DE GRONDWET

Artikel 83 - Toezending wetsvoorstel TK

Voorstellen van wet, ingediend door of vanwege de Koning, worden gezonden aan de Tweede Kamer of, indien daarvoor behandeling door de Staten-Generaal in verenigde vergadering is voorgeschreven, aan deze vergadering.

WETENSCHAPPELIJK COMMENTAAR

W.J.M. Voermans

INHOUDSOPGAVE

  1. Indiending regeringsvoorstellen
  2. Literatuur
  3. Historische versies
 
Editie december 2015

1. Indiening regeringsvoorstellen

Nadat de ministerraad met het voorstel akkoord is gegaan, er door de Raad van State advies is uitgebracht (waaruit geen zwaarwegende bedenkingen van de Raad tegen het voorstel blijken)[1] en in reactie daarop een nader rapport is opgesteld, zendt de Koning een wetsvoorstel dat door hem wordt ingediend, aan de Tweede Kamer, dan wel aan de verenigde vergadering indien behandeling van het voorstel in verenigde vergadering is voorgeschreven. Dat een wetsvoorstel eerst bij de Tweede Kamer wordt ingediend heeft vanzelfsprekend te maken met de omstandig­heid dat daar het zwaartepunt van de politieke besluitvorming ligt.
 
De aanbieding van het wetsvoorstel geschiedt bij koninklijke boodschap, een niet gecontrasigneerde missive van de Koning (zie ook het commentaar bij artikel 82 Grondwet). De koninklijke boodschap is nog een relict uit de tijd dat de Koning zelf op eigen initiatief wetsvoorstellen kon indienen bij de Tweede Kamer van de Staten-Generaal en deze voorstellen in de boodschap zelf toelichtte.[2] In de huidige vorm is zij ontstaan met de invoering van de ministeriële verantwoordelijkheid; voordien bevatte de koninklijke boodschap tevens de toelichting op het wetsvoorstel.[3]  De toelichting bij een wetsvoorstel wordt tegenwoordig door de politiek verantwoordelijke minister of staatssecretaris ondertekend, dat dan weer wel zonder de Koning. Dat leidt tot de staatsrechtelijke bijzonderheid dat de boodschap alleen door de Koning, het wetsvoorstel door de Koning en een of meer bewindslieden en de toelichting alleen door de verantwoordelijke bewindslieden wordt ondertekend. Het gebruik dat de boodschap, het wetsvoorstel en de toelichting in geval van regeringsvoorstellen, weliswaar met verschillende nummers, maar in één keer als pakket worden toegezonden zorgt er voor dat dat in de praktijk nagenoeg geen problemen oplevert.
 

2. Literatuur

- Borman, T.C., De wetgevingsprocedure bij de centrale overheid (hoofdstuk 7), in: Zijlstra, S.E. (red.), Wetgeven; handboek voor de centrale en decentrale overheid, Kluwer: Deventer 2012
- Voermans, W., Eijlander, P., Wetgevingsleer. Boom Juridisch: Den Haag 2000

3 Historische versies

Art. 106 Gw 1815: De Koning zendt zijne voorstellen aan de tweede Kamer, het zij bij eene schriftelijke boodschap, welke de redenen van het voorstel inhoudt, of door eene commissie (art. 107 Gw 1840).
Art. 105 Gw 1848: De Koning zendt zijne voorstellen, hetzij van wet, hetzij andere, aan de Tweede Kamer, bij eene schriftelijke boodschap, welke de redenen van het voorstel inhoudt, of door eene commissie.
Art. 110 Gw 1887: De Koning zendt Zijne voorstellen, hetzij van wet, hetzij andere, aan de Tweede Kamer bij eene schriftelijke boodschap of door eene Commissie.
Hij kan aan bijzondere door Hem aangewezen commissarissen opdragen de ministers bij het behandelen van die voorstellen in de vergaderingen der Staten‑Generaal bij te staan (art. 111 Gw 1922; art. 113 Gw 1938; art. 120 Gw 1953).
 

Noten

  1. In zo'n geval moet een wetsvoorstel nog een keer in de ministerraad worden behandeld. Artikel 4, tweede lid, onder a, ten derde, RvOMR.
  2. Zie Kortmann e.a. 2012, p. 322.
  3. Zie Eijlander/Voermans 2000, p. 186.

CITEER SUGGESTIE

W.J.M. Voermans, Commentaar op artikel 83 van de Grondwet, in: E.M.H. Hirsch Ballin en G. Leenknegt (red.), Artikelsgewijs commentaar op de Grondwet, webeditie 2019 (www.Nederlandrechtsstaat.nl).