Terug naar overzicht

#1: Nuremberg als afspiegeling van huidige ideeën over de rechtsstaat


Films zeggen iets over de tijd waarin ze worden gemaakt. Soms is dat duidelijk. To kill a mockingbird stelde in 1962 rassenongelijkheid aan de orde en Dead man walking in 1995 de doodstraf. Doorgaans ligt de betekenis er minder duimendik bovenop. Wat wel de ‘subtext’ van de film wordt genoemd – de impliciete betekenis ervan – zegt echter bij uitstek iets over wat het publiek als vanzelfsprekendheid zal begrijpen.

Toen Nuremberg van regisseur James Vanderbilt in de winter van 2025 uitkwam, vroeg ik me af wat de film het publiek nu wil zeggen. Het verhaal speelt zich af tegen de achtergrond van de berechting in het High Command Trial dat van november 1945 tot oktober 1946 plaatsvond voor het International Military Tribunal in Neurenberg. Het gaat over de verhouding tussen Rijksmaarschalk Hermann Göring, de hoogste in de nazi-hiërarchie na de zelfmoord van Hitler, en de psychiater Douglas Kelley die de opdracht had de 22 gedetineerde hoge nazi’s te onderzoeken en te behoeden van zelfmoord.

Het is een rechtbankdrama, maar de aanpak is geheel anders dan die van het beroemde Judgement at Nuremberg uit 1961 (van Sidney Lumet). Die oude film ging niet over het High Command Trial, maar over het Judges Trial, maar belangrijker is het thematische verschil. In die film werd bovenal aandacht besteed aan vragen met betrekking tot de individuele en collectieve schuld van de Duitsers. Die vragen waren van belang aan het begin van de Koude Oorlog om een herstel van de betrekkingen met Duitsland mogelijk te maken. Dat alles blijft in de nieuwe film achterwege.

Hier gaat het om de verhouding tussen twee individuen, de nazi en de psychiater. Russell Crowe zet op overtuigende wijze een charmante, niet onvriendelijke leider neer – volgens sommigen een charismatische narcist. Rami Malek speelt op zijn beurt de schmierende psychiater, die door zijn eigen onzekerheden te etaleren een band opbouwt met Göring. Ik weet niet zeker of die band historisch accuraat is. Er zitten in het script een paar anachronismen: zo wordt verwezen naar de Geneefse Conventies over het oorlogsrecht, maar die bestonden ten tijde van het proces nog niet. En er zijn dingen verzonnen of verdraaid. Misschien wel het ongemakkelijkst stemt dat de opstelling van Göring ten aanzien van de Joden onhelder blijft. Hij heeft in 1941 een door hemzelf ondertekend bevel aan Reinhard Heydrich gegeven om te beginnen met de Endlösung der Judenfrage, maar dat verklaarde hij met de – niet weerlegde – stelling dat het geen zin had zich op dat punt tegen Hitler te keren. Niet in de film verwerkt is zijn veelzeggende mededeling aan een andere psychiater, Leon Goldensohn: “If I really felt that the killing of the Jews meant anything, such as that it meant the winning of the war, I would not be too bothered by it. But it was so meaningless and did nobody any good except to give Germany a bad name. I have a conscience and I feel that killing women and children simply because they happen to be victims of Goebbels’s hysterical propaganda is not the way of a gentleman” (J. Owen, 2006 p. 258). De kijker naar de film zal over dit citaat ook weer niet echt verbaasd zijn, maar dit zijn geen woorden van de vriendelijke Russell Crowe.

Dit “realistische” docudrama laat ons naar het proces kijken alsof het louter gaat om de interactie tussen de hoofdrolspelers. Het is wel zo dat we aan het begin meekrijgen dat de Amerikaanse aanklager Robert Jackson (gespeeld door Michael Shannon) vindt dat deze hoofdschuldigen ook een eerlijk proces moeten krijgen. In zijn historische opening statement zegt hij: “That four grand nations, flushed with victory and stung with injury stay the hand of vengeance and voluntarily submit their captive enemies to the judgment of the law is one of the most significant tributes that Power has ever paid to Reason”. Ondanks bezwaren in eigen land had Jackson – na tussenkomst van Paus Pius XII – president Truman zo ver gekregen voorbij te gaan aan het voorstel van Churchill om de belangrijkste oorlogsmisdadigers dood te schieten zodra ze gepakt werden en dat van Stalin om ze wel eerst te ‘berechten’ maar dan dood te schieten. De Amerikanen wilden de schuld van de hoge nazi’s aantonen, niet in de laatste plaats aan de Duitse bevolking. Aan die rechtsstatelijk enorm belangrijke, op dat moment nieuwe gedachte worden echter weinig woorden besteed.

In de film ligt de nadruk op de verwarring van de psychiater als gevolg van de innemendheid van Göring. Een soort particuliere ethische verwarring – in plaats van het bredere morele dilemma in de film uit 1961 toen het erom ging of en in hoeverre rechters in het nationaalsocialistische Duitsland ter verantwoording moesten worden geroepen. De (historisch discutabele) inventie dat de psychiater de vrouw en de dochter van de nazi thuis opzoekt om een bericht van de liefhebbende gezinsman Göring over te brengen en zich daarmee dus enigszins medeplichtig maakt, maakt die ethische verwarring nog duidelijker. Volgens de regels mocht dat immers niet. Als de psychiater dan toch de aanklager ondanks het in zijn ogen bestaande beroepsgeheim informeert over wat hij met Göring heeft besproken, voelt dat des te verraderlijker.

Dat is dramaturgisch interessant, maar wat zegt het dat de filmmaker ons laat geloven dat de psychiater in verwarring raakt doordat hij zelfs jegens de Rijksmaarschalk kennelijk een zekere empathie kan opbrengen? Een politieke benadering van die vraag suggereert dat we hiermee gewaarschuwd worden voor charismatische, narcistische politici – alsof de film over Donald Trump gaat. Door hen moet je je niet laten inpakken zoals de psychiater (volgens de film) deed. Ik geloof echter zelf niet dat dit werkelijk de dragende gedachte over de rechtsstaat is die in deze film besloten ligt. Daarvoor is deze Göring te gepolijst neergezet.

Een andere benadering is te ontlenen aan een (anachronistische) opmerking in de film over de ‘banaliteit van het kwaad’. Hannah Arendt muntte dat begrip in 1963 in haar boek over het proces tegen Adolf Eichmann, de organisator van de uitvoering van de Holocaust. Ze bedoelt daarmee dat gewone mensen tot afschuwelijke daden in staat zijn door niet na te denken en verantwoordelijkheid te nemen voor de gevolgen van hun doen en laten. We weten trouwens door later onderzoek dat Eichmann zich meer met zijn taak vereenzelvigde dan hij tijdens het proces had doen voorkomen. Wat er van dat laatste ook zij: vanuit die benadering gaat de film over de (nu gebruikelijke) gedachte dat ook innemende mensen op verantwoordelijke plaatsen niet aan hun veroordeling moeten kunnen ontkomen, ook als ze hebben nagelaten iets te doen. Maar ze moeten daarbij wel als mens worden benaderd. Die lezing is eigenlijk aantrekkelijker, omdat de psychiater duidelijk moeite heeft met de veroordeling en de (Joodse) tolk die gezworen had de daders op het schavot te zullen vervloeken hen uiteindelijk bijstaat en ondersteunt bij hun laatste gang.

Zo bezien weerspiegelt de film Nuremberg een opvatting die in 2025 gemeengoed is. De film doet de kijker echter ook geloven dat zelfs Göring geen malafide rotzak was. Dat een rechter met distantie en enige empathie naar de verdachte moet kijken en deze moet beoordelen op zijn daden is logisch. Maar de film laat het publiek meer naar de persoon dan naar zijn daden kijken. Je zou haast vergeten dat de Rijksmaarschalk rechtstreeks verantwoordelijk was voor onder meer het bombardement op Rotterdam (‘dat soort dingen deden de geallieerden ook’) en voor de executie van veertig Britse krijgsgevangenen die hadden geprobeerd te vluchten. Dat laatste lijkt misschien een detail, maar het is de gebeurtenis waarmee de aanklager – niet Robert Jackson, maar zijn Britse collega Sir David Maxwell Fyfe – in het echte proces wist aan te tonen dat Görings verklaringen onbetrouwbaar waren. Nuremberg laat het recht zien als een schaakwedstrijd tussen emotioneel interessante tegenspelers. Dat is een kille benadering, waardoor je haast zou vergeten dat door de rechtspleging wraakzucht en woede van direct betrokkenen worden getransformeerd tot iets waarmee waarheid aan het licht kan komen en onrecht benoemd en bestraft. De makers probeerden dit misschien te ondervangen door aangrijpende origineel beeldmateriaal van wat Amerikaanse militairen in de kampen aantroffen op te nemen. Maar het helpt niet: de film wekt de indruk dat het recht een kille aangelegenheid is en dat zegt iets over de veranderde manier waarover we over de rechtsstaat denken.

Over de auteurs

Ybo Buruma

Ybo Buruma is gepensioneerd raadsheer in de Hoge Raad en emeritus hoogleraar strafrecht aan de Radboud Universiteit. Hij publiceerde in 2025 De onvoltooide rechtsstaat. Tijdgeest en recht 1813-2025.

Reacties

Andere blogs uit deze reeks
Winteravonden: film, grondwet en rechtsstaat
Winteravonden: film, grondwet en rechtsstaat