DE GRONDWET

Artikel 86 - Intrekking wetsvoorstel

  1. Zolang een voorstel van wet niet door de Staten-Generaal is aangenomen, kan het door of vanwege de indiener worden ingetrokken.

  2. Zolang de Tweede Kamer onderscheidenlijk de verenigde vergadering een door haar in te dienen voorstel van wet niet heeft aangenomen, kan het door het lid of de leden door wie het aanhangig is gemaakt, worden ingetrokken.


WETENSCHAPPELIJK COMMENTAAR

W.J.M. Voermans

INHOUDSOPGAVE

1. De intrekking van een voorstel van wet
2. Literatuur
3. Historische versies

Editie december 2015

1. De intrekking van een voorstel van wet

Intrekking van een wetsvoorstel kan geschieden door of vanwege de indiener tot op het moment dat het wetsvoorstel ook door de Eerste Kamer is aangenomen. Indien de indiener de regering is, is de ‘koninklijke’ weg voor een dergelijke intrekking dat de bewindslieden die intrekking overwegen, daarover beraad voeren in de ministerraad[1] en vervolgens om een machtiging tot intrekking van de Koning vragen. Na die machtiging deelt de betrokken bewindspersoon de intrekking schriftelijk mee aan de voorzitter van de Tweede Kamer, of aan de voorzitter van beide Kamers indien het wetsvoorstel bij de Eerste Kamer aanhangig is. De mededeling geeft aan waarom het voorstel wordt ingetrokken. Van de fase van behandeling in de ministerraad kan, vanwege dringende redenen, zoals spoedeisendheid, worden afgezien.

Vindt een wetsvoorstel zijn oorsprong in een initiatief van leden van de Tweede Kamer dan ligt de verhouding bij intrekking wat anders. Zolang een initiatiefvoor­stel nog bij de Tweede Kamer aanhangig is, zijn het bijna vanzelfsprekend de initiatiefnemers die hun voorstel kunnen intrekken. Hetzelfde geldt voor initiatieven die in verenigde vergadering worden gedaan. Indien de Tweede Kamer echter een initiatiefvoorstel heeft aangenomen, dan is dat niet langer vanzelfsprekend. In zo’n geval is de gehele Tweede Kamer de indiener geworden en heeft bijgevolg ook die Kamer het recht tot intrekking. Deze situatie komt nauwelijks voor. Denkbaar is dat de Tweede Kamer, na verkiezingen, besluit om door de Kamer in de oude samenstelling ingediende initiatiefvoorstellen in te trekken.
 

2. Literatuur

- Borman, T.C., De wetgevingsprocedure bij de centrale overheid (hoofdstuk 7), in: Zijlstra, S.E. (red.), Wetgeven; handboek voor de centrale en decentrale overheid, Kluwer: Deventer 2012
 

3. Historische versies

Eerste lid:
Art. 115 Gw 1887: Zoolang de Eerste Kamer nog niet heeft beslist, blijft de Koning bevoegd het door Hem gedaan voorstel weder in te trekken (art. 116 Gw 1922; art. 118 Gw 1938; art. 125 Gw 1953).
 
Tweede lid:
Geen historie.
 

Noten

  1. Zie art. 4 RvOMR.

CITEER SUGGESTIE

W.J.M. Voermans, Commentaar op artikel 86 van de Grondwet, in: E.M.H. Hirsch Ballin en G. Leenknegt (red.), Artikelsgewijs commentaar op de Grondwet, webeditie 2019 (www.Nederlandrechtsstaat.nl).