Splitsing of afscheiding? Over fracties en groepen
Volgens de statuten van de stichting die de ondersteuning van de PVV-fractie in de Tweede Kamer regelt, wordt de financiële reserve van de fractie bij een splitsing verdeeld naar evenredigheid. Die reserve bedraagt op dit moment maar liefst vijf miljoen euro. De zeven Kamerleden die, onder leiding van Gidi Markuszower, in januari de PVV-fractie verlieten, zouden dus aanspraak kunnen maken op 1,3 miljoen euro – op voorwaarde dat sprake zou zijn van een ‘splitsing’. Zij lopen dat geld echter mis, zo berichtte de Volkskrant, omdat het presidium van de Tweede Kamer oordeelde dat geen sprake is van een ‘splitsing’, maar van een ‘afscheiding’. Wat is het verschil?
Fracties en groepen
Het verschil tussen splitsingen en afscheidingen correspondeert met het verschil tussen fracties en groepen in de Tweede Kamer. Volgens artikel 5.1 van het Reglement van Orde van de Tweede Kamer wordt een fractie gevormd door de leden die bij de verkiezingen op dezelfde lijst verkozen zijn verklaard. Wanneer Kamerleden vervolgens de fractie verlaten en op eigen houtje verder gaan, dan worden zij in beginsel beschouwd als een groep. Van deze Kamerleden wordt gezegd dat zij zich afscheiden. Een nieuwe fractie ontstaat alleen als bij een afscheiding onduidelijkheid ontstaat over de vraag wie nu de oorspronkelijke fractie voortzet. Het presidium van de Tweede Kamer kan dan besluiten dat sprake is van een splitsing van de oorspronkelijke fractie in twee (of desnoods meer) nieuwe fracties. Uit de besluitenlijst van het presidium is af te leiden dat op de vergadering van 21 januari 2026 is besloten dat Gidi Markuszower en consorten worden beschouwd als een groep en niet als een fractie. Dat lijkt mij niet meer dan logisch, omdat op geen enkel moment onduidelijkheid ontstond over de vraag wie nu de PVV-fractie vormt.
In de regel is duidelijk hoe de verhoudingen liggen als Kamerleden hun fractie verlaten. In zulke situaties ontstaan dus eigenlijk altijd groepen. Kamerleden die in hun eentje een fractie verlaten, gaan verder als ‘Lid’ – zie recentelijk bijvoorbeeld Lid Keijzer. De uitzondering wordt gevormd door Liane den Haan, die in 2021 na het verlaten van de 50PLUS-fractie verderging als de fractie-Den Haan. De situatie was bijzonder, omdat Den Haan in haar eentje de 50PLUS-fractie vormde en nu, opnieuw in haar eentje, verderging. De 50PLUS-fractie verdween daarmee uit de Kamer. Volgens toenmalig Kamervoorzitter Vera Bergkamp was sprake van een fractie in plaats van een groep, omdat het onmogelijk is om je van een eenpersoonsfractie af te scheiden. Daar valt het een en ander op af te dingen, omdat het me evengoed onmogelijk lijkt om een eenpersoonsfractie te splitsen – en dat is toch echt de enige manier waarop in dit geval een nieuwe fractie zou kunnen ontstaan.
Gevolgen
Groepen worden ten opzichte van fracties op een aantal punten achtergesteld. Zo bedraagt de spreektijd voor groepen de helft van de spreektijd voor fracties en worden zij in de praktijk nauwelijks benoemd als lid van Kamercommissies. Blijkens artikel 3 van de Regeling financiële ondersteuning fracties en groepen krijgen groepen ook minder financiële ondersteuning dan fracties. In het licht van deze regels is het niet verwonderlijk dat het onderscheid tussen fracties en groepen in 2016 in de Tweede Kamer werd geïntroduceerd om Kamerleden te ontmoedigen om de fractie te verlaten. Hoewel een begrijpelijke wens – de versplintering van de Kamer komt het niveau van de besluitvorming niet ten goede – is kritiek mogelijk op dit onderscheid. Bovend’Eert en Kummeling wijzen er in Het Nederlandse parlement op dat wet noch Grondwet aanknopingspunten biedt voor het maken van een onderscheid tussen verschillende ‘soorten’ Kamerleden. Zouden niet aan alle Kamerleden gelijke rechten en plichten moeten toekomen?
De Eerste Kamer
Hoe is dit alles geregeld in de Eerste Kamer? In het Reglement van Orde van de Eerste Kamer is nooit een onderscheid tussen fracties en groepen geïntroduceerd. Verlaten Kamerleden de fractie, dan is volgens artikel 20 RvOTK per definitie sprake van een splitsing. Als duidelijk is wie de oorspronkelijke fractie voortzet, vormen de leden die de fractie hebben verlaten een nieuwe fractie, die aangeduid wordt met de naam van de fractievoorzitter. Als de verhoudingen onduidelijk zijn, voeren beide nieuwe fracties de naam van de gesplitste fractie in combinatie met de naam van hun fractievoorzitter.
Ook in de Eerste Kamer geldt dat het veelal duidelijk is hoe de verhoudingen liggen. Een recente uitzondering daarop is de gang van zaken bij de fractie van de Partij voor de Dieren van eind vorig jaar. De oorspronkelijk driekoppige fractie viel uit elkaar toen senator Koffeman zijn lidmaatschap bij de partij opzegde uit onvrede met de koers van de partij. Zijn collega Nicolaï sloot zich bij hem aan – en werd vervolgens door de partij geroyeerd. Beide heren gaven aan wél de Eerste Kamerfractie te blijven aansturen. Vervolgens ontspon zich een discussie over de vraag wie nu de oorspronkelijke fractie voortzette(n). Volgens Koffeman en Nicolaï waren zij dat zelf, maar volgens het partijbestuur zette Visseren-Hamakers als overgebleven lid de fractie voort.
Volgens Kamervoorzitter Vos, die uiteindelijk de knoop moest doorhakken, was de situatie echter minder warrig dan zij op het eerste gezicht leek: het was Visseren-Hamakers die zich had afgescheiden, dus zij moest verder als de fractie-Visseren-Hamakers. Koffeman en Nicolaï, hoewel beide dus geen lid meer van de partij, mochten de PvdD-fractie voortzetten. Het bestuur van de PvdD, op zijn beurt, beschouwt sindsdien de fractie-Visseren-Hamakers als enige echte vertegenwoordiger van de partij.
Tot slot
Voor de buitenwacht zijn dit soort soaps moeilijk te volgen en, in het geval van de PvdD, een dankbare bron van vermaak. Vooral in de Tweede Kamer is duidelijkheid echter van belang, omdat het onderscheid tussen fractie en groep zoals gezegd financiële consequenties heeft én gevolgen voor de wijze waarop en mate waarin Kamerleden hun werk kunnen uitvoeren. Daarbij is overigens ten zeerste de vraag of het onderscheid inderdaad een ontmoediging is gebleken voor Kamerleden om hun fractie te verlaten. Keijzer, Markuszower en anderen zijn wellicht het jongste bewijs van het tegendeel.
Reacties