DE GRONDWET

Artikel 139 - Bekendmaking en inwerkingtreding

De veranderingen in de Grondwet, door de Staten-Generaal aangenomen en door de Koning bekrachtigd, treden terstond in werking, nadat zij zijn bekendgemaakt.

WETENSCHAPPELIJK COMMENTAAR

B.M.J. van der Meulen

INHOUDSOPGAVE

  1. Bekendmaking
  2. Inwerkingtreding
  3. Literatuur
  4. Historische versies
   
Editie april 2016
 

1. Bekendmaking 

Nu hoofdstuk 8 van de Grondwet niets specifieks regelt, geldt voor grondwetswijzigingen dat zij bekend worden gemaakt volgens de normale wettelijke regels.[1] Bekendmaking geschiedt ingevolge artikel 3 van de Bekendmakingswet door plaatsing in het Staatsblad. De plechtige afkondiging is bij de grondwetsherziening van 1983 afgeschaft.[2] De regering vond haar uit de tijd[3] en het parlement heeft er bij die gelegenheid met geen woord over gerept. Na de bekendmaking van de afzonderlijke wijzigingen, volgt de bekendmaking bedoeld in artikel 141 Grondwet van de tekst van de gehele herziene Grondwet.


Plechtige afkondiging van de nieuwe Grondwet te Utrecht in 1956; foto Montesquieu-instituut.nl
 

2. Inwerkingtreding

Tot 1983 kende de Grondwet geen regeling betreffende inwerkingtreding van herziene bepalingen. De Wet algemene bepalingen bepaalde slechts dat wetten terstond werken, nadat hun afkondiging in alle delen van het Koninkrijk bekend kon zijn. Dit werd geacht het geval te zijn op de twintigste dag na dagtekening van het Staatsblad. Voorheen was omstreden wanneer precies veranderingen in de Grondwet in werking traden. Gebeurde dat onmiddellijk bij hun plechtige afkondiging, of gold de twintig-dagentermijn? Dit probleem werd omzeild door wijzigingswetten twintig dagen vóór de plechtige afkondiging in het Staatsblad te publiceren. Het huidige artikel 139 hakt de knoop door. Grondwetswijzigingen treden terstond in werking nadat zij zijn bekendgemaakt. De inwerkingtreding is dus niet afhankelijk van de bekendmaking van de gehele Grondwet ingevolge artikel 141 Grondwet.

Wat betekent ‘terstond’? Anders dan de plechtige afkondiging kent de uitgifte van het Staatsblad alleen een datum, niet een bepaald tijdstip. Verdedigd is daarom dat de inwerkingtreding terstond na de datum van bekendmaking plaatsvindt, dat wil zeggen met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij zijn geplaatst.[4]
 

3.  Literatuur

- B. de Goede, Aan de hand van de grondwet, Zeist 1965, p. 294‑296
- A.K. Koekkoek, Beantwoording rechtsvraag (145) staatsrecht/strafrecht, AA 1984, p. 169

4. Historische versies

Art. 145 Gw 1814: De veranderingen of bijvoegselen in de grondwet worden op dezelfde wijze afgekondigd als de gewone wetten, en plegtiglijk bij de algemeene grondwet gevoegd.
Art. 234 Gw 1815: De veranderingen of bijvoegselen in de grondwet, door den Koning en de Staten‑Generaal vastgesteld, worden plegtig afgekondigd, en bij de algemeene grondwet gevoegd (art. 232 Gw. 1840).
Art. 199 Gw 1848: De veranderingen in de Grondwet, door den Koning en de Staten‑Generaal vastgesteld, worden plegtig afgekondigd en bij de Grondwet gevoegd (art. 197 Gw 1887; art. 199 Gw 1922; art. 204 Gw 1938; art. 205 Gw 1948; art. 212 Gw 1953).
    

Noten

  1. Nng VIII, p. 9. Artikel 88.
  2. Zie voor een anekdote: B. de Goede, Aan de hand van de grondwet, Zeist 1965, p. 294-296.
  3. Nng VIII, p. 9.
  4. A.K. Koekkoek, Beantwoording rechtsvraag (145) staatsrecht/strafrecht, AA 1984, p. 169.

CITEER SUGGESTIE

B.M.J. van der Meulen, Commentaar op artikel 139 van de Grondwet, in: E.M.H. Hirsch Ballin en G. Leenknegt (red.), Artikelsgewijs commentaar op de Grondwet, webeditie 2020 (www.Nederlandrechtsstaat.nl).