Terug naar overzicht

#8: Route 181: Fragments of a Journey in Palestine-Israel


In 2002, tijdens de Tweede Intifada of Palestijnse ‘opstand’, reisden de Palestijnse filmmaker Michel Khleifi en de Israëlische filmmaker Eyal Sivan samen twee maanden met een camera door hun geboorteland. Ze traceerden de grens van het Partition Plan dat de Verenigde Naties in 1947 hadden voorgesteld in resolutie 181, en filmden de mensen die ze tegenkwamen. Het resultaat is een road movie van maar liefst zeseneenhalf uur (plus nog eens bijna drie uur bonusmateriaal), opgedeeld in scenes van een paar minuten. Het eerste deel (“South”) is nu gratis met Engelse ondertiteling te bekijken via Vimeo.

Route 181 is een diepgaande verbeelding van de juridische en politieke werkelijkheid—en onwerkelijkheid—van het land en zijn bewoners. De film speelt namelijk met een juridische idee dat altijd virtueel gebleven is, maar vooral ook met de spanningen tussen een juridisch-politiek idee en de geleefde werkelijkheid. Beide filmmakers zijn ook filosoof, en  het woord ‘fragmenten’ in de ondertitel van de film lijkt te verwijzen naar de ‘denkfragmenten’ van Walter Benjamin. In de door Hannah Arendt uitgegeven Geschiedfilosofische thesen, Benjamins korte laatste tekst voordat hij zich in 1940 suicideerde tijdens een mislukte vluchtpoging uit Vichy-Frankrijk, schreef Benjamin over de noodzaak om beelden uit het verleden vast te houden ‘zoals ze opflitsen in een ogenblik van een gevaar’, voordat ze worden gereduceerd tot ideologie en tot ‘werktuig van de heersende klasse’ worden gemaakt. Het daadwerkelijk zien en vasthouden van die beelden was de ethische en politieke opdracht die Benjamin ons aan het einde van zijn leven gaf.

Ik zal een voorbeeld geven van een beeld dat ook nu ‘opflitst’ als we de documentaire bekijken, een beeld dat alle propaganda die de genocidale status quo in stand houdt kan doorbreken als we ons ervoor open stellen en als we het beeld vasthouden. Maar eerst iets over VN-resolutie 181.

Resolutie 181 stelde voor om het mandaatgebied Palestina in tweeën te delen en de twee delen toe te wijzen aan de bevolking die eveneens in tweeën moest worden gedeeld, langs etnische scheidslijnen. Op 55% van het mandaatgebied moest een staat voor de Joodse bevolking komen. Deze bevolking was in de dertig jaar sinds de Balfour Declaration (1917) door Europese migratie gegroeid van 6% tot 30% van de totale bevolking, en had 6% van de grond in eigendom. De resterende 45% van het mandaatgebied werd toebedeeld aan de Arabisch-Palestijnse meerderheid van de bevolking, die toen nog het grootste deel van de grond in eigendom had. Jerusalem moest onder internationaal bestuur komen. Hoewel het Handvest van de Verenigde Naties het ‘beginsel van gelijke rechten en van zelfbeschikking voor volken’ bij de oprichting twee jaar eerder had verankerd in artikel 1, werden de Palestijnen niet geconsulteerd.

Resolutie 181 liet in het midden op wat voor manier de resolutie moest worden geimplementeerd, en historicus Rashid Khalidi merkt op dat ‘the expulsion of enough Arabs to make possible a Jewish majority state necessarily and inevitably followed’. Verzet van Palestijnen, in het begin van 1948 gesteund door Arabische legers, werd in de kiem gesmoord door Zionistische paramilitaire groepen die over meer soldaten en meer wapens beschikten dan de Arabische legers. Bij de proclamatie van de Israëlische staat op 14 mei hadden Zionistische militia 78% van het mandaatgebied veroverd en de meeste (meer dan 750.000) Palestijnen verdreven naar Gaza, de Westelijke Jordaanoever en de aangrenzende landen.

De film bevat verschillende fragmenten waarin Joodse Israëliërs de meest verschrikkelijke racistische dingen over Palestijnen zeggen en definitieve etnische zuivering bepleiten. Deze pijnlijke fragmenten suggereren dat de huidige Israëlische genocide op de Palestijnen onderdeel is van een voortdurend proces dat het gevolg is van het onder meer in resolutie 181 voorgestelde, onwerkelijke idee van een Joodse ethnostaat in Palestina. Wat deze fragmenten nog extra shockerend maakt voor Nederlanders uit de (hogere) middenklassen (zoals de auteur van deze blog), is dat de geinterviewden die deze dingen zeggen veel meer op hen lijken qua beroepen, leefwijzen en manieren van spreken dan de mensen uit de arbeidersklassen—zowel Joods als Palestijns—die vaak hele andere verhalen vertellen.

Een voorbeeld van zo’n ander verhaal is de scene van een oudere man achter de toonbank van een klein kruidenierswinkeltje:

-Where are you from? -Iraq. -Do you remember Iraq? -So…so…sure. -Tell us what you remember. -I was at school, life trundled along, until we went to Israel. -Why, what suddenly changed? -The creation of Israel, Zionism and so on. Everyone emigrated. Was life good in Iraq? –[laughing] You ask me that now? We were kids. For us wherever…was good. -What did you speak? -Arabic. But now, only Hebrew. -Have you forgotten Arabic? -There’s now Arabs who fled Iraq. –[met nadrukkelijk handgebaar en glimlach] I can speak Arabic like it was yesterday. We learned it at school, it’s hard to forget. -What’s the origin of Qiryat Mal’achi? -When it started it was called Kastina. It was an Arab name. All the names were Arab, Masmiye, Kastina, among others. Gradually the names changed. -Where did the Arabs of Kastina go? -They were taken to Gaza and other places like Ramleh…they were moved. There was an Arab village 2 km away. An abandoned village, a ghost town. There were Arabs in the whole region. I’d have happily lived with them and vice versa.

Het Benjaminiaanse beeld dat opflitst in dit gesprek, dat in het Hebreeuws plaatsvindt, is het moment waarop de man zich zijn moedertaal herinnert: Irakees-Arabisch. De man straalt als hij vertelt dat hij opeens weer vloeiend kon communiceren in zijn moedertaal toen er Irakese vluchtelingen verschenen, nadat hij decennialang alleen nog maar Hebreeuws had gesproken. Het beeld brengt Hannah Arendts opmerking in herinnering over haar ballingschap uit Nazi-Duitsland: ‘wat blijft is de moedertaal’.

Het Benjaminiaanse punt is niet om een fetish te maken van de moedertaal, maar om dit ontroerende beeld de onwerkelijke fictie te laten doorbreken dat ‘Joods’ en ‘Arabisch’ onverenigbare identiteiten zijn van groepen die ieder thuis horen in hun eigen natiestaat. Voor Benjamin was het zaak om dergelijke beelden vast te houden, en om niet alleen ons denken, maar ook ons handelen op dergelijke beelden te baseren. Dat impliceerde de transformatie van onwerkelijke en onrechtvaardige constitutionele kaders die de werkelijkheid van wat Benjamin de onderdrukten noemde geweld aandoen. Ik hoop dat sommige lezers van deze blog zich ook zullen willen laten raken door de beeldfragmenten van Route 181.

Over de auteurs

Michiel Bot

Michiel Bot is universitair hoofddocent Recht en Geesteswetenschappen aan Tilburg University. Zijn onderwijs en onderzoek gaan onder meer over de relaties tussen recht, politiek en taal

Reacties

Andere blogs uit deze reeks
Winteravonden: film, grondwet en rechtsstaat
#7: Dead Poets Society: burgers en dichters in recht en rechtspraak
Winteravonden: film, grondwet en rechtsstaat
#6: Bram Fischer, advocaat van het verzet tegen apartheid
Winteravonden: film, grondwet en rechtsstaat
#5: Stop die vretende, vrijende en onbeschofte bourgeoisvrienden!
Winteravonden: film, grondwet en rechtsstaat
#4: De ongelijke strijd van David tegen Goliath bij milieurechtszaken
Winteravonden: film, grondwet en rechtsstaat
#3: Een strafbare schending van een taboe
Winteravonden: film, grondwet en rechtsstaat
#2: Zelfbeschikking in een geregisseerde werkelijkheid
Winteravonden: film, grondwet en rechtsstaat
#1: Nuremberg als afspiegeling van huidige ideeën over de rechtsstaat
Winteravonden: film, grondwet en rechtsstaat
Winteravonden: film, grondwet en rechtsstaat