Het bezoek van het koninklijk paar aan President Trump. Ernstige inschattingsfout, slecht voor de monarchie
Van 13 april tot en met woensdag 15 april bezoeken Koning Willem-Alexander en koningin Maxima de VS. Zij leggen een werkbezoek af aan twee deelstaten in de VS. Op dinsdagavond verblijft het koninklijk paar op uitnodiging van President Trump aansluitend in het Witte Huis voor een diner en een overnachting. Minister-president Jetten neemt eveneens deel aan het diner. Ook de minister van Buitenlandse zaken en enkele andere ministers vergezellen het koninklijk paar op het werkbezoek.
Op de website van het koninklijk huis is het volledige, uitgebreide programma van het koninklijk werkbezoek te vinden. Daarin wordt voorop gesteld dat de betrekkingen en de onderlinge band tussen de VS en Nederland belangrijk zijn voor de veiligheid en welvaart. De VS is een belangrijke NAVO-bondgenoot.
Dat het werkbezoek een belangrijke bondgenoot betreft, is zeker relevant. En dat het koninklijk paar twee deelstaten aandoet is evenmin een probleem. Het bezoek aan President Trump, het diner en de zeer bijzondere gebeurtenis van een overnachting in het Witte Huis vormen echter de schaduwkant van dit werkbezoek.
De afgelopen weken is de nodige kritiek geleverd op met name de koninklijke logeerpartij bij Trump. Die kritiek is terecht. De regering heeft een ernstige inschattingsfout gemaakt, die bepaald schadelijk kan zijn voor het aanzien van en vertrouwen in de monarchie. Want het koninklijk paar brengt een vriendschappelijk bezoek aan een President, die zich al geruime tijd onderscheidt door de internationale rechtsorde en principes van de rechtsstaat aan zijn laars te lappen, door onwettige importheffingen op te leggen aan zijn bondgenoten, door naaste bondgenoten in de EU (onder wie het Franse staatshoofd en de Britse premier) persoonlijk te beledigen, en door te dreigen een deel van het Koninkrijk Denemarken (Groenland), een bevriende monarchie, te annexeren. De laatste weken is bovendien sprake van een ontsporing van het buitenlands beleid van President Trump door een aanvalsoorlog te beginnen en roekeloze militaire acties in Iran samen met bondgenoot Israël uit te voeren, een regering van een land dat zich al langer schuldig maakt aan ernstige mensenrechtenschendingen en schendingen van het humanitair oorlogsrecht.
Ook President Trump kiest inmiddels de route van het begaan van oorlogsmisdrijven, onder meer door Iran te dreigen met aanvallen op civiele doelen (electriteitscentrales en infrastructuur). De militaire avonturen van Trump dreigen de Europese Unie en andere delen van de wereld bovendien te storten in een economische (olie)crisis van ongekende omvang. De binnenlandse problematiek rond deze, wellicht op President Andrew Johnson (1865-1869) na, meest omstreden president in de Amerikaanse geschiedenis (ICE, Epstein-schandaal), laat ik dan nog buiten beschouwing.
Het moge duidelijk zijn dat een ‘intiem’ vriendschapsbezoek aan deze President op dit moment niet goed verdedigd kan worden. Premier Jetten merkte in dit verband op dat de vriendschapsband met de VS het mogelijk maakt om het niet met elkaar eens te zijn en kritiek op elkaar te hebben. Maar in deze bijzondere en extreme situatie geeft het aanhalen van de vriendschapsbanden vooral het signaal dat er kennelijk weinig aan de hand is. Het handelen van de Amerikaanse President wordt door dit vriendschapsbezoek eerder gelegitimeerd dan veroordeeld. Ten aanzien van een regeringsleider van een bondgenoot die lak heeft aan internationaal recht en de democratische rechtsstaat past eerder terughoudendheid en afstand dan het aanhalen van de betrekkingen.
De positie van de Koning en de monarchie spelen hierbij bovendien een precaire rol. Uitgangspunt in de Grondwet is dat er ministeriële verantwoordelijkheid is voor de gedragingen van de Koning. In dit geval treedt de Koning op als staatshoofd in de buitenlandse betrekkingen, en zal de minister-president en de minister van Buitenlandse zaken deze verantwoordelijkheid dragen. De ministeriële verantwoordelijkheid voor de Koning (en voor de andere leden van het koninklijk huis) is mede gericht op het waarborgen van een goede uitoefening van de koninklijke functie. In het verleden is het regelmatig voorgekomen dat de regering op dit punt steken liet vallen, waardoor leden van het koninklijk huis in opspraak raakten. In 2019 ontstond de nodige ophef rond koningin Maxima toen zij een ontmoeting had met de kroonprins van Saudi-Arabië, die betrokken was bij de moord op een Saoudische journalist. De Tweede Kamer oordeelde in een motie dat de regering kennelijk niet in staat was gebleken de koningin te behoeden voor deze kwetsbare situatie. De Kamer verzocht de regering in die motie de politieke verantwoordelijkheid voor het inschatten en voorkomen van risico’s beter te borgen en de Kamer te informeren.
De regering heeft kennelijk weinig geleerd van deze waarschuwende woorden in de Tweede Kamer. Met het vriendschapsbezoek wordt het koninklijk paar ingezet voor een vriendschappelijke ontmoeting, terwijl in deze uitzonderlijke situatie afstand en terughoudendheid gepast zijn. Het koninklijk paar wordt als het ware door het kabinet-Jetten voor de bus gegooid, met het reële risico dat de monarchie opnieuw in een negatief daglicht komt te staan.
Reacties