17.11.2014

Jacob de Boer

2 reacties

TAGS
REAGEER!

BLOG

Sinterklaasje kom maar binnen met je knecht

In de Zwarte Pietenuitspraak van de Afdeling van afgelopen woensdag gebeurt iets wonderlijks op procesrechtelijk vlak. De traditionele media hebben dit volstrekt aan zich voorbij laten gaan. Curieus! Hier daarom alsnog het échte nieuws.

De bestuursrechter is bijzonder streng waar het gaat om fundamentele regels van het procesrecht. Dit zijn met name regels over de ontvankelijkheid van procespartijen en de bevoegdheid van de rechter. Dit worden ook wel de regels van openbare orde genoemd. De rechter toetst er ambtshalve aan.

Zo ben ik zelf eens in een zaak betrokken geweest waarin aan de orde was de vraag of het (afgewezen) handhavingsverzoek waarover geprocedeerd werd een herhaalde aanvraag was of niet. De persoon in kwestie had al eens eerder een handhavingsverzoek in dezelfde zaak gedaan, maar was destijds niet over de weigering daarvan gaan procederen. Inmiddels was de termijn om over de eerste weigering te procederen gepasseerd, en had zij nog een handhavingsverzoek ingediend; tegen de afwijzing daarvan had ze uiteindelijk wel rechtsmiddelen ingesteld. Vaste jurisprudentie is dat dat op zichzelf kan, maar dat de rechter zich niet inhoudelijk over de zaak gaat buigen. Anders zou het immers heel gemakkelijk zijn om de bezwaar- en beroepstermijnen eindeloos op te rekken. Als je te laat bent met je rechtsmiddel doe je gewoon een nieuwe, identieke aanvraag waarover je wel kunt procederen. Dat moet natuurlijk niet kunnen, op een zeker moment moet het geschil ook een einde hebben.

De Afdeling oordeelde uiteindelijk dat hier inderdaad sprake was van een herhaalde aanvraag. De betrokkene kreegt dus het lid op de neus. Opvallend was dat er best wat omstandigheden waren op basis waarvan de Afdeling anders had kunnen beslissen. Zo vond zelfs het bestuur het in deze casus onrechtvaardig om het beroep niet inhoudelijk te behandelen, had de betrokkene een tamelijk redelijk verhaal over waarom ze destijds niet was gaan procederen en waren er zelfs wat meer technisch juridische argumenten die voor een coulantere houding van de Afdeling hadden kunnen zorgen (in de uitspraak lees je daar natuurlijk nauwelijks iets van terug). Toch was de Afdeling onverbiddelijk.

In de Zwarte Pietenuitspraak legt de Afdeling echter een opvallende coulance aan de dag. Eerst overweegt de Afdeling dat er serieuze twijfels zijn over de ontvankelijkheid van de appellanten, omdat zij mogelijk geen belanghebbende zijn. De Afdeling laat overigens na expliciet te beantwoorden of sprake is van voldoende belang, maar het heeft er veel van weg dat de Afdeling in een normale zaak de niet-ontvankelijkheid zou hebben uitgesproken. Hier is dat echter anders:

In deze zaak hebben de navolgende omstandigheden tezamen de Afdeling evenwel doen besluiten de rechtmatigheid van de verlening van de evenementenvergunning voor de Sinterklaasintocht in Amsterdam in 2013 te beoordelen. Ten eerste stelt de Afdeling vast dat deze zaak een zaaksoverstijgend maatschappelijk en juridisch belang heeft, waaronder het belang van eenduidige toepassing van wet- en regelgeving door bestuur en rechter. Dat belang is ermee gediend dat de hoogste algemene bestuursrechter op korte termijn duidelijkheid geeft over het antwoord op de kernvraag. (…) Voorts is van belang dat alle partijen ter zitting desgevraagd te kennen hebben gegeven in deze zaak een oordeel te wensen als hiervoor aangegeven. Ten slotte is van belang dat de Stichting Pietengilde, gelet op haar statutaire doelstelling, zonder meer belanghebbende zal zijn bij een besluit over een volgende intocht, en dat de eisers die de afgegeven vergunning hebben aangevochten zich dan ongetwijfeld zullen hebben georganiseerd in een of meer rechtspersonen die, gelet op artikel 1:2, derde lid van de Awb, en de bestendige jurisprudentie van de Afdeling daarover, wel als belanghebbenden zullen moeten worden aangemerkt, zodat deze zelfde kwestie alsdan aan de bestuursrechter voorgelegd zal kunnen worden zonder dat de ontvankelijkheidsvraag nog aan de orde is.

Waarom doet de Afdeling plotseling zo ontspannen over de ontvankelijkheid? Omstandigheden als “de wens van partijen” zijn niet relevant bij de regel van openbare orde. Die worden immers als zodanig belangrijk beschouwd dat zij de belangen van partijen overstijgen: het gaat om de ordening van het bestuursproces (zie ook de hierboven besproken zaak). Dat hier een zaaksoverstijgend belang aan de orde is, geldt in heel veel gevallen (de zaak waar ik het hierboven over had ging over geluidsoverlast van kinderdagverblijven, een zeer veelvoorkomend probleem). En normaal gesproken zouden stellingen als “volgend jaar ben ik wel belanghebbende” worden afgedaan met de bekende Afdeling-riedel dat dat afhankelijk is van een onvoldoende zekere, in de toekomst gelegen gebeurtenis. Zou het kunnen dat de Afdeling, na de kritiek van Thomas Spijkerboer op de Vreemdelingenkamer, zich niet wilde opstellen als een al te formalistische rechter, om nog meer gespui te voorkomen?

Nu ben ik overigens alleszins voor een minder strikte houding van de Afdeling, dus wat dat betreft: hulde. Nu hopen dat het niet bij deze ene zwaluw blijft; er zijn immers genoeg verbeterpunten.

Deze blog verscheen eerder op www.publiekrechtenpolitiek.nl

OVER DE AUTEUR

Jacob de Boer is onderzoeker en docent aan de Tilburg Law School

Reacties

2 reacties

18.11.2014 | Tim van der Putten
De Afdeling meet met meerdere maten ben ik bang. De handhaving van objectief recht is (al dan niet terecht) grotendeels weggenomen bij de bestuusrechter. De Afdeling heeft zich daar volgens mij nooit expliciet tegen verzet en een aantal van de huidige Staatsraden hebben openlijk betoogd dat ze het juist goed vinden dat de Afdeling alleen individuele rechtsbescherming biedt. Vandaar ook de strikte toepassing van procedurele normen, Tenzij er een zaak over zwarte pieten komt waar de Afdeling graag wat over kwijt wil blijkbaar... Op zich past het toestaan als belanghebbende op de grond dat partijen dat wensen prima binnen het idee dat de Afdeling steeds meer als geschilbeslechter functioneert. Wat volgens mij vrij belachelijk is, is het argument dat de Afdeling in deze zaak ineens wél een plicht heeft om overheidsoptreden aan objectief recht te toetsen! Een zaakoverstijgend en juridisch belang, eenduidige toepassing van wet- en regelgeving? Flauwekul! De Afdeling stapt over een procedurele drempel heen omdat het objectieve recht geduid en gehandhaafd moet worden, iets dat ze meestal juist weigeren omdat dat niet hun rol is.
17.11.2014 | Bastiaan de Groot
Dag Jacob,

Goed geluld! Je hebt helemaal gelijk. Heb je interesse in de eerste zaak in Nederland in welke Rechter beoordeelt of Wet op de Jeugdzorg gaat boven de Wob? Die zaak ligt nu bij Rechtbank DH en gaat na uitspraak ongetwijfeld naar RvState. Is heel wezenlijke kwestie want als Rechtbank Wob-beroep honoreert, en dat zal het geval zijn neem ik aan, dan breekt er een beerput open over Jeugdzorg mét sterke precedentwerking. Je kunt mij bellen: 06 173 77 154.

Reageer!

Vul uw reactie hier in

* Verplicht invulveld straks zijn alleen uw naam en reactie zichtbaar, er kan enige tijd overheengaan tot uw reactie zichtbaar is.