20.11.2014

Ernst Hirsch Ballin

TAGS
REAGEER!

BLOG

Sinterklaas en grondrechten

In sommige gemeenten in Nederland was het sinterklaasfeest in mijn schooljaren controversieel. Waar een zeer strikt protestants geloof de overhand had, keurde men deze speelse vorm van heiligenverering af. De gestalte van een bisschop met een op de mijter geborduurd kruis kon daar niet door de beugel.
 
Bij het kinderfeest denk ik altijd ook een beetje aan de heilige Nicolaas, een Griekse bisschop in Klein-Azië (270-343), patroon van talloze kerken in het Middellandse Zeegebied, en ook van de katholieke basiliek in Amsterdam. In Zuid-Oost Europa wordt het feest van de St. Nicolaas tot op de dag van vandaag serieus gevierd, soms in de vorm van een kinderfeest dat herinnert aan de overlevering dat hij onopgemerkt financiële bijdragen toespeelde aan arme gezinnen met kinderen. Hij deed dat zelf, zonder personeel. Misschien komt het wel daardoor dat bij mij nooit de gedachte is opgekomen dat deze heilige de meester zou zijn van minachtend bejegende knechten.
Maar intussen heeft de Nederlandse variant van het sinterklaasfeest zijn onschuld verloren. De te lang verdoezelde schande van de Nederlandse slavenhandel en slavenhouderij legt een mentale hypotheek op de relaties in onze samenleving.
Vanaf het moment dat de verbeelding van Zwarte Piet controversieel werd, is een spiraal van boosheid ontstaan. Tradities zijn evenwel per definitie veranderlijk. Verstandige burgemeesters, zoals die van Amsterdam, stimuleren een ontwikkeling in de gestalte van de Pieten die de traditie niet negeert, maar evenmin de respectabele wens van Nederlanders van Afrikaanse afkomst, verschoond te blijven van negatieve stereotyperingen.
 
De uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 12 november 2014 (201406757/1/A3) laat weer eens zien hoe waardevol de ordenende werking van het recht is, ook – of misschien wel juist – wanneer de rechter geen orakel in sociale conflicten wil zijn. In een overweging ten overvloede onderkent de raad dat mensen daardoor teleurgesteld kunnen zijn. Maar de raad doet wel iets anders: hij doorbreekt het beeld alsof het bij de handhaving van grondrechten slechts gaat om begrenzing van overheidsingrijpen. De schuurvlakken van grondrechten bevinden zich in het hart van de samenleving, waar mensen op elkaar zijn aangewezen, ondanks verschillen in waardenpatronen, levensovertuigingen en leefstijlen. Anders dan de rechtbank verlangt de raad niet van de burgemeester dat hij de Pietgestalte herbepaalt. Zoiets behoort niet tot zijn bevoegdheden op het gebied van de openbare orde. Onze Grondwet en wetten beschermen zowel tegen discriminatie als tegen mateloze bemoeizucht van de overheid met de manieren waarop we ons manifesteren.
Wie zich met de werking van grondrechten bezighoudt, kan in deze uitspraak een nieuwe aanwijzing vinden dat het paradigma van de grondrechtenbescherming is veranderd. De traditionele conflictstof tussen burgers en bedilzuchtige overheden maakt steeds meer plaats voor de fricties in een samenleving met uiteenlopende visies op het samenleven. De overheid wordt niet meer alleen beoordeeld op haar terughoudendheid inzake ingrepen in de persoonlijke vrijheid, maar steeds meer op het vermogen verschillende visies op die vrijheid in goede banen te leiden. Bevorderen van sociale cohesie zonder opgelegde gelijkgezindheid moet haar doel zijn. De dertig jaar geleden nog als een soort toegift beschouwde ‘horizontale werking’ van grondrechten blijkt tot de kern van de zaak te behoren.
 
Precies dat wordt door de Afdeling bestuursrechtspraak uitgesproken. Pietcritici kunnen zich inzake hun grondrecht op bescherming van het persoonlijk leven (dat ook het recht omvat, niet aan negatieve stereotyperingen te worden blootgesteld) tot de rechter wenden in een civielrechtelijke procedure, of in de ernstigste situaties tot het Openbaar Ministerie. Maar de burgemeester mag zijn bevoegdheden inzake de handhaving van de openbare orde niet gebruiken om zijn antwoord op een vraag die burgers verdeeld houdt, aan de samenleving op te leggen.

Dit artikel verscheen ook in SC Wetten en regels verklaard, dinsdag 18 november 201

OVER DE AUTEUR

Ernst Hirsch Ballin is Hoogleraar aan Tilburg University en de Universiteit van Amsterdam

Reacties

Reageer!

Vul uw reactie hier in

* Verplicht invulveld straks zijn alleen uw naam en reactie zichtbaar, er kan enige tijd overheengaan tot uw reactie zichtbaar is.