#11: Das Leben der Niederländer
Het Nederlands openbaar bestuur wantrouwt burgers die van overheidswege financiële ondersteuning krijgen. Het toeslagenschandaal vormt hiervan een onthutsend bewijs. Bijna net zo schokkend vind ik dat de Belastingdienst en enkele andere uitvoeringsinstellingen, zoals de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO), in hun strijd tegen belastingfraude nog steeds discriminatoire algoritmes hanteren. Wie het niet gelooft, verwijs ik naar de resultaten van onderzoek dat onlangs door de Autoriteit Persoonsgegevens is verricht.
Wantrouwen is niet voorbehouden aan de Belastingdienst en de DUO. Ook diverse gemeenten schrikken na 2019 niet terug voor het gebruik van bewijs dat onrechtmatig is verkregen. Neem de casus die heeft geleid tot de uitspraak van de rechtbank Limburg van 27 augustus 2025. Aan rechtsoverweging 4.4 ontleen ik het volgende:
“De rechtbank is van oordeel dat deze waarnemingen – daargelaten of ze stelselmatig zijn – niet voldoen aan de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit. De rechtbank acht de waarnemingen, zoals hiervoor opgesomd, niet meer proportioneel gelet op het aantal dagen waarop waarnemingen zijn verricht, het aantal waarnemingen dat daarop werd gedaan, de duur van sommige waarnemingen en het gegeven dat dit regelmatig op achtereenvolgende dagen gebeurde. Ook het aantal toezichthouders dat de waarnemingen heeft uitgevoerd en de combinatie met overige onderzoeksmethoden (foto’s maken, merktekens aanbrengen, aanbellen/-kloppen en het spreken van buurtbewoners) maken de waarnemingen disproportioneel. Daarnaast zijn de heimelijke waarnemingen langer doorgegaan dan nodig.”
Het onderzoek waarover de rechtbank de staf breekt, heeft plaatsgevonden tussen 11 januari 2021 en 20 december 2021, toen de politieke en maatschappelijke commotie over het toeslagenschandaal in volle gang was, getuige onder meer het onderzoek van de parlementaire ondervragingscommissie kinderopvangtoeslag dat heeft geresulteerd in de rapporten Ongekend onrecht van 17 december 2020 en Blind voor mens en recht van 26 februari 2024 (Kamerstukken II 2023-2024, 35867, nr. 6).
En wat te denken van het geval waarover de Nationale ombudsman op 9 juli 2025 heeft gerapporteerd? Een woningstichting ontvangt een anonieme melding dat een van haar huurders mogelijk samenwoont een man, en geeft die tip door aan de gemeente Best. Vervolgens krijgt de huurder bezoek van vier toezichthouders ten behoeve van een adresonderzoek (om de verblijfplaats van de man te achterhalen). Een van hen draagt zichtbaar een vuurwapen. De toezichthouders hebben zich voorzien van een gemeentelijke machtiging tot binnentreden die evident ten onrechte is afgegeven. Het huisbezoek mondt uit in een doorzoeking van de huurwoning. Het kan geen verbazing wekken dat de Nationale ombudsman de klacht van de huurder gegrond heeft verklaard.
De zojuist geschetste voorbeelden zijn helaas niet uniek. Wie een beetje gericht zoekt op https://www.rechtspraak.nl, vindt al snel diverse uitspraken waaruit blijkt dat bestuursorganen, in hun ijver om alles te weten wat er zich afspeelt op ‘verwonderadressen’, de persoonlijke levenssfeer van uitkeringsgerechtigden op onrechtmatige wijze aantasten. Een kleine selectie van betrekkelijk recente zaken: ECLI:NL:CRVB:2024:2370, ECLI:NL:CRVB:2024:2145, ECLI:NL:CRVB:2022:2792, ECLI:NL:RBOVE:2024:5627, ECLI:NL:RBGEL:2024:5992 en ECLI:NL:RBZWB:2023:9226.
De honger van de Nederlandse overheid naar informatie over burgers heeft in 2001 geleid tot de oprichting van een stichting door het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). De stichting ging aanvankelijk door het leven als ‘het inlichtingenbureau’, een naam die George Orwell (‘1984’) en Aldous Huxley (‘Brave new world’) hadden kunnen verzinnen. Per 1 juli 2025 is de stichting omgedoopt tot ‘Bureau Informatiediensten Nederland (BIDN)’. Zo lijkt het een publieke organisatie. Maar het blijft een met veel geheimzinnigheid omgeven particuliere instantie waarvan onbekend is hoe zij precies aan de uitbundige informatie over uitkeringsgerechtigden komt. De stichting valt buiten het toepassingsbereik van zowel de Wet open overheid (Woo) als titel 5.2 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Wordt de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) door de stichting nageleefd? Geen idee.
Op de website staat onder meer het volgende te lezen:
“Bij BIDN geloven we dat eerlijke ondersteuning begint met inzicht. Wij zorgen ervoor dat gemeenten een volledig en actueel beeld krijgen van de situatie van iemand die om hulp vraagt. Niet om te controleren, maar om te kunnen helpen”.
Aldus suggereert de stichting dat zij uitkeringsgerechtigden wil ondersteunen. Love is hate. Peace is war. Om te spreken met George Orwell.
Met enige regelmaat helpen burgers de Nederlandse overheid overigens ook uit eigen beweging, door het aan bestuursorganen versturen van anonieme briefjes met vermoedens over fraude van hun uitkeringsgerechtigde buurtgenoot. Die briefjes vormen aanleiding tot de zojuist beschreven onderzoeken van toezichthouders en informatieverzoeken aan BIDN.
Het lijkt erop dat veel Nederlanders elkaar goed in de gaten houden. Soms wordt dit zelfs actief gestimuleerd. Zo staat in een brief van de National Ombudsman het volgende te lezen:
“Een vrouw heeft bij het UWV melding gedaan van mogelijke uitkeringsfraude door iemand bij haar uit de buurt. Het UWV vraagt haar om hierover informatie te verzamelen. De grote hoeveelheid gegevens kan niet per mail worden verzonden aan het UWV. Daarom spreekt de vrouw met het UWV af dat deze bij haar thuis wordt opgehaald. (…) Het UWV verwacht (…) dat alles door haar is uitgeprint en klaar ligt om mee te nemen.”
Bij het lezen van die tekst moest ik denken aan ‘Das Leben der Anderen’, het spectaculaire filmdebuut uit 2006 van de destijds 33-jarige regisseur Florian Henckel von Donnersmarck. De film draait om een opdracht van de Stasi, de veiligheidsdienst van de voormalige Duitse Democratische Republiek (DDR), waarbij medewerker Gerd Wiesler de internationaal erkende toneelschrijver Georg Dreyman en diens vriendin Christa-Maria Sieland moet afluisteren. Aldus krijgt Wiesler niet alleen veel inzicht in het leven van Dreyman, maar ook belangstelling voor diens literaire werken. Tegelijkertijd groeit bij Wiesler het besef dat hij een totalitaire organisatie faciliteert. Daarom vervalst Wiesler onderzoeksrapporten om Dreyman te beschermen tegen zijn chef (Anton Grubitz), die uit is op de ondergang van de toneelschrijver. Dreyman, wiens werken als thema hebben dat de kunst het goede in mensen doet boven komen, beseft na de Wende, de val van de muur, dat hij hulp gehad moet hebben. In de archieven van de Stasi zoekt en vindt hij zijn persoonlijk dossier.
Die film leidt bij mij tot vragen en een ongemakkelijk gevoel.
Allereerst de vragen. Wat denkt een toezichthouder die in opdracht van zijn leidinggevende op verschillende manieren heimelijk de privacy van een uitkeringsgerechtigde aantast? Wat voelt de toezichthouder die, met vuurwapen en illegale machtiging, op basis van een anonieme melding een huurwoning doorzoekt? Welke gedachte gaat er door het hoofd van de UWV-medewerker die een burger verzoekt om de overheid te rapporteren over de handel en wandel van haar buurtgenoot? En wat vindt de burger zelf van dit verzoek? Zijn zij toegewijd, trots en/of vastbesloten? Doen toezichthouders en burgers op het gebied van handhavingstoezicht zonder nadenken zo’n beetje alles wat ‘de’ overheid van hen verlangt? Of krijgen zij op enig moment, net Gerd Wiesler, twijfel en misschien wel wroeging over het graven in de persoonlijke levenssfeer van anderen? En beseffen de betrokkenen dat ook zij onderwerp van onderzoek kunnen worden? Ik ben zeer benieuwd naar de antwoorden.
Dan het ongemakkelijke gevoel. Het uitbesteden van handhavingstoezicht aan semi-particuliere instanties en elkaar bespionerende en verklikkende burgers is niet voorbehouden aan totalitaire regimes. Dit vind ik verontrustend, ook als dergelijke praktijken slechts incidenteel plaatsvinden (wat buitenstaanders niet weten, bij gebrek aan transparantie in het gedrag van organisaties zoals BIDN en buurtgenoten van uitkeringsgerechtigden). In een democratische rechtsstaat hoort toezicht op naleving van bestuursrechtelijke normen uitsluitend te liggen in handen van publiekrechtelijke organisaties die zijn gebonden aan wettelijk vastgelegde regels, zodat onafhankelijke en onpartijdige rechters desgevraagd effectief kunnen toetsen of overheidssancties berusten op rechtmatig onderzoek.
Reacties