DE GRONDWET

Artikel 75 - Inrichting, samenstelling, bevoegdheid Raad van State

  1. De wet regelt de inrichting, samenstelling en bevoegdheid van de Raad van State.

  2. Bij de wet kunnen aan de Raad of een afdeling van de Raad ook andere taken worden opgedragen.


WETENSCHAPPELIJK COMMENTAAR

J.C.A. de Poorter

INHOUDSOPGAVE

  1. Historische ontwikkeling
  2. Inrichting, samenstelling en bevoegdheid van de Raad van State
  3. Andere taken van de Raad of zijn afdelingen
  4. Relevant verdragsrecht
  5. Historische versies
  6. Jurisprudentie
  7. Literatuur
   
Editie mei 2015
 

1. Historische ontwikkeling

De regeling in de Grondwet van de inrichting, samenstelling en bevoegdheden van de Raad van State is steeds summier geweest. Artikel 71 van de Grondwet van 1814 bepaalde ‘Er is een Raad van State’. In de Grondwet van 1848 vinden we vervolgens in artikel 71, eerste lid, een bepaling die gelijke trekken vertoont met het huidige artikel 75, eerste lid, Grondwet: “Er is een Raad van State, welks zamenstelling en bevoegdheid worden geregeld door de wet”.  
 

2. Inrichting, samenstelling en bevoegdheid van de
    Raad van State

 Al sinds 1848 komt in de Grondwet een bepaling voor vergelijkbaar met die in het eerste lid. De terminologie geeft aan dat delegatie is toegestaan, maar uit de parlementaire behandeling blijkt dat van deze mogelijkheid ‘niet dan om zwaarwegende redenen gebruik dient te worden gemaakt.’ ‘In de praktijk zal zij in de regel niet verder behoren te gaan dan het stellen van regels door die colleges zelf met betrekking tot hun inrichting’, aldus de regering.[1]
 
De regering dacht bij de term ‘inrichting’ vooral aan de interne organisatie van de Raad van State. Daarbij valt onder meer te denken aan de bevoegdheid van artikel 14 Wet RvS. Daarin wordt bepaald dat de Raad op voorstel van de vice-president zijn werkzaamheden regelt alsmede voor zover nodig de overige aangelegenheden welke op het college betrekking hebben en niet uitsluitend de Afdeling advisering of de Afdeling bestuursrechtspraak aangaan. Het begrip ‘samenstelling’ ziet op de regeling van het lidmaatschap van de Raad van State. Daaronder valt onder meer de mogelijkheid staatsraden en staatsraden in buitengewone dienst te benoemen op grond van artikel 8, eerste lid, respectievelijk artikel 10, eerste lid, Wet RvS.[2]
 
 

3. Andere taken van de Raad of zijn afdelingen

Het tweede lid van artikel 75 brengt tot uitdrukking dat de opsomming van taken in artikel 73 Gw niet limitatief is. Naast deze en de taken bij de artikelen 35 en 38 van de Grondwet aan hem opgedragen, kunnen bij de wet aan de Raad of een afdeling van de Raad ook andere taken worden opgedragen. Op grond van het delegatieverbod in het tweede lid van artikel 75 Gw in combinatie met de samenhang tussen taken en bevoegdheden, moet men aannemen, zoals uit de parlementaire behandeling ook blijkt, dat dergelijke taken en bevoegdheden van de Raad door de formele wetgever dienen te worden opgedragen. Een voorbeeld vormt artikel 2, achtste lid, Wet houdbare overheidsfinanciën waarin de Afdeling advisering van de Raad van State als de onafhankelijke begrotingsautoriteit is aangewezen.
 

4. Relevant verdragsrecht

n.v.t.

5. Jurisprudentie

-
 

6. Literatuur

-

7. Historische versies

Eerste lid:
Art. 71, eerste lid, Gw. 1815: Er is een Raad van State (art. 70, eerste lid, Gw. 1840).
Art. 71, eerste lid, Gw. 1848: Er is een Raad van State, welks zamenstelling en bevoegdheid worden geregeld door de wet (art. 74, eerste lid, Gw. 1887; art. 76, eerste lid, Gw. 1938; art. 83, eerste lid, Gw. 1953).
 
Tweede lid:
Geen historie.
 

Noten

  1. Kamerstukken II 1980/81, 16 040 (R 1141), nr. 8, p. 4 (Nng IV, p. 67).
  2. Vgl. Kamerstukken II 1980/81, 16 040 (R 1141), nr. 8, p. 22 (Nng IV, p. 85).

CITEER SUGGESTIE

J.C.A. de Poorter, Commentaar op artikel 75 van de Grondwet, in: E.M.H. Hirsch Ballin en G. Leenknegt (red.), Artikelsgewijs commentaar op de Grondwet, webeditie 2019 (www.Nederlandrechtsstaat.nl).