CATEGORIE
  • CATEGORIE
  • Adviesorganen
  • Burgerrechten
  • Decentralisatie
  • Eigendom
  • Gelijkheid
  • Godsdienst en levensovertuiging
  • Grondwetsherziening
  • Internationale rechtsorde
  • Privacy
  • Rechtspleging
  • Rechtspraak
  • Regering, Koning
  • Sociale rechtsstaat
  • Staten-Generaal
  • Uitingsrechten
  • Wetgeving en bestuur
AUTEUR
  • AUTEUR
  • G. Leenknegt
  • A.A.L. Beers & J.C.A. de Poorter
  • A.A.L. Beers en K.T. Meijer
  • B.C. van Beers
  • B.M.J. van der Meulen
  • B.P. Vermeulen
  • B.W.N. de Waard
  • D. Mentink, B.P. Vermeulen & P.J.J. Zoontjens
  • E.J. Janse de Jonge
  • E.J. Koops
  • E.M.H. Hirsch Ballin
  • F. Fleurke
  • F.C.M.A. Michiels
  • F.M.C. Vlemminx
  • F.M.C. Vlemminx en A.C.M. Meuwese
  • G. Boogaard
  • G. Boogaard en J. Uzman
  • G. Leenknegt
  • G. Overkleeft-Verburg
  • G. van der Schyff en B.M.J. van der Meulen
  • J. Kiewiet en G.F.M. van der Tang †
  • J. Uzman
  • J. Uzman en G. Boogaard
  • J.C.A. de Poorter
  • J.L.M. Gribnau en M.R.T Pauwels
  • J.M. van Schooten, G. Leenknegt & M. Adams
  • J.W.A. Fleuren
  • K.T. Meijer
  • M. Adams
  • Mijke Houwerzijl & Nuna Zekic
  • Mijke Houwerzijl en Frank Vlemminx
  • P. Jacobs
  • S. Daniëls
  • S. Jellinghaus en E. Huisman
  • S.C. van Bijsterveld
  • S.C. van Bijsterveld en B.P. Vermeulen
  • S.S. Buisman & S.B.G. Kierkels
  • T. Kooijmans
  • T. Peters
  • W. van der Woude
  • W.J.M. Voermans
ARTIKEL
  • ARTIKEL
  • Artikel 1  Gelijke behandeling
  • Artikel 2  Nederlandschap en vreemdelingen
  • Artikel 3  Gelijke benoembaarheid
  • Artikel 4  Kiesrecht
  • Artikel 5  Petitierecht
  • Artikel 6  Vrijheid van godsdienst en levensovertuiging
  • Artikel 7  Vrijheid van meningsuiting
  • Artikel 8  Recht tot vereniging
  • Artikel 9  Recht tot vergadering en betoging
  • Artikel 10  Eerbiediging en bescherming persoonlijke levenssfeer
  • Artikel 11  Onaantastbaarheid van het lichaam
  • Artikel 12  Binnentreden woning
  • Artikel 13  Vertrouwelijke communicatie
  • Artikel 14  Onteigening
  • Artikel 15  Vrijheidsontneming
  • Artikel 16  Nulla poena
  • Artikel 17  Wettelijk toegekende rechter
  • Artikel 18  Rechtsbijstand
  • Artikel 19  Werkgelegenheid en arbeidskeuze
  • Artikel 20  Bestaanszekerheid
  • Artikel 21  Milieubescherming
  • Artikel 22  Volksgezondheid en woongelegenheid
  • Artikel 23  Onderwijs
  • Artikel 24  Koningschap
  • Artikel 25  Erfopvolging
  • Artikel 26  Status ongeboren kind Koning
  • Artikel 27  Afstand koningschap
  • Artikel 28  Afstand koningschap door huwelijk
  • Artikel 29  Uitsluiting troonopvolging
  • Artikel 30  Benoemde Koning
  • Artikel 31  Erfopvolging benoemde koning
  • Artikel 32  Inhuldiging Koning
  • Artikel 33  Koningschap en meerderjarigheid
  • Artikel 34  Ouderlijk gezag minderjarige Koning
  • Artikel 35  Buiten staat verklaring
  • Artikel 36  Tijdelijke neerlegging koninklijk gezag
  • Artikel 37  Uitoefening koninklijk gezag door regent
  • Artikel 38  Uitoefening koninklijk gezag door RvS
  • Artikel 39  Lidmaatschap koninklijk huis
  • Artikel 40  Uitkering koninklijk huis
  • Artikel 41  Inrichting huis Koning
  • Artikel 42  Ministeriële verantwoordelijkheid
  • Artikel 43  Regering en ministers
  • Artikel 44  Ministeries
  • Artikel 45  Ministerraad
  • Artikel 46  Staatssecretarissen
  • Artikel 47  Ondertekening en contraseign
  • Artikel 48  Ontslag en benoeming ministers
  • Artikel 49  Ambtseed minister en staatssecretaris
  • Artikel 50  Vertegenwoordiging
  • Artikel 51  Eerste en Tweede Kamer
  • Artikel 52  Zittingsduur
  • Artikel 53  Evenredige vertegenwoordiging
  • Artikel 54  Verkiezing Tweede Kamer
  • Artikel 55  Verkiezing Eerste Kamer
  • Artikel 56  Vereisten voor lidmaatschap
  • Artikel 57  Incompatibiliteiten
  • Artikel 57a  Zwangerschap en ziekte
  • Artikel 58  Geloofsbrieven
  • Artikel 59  Kiesrecht en verkiezingen
  • Artikel 60  Ambtsaanvaarding
  • Artikel 61  Voorzitter en griffier
  • Artikel 62  Verenigde vergadering
  • Artikel 63  Geldelijke voorzieningen
  • Artikel 64  Ontbinding Kamers
  • Artikel 65  Troonrede
  • Artikel 66  Openbaarheid vergaderingen
  • Artikel 67  Quorum
  • Artikel 68  Inlichtingenplicht bewindslieden
  • Artikel 69  Aanwezigheid bewindslieden
  • Artikel 70  Recht van enquête
  • Artikel 71  Parlementaire onschendbaarheid
  • Artikel 72  Reglement van orde
  • Artikel 73  Taak Raad van State
  • Artikel 74  Rechtspositie leden
  • Artikel 75  Inrichting, samenstelling, bevoegdheid Raad van State
  • Artikel 76  Algemene rekenkamer
  • Artikel 77  Rechtpositie leden rekenkamer
  • Artikel 78  Inrichting, samenstelling, bevoegdheid Rekenkamer
  • Artikel 78a  Nationale ombudsman
  • Artikel 79  Vaste colleges van advies
  • Artikel 80  Openbaarmaking advies
  • Artikel 81  Wetgevende macht
  • Artikel 82  Indienen wetsvoorstel
  • Artikel 83  Toezending wetsvoorstel TK
  • Artikel 84  Wijziging wetsvoorstel
  • Artikel 85  Toezending wetsvoorstel EK
  • Artikel 86  Intrekking wetsvoorstel
  • Artikel 87  Aanneming en bekrachtiging
  • Artikel 88  Bekendmaking en inwerkingtreding
  • Artikel 89  Algemene maatregel van bestuur
  • Artikel 90  Bevordering internationale rechtsorde
  • Artikel 91  Goedkeuring verdrag
  • Artikel 92  Bevoegdheden volkenrechtelijke organisaties
  • Artikel 93  Verbindende kracht verdrag
  • Artikel 94  Verdrag boven wet
  • Artikel 95  Bekendmaking verdrag
  • Artikel 96  Oorlogsverklaring
  • Artikel 97  Krijgsmacht
  • Artikel 98  Samenstelling krijgsmacht
  • Artikel 99  Gewetensbezwaren militaire dienst
  • Artikel 99a  Civiele verdediging
  • Artikel 100  Inlichtingen over krijgsmacht
  • Artikel 101  [vervallen]
  • Artikel 102  [vervallen]
  • Artikel 103  Uitzonderingstoestand
  • Artikel 104  Belastingheffing
  • Artikel 105  Recht van begroting
  • Artikel 106  Geldstelsel
  • Artikel 107  Codificatie
  • Artikel 108  [vervallen]
  • Artikel 109  Rechtspositie ambtenaren
  • Artikel 110  Openbaarheid van bestuur
  • Artikel 111  Ridderorden
  • Artikel 112  Civiele en administratieve rechtspraak
  • Artikel 113  Strafrechtspraak
  • Artikel 114  Doodstraf
  • Artikel 115  Administratief beroep
  • Artikel 116  Rechterlijke macht
  • Artikel 117  Rechtspositie leden rechterlijke macht
  • Artikel 118  Hoge Raad
  • Artikel 119  Ambtsmisdrijven
  • Artikel 120  Toetsingsverbod
  • Artikel 121  Openbaarheid terechtzittingen
  • Artikel 122  Gratie
  • Artikel 123  Instelling provincies en gemeenten
  • Artikel 124  Autonomie en medebewind
  • Artikel 125  Organen decentrale besturen
  • Artikel 126  Ambtsinstructie commissaris koning
  • Artikel 127  Vaststelling verordening
  • Artikel 128  Toekenning bevoegdheden
  • Artikel 129  Verkiezing vertegenwoordigend orgaan
  • Artikel 130  Kiesrecht gemeenteraad niet-Nederlanders
  • Artikel 131  Benoeming commissaris Koning
  • Artikel 132  Inrichting, samenstelling, bevoegdheid decentrale besturen
  • Artikel 133  Waterschappen
  • Artikel 134  Publiekrechtelijke bedrijfsorganisatie
  • Artikel 135  Gemeenschappelijke regelingen
  • Artikel 136  Geschillen
  • Artikel 137  Grondwetswijziging
  • Artikel 138  Aanpassing niet gewijzigde bepalingen
  • Artikel 139  Bekendmaking en inwerkingtreding
  • Artikel 140  Handhaving bestaande regelgeving
  • Artikel 141  Bekendmaking herziene Grondwet
  • Artikel 142  Aanpassing Grondwet aan Statuut
  • Artikel IX - Berechting van misdrijven in oorlogstijd
  • Artikel XIX - Afkondigingsformulier
HOOFDSTUK
  • HOOFDSTUK
  • Hoofdstuk 1  Grondrechten
  • Hoofdstuk 2  Regering
  • Hoofdstuk 3  Staten-Generaal
  • Hoofdstuk 4  Adviesorganen
  • Hoofdstuk 5  Wetgeving en bestuur
  • Hoofdstuk 6  Rechtspraak
  • Hoofdstuk 7  Decentralisatie
  • Hoofdstuk 8  Herziening grondwet
  • Additionele artikelen

DE GRONDWET

Artikel 73 - Taak Raad van State

  1. De Raad van State of een afdeling van de Raad wordt gehoord over voorstellen van wet en ontwerpen van algemene maatregelen van bestuur, alsmede over voorstellen tot goedkeuring van verdragen door de Staten-Generaal. In bij de wet te bepalen gevallen kan het horen achterwege blijven.

  2. De Raad of een afdeling van de Raad is belast met het onderzoek van de geschillen van bestuur die bij koninklijk besluit worden beslist en draagt de uitspraak voor.

  3. De wet kan aan de Raad of een afdeling van de Raad de uitspraak in geschillen van bestuur opdragen.

Artikel 74 - Rechtspositie leden

  1. De Koning is voorzitter van de Raad van State. De vermoedelijke opvolger van de Koning heeft na het bereiken van de leeftijd van achttien jaar van rechtswege zitting in de Raad. Bij of krachtens de wet kan aan andere leden van het koninklijk huis zitting in de Raad worden verleend.

  2. De leden van de Raad worden bij koninklijk besluit voor het leven benoemd.

  3. Op eigen verzoek en wegens het bereiken van een bij de wet te bepalen leeftijd worden zij ontslagen.

  4. In de gevallen bij de wet aangewezen kunnen zij door de Raad worden geschorst of ontslagen.

  5. De wet regelt overigens hun rechtspositie

Artikel 75 - Inrichting, samenstelling, bevoegdheid Raad van State

  1. De wet regelt de inrichting, samenstelling en bevoegdheid van de Raad van State.

  2. Bij de wet kunnen aan de Raad of een afdeling van de Raad ook andere taken worden opgedragen.

Artikel 76 - Algemene rekenkamer

De Algemene Rekenkamer is belast met het onderzoek van de ontvangsten en uitgaven van het Rijk.

Artikel 77 - Rechtpositie leden rekenkamer

  1. De leden van de Algemene Rekenkamer worden bij koninklijk besluit voor het leven benoemd uit een voordracht van drie personen, opgemaakt door de Tweede Kamer der Staten-Generaal.

  2. Op eigen verzoek en wegens het bereiken van een bij de wet te bepalen leeftijd worden zij ontslagen.

  3. In de gevallen bij de wet aangewezen kunnen zij door de Hoge Raad worden geschorst of ontslagen.

  4. De wet regelt overigens hun rechtspositie.

Artikel 78 - Inrichting, samenstelling, bevoegdheid Rekenkamer

  1. De wet regelt de inrichting, samenstelling en bevoegdheid van de Algemene Rekenkamer.

  2. Bij de wet kunnen aan de Algemene Rekenkamer ook andere taken worden opgedragen.

Artikel 78a - Nationale ombudsman

  1. De Nationale ombudsman verricht op verzoek of uit eigen beweging onderzoek naar gedragingen van bestuursorganen van het Rijk en van andere bij of krachtens de wet aangewezen bestuursorganen.
  2. De Nationale ombudsman en een substituut-ombudsman worden voor een bij de wet te bepalen termijn benoemd door de Tweede Kamer der Staten-Generaal. Op eigen verzoek en wegens het bereiken van een bij de wet te bepalen leeftijd worden zij ontslagen. In de gevallen bij de wet aangewezen kunnen zij door de Tweede Kamer der Staten-Generaal worden geschorst of ontslagen. De wet regelt overigens hun rechtspositie.
  3. De wet regelt de bevoegdheid en werkwijze van de Nationale ombudsman.
  4. Bij of krachtens de wet kunnen aan de Nationale ombudsman ook andere taken worden opgedragen.

Artikel 79 - Vaste colleges van advies

  1. Vaste colleges van advies in zaken van wetgeving en bestuur van het Rijk worden ingesteld bij of krachtens de wet.

  2. De wet regelt de inrichting, samenstelling en bevoegdheid van deze colleges.

  3. Bij of krachtens de wet kunnen aan deze colleges ook andere dan adviserende taken worden opgedragen.

Artikel 80 - Openbaarmaking advies

  1. De adviezen van de in dit hoofdstuk bedoelde colleges worden openbaar gemaakt volgens regels bij de wet te stellen.

  2. Adviezen, uitgebracht ter zake van voorstellen van wet die door of vanwege de Koning worden ingediend, worden, behoudens bij de wet te bepalen uitzonderingen, aan de Staten-Generaal overgelegd.

WETENSCHAPPELIJK COMMENTAAR

J.C.A. de Poorter

ARTIKEL 73 - Taak Raad van State

INHOUD
  1. Historische ontwikkeling en huidige betekenis
  2. Advisering door de Raad van State
  3. Advisering over geschillen van bestuur
  4. Bestuursrechtspraak
  5. Relevant verdragsrecht
  6. Historische versies
  7. Jurisprudentie
  8. Literatuur
 
Editie mei 2015
 

1. Historische ontwikkeling en huidige betekenis

In de Grondwet van 1814 werd in artikel 32 voorgeschreven dat ‘de Souvereine Vorst alle de daden van de Souvereine waardigheid pleegt, na de zaak in overweging te hebben gebragt bij den Raad van State’. De Raad had in de Grondwet van 1814 meer de functie van uitvoerend college die het ook had voor 1795. De grondwet van 1815 komt vervolgens tot een meer herkenbare opzet. Er komen Ministers voor de uitvoering en een Raad van State voor de beraadslaging en advisering. Artikel 73 van de Grondwet van 1815 zegt het aldus: ‘De Koning brengt ter overweging bij den Raad van State alle voorstellen door Hem aan de Staten‑Generaal te doen, of door dezen aan Hem gedaan, alsmede alle algemeene maatregelen van inwendig bestuur van den Staat en van deszelfs bezittingen in andere werelddeelen’. Het huidige artikel 73 geeft een grondwettelijke basis aan drie belangrijke bevoegdheden van de Raad van State:
1. De advisering over voorstellen van wet, ontwerpen van algemene maatregelen van bestuur en voorstellen tot goedkeuring van verdragen door de Staten-Generaal;
2. het onderzoek van en de advisering over bestuursgeschillen die bij koninklijk besluit worden beslist en
3. de rechtspraak over bestuursgeschillen.
Deze bevoegdheden kunnen bij wet ook aan een afdeling van de Raad van State worden opgedragen.
 

2. Advisering door de Raad van State

In artikel 73, eerste lid, is vastgelegd waarover de Raad van State als adviseur wordt gehoord. In artikel 17 van de Wet op de Raad van State (hierna: Wet RvS) is deze adviserende taak opgedragen aan de Afdeling advisering van de Raad van State.
 
In de Wet RvS wordt ook nader uitgewerkt waarover de Afdeling advisering van de Raad van State adviseert. Onderscheid kan worden gemaakt tussen vier adviesvormen:

a. De verplicht gevraagde adviezen.
De Afdeling advisering wordt verplicht gehoord over de in artikel 73, eerste lid, genoemde voorstellen van wet door de regering aan de Staten-Generaal te doen (artikel 17, eerste lid, onder a, Wet RvS), de ontwerpen van algemene maatregelen van bestuur (artikel 17, eerste lid, onder b, Wet RvS) en over de voorstellen tot goedkeuring van een verdrag of het voornemen tot opzegging van een verdrag (artikel 17, eerste lid, onder c, Wet RvS). Daarnaast wordt de Afdeling advisering gehoord in de gevallen waarin een wet advisering door de Raad voorschrijft (artikel 17, tweede lid, Wet RvS), zoals over onteigeningsbesluiten op grond van de artikelen 72a en 79 van de Onteigeningswet en over naturalisatiebesluiten op grond van artikel 10 van de Rijkswet op het Nederlanderschap. Voorts brengt de regering bij de Afdeling advisering ter overweging de ontwerpen van krachtens enige wet te nemen koninklijke besluiten tot vernietiging (artikel 17, derde lid, Wet RvS). Vernietigingsbesluiten op grond van artikel 268 van de Gemeentewet en artikel 261 van de Provinciewet zijn hiervan uitgezonderd.

b. De onverplicht gevraagde adviezen.
De regering hoort de Afdeling advisering over alle zaken waaromtrent zij het nodig oordeelt (artikel 17, tweede lid, Wet RvS). Te denken valt aan de periodieke beschouwing over de interbestuurlijke verhoudingen (zie bijvoorbeeld het advies van 20 december 2012, W.04.12.0239/I) en de adviesaanvragen over amendementen. Tot 2014 werd ook de Miljoenennota jaarlijks aanhangig gemaakt als een onverplichte adviesaanvraag in de zin van artikel 17, tweede lid, Wet RvS. Thans schrijft artikel 2, achtste lid, Wet houdbare overheidsfinanciën voor dat de Afdeling advisering van de Raad van State over een nota als bedoeld in het zesde lid en over de Miljoenennota wordt gehoord. Zie bijvoorbeeld het advies van 11 september 2014, W.06.14.0284/III/B (ontwerp-Miljoenennota 2015) en het advies van 13 april 2015, W.06.15.0090/III (Voorjaarsrapportage Begrotingstoezicht 2015).

c. De ongevraagde of spontane adviezen.
De Afdeling advisering adviseert de regering voorts indien zij dit nodig acht (artikel 21 Wet RvS). In de laatste decennia zijn er slechts twee ongevraagde adviezen te vermelden: een advies van 7 oktober 2005, W.03.05.0206/I (diverse verbeteringen in de regelgeving; terugkoppelingsadvies) en een advies van 10 december 2004, W.04.04.0425/I/K (50 jaar Raad van State voor het Koninkrijk).
d. Voorlichting. De Afdeling advisering dient op verzoek de minister(s) dan wel een van beide kamers der Staten-Generaal van voorlichting in aangelegenheden van wetgeving en bestuur (artikel 21a, eerste lid, Wet RvS). Een voorbeeld vormt de voorlichting over de verankering van de democratische controle bij de hervormingen in het economisch bestuur in Europa ter bestrijding van de economische en financiële crisis (W01.12.0457/I)
 
Artikel 73, eerste lid, Gw regelt dat in bij de wet te bepalen gevallen het horen achterwege kan blijven. Artikel 19 Wet RvS geeft aan in welke gevallen het horen achterwege kan blijven. Dit zijn slechts twee specifieke gevallen: a. voorstellen van wet tot wijziging van de begroting van het Rijk en b. voorstellen van wet tot goedkeuring van een verdrag of het voornemen tot opzegging van een verdrag, indien dit verdrag of dit voornemen eerder ter stilzwijgende goedkeuring aan de Staten-Generaal was voorgelegd.
 
Het eerste lid van artikel 73 Gw laat in het midden door wie advies wordt gevraagd. De regering was van mening dat de wetgever op dit punt zo weinig mogelijk grondwettelijke belemmeringen moesten worden opgelegd. De grondwetgever heeft in het bijzonder de mogelijkheid willen bieden dat de Tweede Kamer de Raad van State zelfstandig om advies vraagt.[1] Waar artikel 73 Gw spreekt van ‘voorstellen van wet’, waaronder ook initiatiefvoorstellen van wet moeten worden verstaan. Ingevolge artikel 18, eerste lid, Wet RvS hoort de Tweede Kamer der Staten-Generaal de Afdeling advisering over de bij haar door een of meer leden aanhangig gemaakte voorstellen van wet, voordat zij deze in behandeling neemt. Het tweede lid van artikel 18 Wet RvS bepaalt dat in de gevallen waarin de Tweede Kamer dit nodig oordeelt, zij de Raad voorts hoort omtrent de bedoelde initiatiefvoorstellen van wet, nadat deze in behandeling zijn genomen.
 
De Grondwet spreekt zich ook niet uit over de wijze en het tijdstip waarop advies wordt gevraagd. Op deze punten is de wetgever grote vrijheid gelaten. In aanwijzing 262 van de Aanwijzingen voor de regelgeving wordt geregeld dat aan de Afdeling advisering geen voorstellen van wet worden voorgelegd ten aanzien waarvan de beleidsvoorbereiding en de besluitvorming in de ministerraad nog niet zijn afgerond. In de toelichting bij deze aanwijzing wordt opgemerkt dat de Afdeling advisering als laatste adviseur van de regering pas adviseert over een wetsvoorstel, nadat alle overige door de regering in te winnen adviezen zijn uitgebracht. Deze aanwijzing belet niet dat de ministerraad op voorhand besluit om het voorstel, na ontvangst van het advies van de Afdeling, ongeacht het dictum daarvan, opnieuw in de ministerraad te behandelen.  
 

3. Advisering over geschillen van bestuur

Volgens het tweede lid van artikel 73 Gw is de Raad of een afdeling van de Raad belast met het onderzoek van de geschillen van bestuur die bij koninklijk besluit worden beslist en draagt hij of zij de uitspraak voor. De grondwettelijke term ‘geschillen van bestuur’ is in de Grondwet zelf niet gedefinieerd en daarvan is in de parlementaire stukken ook geen omschrijving te vinden. Bij de bestuursgeschillen die bij koninklijk besluit worden beslist, ging het vroeger met name om het administratief beroep op de Kroon. In het Benthem-arrest oordeelde het EHRM dat de procedure van het Kroonberoep waarin de Afdeling voor de Geschillen van Bestuur van de Raad van State advies uitbracht aan de Kroon, niet kon worden beschouwd als een onafhankelijke en onpartijdige rechtsgang als bedoeld in artikel 6 EVRM. Naar aanleiding van het arrest trad op 1 januari 1988 de Tijdelijke wet Kroongeschillen in werking. Ingevolge deze wet konden geschillen waartegen voorheen Kroonberoep mogelijk was voortaan worden voorgelegd aan de Afdeling voor de Geschillen van Bestuur van de Raad van State, totdat in 1994 een nieuwe rechterlijke organisatie in werking trad. Na het Benthem-arrest betreft het nog slechts de koninklijke besluiten waarbij geschillen tussen openbare lichamen als bedoeld in artikel 136 Gw worden beslist.[2] Volgens artikel 20 Wet RvS heeft de Afdeling advisering tot taak het ontwerp van een koninklijk besluit op te stellen als bedoeld in artikel 136 Gw. De regering kan ingevolge het tweede lid van artikel 20 Wet RvS van het advies afwijken volgens de in deze bepaling voorgeschreven procedure.  
 

4. Bestuursrechtspraak

Ingevolge het derde lid van artikel 73 Gw kan de wet aan de Raad of een afdeling van de Raad de uitspraak in geschillen van bestuur opdragen. Tot de hier bedoelde geschillen van bestuur kunnen worden gerekend de geschillen die niet uit burgerlijke rechtsbetrekkingen zijn ontstaan als bedoeld in artikel 112, tweede lid, Gw en die geschillen tussen openbare lichamen die behoren tot de uitzonderingsgrond van artikel 136 Gw. Artikel 30, eerste lid, Wet RvS bepaalt dat de Raad een Afdeling bestuursrechtspraak kent. Artikel 30b Wet RvS bepaalt vervolgens dat de Afdeling bestuursrechtspraak is belast met de berechting van de bij de wet aan haar opgedragen geschillen. De Afdeling bestuursrechtspraak is de hoogste algemene bestuursrechter en oordeelt in geschillen over besluiten als bedoeld in artikel 1:3, eerste lid, Algemene wet bestuursrecht. In veel gevallen spreekt de Afdeling bestuursrechtspraak recht in hoger beroep tegen een uitspraak van de rechtbank. Dat is bijvoorbeeld het geval in procedures over omgevingsvergunningen, subsidiebesluiten, handhavingsgeschillen en vreemdelingenzaken. In andere zaken spreekt zij recht in eerste en enige aanleg. Denk aan procedures over bestemmingsplannen.     
 

5. Relevant verdragsrecht

n.v.t.
 

6. Jurisprudentie

EHRM 23 oktober 1985, AB 1986, 1 (Benthem)
 

7. Literatuur

- J.M. Polak, ‘Adviseren over wetgeving, in: Raad van State 450 jaar, ’s-Gravenhage: Staatsuitgeverij 1981.
 - H.R.B.M. Kummeling, Advisering in het publiekrecht, diss. KUN, 's‑Gravenhage 1988.
- T.C. Borman, De wetgevingsadvisering door de Raad van State in Nederland, preadvies Vereniging voor de vergelijkende studie van het recht van België en Nederland, Deventer: Kluwer 2000.
- T.C. Borman, T. Barkhuysen en R.A.J. van Gestel, De wetgevingsadvisering door de Raad van State, Preadviezen voor de Vereniging voor Wetgeving en Wetgevingsbeleid, Oisterwijk: Wolf Legal Publishers 2007.
- P. Van Dijk en A.M.J. Heijmans, De gewijzigde structuur van de Raad van State. Historie, betekenis en taakstelling, in: H.D. Tjeenk Willink e.a. (red.), De Raad van State in perspectief, Den Haag: Boom Juridische uitgevers 2011, p. 107-134.   

8. Historische versies

Eerste lid:
Art. 32, eerste, tweede en derde lid, Gw. 1814: De Souvereine Vorst pleegt alle de daden van de Souvereine waardigheid, na de zaak in overweging te hebben gebragt bij den Raad van State.
Hij alleen beslist en geeft telkens van Zijn genomen besluit kennis aan den Raad.
Aan het hoofd der stukken wordt gesteld: `De Souvereine Vorst der Vereenigde Nederlanden, den Raad van State gehoord,' enz.
Art. 73 Gw. 1815: De Koning brengt ter overweging bij den Raad van State alle voorstellen door Hem aan de Staten‑Generaal te doen, of door dezen aan Hem gedaan, alsmede alle algemeene maatregelen van inwendig bestuur van den Staat en van deszelfs bezittingen in andere werelddeelen.
Aan het hoofd der uittevaardigen wetten en bevelen wordt melding gemaakt, dat de Raad van State deswegens gehoord is.
De Koning neemt wijders de gedachten van den Raad van State in over alle zaken van algemeen of bijzonder belang, waarin hij zulks noodig oordeelt.
De Koning alleen besluit, en geeft telkens van zijn genomen besluit kennis aan den Raad (art. 72 Gw. 1840; art. 72 Gw. 1848, behoudens dat in eerste lid i.p.v. `deszelfs bezittingen' wordt gelezen `zijne kolonien en bezittingen'; art. 75 Gw. 1887, behoudens dat in eerste lid i.p.v. `algemeene maatregelen van inwendig bestuur' wordt gelezen `algemeene maatregelen van bestuur', en dat het derde lid als volgt komt te luiden: `De Koning hoort wijders den Raad van State over alle zaken, waarin Hij dat noodig oor­deelt.'; art. 75 Gw. 1922, behoudens dat in eerste lid i.p.v. `kolonien en bezittingen in andere werelddeelen' wordt gelezen `Nederlandsch‑Indië, Suriname en Curaçao'; art. 77 Gw. 1938; art. 77 Gw. 1948, behoudens dat in eerste lid i.p.v. `Nederlandsch‑Indië' en `Curaçao' wordt gelezen `Indonesië' en `de Nederlandse Antillen'; art. 84 Gw. 1953; art. 84 Gw. 1956, behoudens dat in eerste lid de woorden `van het Rijk en van Indonesië, Suriname en de Nederlandse Antillen' komen te vervallen, en dat het derde lid als volgt komt te luiden: `De Koning hoort wijders de Raad van State over overeenkomsten met andere Mogendheden en volkenrechtelijke organisaties, waarvan de goedkeuring door de Staten‑Generaal vereist is, alsmede over alle zaken, waarin hij dat nodig oordeelt.').
 
Tweede lid:
Geen historie.
 
Derde lid:
Art. 76 Gw. 1887: De wet kan aan den Raad van State of aan eene afdeeling van dien Raad de uitspraak over geschillen opdragen (art. 78 Gw. 1938; art. 85 Gw. 1953).
 

Noten

  1. Kamerstukken II 1979/80, 16040, nr. 2, p. 2.
  2. EHRM 23 oktober 1985, AB 1986, 1.

 

  • Citeer
    Citeer suggestie
    J.C.A. de Poorter, Commentaar op artikel 73 van de Grondwet, in: E.M.H. Hirsch Ballin en G. Leenknegt (red.), Artikelsgewijs commentaar op de Grondwet, webeditie 2017 (www.Nederlandrechtsstaat.nl).
  • Deel
  • PDF
  • Terug
MEER OVER DIT ONDERWERP
THEMA IN HET KORT
ACHTER-GRONDEN
Reageer!
Thema in het kort

Taak Raad van State

De Raad van State heeft een belangrijke dubbelrol in ons constitutionele bestel: hij is het hoogste adviesorgaan van de regering en tegelijk de hoogste algemene bestuursrechter in ons land. De Raad is georganiseerd in een Afdeling advisering en een Afdeling bestuursrechtspraak om beide taken onafhankelijk te kunnen vervullen en een vermenging daarvan te voorkomen.
 
Alle wetsvoorstellen, ontwerpen van koninklijke besluiten en voorstellen voor goedkeuring van verdragen moeten voor advies aan de Afdeling advisering van de Raad worden voorgelegd. De Raad beoordeelt naast de verenigbaarheid met de Grondwet en het internationale recht ook de noodzaak, uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid ervan. Daarnaast kan de Raad ook over andere zaken om advies worden gevraagd, zowel door de regering als door de beide kamers der Staten-Generaal, als zij daar behoefte aan hebben. De adviezen van de Raad, die worden gepubliceerd, zijn niet bindend: de regering kan ervan afwijken als zij daar goede redenen voor ziet.
 
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad is de hoogste algemene bestuursrechter in ons land. Deze doet in hoogste instantie uitspraak over geschillen tussen burgers en bestuursorganen en over besluiten van die bestuursorganen, tenzij een gespecialiseerde rechter (de Centrale Raad van Beroep of het College van Beroep voor het bedrijfsleven) met deze taak is belast. Over fiscale zaken doet de Hoge Raad in hoogste instantie uitspraak.
 
Volgens het tweede lid heeft de Raad een adviserende en voorbereidende rol bij de beslissing door de regering van geschillen tussen overheidsorganen onderling. Tegenwoordig heeft die taak voor de werkzaamheden van de Raad nauwelijks nog werkelijke betekenis. De beslissing van vrijwel alle geschillen tussen overheidsorganen is opgedragen aan de rechter.
Achtergronden

Taak Raad van State

In het boek The Making of Law doet filosoof Bruno Latour antropologisch onderzoek naar het werk van de Conseil d’État, de Franse Raad van State. Een aantal jaren was hij aanwezig bij de totstandkoming van rechtspraak van het hoogste bestuursrechtsprekende orgaan in Frankrijk. Vanuit zijn observaties bemerkt hij een aantal overeenkomsten en verschillen tussen het bedrijven van wetenschap en spreken van recht. Lees hier een recensie van het boek van Latour.

Plaats Uw Reactie

*Verplicht invulveld straks zijn alleen uw naam en reactie zichtbaar.

Er kan enige tijd overheengan tot uw reactie zichtbaar is.

Reageer!

Taak Raad van State

0 reacties
Klassieke uitspraken
Recente Recht- spraak
Politiek
Klassieke uitspraken

Taak Raad van State

Betuwelijnarrest

In deze zaak geeft het EHRM aan dat in het algemeen de combinatie van advisering over wetgeving en rechtspraak door staatsraden niet strijdig is met recht op onhankelijke en onpartijdige rechtspraak, zoals geformuleerd in artikel 6 lid 1 van het EVRM. Volgens het EHRM kan deze combinatie van functies in bepaalde, conrete gevallen wel strijdig zijn met het EVRM.
Recente rechtspraak

Taak Raad van State

Politiek

Taak Raad van State

Video
Blogs
IN DE WERELD
Video

Taak Raad van State

  • Het nieuwe gebouw van de Raad van State
  • Oude Nova-documentaire over de rechtspraak van de Raad van State
Het nieuwe gebouw van de Raad van State
Blogs

Taak Raad van State

In de wereld

Taak Raad van State

Judicial Committee of the Privy Council

In Engeland en de common wealth landen is de judicial committee of the privy council (of gewoon privy council) de hoogste rechter en tevens adviesorgaan. Deze website biedt een overzicht van het werk dat privy council doet.