CATEGORIE
  • CATEGORIE
  • Adviesorganen
  • Burgerrechten
  • Decentralisatie
  • Eigendom
  • Gelijkheid
  • Godsdienst en levensovertuiging
  • Grondwetsherziening
  • Internationale rechtsorde
  • Privacy
  • Rechtspleging
  • Rechtspraak
  • Regering, Koning
  • Sociale rechtsstaat
  • Staten-Generaal
  • Uitingsrechten
  • Wetgeving en bestuur
AUTEUR
  • AUTEUR
  • M. Adams
  • B.C. van Beers
  • A.A.L. Beers & K.T. Meijer
  • A.A.L. Beers & J.C.A. de Poorter
  • S.C. van Bijsterveld & B.P. Vermeulen
  • S.C. van Bijsterveld
  • G. Boogaard
  • G. Boogaard & J. Uzman
  • S.S. Buisman & S.B.G. Kierkels
  • S. Daniëls
  • J.W.A. Fleuren
  • F. Fleurke
  • J.L.M. Gribnau & M.R.T Pauwels
  • E.M.H. Hirsch Ballin
  • H.G. Hoogers
  • M. Houwerzijl & N. Zekic
  • M. Houwerzijl & F. Vlemminx
  • P. Jacobs
  • E.J. Janse de Jonge
  • S. Jellinghaus & E. Huisman
  • J. Kiewiet & G.F.M. van der Tang †
  • T. Kooijmans en J. van der Ham
  • E.J. Koops
  • G. Leenknegt
  • K.T. Meijer
  • D. Mentink, B.P. Vermeulen & P.J.J. Zoontjens
  • B.M.J. van der Meulen
  • F.C.M.A. Michiels
  • G. Overkleeft-Verburg
  • T. Peters
  • J.C.A. de Poorter
  • J.M. van Schooten, G. Leenknegt & M. Adams
  • G. van der Schyff
  • J. Uzman & G. Boogaard
  • J. Uzman
  • B.P. Vermeulen
  • F.M.C. Vlemminx
  • F.M.C. Vlemminx & A.C.M. Meuwese
  • W.J.M. Voermans
  • B.W.N. de Waard
  • W. van der Woude
ARTIKEL
  • ARTIKEL
  • Artikel 1  Gelijke behandeling
  • Artikel 2  Nederlandschap en vreemdelingen
  • Artikel 3  Gelijke benoembaarheid
  • Artikel 4  Kiesrecht
  • Artikel 5  Petitierecht
  • Artikel 6  Vrijheid van godsdienst en levensovertuiging
  • Artikel 7  Vrijheid van meningsuiting
  • Artikel 8  Recht tot vereniging
  • Artikel 9  Recht tot vergadering en betoging
  • Artikel 10  Eerbiediging en bescherming persoonlijke levenssfeer
  • Artikel 11  Onaantastbaarheid van het lichaam
  • Artikel 12  Binnentreden woning
  • Artikel 13  Vertrouwelijke communicatie
  • Artikel 14  Onteigening
  • Artikel 15  Vrijheidsontneming
  • Artikel 16  Nulla poena
  • Artikel 17  Wettelijk toegekende rechter
  • Artikel 18  Rechtsbijstand
  • Artikel 19  Werkgelegenheid en arbeidskeuze
  • Artikel 20  Bestaanszekerheid
  • Artikel 21  Milieubescherming
  • Artikel 22  Volksgezondheid en woongelegenheid
  • Artikel 23  Onderwijs
  • Artikel 24  Koningschap
  • Artikel 25  Erfopvolging
  • Artikel 26  Status ongeboren kind Koning
  • Artikel 27  Afstand koningschap
  • Artikel 28  Afstand koningschap door huwelijk
  • Artikel 29  Uitsluiting troonopvolging
  • Artikel 30  Benoemde Koning
  • Artikel 31  Erfopvolging benoemde koning
  • Artikel 32  Inhuldiging Koning
  • Artikel 33  Koningschap en meerderjarigheid
  • Artikel 34  Ouderlijk gezag minderjarige Koning
  • Artikel 35  Buiten staat verklaring
  • Artikel 36  Tijdelijke neerlegging koninklijk gezag
  • Artikel 37  Uitoefening koninklijk gezag door regent
  • Artikel 38  Uitoefening koninklijk gezag door RvS
  • Artikel 39  Lidmaatschap koninklijk huis
  • Artikel 40  Uitkering koninklijk huis
  • Artikel 41  Inrichting huis Koning
  • Artikel 42  Ministeriële verantwoordelijkheid
  • Artikel 43  Regering en ministers
  • Artikel 44  Ministeries
  • Artikel 45  Ministerraad
  • Artikel 46  Staatssecretarissen
  • Artikel 47  Ondertekening en contraseign
  • Artikel 48  Ontslag en benoeming ministers
  • Artikel 49  Ambtseed minister en staatssecretaris
  • Artikel 50  Vertegenwoordiging
  • Artikel 51  Eerste en Tweede Kamer
  • Artikel 52  Zittingsduur
  • Artikel 53  Evenredige vertegenwoordiging
  • Artikel 54  Verkiezing Tweede Kamer
  • Artikel 55  Verkiezing Eerste Kamer
  • Artikel 56  Vereisten voor lidmaatschap
  • Artikel 57  Incompatibiliteiten
  • Artikel 57a  Zwangerschap en ziekte
  • Artikel 58  Geloofsbrieven
  • Artikel 59  Kiesrecht en verkiezingen
  • Artikel 60  Ambtsaanvaarding
  • Artikel 61  Voorzitter en griffier
  • Artikel 62  Verenigde vergadering
  • Artikel 63  Geldelijke voorzieningen
  • Artikel 64  Ontbinding Kamers
  • Artikel 65  Troonrede
  • Artikel 66  Openbaarheid vergaderingen
  • Artikel 67  Quorum
  • Artikel 68  Inlichtingenplicht bewindslieden
  • Artikel 69  Aanwezigheid bewindslieden
  • Artikel 70  Recht van enquête
  • Artikel 71  Parlementaire onschendbaarheid
  • Artikel 72  Reglement van orde
  • Artikel 73  Taak Raad van State
  • Artikel 74  Rechtspositie leden
  • Artikel 75  Inrichting, samenstelling, bevoegdheid Raad van State
  • Artikel 76  Algemene rekenkamer
  • Artikel 77  Rechtpositie leden rekenkamer
  • Artikel 78  Inrichting, samenstelling, bevoegdheid Rekenkamer
  • Artikel 78a  Nationale ombudsman
  • Artikel 79  Vaste colleges van advies
  • Artikel 80  Openbaarmaking advies
  • Artikel 81  Wetgevende macht
  • Artikel 82  Indienen wetsvoorstel
  • Artikel 83  Toezending wetsvoorstel TK
  • Artikel 84  Wijziging wetsvoorstel
  • Artikel 85  Toezending wetsvoorstel EK
  • Artikel 86  Intrekking wetsvoorstel
  • Artikel 87  Aanneming en bekrachtiging
  • Artikel 88  Bekendmaking en inwerkingtreding
  • Artikel 89  Algemene maatregel van bestuur
  • Artikel 90  Bevordering internationale rechtsorde
  • Artikel 91  Goedkeuring verdrag
  • Artikel 92  Bevoegdheden volkenrechtelijke organisaties
  • Artikel 93  Verbindende kracht verdrag
  • Artikel 94  Verdrag boven wet
  • Artikel 95  Bekendmaking verdrag
  • Artikel 96  Oorlogsverklaring
  • Artikel 97  Krijgsmacht
  • Artikel 98  Samenstelling krijgsmacht
  • Artikel 99  Gewetensbezwaren militaire dienst
  • Artikel 99a  Civiele verdediging
  • Artikel 100  Inlichtingen over krijgsmacht
  • Artikel 101  [vervallen]
  • Artikel 102  [vervallen]
  • Artikel 103  Uitzonderingstoestand
  • Artikel 104  Belastingheffing
  • Artikel 105  Recht van begroting
  • Artikel 106  Geldstelsel
  • Artikel 107  Codificatie
  • Artikel 108  [vervallen]
  • Artikel 109  Rechtspositie ambtenaren
  • Artikel 110  Openbaarheid van bestuur
  • Artikel 111  Ridderorden
  • Artikel 112  Civiele en administratieve rechtspraak
  • Artikel 113  Strafrechtspraak
  • Artikel 114  Doodstraf
  • Artikel 115  Administratief beroep
  • Artikel 116  Rechterlijke macht
  • Artikel 117  Rechtspositie leden rechterlijke macht
  • Artikel 118  Hoge Raad
  • Artikel 119  Ambtsmisdrijven
  • Artikel 120  Toetsingsverbod
  • Artikel 121  Openbaarheid terechtzittingen
  • Artikel 122  Gratie
  • Artikel 123  Instelling provincies en gemeenten
  • Artikel 124  Autonomie en medebewind
  • Artikel 125  Organen decentrale besturen
  • Artikel 126  Ambtsinstructie commissaris koning
  • Artikel 127  Vaststelling verordening
  • Artikel 128  Toekenning bevoegdheden
  • Artikel 129  Verkiezing vertegenwoordigend orgaan
  • Artikel 130  Kiesrecht gemeenteraad niet-Nederlanders
  • Artikel 131  Benoeming commissaris Koning
  • Artikel 132  Inrichting, samenstelling, bevoegdheid decentrale besturen
  • Artikel 132a  Caribische openbare lichamen
  • Artikel 133  Waterschappen
  • Artikel 134  Publiekrechtelijke bedrijfsorganisatie
  • Artikel 135  Gemeenschappelijke regelingen
  • Artikel 136  Geschillen
  • Artikel 137  Grondwetswijziging
  • Artikel 138  Aanpassing niet gewijzigde bepalingen
  • Artikel 139  Bekendmaking en inwerkingtreding
  • Artikel 140  Handhaving bestaande regelgeving
  • Artikel 141  Bekendmaking herziene Grondwet
  • Artikel 142  Aanpassing Grondwet aan Statuut
  • Artikel IX - Berechting van misdrijven in oorlogstijd
  • Artikel XIX - Afkondigingsformulier
HOOFDSTUK
  • HOOFDSTUK
  • Hoofdstuk 1  Grondrechten
  • Hoofdstuk 2  Regering
  • Hoofdstuk 3  Staten-Generaal
  • Hoofdstuk 4  Adviesorganen
  • Hoofdstuk 5  Wetgeving en bestuur
  • Hoofdstuk 6  Rechtspraak
  • Hoofdstuk 7  Decentralisatie
  • Hoofdstuk 8  Herziening grondwet
  • Additionele artikelen

DE GRONDWET

Artikel 38 - Uitoefening koninklijk gezag door RvS

Zolang niet in de uitoefening van het koninklijk gezag is voorzien, wordt dit uitgeoefend door de Raad van State.

Artikel 73 - Taak Raad van State

  1. De Raad van State of een afdeling van de Raad wordt gehoord over voorstellen van wet en ontwerpen van algemene maatregelen van bestuur, alsmede over voorstellen tot goedkeuring van verdragen door de Staten-Generaal. In bij de wet te bepalen gevallen kan het horen achterwege blijven.

  2. De Raad of een afdeling van de Raad is belast met het onderzoek van de geschillen van bestuur die bij koninklijk besluit worden beslist en draagt de uitspraak voor.

  3. De wet kan aan de Raad of een afdeling van de Raad de uitspraak in geschillen van bestuur opdragen.

Artikel 74 - Rechtspositie leden

  1. De Koning is voorzitter van de Raad van State. De vermoedelijke opvolger van de Koning heeft na het bereiken van de leeftijd van achttien jaar van rechtswege zitting in de Raad. Bij of krachtens de wet kan aan andere leden van het koninklijk huis zitting in de Raad worden verleend.

  2. De leden van de Raad worden bij koninklijk besluit voor het leven benoemd.

  3. Op eigen verzoek en wegens het bereiken van een bij de wet te bepalen leeftijd worden zij ontslagen.

  4. In de gevallen bij de wet aangewezen kunnen zij door de Raad worden geschorst of ontslagen.

  5. De wet regelt overigens hun rechtspositie

Artikel 75 - Inrichting, samenstelling, bevoegdheid Raad van State

  1. De wet regelt de inrichting, samenstelling en bevoegdheid van de Raad van State.

  2. Bij de wet kunnen aan de Raad of een afdeling van de Raad ook andere taken worden opgedragen.

WETENSCHAPPELIJK COMMENTAAR

G. Leenknegt

ARTIKEL 38 - Uitoefening koninklijk gezag door RvS

INHOUD
  1. Uitoefening van het koningschap door de Raad van State
  2. Literatuur
  3. Historische versies
   
Versie november 2015[1]  
 

1. Uitoefening van het koningschap door de Raad van State

Artikel 37 Grondwet beoogt te verzekeren dat een regent kan optreden telkens wanneer het koninklijk gezag niet door de Koning zelf kan worden uitgeoefend. Toch zijn er gevallen denkbaar waarin er ook (nog) geen regent is die het ambt kan waarnemen. Het is bijvoorbeeld mogelijk dat de Koning onverwacht overlijdt, of afstand doet van de troon, terwijl er geen meerderjarige troonopvolger is die het koningschap kan uitoefenen, en evenmin al is voorzien in het regentschap. In dat geval moet bij de wet een regent worden benoemd (artikel 37 Grondwet).[2] Het kan dan enige tijd duren tot zo’n wet tot stand is gekomen. Artikel 38 biedt een vangnet voor dergelijke gevallen. De bepaling is bedoeld als noodoplossing voor zeer korte perioden.[3]  
 
Wanneer de Raad van State het koningschap dient uit te oefenen, betekent dat vooral dat de Raad wetsvoorstellen die door de regering bij de Tweede Kamer worden ingediend, alsmede te bekrachtigen wetten en koninklijke besluiten, van de benodigde handtekeningen – het ‘seign’ – dient te voorzien. Wie namens de Raad de vereiste handtekening dient te plaatsen, is niet in de wet vastgelegd; aangenomen moet worden dat die wordt gezet door de vicepresident. De wet waarmee tijdens de periode van waarneming door de Raad een regent wordt benoemd, wordt dus ook van de benodigde handtekeningen – zowel bij de indiening als bij de bekrachtiging – voorzien door de vicepresident van de Raad. Andere, meer representatieve taken van de Koning, zoals het uitspreken van de troonrede op de derde dinsdag van september (zie artikel 65 Grondwet), zouden ook namens de regering door de minister-president kunnen worden verricht.
 
In de negentiende eeuw is het tweemaal voorgekomen dat de Raad van State het ambt heeft waargenomen: van 4 april tot 2 mei 1889 en van 30 oktober tot 19 november 1890, beide malen omdat koning Willem III, wiens dochter, prinses Wilhelmina, nog minderjarig was, buiten staat was verklaard het koningschap uit te oefenen. In de beide genoemde gevallen nam de Raad van State het koningschap dus gedurende enkele weken waar. Pas toen eind 1890 duidelijk werd dat het overlijden van koning Willem III aanstaande was en het koninkrijk een langdurige periode tegemoet zou gaan met een minderjarige Koning – kroonprinses Wilhelmina was nog maar tien jaar oud – werd de tweede echtgenote van Willem III, Emma van Waldeck-Pyrmont, benoemd tot regentes. Tegenwoordig wordt al voordat zich een dergelijke situatie voordoet bij de wet een voorziening voor het regentschap getroffen, zodat het niet nodig zal zijn dat de Raad van State het koningschap uitoefent (zie het commentaar bij artikel 37 Grondwet).
 
Deze bepaling geeft niet aan wie dient vast te stellen dat niet in de uitoefening van het koninklijk gezag is voorzien. Het lijkt aannemelijk dat de ministerraad dat doet: zou de Raad van State dat kunnen doen, dan zou dat orgaan in feite zelf kunnen beslissen de uitoefening van het koningschap ter hand te nemen. Waarschijnlijk zullen in een voorkomend geval de ministerraad, de Raad van State en de beide Kamers der Staten-Generaal gezamenlijk en in onderling overleg tot de conclusie komen dat niet is voorzien in de uitoefening van het koningschap.[4]  
 
Bij de herziening van de Wet op de Raad van State in 2010 is de Raad in constitutionele zin (met zijn ‘leden’) onderscheiden van de grotere, ook ‘staatsraden’ omvattende institutie. Dit geschiedde mede met het oog op de tijdelijke uitoefening van het koninklijk gezag: een te grote omvang van de zogenoemde ‘volle Raad’, die in dat geval deze taak zou hebben, werd in dat licht onwenselijk geacht.[5]  

2. Literatuur

- C.A.J.M. Kortmann, bew. door P.P.T. Bovend’Eert, J.L.W. Broeksteeg, C.N.J. Kortmann en B.P. Vermeulen, Constitutioneel recht, 7de druk, Kluwer: Deventer, 2012, p. 140.

3. Historische versies

Art. 24 Gw 1814: Wanneer door onvoorziene omstandigheden bij het leven van den overleden Vorst geene schikking omtrent het regentschap zelve gemaakt is, wordt daar in door de Staten Generaal voorzien.
Ingevalle de bepaling omtrent de opvolging in het regentschap niet mogt gemaakt zijn, wordt die opvolger door den Regent en de Staten Generaal gezamenlijk benoemd.
Art. 26, tweede lid, Gw 1814: Indien Hij als dan nog minderjarig is, zal het souverein gezag, in dit en de andere gevallen, bij art. 11 en 24 omschreven, worden uitgeoefend door den Raad van State, zamengesteld op dezelfde wijze, als bij art. 25 is vermeld, tot dat daaromtrent door de Staten Generaal zal zijn voorzien.
Art. 51 Gw 1814: In de gevallen, bij art. (...) 24 omschreven, wordt de vergadering der Staten Generaal in dubbelden getale bij een geroepen, overeenkomstig hetgeen daaromtrent bij het negende hoofdstuk zal worden bepaald.
Art. 44 Gw 1815: Wanneer bij het leven van den overleden Koning geene schikking omtrent het regentschap is gemaakt, wordt daarin door de Staten Generaal, volgens de bepalingen in art. 24 vergaderd en zamengesteld, voorzien.
Ingevalle de opvolging in het regentschap niet is geregeld, kan dezelve door den Regent en de Staten Generaal als voren gezamenlijk worden beraamd (art. 43 Gw 1815, behoudens dat i.p.v. `art. 24' wordt gelezen `art. 23').
Art. 49 Gw 1815: Wanneer de Prins van Oranje zijn achttiende jaar niet heeft vervuld, gelijk mede in de gevallen bij art. 27 en 44 voorzien, wordt het Koninklijk gezag uitgeoefend door den Raad van State, zamengesteld op dezelfde wijze als bij art. 46, tot dat daaromtrent door de Staten Generaal is voorzien.
De leden van dien Raad leggen in handen van den voorzitter, en deze in tegenwoordigheid der vergadering af den navolgenden eed:
`Ik zweer, dat ik als lid (voorzitter) van den Raad van State, de grondwet van het Rijk zal helpen onderhouden en handhaven, in de waarneming van het Koninklijk gezag, tot dat daarin door de Staten Generaal zal zijn voorzien.'
`Zoo waarlijk helpe mij God Almagtig!'(art. 48 Gw 1840, behoudens dat i.p.v. `art. 27, 44 en 46' wordt gelezen `art. 26, 43 en 45').
Art. 47 Gw 1848: Tot dat in het geval, in art. 42 aangewezen, de Prins van Oranje of de benoemde Regent het regentschap heeft aanvaard, wordt het koninklijk gezag waargenomen door de vergadering, zamengesteld als in art. 42 is voorgeschreven.
Hetzelfde vindt plaats, zoo, bij overlijden des Konings, een Regent voor den minderjarigen opvolger of ook de bevoegde opvolger ontbreekt, tot dat de benoemde Regent of opvolger de regering heeft aanvaard.
De leden van deze vergadering leggen in handen van den door hen gekozen voorzitter, en deze in eene vereenigde zitting van beide Kamers der Staten Generaal, den volgenden eed of belofte af:
`Ik zweer (beloof) dat ik, als lid (voorzitter) van dezen regeringsraad, in de waarneming van het koninklijk gezag de Grondwet zal helpen onderhouden en handhaven.'
`Zoo waarlijk helpe mij God almagtig!' (`Dat beloof ik!').
Art. 45 Gw 1887: Het Koninklijk gezag wordt waargenomen door den Raad van State:
1. bij het overlijden des Konings, zoolang niet in de troonopvolging volgens artikel 21 is voorzien, voor den minderjarigen Troonopvolger geen Regent is benoemd, of de Troonopvolger of Regent afwezig is;
2. in de gevallen van de artikelen 40 en 44, zoolang de Regent ontbreekt of afwezig is; en bij overlijden van den Regent, zoolang zijn opvolger niet benoemd is en het Regentschap aanvaard heeft;
3. ingeval de troonopvolging onzeker is en de Regent ontbreekt of afwezig is.
Deze waarneming houdt van regtswege op, zodra de bevoegde Troonopvolger of Regent zijne waardigheid heeft aanvaard.
Wanneer in het Regentschap moet worden voorzien, dient de Raad van State het daartoe strekkend ontwerp van wet in:
in de gevallen, onder 1 en 2 vermeld, binnen den tijd van eene maand na de aanvaarding der waarneming van het Koninklijk gezag;
in het geval, onder 3 vermeld, binnen den tijd van eene maand nadat de troonopvolging heeft opgehouden onzeker te zijn (art. 44 Gw 1922, behoudens dat i.p.v. `art. 21' en `art. 40 en 44' wordt gelezen `art. 19' en `art. 38 en 43'; art. 46 Gw 1938, behoudens dat i.p.v. `art. 21' en `art. 40 en 44' wordt gelezen `art. 19' en `art. 40 en 45').
 

Noten

  1. Dit commentaar is een bewerking en aanvulling van het commentaar bij dezelfde bepaling in: A.K. Koekkoek (red.), De Grondwet. Een systematisch en artikelsgewijs commentaar, 3de druk, W.E.J. Tjeenk Willink: Zwolle, 2000, eveneens van de hand van G. Leenknegt.
  2. Indien een troonopvolger geheel ontbreekt, dient daarnaast ook te worden besloten omtrent de benoeming van een troonopvolger; zie artikel 30 Grondwet.
  3. Kamerstukken II 1979/80, 16 034 (R 1138), nr. 3, p. 15 (Nng II, p. 21).
  4. In die zin: C.A.J.M. Kortmann, bew. door P.P.T. Bovend'Eert, J.L.W. Broeksteeg, C.N.J. Kortmann en B.P. Vermeulen, Constitutioneel recht, 7e druk, Kluwer: Deventer, 2012, p. 140.
  5. Zie Kamerstukken II 2005/06, 30 585, nr. 3, p. 8.

 

  • Citeer
    Citeer suggestie
    G. Leenknegt, Commentaar op artikel 38 van de Grondwet, in: E.M.H. Hirsch Ballin en G. Leenknegt (red.), Artikelsgewijs commentaar op de Grondwet, webeditie 2019 (www.Nederlandrechtsstaat.nl).
  • Deel
  • PDF
  • Terug
MEER OVER DIT ONDERWERP
THEMA IN HET KORT
ACHTER-GRONDEN
Reageer!
Thema in het kort

Uitoefening koninklijk gezag door RvS

Wanneer er geen meerderjarige troonopvolger voorhanden is op het moment dat de Koning komt te overlijden of troonsafstand doet, dient het koningschap door een regent te worden waargenomen (artikel 37 Grondwet). Om in dergelijke gevallen de continuïteit in de uitoefening van het koningschap te verzekeren, wordt gewoonlijk al kort na het aantreden van een nieuwe Koning bij de wet een voorziening getroffen voor het geval het nodig zou zijn dat een regent optreedt. Mocht zich desondanks toch een situatie voordoen waarbij er geen meerderjarige troonopvolger, noch een regent beschikbaar is op het moment dat de Koning troonsafstand doet of overlijdt, dan neemt de Raad van State het koningschap waar totdat de wetgever heeft voorzien in de uitoefening van het koningschap. Zo is de continuïteit van de uitoefening van het koningschap in alle gevallen verzekerd.

Plaats Uw Reactie

*Verplicht invulveld straks zijn alleen uw naam en reactie zichtbaar.

Er kan enige tijd overheengan tot uw reactie zichtbaar is.

Reageer!

Uitoefening koninklijk gezag door RvS

0 reacties
Klassieke uitspraken
Recente Recht- spraak
Politiek
Klassieke uitspraken

Uitoefening koninklijk gezag door RvS

Over dit artikel zijn ons geen belangrijke en ‘klassieke’ rechterlijke uitspraken bekend.

Recente rechtspraak

Uitoefening koninklijk gezag door RvS

Over dit artikel zijn ons geen recente rechterlijke uitspraken bekend.

Politiek

Uitoefening koninklijk gezag door RvS

Video
Blogs
IN DE WERELD
Blogs

Uitoefening koninklijk gezag door RvS

In de wereld

Uitoefening koninklijk gezag door RvS