DE GRONDWET

Artikel 31 - Erfopvolging benoemde koning

  1. Een benoemde Koning kan krachtens erfopvolging alleen worden opgevolgd door zijn wettige nakomelingen.

  2. De bepalingen omtrent de erfopvolging en het eerste lid van dit artikel zijn van overeenkomstige toepassing op een benoemde opvolger, zolang deze nog geen Koning is.


WETENSCHAPPELIJK COMMENTAAR

G. Leenknegt

INHOUDSOPGAVE

  1. Erfopvolging van een benoemde Koning of troonopvolger
  2. Literatuur
  3. Historische versies
 

Editie november 2015[1]

1. Erfopvolging van een benoemde Koning
   of troonopvolger

Artikel 31 vormt het sluitstuk op de regeling van de troonopvolging. Een eenmaal benoemde troonopvolger of nieuwe Koning wordt op zijn beurt krachtens erfopvolging opgevolgd, volgens de regels gesteld in artikel 25 en volgende. Verschillende commentatoren wijzen erop dat het eerste lid van de bepaling strikt genomen overbodig is: een benoemde Koning kan immers geen ouders of grootouders hebben ‘in de lijn van erfopvolging’ (aldus artikel 25, tweede volzin), dat wil zeggen die Koning zijn geweest of daarvan rechtstreeks afstammen. Verwanten van een benoemde Koning in zijtakken kunnen daardoor nooit ingevolge artikel 25 krachtens erfopvolging in aanmerking komen voor het koningschap.[2]  
 
Het tweede lid van de bepaling verzekert dat bij vroegtijdig overlijden van een benoemde troonopvolger niet opnieuw de (zware en langdurige) benoemingspro­cedure van artikel 30, tweede lid, Grondwet moet worden doorlopen. Zolang de benoemde opvolger zelf wettige nakomelingen heeft, treden deze in zijn plaats als erfopvolgers.[3]  
 
Doordat het tweede lid alle bepalingen betreffende de erfopvolging van toepassing verklaart op de benoemde troonopvolger, geldt ook de eis van wettelijke toestemming voor een huwelijk van een benoemde opvolger (artikel 28 Grondwet). Het betreft dan de goedkeuring van een huwelijk dat wordt gesloten na de benoeming tot troonopvolger. Een eerder gesloten huwelijk kan vanzelfsprekend niet de vereiste goedkeuring hebben gekregen, maar dat staat niet in de weg aan de benoeming tot troonopvolger.[4]

2. Literatuur

- C.A.J.M. Kortmann 1987, De Grondwetsherzieningen 1983 en 1987, Deventer: Kluwer, 2de druk 1987, p. 159.
- L. Prakke, Boekbespreking, Rmth 1984, p. 53.

3. Historische versies

Eerste lid:
Art. 20 Gw 1815: Wanneer eene vrouw de kroon in een ander Huis heeft overgebragt, treedt dit Huis in alle de regten van het oorspronkelijk stamhuis, en de vorige artikelen zijn op hetzelve toepasselijk, met dat gevolg, dat haar mannelijk oir vóór alle vrouwen of vrouwelijke afstammelingen erft, en geene andere lijn geroepen wordt, zoo lang iemand van hare nakomelingen in leven is (art. 19 Gw 1840).
Art. 28 Gw 1815: In de gevallen bij art. (...) 25 (...) omschreven, wordt de troonopvolging geregeld naar de bepalingen van art. 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19 en 20.
Art. 27 Gw 1840: In de gevallen bij art. (...) 24 (...) omschreven, wordt de troonopvolging geregeld naar de bepalingen van art. 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18 en 19.
Art. 25 Gw 1848: In de gevallen in art. (...) 23 (...) omschreven, wordt de troonopvolging geregeld naar de bepalingen van art. 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18 en 19.
Art. 22 Gw 1887: Al de bepalingen omtrent de erfopvolging worden op de nakomelingen van den eersten Koning, op wien krachtens een der twee voorgaande artikelen de Kroon overgaat, toepasselijk, in dier voege, dat het nieuwe Stamhuis ten opzigte van die opvolging van Hem zijnen oorsprong neemt op gelijke wijze en met dezelfde gevolgen als het Huis van Oranje Nassau dit volgens art. 10 doet uit wijlen Koning WILLEM FREDERIK, Prins van Oranje Nassau.
Ditzelfde geldt in het geval van art. 15 ten opzigte van de aldaar bedoelde nakomelingen van wijlen Prinses CAROLINA VAN ORANJE.
Het geldt evenzeer ten aanzien van de nakomelingen der vrouw, die bij opvolging tot de Kroon is geroepen, met dien verstande, dat de Kroon eerst bij geheele ontstentenis van die nakomelingen in de volgende lijn van het Stamhuis, waartoe die vrouw door geboorte behoorde, overgaat.
Art. 20 Gw 1922: Al de bepalingen omtrent de erfopvolging worden op de nakomelingen van den Koning, op wien krachtens een der artikelen 12, 13, 14, 18 of 19 de Kroon overgaat, van toepassing, in dier voege, dat het nieuwe Stamhuis ten opzichte van die opvolging van Hem zijn oorsprong neemt op gelijke wijze en met dezelfde gevolgen als het Huis van Oranje Nassau dit volgens artikel 10 doet uit wijlen Koning WILLEM FREDERIK, Prins van Oranje Nassau.
Art. 20 Gw 1963: Een Koning, ingevolge benoeming tot de Kroon geroepen, komt voor de erfopvolging in de plaats van Zijne Majesteit WILLEM FREDERIK, Prins van Oranje Nassau.
 
Tweede lid:
Geen eerdere versies.

Noten

  1. Dit commentaar is een licht aangepaste versie van het commentaar bij artikel 31 in: A.K.Koekkoek (red.), De Grondwet. Een systematisch en artikelsgewijs commentaar, derde druk, Tjeenk Willink, Deventer 2000, eveneens van de hand van G. Leenknegt.
  2. L. Prakke, Boekbespreking, Rmth 1984, p. 53; C.A.J.M. Kortmann 1987, De Grondwetsherzieningen 1983 en 1987, Deventer: Kluwer, 2de druk 1987, p. 159.
  3. Kamerstukken II 1979 1980, 16 034 (R 1138), nr. 3, p. 10-11 (Nng, II, p. 16-17).
  4. Kamerstukken II 1980 1981, 16 034 (R 1138), nr. 11, p. 6 (Nng, II, p. 105).

CITEER SUGGESTIE

G. Leenknegt, Commentaar op artikel 31 van de Grondwet, in: E.M.H. Hirsch Ballin en G. Leenknegt (red.), Artikelsgewijs commentaar op de Grondwet, webeditie 2020 (www.Nederlandrechtsstaat.nl).