DE GRONDWET

Artikel 57a - Zwangerschap en ziekte

De wet regelt de tijdelijke vervanging van een lid van de Staten-Generaal wegens zwangerschap en bevalling, alsmede wegens ziekte.

WETENSCHAPPELIJK COMMENTAAR

G. Leenknegt

INHOUDSOPGAVE

  1. Tijdelijke vervanging van Kamerleden
  2. Wettelijke voorzieningen
  3. Literatuur
  4. Historische versies
   
Editie maart 2016

1. Tijdelijke vervanging van Kamerleden

De Grondwet maakt het sinds 2006 mogelijk zwangere of langdurig zieke Kamerleden tijdelijk te vervangen.[1] Zonder die mogelijkheid zou het afstaan van een zetel wegens zwangerschap of ziekte betekenen dat het Kamerlid de zetel in beginsel blijvend zou opgeven. Een lid van de Staten-Generaal verkrijgt door zijn verkiezing in beginsel een mandaat voor vier jaar. Een Kamerlid kan zelf besluiten zijn of haar zetel eerder op te geven, bijvoorbeeld om een post in het kabinet te aanvaarden of om buiten de politiek aan de slag te gaan. In zo’n geval wordt de vrijkomende zetel eerst aangeboden aan een eventueel eerder vertrokken lid van de betreffende fractie, en vervolgens aan de hoogst geplaatste niet verkozen kandidaat volgens de vastgestelde verkiezingsuitslag.[2] Degene die dan de vrijgekomen zetel aanvaardt, krijgt in beginsel een mandaat tot de eerstvolgende verkiezingen. Een vertrokken Kamerlid kan de afgestane zetel dus niet meer opeisen indien hij of zij na verloop van tijd in de Kamer zou willen terugkeren, maar kan wel naar gelang van de uitslagvolgorde in aanmerking komen voor het vervullen van een vrijgekomen zetel.

Begin jaren negentig van de vorige eeuw poogde het kabinet-Lubbers III al een regeling voor tijdelijke vervanging van Kamerleden in de Grondwet op te nemen, maar een daartoe strekkend wetsvoorstel strandde bij de tweede lezing in de Eerste Kamer.[3] Tot 2006 werd het ‘probleem’ van een zwanger Kamerlid soms ‘opgelost’ door de betreffende zetel niet op te geven, maar tijdelijk onbezet te laten.[4] Vooral voor kleinere fracties kon dat nadelige gevolgen hebben in de verdeling van de werklast, naast gevolgen voor nipte meerderheden bij stemmingen in de Kamer. Naarmate meer vrouwen lid werden van de Staten-Generaal, vooral vanaf het midden van de jaren zestig, kwam het bovendien vaker voor dat een lid tijdelijk haar werk moest neerleggen wegens zwangerschap en bevalling. Een alternatief was dan binnen de partij met degene die een vrijkomende zetel zou gaan innemen, de afspraak te maken dat hij of zij de zetel na afloop van de periode van zwangerschap en bevalling weer zou afstaan. Maar zo’n afspraak is juridisch niet afdwingbaar, omdat de bepalingen in de Grondwet en de Kieswet tot gevolg hebben dat een Kamerlid niet kan worden gedwongen een eenmaal verkregen zetel weer af te staan. Met name vrouwen ondervonden daardoor een belangrijke hindernis bij de uitoefening van het passief kiesrecht. Artikel 57a maakt het daarom mogelijk dat een Kamerlid dat wegens zwangerschap of ziekte tijdelijk is teruggetreden, na afloop daarvan wel direct zijn of haar zetel weer inneemt.
 

2. Wettelijke voorzieningen

Artikel 57a heeft uitwerking gekregen in de Kieswet en enkele andere wetten.[5] De hoofdregels aangaande de tijdelijke vervanging gelden niet alleen voor de beide Kamers der Staten-Generaal, maar ook voor gemeenteraden en provinciale staten (zie artikel 129, derde lid, Grondwet). De Kieswet bepaalt dat een lid van een van deze organen dat tijdelijke vervanging wegens zwangerschap wenst, zes tot vier weken voor de vermoedelijke bevallingsdatum aan de voorzitter van het orgaan tijdelijke vervanging verzoekt. De duur van vervanging wegens zwangerschap en bevalling bedraagt 16 weken, en kan maximaal drie maal per zittingsperiode van het betreffende orgaan worden verzocht.[6] Tijdelijke vervanging wegens ziekte is mogelijk wanneer het lid volgens een arts niet binnen acht weken zijn of haar werk zal kunnen hervatten.[7] De financiële en rechtspositionele aspecten van tijdelijke vervanging zijn geregeld in de wetgeving aangaande de uitkeringen en vergoedingen voor politieke ambtsdragers.[8]

 
 










Mirjam Sterk en haar tijdelijke vervangster, Sabine Uitslag. Foto’s: Refdag.nl en Stentor.nl

Mirjam Sterk (CDA) was het eerste Kamerlid dat zich tijdelijk liet vervangen krachtens artikel 57a Grondwet, wegens zwangerschap en bevalling. Sabine Uitslag verving haar tussen 8 april  en 29 juli 2008. Twee maanden later keerde Uitslag overigens terug in de Kamer als ‘gewoon’ lid, nadat een zetel vacant was gekomen in de CDA-fractie.
 

3. Literatuur

- Bert van den Braak, Vervanging zwangere Kamerleden, op: www.montesquieu-instituut.nl/id/viwhns8v1eyx/vervanging_zwangere_kamerleden.
 

4. Historische versies

Geen eerdere versies.
   

Noten

  1. Zie Kamerstukken 28 051 (eerste lezing) en 28 727 (tweede lezing); Stb. 2005, 52. De wijziging trad tegelijk in werking met de Wet van 7 september 2006 houdende regeling van de tijdelijke vervanging van leden van de Tweede Kamer en Eerste Kamer der Staten-Generaal, de provinciale staten en de gemeenteraden wegens zwangerschap en bevalling of ziekte, Stb. 2006, 418.
  2. Deze volgorde kan door verkiezing met voorkeursstemmen afwijken van de lijstvolgorde.
  3. Zie Bert van den Braak, Vervanging zwangere Kamerleden, op: www.montesquieu-instituut.nl/id/viwhns8v1eyx/vervanging_zwangere_kamerleden.
  4. Zie www.parlement.com/id/vhnnmt7jnwzv/vervanging_zwangere_kamerleden.
  5. Zie de Wet van 7 september 2006 houdende regeling van de tijdelijke vervanging van leden van de Tweede Kamer en Eerste Kamer der Staten-Generaal, de provinciale staten en de gemeenteraden wegens zwangerschap en bevalling of ziekte (Stb. 2006, 418). Deze wet wijzigt onder meer de Kieswet, de Wet schadeloosstelling leden Tweede Kamer, de Wet vergoedingen leden Eerste Kamer, de Wet schadeloosstelling, uitkering en pensioen leden Europees Parlement, de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers, Provinciewet, Gemeentewet en Algemene wet bestuursrecht.
  6. Artikel X10, eerste, derde en vierde lid, Kieswet.
  7. Artikel X10, tweede lid, Kieswet.
  8. Zie met name de in voetnoot 5 genoemde wetten.

CITEER SUGGESTIE

G. Leenknegt, Commentaar op artikel 143 van de Grondwet, in: E.M.H. Hirsch Ballin en G. Leenknegt (red.), Artikelsgewijs commentaar op de Grondwet, webeditie 2020 (www.Nederlandrechtsstaat.nl).