Terug naar overzicht

‘Hij is zo lekker gewoon gebleven’


Artikel 1 van de Russische Grondwet luidt: “De Russische federatie is een democratische federatieve rechtsstaat.” Daaraan voorafgaand heeft de Russische Grondwet een uitgebreide preambule waarin onder andere verwezen wordt naar democratie, mensenrechten en het gelijkheidsbeginsel.

Weinig mensen zullen anno 2015 betogen dat Rusland een klassiek voorbeeld is van een democratische rechtsstaat. De preambule en artikel 1 van de Grondwet bevestigen niet dat Rusland daadwerkelijk een democratische rechtsstaat is. Opschrijven dat een land een rechtsstaat is wil nog niet zeggen dat het ook een rechtsstaat is.

Bij de Nederlandse Grondwet past geen preambule. Voor de Grondwetgever is het tot nu toe zonneklaar geweest dat Nederland een democratische rechtsstaat is. Daarom is het dan ook nooit in de Grondwet zelf terecht gekomen.

Gert-Jan Leenknegt noemde in zijn pitch op 4 december 2014 dat een preambule kan bijdragen aan de kenbaarheid van de Grondwet. Nog even los van de vraag in hoeverre een preambule kan bijdragen aan de kennis over de Grondwet, denk ik dat de vraag die hieraan voorafgaat belangrijker is, namelijk: Welke problemen zijn we precies aan het oplossen als we een preambule opnemen in de Grondwet? Dat is een legitieme vraag in de discussie over de wenselijkheid van een preambule.

Zoals Leenknegt terecht opmerkte, lijkt onze Grondwet wel degelijk een ziel te hebben. De ziel zit met name in onze volksaard, het nuchtere karakter van Nederlanders; ‘doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg’. Waarom al die tierelantijntjes? Dat is de ‘ziel’ van onze Grondwet. Zonder vergezichten, zonder proclamaties die niet door ons allen worden gedeeld en zonder al te veel artikelen die politieke verdeeldheid kunnen opleveren. Aan de andere kant lijkt de regering met het wetsvoorstel over het opnemen van een algemene bepaling, voorafgaand aan artikel 1 van de Grondwet, nu te zeggen: ‘baat het niet, dan schaadt het niet’. Daar zit ook wel wat in. Niemand zal ontkennen dat Nederland een democratische rechtsstaat is die gestoeld is op democratie, rechtsstaat en grondrechten. Als de regering beoogt dat de algemene bepaling een bijdrage levert aan het weerbaar maken van onze democratische rechtsstaat, dan voer ik veel liever daarover het debat. Moeten we onze Grondwet weerbaarder maken tegen antidemocratische invloeden?

Een Grondwet moet vooral stabiel zijn, ook als die daardoor voor een groot deel een stoffig bestaan leidt. Alleen als je hem écht nodig hebt, staat ‘ie klaar. Als er een steekhoudend argument is waarom een bepaald wetsvoorstel in strijd is met de Grondwet, dan gaan Tweede en Eerste Kamer niet akkoord. Ook de departementen en de Afdeling advisering van de Raad van State houden niet alleen rekening met het EVRM, maar ook met de Grondwet(sgeschiedenis).

Ook een veel makkelijkere wijzigingsprocedure voor de Grondwet invoeren lijkt mij niet op voorhand een goed idee. Dan wordt namelijk het risico genomen dat de Grondwet een soort spoorboekje wordt dat eens in de paar jaar wordt gewijzigd. Ik zie eerder dat de Grondwet werkt en blijft werken als een grote Nederlandse dijk. Tot nu toe is de Grondwet in staat gebleken overeind te blijven in roerige tijden en enig houvast te bieden. Dat lijkt me belangrijker dan het constitutionele bewustzijn van Henk en Ingrid.

Over de auteurs

Matthijs Hazenkamp

Matthijs Hazenkamp is persoonlijk medewerker van Tweede Kamerlid Joost Taverne en studeerde staats- en bestuursrecht aan de Universiteit Utrecht.

Reacties

Recente blogs
Zomerreeks 2024: Constitutionele momenten
Constitutionele momenten #3: Een naderend constitutioneel moment? Over de werking van de vertrouwensregel en hoorzittingen met kandidaat-bewindspersonen
Zomerreeks 2024: Constitutionele momenten
Constitutionele momenten #2: Over de democratische grenzen van het betogingsrecht: een kantiaanse denkoefening
Het asielcrisisnarratief in het Hoofdlijnenakkoord 2024