Terug naar overzicht

Digitalisering van het verkiezingsproces? Bij twijfel niet doen


De afgelopen Provinciale Statenverkiezingen waren de eerste waarbij kiezers in het buitenland konden stemmen voor het ‘kiescollege niet-ingezetenen’. De leden van dit kiescollege kiezen op hun beurt Eerste Kamerleden en waarborgen daarmee de invloed van Nederlanders in het buitenland op de samenstelling van de Eerste Kamer. De niet-ingezetenen zijn daarvoor aangewezen op de briefstem. Daarbij kan uiteraard het nodige misgaan. Zo kan de stem te laat aankomen om nog meegeteld te worden of, erger nog, onderweg kwijtraken – ook de buitenlandse posterijen zijn niet altijd even betrouwbaar. In dat kader is wel geopperd om buitenlandse kiezers niet langer per brief, maar digitaal te laten stemmen. De genoemde nadelen vallen daarmee weg, maar dat betekent nog niet dat digitaal stemmen een goed idee is.

Versoepelingen

De wetgever heeft het de in het buitenland verblijvende kiezer de afgelopen decennia steeds makkelijker gemaakt. In de jaren ’80 was hij nog van mening dat het kiesrecht niet moest toekomen aan Nederlanders zonder duidelijke band met Nederland. De enige manier die de wetgever vervolgens echter kon verzinnen om vast te stellen of van zo’n band sprake is, was het invoeren van een registratievereiste voor kiezers in het buitenland. Dit vereiste moest een drempel opwerpen voor kiezers die deze band niet voelden. Sinds 2017 heeft deze registratie een permanent karakter en hoeven kiezers zich dus niet iedere verkiezing opnieuw te registreren. Adreswijzigingen worden bovendien automatisch vanuit de Basisregistratie Personen in het kiezersregister doorgevoerd. Van een daadwerkelijke drempel is daarmee geen sprake meer. Ook is, per 1 januari 2023, de termijn versoepeld. Moesten stemmen uit het buitenland voorheen uiterlijk om 15:00 uur op de dag der stemmingen in Nederland ontvangen zijn, nu is die termijn verlengd tot 17:00 op de vijfde dag na de stemmingsdag. De kans dat stemmen te laat binnenkomen om nog meegeteld te kunnen worden, is daarmee geslonken.

Zo bezien zou men het feit dat de briefstem op papier moet worden uitgebracht kunnen zien als laatste knelpunt van de briefstemregeling. Het dienen van het gemak van de kiezer heeft echter een ondergrens, die wordt gevormd door de integriteit van het verkiezingsproces en het vertrouwen van de kiezer in een eerlijk verkiezingsverloop.

Integriteit van het verkiezingsproces

De mogelijkheid van digitaal stemmen zou, in het ergste geval, grootschalige fraude mogelijk maken. Zoals iedere stemvorm waarbij de kiezer de bescherming en anonimiteit van het stemhokje mist, is ook de ‘fysieke’ briefstem fraudegevoelig, maar als alle kiezers in het buitenland één digitaal systeem zouden gebruiken om hun stem uit te brengen, concentreren die gevaren zich allemaal op één plek. Wanneer kwaadwillenden het systeem zouden hacken, komen direct het stemgeheim en de stemvrijheid van duizenden kiezers onder druk te staan. De mogelijke fraudegevoeligheid van digitale apparatuur bij de verkiezingen is voor de wetgever al jaren reden om terughoudend te zijn met de inzet daarvan. Daarbij valt te denken aan de stemcomputers, die per 2009 werden afgeschaft omdat ze te hackgevoelig waren. De terugkeer van de stemcomputer werd vervolgens enige tijd onderzocht, maar concrete voorstellen op dit gebied zijn tot nu toe steeds uitgebleven. Zo lang de veiligheid van dit middel niet buiten kijf staat, lijkt mij dat zeer terecht.

Vertrouwen in het verkiezingsproces

Niet alleen een daadwerkelijk gebrek aan veiligheid is kwalijk voor een eerlijk verkiezingsverloop, de discussie die daarover kan ontstaan, is dat ook. Al zijn de verkiezingen naar behoren verlopen, twijfels daaromtrent kunnen de legitimiteit van de uitslag onder druk zetten. Dit betekent dat het functioneren van digitale hulpmiddelen in het verkiezingsproces te allen tijde controleerbaar moet zijn. Ik wijs daarbij op de al langere tijd gebruikelijke inzet van digitale rekenhulpmiddelen bij het vaststellen van de verkiezingsuitslag. Recentelijk zaaide Tweede Kamerlid Gideon van Meijeren (FvD) twijfel over de betrouwbaarheid van deze software. De Kieswet voorziet op dit gebied echter in tal van mogelijkheden voor kiezers om het telproces te controleren. De processen-verbaal van de afzonderlijke stembureaus worden online gepubliceerd, zodat de juistheid van de uitslag die het centraal stembureau vaststelt, te allen tijde gecontroleerd kan worden. Ook mogen kiezers aanwezig zijn bij het tellen van de stemmen en kunnen zij bij het centraal stembureau bezwaren inbrengen. De controleerbaarheid van het telproces is de enige manier om tegenwicht te bieden aan beweringen die de integriteit van het verkiezingsverloop in twijfel trekken.

Terug naar de digitale briefstem: dergelijke waarborgen laten zich daar lastig bedenken. Waar het tellen in het openbaar moet gebeuren, gebeurt het stemmen zelf nu juist in het geheim. Publieke controleerbaarheid van de overheid op wie wat heeft gestemd is onmogelijk. Dit gebrek aan transparantie is een belangrijke reden om zeer terughoudend te zijn met de inzet van digitale hulpmiddelen in de fase van de stemmingen. Wat mij betreft wegen de nadelen hier zwaarder dan de voordelen en is de kiezer in het buitenland voorlopig aangewezen op ouderwets papier.

Over de auteurs

Leon Trapman

Leon Trapman is werkzaam als docent en promovendus aan de Radboud Universiteit Nijmegen

Reacties

Andere blogs van Leon Trapman
Staatsrechtconferentie 2023
Staatsrechtconferentie #8: De vormgeving van de vrije meningsvorming
Verkiezingen 2023
Verkiezingsblog 2023 #4: Bang voor big tech
Buitenlandse donaties aan politieke partijen