een gevolg van een uitspraak van de Conseil Constitutionnel uit maart vorig jaar? In casu voerde een veroordeelde lokaal mandataris in een Question Prioritaire de Constitutionnalité (QPC) aan dat de wetgever niet kan raken aan het door de Déclaration des Droits de l’Homme et du Citoyen gegarandeerde recht om verkozen te worden. De Déclaration van 1789 behoort tot het bloc de constitutionnalité, waaraan de Conseil Constitutionnel de wet kan toetsen. In haar beslissing stelde de raad laconiek dat het aan de rechter is om te oordelen in welke mate de onverkiesbaarheid (in het toen voorliggende geval: het afzetten van een verkozene) al dan niet verenigbaar is met de “préservation de la liberté de l’électeur”.

Rechtsgrond voor cassatie

De raadslieden van Marine Le Pen zetten door met een voorziening in cassatie die de strafrechtelijke kwalificatie van de feiten ter discussie stelt. Is een lid van het Europees Parlement een “dépositaire de l’autorité publique”, of niet? Artikel 432-15 van de Code Pénal (zoals laatst gewijzigd in december 2020) geeft een opsomming die volgens de advocaten van Le Pen niet van toepassing zou zijn op hun cliënt (“personne dépositaire de l’autorité publique ou chargée d’une mission de service public, un comptable public, un dépositaire public ou l’un de ses subordonnés”). Het debat in cassatie (dat hoe dan ook niet over de feiten kan gaan) zal dus (volgens de verklaringen van de advocaten van Le Pen, die nog tot 18 juli hebben) niet worden gevoerd over de onverkiesbaarheid, maar over de materieelrechtelijke grond voor de veroordeling.

Een alternatieve verklaringsgrond voor de verschillende strafmaat kan zijn dat Marine Le Pen een andere strategie heeft gevolgd dan in eerste aanleg. Toen ontkende ze alles en ging ze hard in tegen de rechtbank, wat mee een argument is geweest bij de strenge straf. Haar raadslieden hebben een zachter, persuasiever pad gevolgd in beroep. De verdediging van Le Pen beklemtoont dat de voorziening in Cassatie betekent dat er geen definitieve en uitvoerbare beslissing is. Een dissidente these, onder andere verdedigd door Jean-Philippe Derosier (Université de Lille), stelt dat de uitvoerbaarheid bij voorraad van de beslissing uit eerste aanleg net zou herleven. De Procureur-Generaal bij het Hof van Cassatie, Rémi Heitz, nam op France Inter duidelijk afstand van deze creatieve interpretatie.

Gevolgen

RN en LFI op volle kracht naar april 2027

In eerste instantie wordt hiermee de race naar de presidentsverkiezingen in april en mei 2027 geraakt. Het RN versnelt onmiddellijk een al redelijk intensieve campagne, na maanden bijkomende aandacht voor Jordan Bardella, die nu als lid van een duo op een “ticket” met Le Pen wordt voorgesteld. Samen met LFI-kandidaat Jean-Luc Mélenchon (in 2022 goed voor 21,95% van de stemmen) gaan Le Pen (in 2022 23,15%) en Bardella op volle kracht door.

Tientallen kandidaten van rechts tot links moeten elkaar nog elimineren om tot de tweede ronde te kunnen geraken. Oud-president François Hollande zou willen wachten tot het laatste moment -december- om zich in de race te gooien. De verdeeldheid ter linkerzijde is klassiek, maar momenteel is die er ook ter rechterzijde, zij het met een licht voordeel voor oud-premier Edouard Philippe.

Het is mogelijk dat de uitspraak van het Hof van beroep leidt tot snellere terugtrekkingen, omdat de dreiging van een tweede ronde tussen Mélenchon en Le Pen reëel wordt. Zowel Le Pen als Mélenchon kiezen inzake de EU en het buitenlands beleid voor een radicale breuk. Eerder berichtten de Franse media over pogingen tot inmenging van de Amerikaanse ambassade (geleid door Charles Kushner) in het proces van Le Pen in beroep.

Geen uitvoerbaarheid bij voorraad, maar ook geen definitief oordeel?

Maar ook op procedureel vlak verandert dit de positie van de verdediging. Vanuit het perspectief van de verdediging is er alvast geen hoogdringendheid: de uitgesproken straffen zijn niet uitvoerbaar bij voorraad. De uitspraak in eerste aanleg rechtvaardigde dan weer wel een snellere behandeling in hoger beroep. Dit standpunt wordt alvast niet gevolgd door de Procureur-Generaal bij het Hof van Cassatie, die gisteren aankondigde dat het engagement van de Franse rechterlijke macht om uitsluitsel te brengen in deze zaak zowel geldt voor het Hof van beroep te Parijs als voor het Hof van Cassatie: voor de presidentsverkiezingen, die doorgaan op 18 april 2027, zal het duidelijk zijn of het arrest al dan niet wordt verbroken. Indien niet, zal Marine Le Pen zich moeten aanbieden bij de strafuitvoeringsrechter.

Indien Marine Le Pen verkozen zou worden op 2 mei 2027, denkt iedereen aan lid 2 van artikel 67 van de Grondwet, dat de President onttrekt aan vervolging, weliswaar met schorsing van de relevante verjaringstermijnen. Op die manier is Jacques Chirac (1995-2007) pas in december 2011 veroordeeld voor feiten van fictieve tewerkstelling die zich hebben afgespeeld tijdens zijn mandaat als burgemeester van Parijs tussen 1986 en 1996.

Verschillende stemmen relativeren in elk geval de impact van een enkelband, zoals bijvoorbeeld ook oud-president Sarkozy in de zaak-Azibert (de “affaire-Paul Bismuth”) die heeft gedragen: de juge d’exécution des peines kan de termijn verkorten. Ook uitzonderingen voor verplaatsingen en afspraken zijn mogelijk.

Is de milde rechter een goede rechter?

Wellicht heeft het Hof van beroep al deze elementen meegenomen in de collectieve afweging om een balans te zoeken tussen de vrijheid van de kiezer en het recht om verkozen te worden… en het bestraffen van het misbruiken van overheidsgelden. We lijken in elk geval ver van de context waarin de Loi Sapin-II in december 2016 werd aangenomen: precies om een eind te maken aan de affaires waarmee Franse politici – dikwijls pas na jarenlange procedures – om de haverklap het vertrouwen in de democratie aantastten, opteerde de wetgever voor een strenge straf als afschrikking.

Op de door burgers opgezette website “Casier Politique” kan de kiezer zich in elk geval informeren over de uitgesproken straffen en de incriminaties die zijn weerhouden voor 204 personen en 313 veroordelingen tussen 2000 en nu, van Jean-Noël Guérini (PS), Michel Mercier (MoDem), Patrick Balkany (LR), Julien Odoul (RN) tot Raphaël Arnault (LFI).

Over de auteurs

Frederik Dhondt

Professor rechtsgeschiedenis en Frankrijkkenner, verbonden aan de Vrije Universiteit te Brussel. In mei 2022 was hij houder van de OVR-wisselleerstoel aan de Vrije Universiteit Amsterdam

Reacties

Andere blogs van Frederik Dhondt
Vrijheid, gelijkheid en onverkiesbaarheid ? Le Pen’s veroordeling voor misbruik van (Europese) overheidsgelden
Verticaal het bord afvegen: over de Franse verkiezingen van 30 juni en 7 juli
“President Le Pen” ? Macht en tegenmacht