#10: Lessen uit The Favourite: de vorst in het Witte Huis
In het zesde jaar van zijn termijn domineert Donald Trump nog steeds de voorpagina’s. Nog steeds worden de meest wilde plannen aangekondigd via sociale media. Nog steeds worden deze plannen na de reactie van de kapitaalmarkten enigszins afgezwakt of teruggetrokken. Wat ook is gebleven is een behoefte aan het ‘begrijpen’ van Trump en zijn drijfveren. We blijven verlangen naar Trump-verstehers die pretenderen de method to the madness te doorgronden. Deze pogingen lijken dikwijls futiel. Wellicht moeten we niet zoeken naar ‘iemand’, maar naar ‘iets’. We kunnen Trump namelijk ook bekijken vanuit een breder perspectief, niet als individu, maar binnen een bepaalde constellatie. Daarvoor kunnen we qua bronnen niet alleen te rade gaan bij het geschreven woord. Wat te denken van een film die inzicht verschaft in het gevaar voor de democratische rechtsstaat dat deze president vormt? Maar welke dan?
Twee jaar geleden kwam The Apprentice (2024) uit, een film over een jonge Trump die inzicht zou moeten geven in zijn psyche. De film was in ieder geval commercieel geen succes; misschien voelden mensen instinctief aan dat een gelikte biopic niet het beste vehikel is om iets te weten te komen over het fenomeen Donald Trump. Hij is natuurlijk geen traditionele politicus over wie je een meeslepend biografisch drama kan maken, zoals Spielberg dat zo mooi deed over Lincoln (2012). Nee, de huidige president is allesbehalve dat. Trump is camp, Trump is kitsch, Trump is een karikatuur. Een film die iets zinnigs wil zeggen over Donald Trump moet daarom bijna wel een (zwarte) comedy zijn. Het liefst eentje die recht doet aan het absurdistische element van zijn politieke succes. De film die daar het best in slaagt is The Favourite (2018), een satire van de Griekse regisseur Yorgos Lanthimos.
Het Witte Huis als koninklijk paleis
The Favourite is een sterk gefictionaliseerde film over de intriges die plaatsvinden aan het hof van de Britse koningin, Queen Anne, aan het begin van de achttiende eeuw. Het centrale plot betreft de rivaliteit tussen twee vrouwelijke edellieden, Sarah Churchill en Abigail Hill, die strijden om de gunst van hun koningin. Sarah is de oudere nicht van Abigail en heeft aan het begin van de film een comfortabele positie als vertrouweling en spreekbuis van de koningin. De jongere Abigail probeert deze positie van haar over te nemen, en daarbij zijn alle middelen geoorloofd: spionage, vergiftiging, seksuele avances, niets is te gek. Hoewel Sarah en Abigail de belangrijkste actoren zijn in dit steekspel van intriges zijn ze niet de enige pionnen op het schaakbord, en moeten ze zich tevens zien te verhouden tot de andere (mannelijke) hovelingen. In de achtergrond woedt overigens een heftige oorlog met Frankrijk.
Het gevecht om de gunst van de labiele vorstin en de mogelijkheid om via haar ‘persoon’ autoriteit uit te oefenen doet veel denken aan de situatie in het Witte Huis. De parallellen tussen Trump en Queen Anne dringen zich in ieder geval meteen op. Ze hebben met elkaar gemeen dat ze, om wat voor reden dan ook, niet in staat zijn om zelfstandig het schip van staat te besturen en veel moeten delegeren aan hun vertrouwelingen. Verder zijn ze extreem vatbaar voor vleierij en beschikken ze over relatief weinig oprechte en coherente (ideologische) overtuigingen. Die eigenschappen zorgen ervoor dat ze op het eerste oog kwetsbaar zijn voor de manipulaties van hun hovelingen die hun affectie voor zich weten te winnen.
Voor beiden geldt echter dat het onmogelijk is voor hun hovelingen om ze over een langere periode succesvol te controleren of te ‘temmen’. Ze zijn namelijk allebei op persoonlijk vlak buitengewoon grillig. Ze zijn uiterst plooibaar, tot het moment dat ze het idee krijgen dat ze worden bespeeld. Soms lijken stafleden (of hovelingen) te vergeten dat alle autoriteit, zowel in het paleis als in het Witte Huis, uiteindelijk ‘via’ de persoon van de koningin of president moet worden uitgeoefend. De tijger kan elk moment zijn klauwen uitslaan en laten zien wie de baas is. De ‘favoriet’ is dan ook nooit werkelijk zeker van zijn bevoorrechte positie. Favorieten kunnen even makkelijk ‘in’ als ‘uit’ de gratie vallen en wisselen elkaar in die posities vaak af.
Naast de overeenkomsten in persoonlijkheid tussen de (gefictionaliseerde) Queen Anne en de (niet-gefictionaliseerde) Donald Trump lijken de twee ook vanuit staatsrechtelijk perspectief wel wat op elkaar. Trump regeert immers eigenlijk ook wel een beetje als een vorst: het liefst op eigen houtje, zonder teveel bemoeienis van het parlement. Hoewel het Congres nota bene door Republikeinen wordt gecontroleerd is er dan ook nauwelijks wetgevende activiteit waarneembaar. Trump ligt op koers om in zijn tweede termijn minder wetten te voorzien van zijn handtekening dan zijn recente voorgangers. Hij geeft er de voorkeur aan om eigenhandig op te treden, bijvoorbeeld door enorme importtarieven op te leggen waarmee biljoenen worden opgehaald, ook al zijn deze importtarieven waarschijnlijk in strijd met de (grond)wet.
Op deze mogelijkheid zou Queen Anne waarschijnlijk zelfs jaloers zijn geweest: haar regering moet om haar oorlogen te financieren toch voortdurend toestemming krijgen van Parliament om dergelijke belastingen te heffen. Queen Anne had het waarschijnlijk ook niet aangedurfd om de centrale bank onder druk te zetten, zoals Trump dat momenteel doet. Trumps voorliefde voor solistische optredens verklaart ook waarom hij zoveel meer interesse toont in Iran, Venezuela en Groenland dan in binnenlandse aangelegenheden zoals, bijvoorbeeld, het zorg- of pensioenstelsel. Op buitenlands terrein heeft de Amerikaanse president nou eenmaal veel meer ruimte om te manoeuvreren dan op deze ‘reguliere’ beleidsterreinen. Die terreinen vragen om politiek vakmanschap. Maar ‘langzaam boren in harde planken’, zoals Max Weber het politiek bedrijf omschreef, is niet aan de vorst besteed.
Executive aggrandizement
The Favourite speelt aan het begin van de achttiende eeuw, als het idee van constitutionalisme nog volop in ontwikkeling is. We zien in de film bij de uitvoerende macht dan ook nog trekjes terug van Leviathan, van de almachtige soeverein, bijvoorbeeld in het gebrek aan rechtsbescherming voor de koninklijke favorieten die ‘onherroepelijk’ uit de gratie vallen. Ook wat dat betreft zet de film, in de huidige tijdsgeest, aan het denken. De afgelopen jaren is veel aandacht voor executive aggrandizement, de executieve die het domein van de andere staatsmachten dreigt te usurperen. In de Amerikaanse context kan daarbij ook nog worden gewezen op de opkomst van de unitary executive theory die in zijn meest expansieve variant uitgaat van een extreem sterke president.
Nu is Trump natuurlijk zeker niet in z’n eentje verantwoordelijk voor deze bredere golf van autocratisering, en is hij ook niet de eerste president die de grenzen van de eigen bevoegdheid oprekt, getuige ook de al wat oudere literatuur over de opkomst van de imperial presidency. Hij is ook zeker niet de eerste president vanuit wiens directe omgeving grote invloed op hem wordt uitgeoefend. Nadat haar man Woodrow in 1919 was getroffen door een beroerte fungeerde Edith Wilson een kleine anderhalf jaar als schaduwpresident. Er is ook geen tekort aan invloedrijke stafleden die het oor van de president hebben gehad; zo stond Karl Rove jarenlang bekend als de souffleur van George W. Bush. De huidige dynamiek laat zich daar echter moeilijk mee vergelijken. Onder Trump wordt het regeringsbeleid gekarakteriseerd door een willekeur en wispelturigheid die geen gelijke kent. Het beleid wordt volledig gestuurd door de persoonlijke grillen van één man, die makkelijk te beïnvloeden is en desalniettemin vrijwel geen strobreed in de weg wordt gelegd. Zijn imperiale decreten kunnen op elk moment worden afgekondigd of juist teruggetrokken. Daar is weinig constitutioneel-rechtsstatelijks meer in te herkennen; hier is een monarchale tendens zichtbaar.
Trump: een constitutionele monarch?
Dat wil niet zeggen dat Trump regeert als een absolute monarch. Wat enigszins wringt is dat de monarchale rol die Trump aanneemt eigenlijk meer overeenkomt met die van een constitutionele vorst, zoals de latere erfgenamen van Queen Anne die rol zouden vervullen. De jure vervult de Amerikaanse president zowel de functie van ‘koninklijk’ staatshoofd als dan die van ‘politieke’ regeringsleider, maar Trump heeft duidelijk meer affiniteit met de eerste functie. Hij geniet zichtbaar van de momenten in de spotlights, van de speeches en de staatsbanketten. Tegelijkertijd pretendeert zelfs het Witte Huis niet dat Trump enige interesse heeft in het meer alledaagse en minutieuze politieke handwerk, zoals het organiseren van, bijvoorbeeld, wetgevingsoverleggen met de Republikeinse fracties uit het Congres. Dit is deels het gevolg van Trumps autocratische bestuursstijl, maar dat is niet het hele verhaal. Trump zou ook op veel gebieden zelfstandig (lagere) regelgeving kunnen vaststellen, maar is daar ook niet daadwerkelijk in geïnteresseerd. Net als in The Favourite wordt het staatshoofd vooral behaagd door de grandeur van, bijvoorbeeld, een nieuwe balzaal!
Sterker nog: Trump toont soms zo weinig directe betrokkenheid met het beleid dat in zijn naam wordt uitgevoerd dat Republikeinen hem vaak ook meer behandelen als een ceremonieel staatshoofd dan als een regeringsleider die zelf aan de knoppen draait. Op het moment van schrijven krijgt Trump voor het eerst in lange tijd bijvoorbeeld voorzichtig weer wat tegengas uit eigen gelederen: het optreden van zijn federale agenten in Minneapolis wordt nu zelfs door enkele Republikeinse senatoren en gouverneurs bekritiseerd. Opmerkelijk is dat deze voorzichtige kritiek zich nooit persoonlijk op Trump richt, maar altijd op de personen om hem heen. Deze voorzien hem van “bad advice”, of doen hem een “incredible disservice” . De hovelingen moeten zich aangesproken voelen. Hier zien we de logica van de constitutionele monarchie naar voren komen: The king can do no wrong. De president is onschendbaar; de ministers zijn verantwoordelijk…?
Ook The Favourite gaat ons waarschijnlijk niet helpen om Donald Trump als individu volledig te ‘begrijpen’, voor zover dat überhaupt mogelijk is. Het zet echter wel aan tot denken over zijn positie als staatshoofd en regeringsleider. Daarmee geeft de film ons in ieder geval inspiratie voor nieuwe staatsrechtelijke vragen over klassieke thema’s als bevoegdheden en verantwoordelijkheid, die we moeten beantwoorden om ons staande te houden in een autocratiserende wereld. Een sterkere aanbeveling kan ik me niet voorstellen.
Reacties