Terug naar overzicht

#1: Modernisering van ons nationaliteitsrecht door het minderheidskabinet? Hoog tijd


In het coalitieakkoord staan twee zinnetjes over nationaliteitsrecht. ‘Door de nationaliteitswet te moderniseren verliezen Nederlanders in het buitenland hun nationaliteit niet sneller dan voor onze buurlanden Duitsland, België, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk gelden. Voor nieuwkomers die in Nederland willen naturaliseren is het uitgangspunt dat zij afstand doen van hun andere nationaliteit.’

Hoewel we niet weten wat een en ander precies inhoudt en zal moeten worden afgewacht hoe er nog aan deze ‘modernisering’ van de Rijkswet Nederlanderschap (RWN) zal worden gesleuteld om een meerderheid in het parlement te verwerven, is er toch al het een en ander over op te merken.

Het onderwerp van de eerste zin heeft al veel ellende veroorzaakt. Het gaat over Nederlanders die al een hele tijd in het buitenland wonen en daar ook de nationaliteit van hebben verkregen, vaak versneld door hun huwelijk met een buitenlandse partner, en die tot hun ontsteltenis op het consulaat te horen krijgen dat zij hun Nederlanderschap zijn kwijtgeraakt. Wat is het geval? Bipatride Nederlanders, die niet binnen een periode van oorspronkelijk tien, en tegenwoordig dertien jaar, een nieuw paspoort of een ander identiteitsdocument hebben gevraagd én gekregen, verliezen automatisch hun Nederlanderschap. Dat merken ze als ze zich tegenover Nederlandse autoriteiten als Nederlander manifesteren, zoals bij het aanvragen van een nieuw paspoort, na de gestelde termijn. Of zelfs binnen de termijn, maar het beslissende moment is het in handen krijgen van het nieuwe paspoort, een moment dus waarover de IND kan beschikken. Daar is al vele jaren het nodige over te doen, en zelfs de Nationale Ombudsman en het Hof van de EU hebben hun zegje erover gezegd zonder dat dat veel hielp. Het Hof overwoog in Tjebbes (ECLI:EU:C:2019:189) dat het Unierecht zich niet verzet tegen automatisch verlies van nationaliteit en dus van het Unieburgerschap als er geen werkelijke band meer bestaat met het land van de nationaliteit, maar dat het evenredigheidsbeginsel meebrengt dat van geval tot geval moet worden onderzocht wat de gevolgen zijn van dat verlies voor de rechten van de lidstaatburger die voortspruiten uit het Unierecht, met inbegrip van het Handvest. Voor mensen die buiten de EU wonen zet dit evenredigheidsbeginsel weinig zoden aan de dijk.

Nu wil de coalitie deze keiharde bepaling over verlies van rechtswege verzachten, en wel door zich te oriënteren op wat onze buurlanden doen. De regelingen in die landen verschillen nog wel wat. In de Franse Code Civil is het zo geregeld, dat men sinds 1927 alleen op (eigen) verzoek van de Franse nationaliteit kan worden ontslagen. In het VK geldt ongeveer hetzelfde systeem: men raakt zijn Britse citizenship kwijt door daar afstand van te doen (‘renunciation’). In België verliest de Belg in het buitenland, die daar ook nog geboren is, de Belgische nationaliteit, als hij niet voor zijn 28ste heeft verklaard Belg te willen blijven. Duitsland staat toe dat een Duitser zijn nationaliteit mag opgeven, met toestemming van de autoriteiten, als hij nog een andere nationaliteit bezit. Die toestemming mag niet geweigerd worden als hij meer dan tien jaar in het buitenland verblijft.

Wat deze stelsels vrijwel allemaal gemeen hebben is het ontbreken van een automatisme zoals in Nederland. Alle ons omringende landen leggen het verloren gaan van de nationaliteit in handen van de betrokkene, hetzij door vrijwillig afstand te doen, hetzij door het verlies te blokkeren. Dat laatste is het Belgische (en Nederlandse) systeem, maar daar valt in het geval van België op te merken dat het alleen geldt voor Belgen die ook in het buitenland geboren zijn. Wat betekent dan ‘niet sneller’ in het coalitievoornemen? Naar mijn mening gaat de oplossingsrichting niet zitten in een termijn, want die ontbreekt in de meeste ons omringende landen, maar in het omzetten van het automatische verlies van nationaliteit naar een bevoegdheid van de burger om zich te ontdoen van zijn Nederlanderschap. Naar Nederlands recht bestaat het recht om afstand te doen al; men hoeft daarom alleen de bepaling van artikel 15(1) sub c RWN over het automatisch verlies te schrappen. En vooral ook: er moet een overgangsregeling komen die het mensen toestaat om op hun verzoek het Nederlanderschap eenvoudig terug te krijgen als ze die op grond van het automatisme inmiddels verloren hebben. Koude kunstjes, en een echte modernisering. Komt zo’n regeling tot stand, dan zullen meer Nederlanders bipatride zijn: zij houden hun Nederlanderschap zolang zij geen afstand doen. En die afstand kan alleen worden gedaan als ze nog een nationaliteit overhouden: staatloosheid dient te worden vermeden.

De tweede zin in het coalitieakkoord heeft niets met modernisering te maken. Integendeel, de bestaande en ouderwetse bestrijding van dubbele nationaliteit wordt erin herbevestigd. Dit is een achterhoedegevecht. Hier geen vergelijking met het recht van de ons omringende landen, die alle meervoudige nationaliteit toelaten, zowel bij naturalisatie van vreemdelingen als van eigen staatsburgers in een ander land. Zo heeft Duitsland in 2024 het been bijgetrokken en besloten tot een algemene en onvermijdelijke aanvaarding van meervoudige nationaliteit.

Hier heeft D66 een veer gelaten. Die fractie heeft immers, samen met de PvdA al tien jaar geleden een initiatiefwetsvoorstel ingediend om over de hele linie meervoudige nationaliteit als uitgangspunt te nemen en dus ook afstand te doen van de afstandseis. Dat is pas echte modernisering en zo heette het initiatiefwetsvoorstel dan ook. (Zie daarover mijn opstel Modernisering van ons nationaliteitsrecht: afstand van de afstandseis, NJB 2025, p 3272-3278) Dit wetsvoorstel wordt van 24 tot 26 maart 2026 in de Tweede Kamer behandeld. Dan zal blijken hoe dit progressieve voorstel zich verhoudt tot het halsstarrig regressieve kabinetsvoornemen. Punt van aandacht: de coalitie heeft het alleen over vreemdelingen die Nederlander willen worden. Hoe staat het met Nederlanders die een andere nationaliteit willen verwerven? Moeten ook zij dat nog blijven bekopen met verlies van het Nederlanderschap? Of gaan hier de teugels los?

De eerste en de tweede zin staan met elkaar in oppositie: de eerste houdt een vermeerdering van het aantal gevallen van meervoudige nationaliteit in, de tweede wil daar paal en perk aan stellen. Bij dit compromis is consistentie ver te zoeken.

Ik hoop dat de dienstdoende regering zich zal houden aan het algemene motto van het akkoord: ’De overheid moet dingen makkelijker maken in plaats van moeilijker.’ Aan de slag! En dat geldt ook voor de oppositie, zoals Groenlinks/PvdA die immers het initiatiefwetsvoorstel mee heeft ondertekend.

Over de auteurs

H.U. Jessurun d’Oliveira

H.U. Jessurun d’Oliveira is emeritus hoogleraar aan de rechtenfaculteiten van de Universiteiten van Amsterdam en Groningen en van het Europees Universitair Instituut in Florence.

Reacties

Andere blogs van H.U. Jessurun d’Oliveira
Een nabrander: naturalisatie verder bemoeilijken
Kabinet schendt de Grondwet en verdragen met de christelijke eed
De Eed van verbondenheid van nieuwe Nederlanders. Discriminatie wegens godsdienst