De normalisering van radicaal-rechts gaat via het lokaal bestuur
Radicaal-rechte politieke partijen deden het goed bij gemeenteraadsverkiezingen van maart 2026. En dat is voor hen op meerdere manieren strategisch van belang. Lokaal kunnen ze namelijk laten zien dat ze helemaal niet zo radicaal zijn. Tegelijkertijd biedt het experimenteerruimte om te kijken hoever ze kunnen gaan.
De toename van lokaal radicaalrechts
De coalitieformaties na de gemeenteraadsverkiezingen van 2026 duurden langer dan ooit. Dat kan te maken hebben met het feit dat een gemiddelde gemeenteraad inmiddels een groot aantal fracties kent. Een andere mogelijke reden is de zetelwinst van radicaal-rechtse partijen waar andere partijen niet mee willen samenwerken. Onder radicaal-rechtse partijen verstaan experts politieke partijen die wel geloven in parlementaire processen, zoals verkiezingen, maar verschillende individuele vrijheden niet erkennen. De PVV wordt als radicaalrechts gezien. FVD ook, hoewel sommige onderzoekers die partij zelfs als extreemrechts zien, een partij die ook de parlementaire processen niet erkent. Voor een grotere aanwezigheid van deze partijen op lokaal niveau waren de verkiezingen van 2026 een belangrijke stap. De radicaal-rechtse partijen stegen van 111 naar 400 gemeenteraadszetels. Meer precies steeg de PVV van 61 naar 101 zetels en FVD van 50 naar 299 zetels. Dat betekent dat inmiddels bijna vijf procent van alle raadszetels in handen is van een radicaal-rechtse partij.
Strategieën van radicaal-rechtse partijen
De radicaal-rechtse partijen zijn duidelijk aan een lokale electorale opmars bezig. De vraag is welke strategische doelen deze partijen met hun deelname aan lokale verkiezingen willen bereiken. De meeste radicaal-rechtse partijen lijken toch vooral landelijke ambities te hebben, op het terrein van migratie bijvoorbeeld. Het boek “Restrained Radicals: Populist Radical Right Parties in Local Government” geeft daarop verschillende antwoorden. Zo geeft auteur Fred Paxton aan dat de radicaal-rechtse partijen met lokale deelname enerzijds kunnen laten zien dat ze helemaal niet zo extreem zijn en dus breder geaccepteerd kunnen worden, zowel bij kiezers als andere politieke partijen. Anderzijds kan het lokale niveau een laboratorium zijn om te kijken hoe radicaal de partijen zich kunnen opstellen. Beide strategieën sluiten elkaar niet uit en zijn in Nederland zichtbaar.
Een goede manier om te laten zien dat je als partij helemaal niet zo radicaal bent, is door mee te besturen. Dat toont immers aan dat andere partijen je als een acceptabele onderhandelings- en samenwerkingspartner zien. En ook hiervoor is 2026 een belangrijk jaar geweest. Voor het eerst heeft de PVV, namelijk wethouders geleverd, in Rucphen en Steenbergen (de gemeente Pekela kent daarnaast momenteel een wethouder namens een afgesplitste PVV-fractie en in nog enkele gemeenten is het een tijd een serieuze optie geweest met de PVV te besturen). De ophef daarover was beperkt. Al eerder schreef ik over de mogelijke redenen van de beperkte ophef. Zo heeft de PVV de afgelopen jaren ministers geleverd. En hoe bijzonder zijn PVV-wethouders dan nog? Daarnaast is de PVV op rechts ingehaald door de FVD. En wellicht fronzen we ook niet meer over PVV-wethouders als er een nog radicalere partij bestaat. Ook dat past bij het proces van normalisering van radicaal-rechts. De FVD levert overigens (nog) geen wethouders, maar was al wel dicht bij het ondersteunen van een lokale coalitie in Tiel alvorens daar uiteindelijk een andere oplossing werd gekozen.
In het laten zien dat je als radicaal-rechtse partij acceptabel bent, past het ook om de meest extreme standpunten wat meer naar de achtergrond te verplaatsen. Dat kan uit eigen beweging en/of omdat andere partijen dat verwachten, of eisen. Een voorbeeld is de gemeente Rucphen waar in het coalitieakkoord in tegenstelling tot het verkiezingsprogramma van de PVV weinig pleidooien tegen asielzoekers staan. “De PVV’ers hier … zijn heel anders dan Geert Wilders”, aldus de CDA-fractievoorzitter in de Volkskrant. Ook dat past bij de strategie om te laten zien dat er met een radicaal-rechtse partij eigenlijk best goed te werken valt.
Er is voor radicaal-rechts echter ook een andere reden om aan de lokale politiek mee te doen en dat is de experimenteerruimte die het biedt voor het testen van radicaler gedachtegoed of radicalere acties. Het is, eenvoudig gezegd, een goed bestuurlijk niveau om te kijken hoever je als politieke partij kunt gaan. Dat gaat dan om het testen van de publieke opinie, maar bijvoorbeeld ook waar de grens van juridisch ingrijpen ligt. Zo hintte een ex-FVD-er in een recente documentaire over de partij erop dat enkele neonazistische leden van de Nederlandse Volksunie (NVU) bewust op de FVD-kandidatenlijsten waren geplaatst om te testen hoe groot de ophef daarover zou zijn. Als deze extreemrechtse kandidaten in de raad ‘niet continu zouden sieg-heilen’ – aldus de geïnterviewde ex-FVD-er – zouden mensen wellicht denken ‘ach, het valt toch wel mee’. Dat zou een volgende stap mogelijk maken, zoals personen met dergelijk gedachtegoed op provinciale en landelijke lijsten. Die stappen lijken al te worden gezet.
Waakzaam blijven
Kortom, 2026 is tot op heden al een goed jaar voor de normalisering van radicaalrechts. Enerzijds kan men in de winst van radicaalrechts nog iets positiefs zien. Een democratisch systeem houdt in dat ook mensen met radicale politieke opvattingen via verkiezingen vertegenwoordigd kunnen worden. Anderzijds zijn er grenzen aan die incorporatie van radicaal gedachtegoed in een democratisch systeem. Zeker als radicaal-rechtse partijen zich gematigder voordoen dan dat ze zijn, is waakzaamheid geboden. Als rechtstatelijke normen worden geschonden, dienen daar consequenties aan verbonden te worden en dient een dergelijke partij op zijn minst haar plaats binnen het dagelijks bestuur te verliezen. Het is een verantwoordelijkheid van alle andere politieke partijen op lokaal niveau, maar tegelijkertijd van alle inwoners van Nederland, die grenzen van de rechtsstaat en het belang van tolerantie te bewaken tegen alle personen en politieke partijen die daar inbreuk aan willen doen.
Reacties