CATEGORIE
  • CATEGORIE
  • Adviesorganen
  • Burgerrechten
  • Decentralisatie
  • Eigendom
  • Gelijkheid
  • Godsdienst en levensovertuiging
  • Grondwetsherziening
  • Internationale rechtsorde
  • Privacy
  • Rechtspleging
  • Rechtspraak
  • Regering, Koning
  • Sociale rechtsstaat
  • Staten-Generaal
  • Uitingsrechten
  • Wetgeving en bestuur
AUTEUR
  • AUTEUR
  • M. Adams
  • B.C. van Beers
  • A.A.L. Beers & K.T. Meijer
  • A.A.L. Beers & J.C.A. de Poorter
  • S.C. van Bijsterveld & B.P. Vermeulen
  • S.C. van Bijsterveld
  • G. Boogaard
  • G. Boogaard & J. Uzman
  • S.S. Buisman & S.B.G. Kierkels
  • S. Daniëls
  • J.W.A. Fleuren
  • F. Fleurke
  • J.L.M. Gribnau & M.R.T Pauwels
  • E.M.H. Hirsch Ballin
  • H.G. Hoogers
  • M. Houwerzijl & N. Zekic
  • M. Houwerzijl & F. Vlemminx
  • P. Jacobs
  • E.J. Janse de Jonge
  • S. Jellinghaus & E. Huisman
  • J. Kiewiet & G.F.M. van der Tang †
  • T. Kooijmans en J. van der Ham
  • E.J. Koops
  • G. Leenknegt
  • K.T. Meijer
  • D. Mentink, B.P. Vermeulen & P.J.J. Zoontjens
  • B.M.J. van der Meulen
  • F.C.M.A. Michiels
  • G. Overkleeft-Verburg
  • T. Peters
  • J.C.A. de Poorter
  • J.M. van Schooten, G. Leenknegt & M. Adams
  • G. van der Schyff
  • J. Uzman & G. Boogaard
  • J. Uzman
  • B.P. Vermeulen
  • F.M.C. Vlemminx
  • F.M.C. Vlemminx & A.C.M. Meuwese
  • W.J.M. Voermans
  • B.W.N. de Waard
  • W. van der Woude
ARTIKEL
  • ARTIKEL
  • Artikel 1  Gelijke behandeling
  • Artikel 2  Nederlandschap en vreemdelingen
  • Artikel 3  Gelijke benoembaarheid
  • Artikel 4  Kiesrecht
  • Artikel 5  Petitierecht
  • Artikel 6  Vrijheid van godsdienst en levensovertuiging
  • Artikel 7  Vrijheid van meningsuiting
  • Artikel 8  Recht tot vereniging
  • Artikel 9  Recht tot vergadering en betoging
  • Artikel 10  Eerbiediging en bescherming persoonlijke levenssfeer
  • Artikel 11  Onaantastbaarheid van het lichaam
  • Artikel 12  Binnentreden woning
  • Artikel 13  Vertrouwelijke communicatie
  • Artikel 14  Onteigening
  • Artikel 15  Vrijheidsontneming
  • Artikel 16  Nulla poena
  • Artikel 17  Wettelijk toegekende rechter
  • Artikel 18  Rechtsbijstand
  • Artikel 19  Werkgelegenheid en arbeidskeuze
  • Artikel 20  Bestaanszekerheid
  • Artikel 21  Milieubescherming
  • Artikel 22  Volksgezondheid en woongelegenheid
  • Artikel 23  Onderwijs
  • Artikel 24  Koningschap
  • Artikel 25  Erfopvolging
  • Artikel 26  Status ongeboren kind Koning
  • Artikel 27  Afstand koningschap
  • Artikel 28  Afstand koningschap door huwelijk
  • Artikel 29  Uitsluiting troonopvolging
  • Artikel 30  Benoemde Koning
  • Artikel 31  Erfopvolging benoemde koning
  • Artikel 32  Inhuldiging Koning
  • Artikel 33  Koningschap en meerderjarigheid
  • Artikel 34  Ouderlijk gezag minderjarige Koning
  • Artikel 35  Buiten staat verklaring
  • Artikel 36  Tijdelijke neerlegging koninklijk gezag
  • Artikel 37  Uitoefening koninklijk gezag door regent
  • Artikel 38  Uitoefening koninklijk gezag door RvS
  • Artikel 39  Lidmaatschap koninklijk huis
  • Artikel 40  Uitkering koninklijk huis
  • Artikel 41  Inrichting huis Koning
  • Artikel 42  Ministeriële verantwoordelijkheid
  • Artikel 43  Regering en ministers
  • Artikel 44  Ministeries
  • Artikel 45  Ministerraad
  • Artikel 46  Staatssecretarissen
  • Artikel 47  Ondertekening en contraseign
  • Artikel 48  Ontslag en benoeming ministers
  • Artikel 49  Ambtseed minister en staatssecretaris
  • Artikel 50  Vertegenwoordiging
  • Artikel 51  Eerste en Tweede Kamer
  • Artikel 52  Zittingsduur
  • Artikel 53  Evenredige vertegenwoordiging
  • Artikel 54  Verkiezing Tweede Kamer
  • Artikel 55  Verkiezing Eerste Kamer
  • Artikel 56  Vereisten voor lidmaatschap
  • Artikel 57  Incompatibiliteiten
  • Artikel 57a  Zwangerschap en ziekte
  • Artikel 58  Geloofsbrieven
  • Artikel 59  Kiesrecht en verkiezingen
  • Artikel 60  Ambtsaanvaarding
  • Artikel 61  Voorzitter en griffier
  • Artikel 62  Verenigde vergadering
  • Artikel 63  Geldelijke voorzieningen
  • Artikel 64  Ontbinding Kamers
  • Artikel 65  Troonrede
  • Artikel 66  Openbaarheid vergaderingen
  • Artikel 67  Quorum
  • Artikel 68  Inlichtingenplicht bewindslieden
  • Artikel 69  Aanwezigheid bewindslieden
  • Artikel 70  Recht van enquête
  • Artikel 71  Parlementaire onschendbaarheid
  • Artikel 72  Reglement van orde
  • Artikel 73  Taak Raad van State
  • Artikel 74  Rechtspositie leden
  • Artikel 75  Inrichting, samenstelling, bevoegdheid Raad van State
  • Artikel 76  Algemene rekenkamer
  • Artikel 77  Rechtpositie leden rekenkamer
  • Artikel 78  Inrichting, samenstelling, bevoegdheid Rekenkamer
  • Artikel 78a  Nationale ombudsman
  • Artikel 79  Vaste colleges van advies
  • Artikel 80  Openbaarmaking advies
  • Artikel 81  Wetgevende macht
  • Artikel 82  Indienen wetsvoorstel
  • Artikel 83  Toezending wetsvoorstel TK
  • Artikel 84  Wijziging wetsvoorstel
  • Artikel 85  Toezending wetsvoorstel EK
  • Artikel 86  Intrekking wetsvoorstel
  • Artikel 87  Aanneming en bekrachtiging
  • Artikel 88  Bekendmaking en inwerkingtreding
  • Artikel 89  Algemene maatregel van bestuur
  • Artikel 90  Bevordering internationale rechtsorde
  • Artikel 91  Goedkeuring verdrag
  • Artikel 92  Bevoegdheden volkenrechtelijke organisaties
  • Artikel 93  Verbindende kracht verdrag
  • Artikel 94  Verdrag boven wet
  • Artikel 95  Bekendmaking verdrag
  • Artikel 96  Oorlogsverklaring
  • Artikel 97  Krijgsmacht
  • Artikel 98  Samenstelling krijgsmacht
  • Artikel 99  Gewetensbezwaren militaire dienst
  • Artikel 99a  Civiele verdediging
  • Artikel 100  Inlichtingen over krijgsmacht
  • Artikel 101  [vervallen]
  • Artikel 102  [vervallen]
  • Artikel 103  Uitzonderingstoestand
  • Artikel 104  Belastingheffing
  • Artikel 105  Recht van begroting
  • Artikel 106  Geldstelsel
  • Artikel 107  Codificatie
  • Artikel 108  [vervallen]
  • Artikel 109  Rechtspositie ambtenaren
  • Artikel 110  Openbaarheid van bestuur
  • Artikel 111  Ridderorden
  • Artikel 112  Civiele en administratieve rechtspraak
  • Artikel 113  Strafrechtspraak
  • Artikel 114  Doodstraf
  • Artikel 115  Administratief beroep
  • Artikel 116  Rechterlijke macht
  • Artikel 117  Rechtspositie leden rechterlijke macht
  • Artikel 118  Hoge Raad
  • Artikel 119  Ambtsmisdrijven
  • Artikel 120  Toetsingsverbod
  • Artikel 121  Openbaarheid terechtzittingen
  • Artikel 122  Gratie
  • Artikel 123  Instelling provincies en gemeenten
  • Artikel 124  Autonomie en medebewind
  • Artikel 125  Organen decentrale besturen
  • Artikel 126  Ambtsinstructie commissaris koning
  • Artikel 127  Vaststelling verordening
  • Artikel 128  Toekenning bevoegdheden
  • Artikel 129  Verkiezing vertegenwoordigend orgaan
  • Artikel 130  Kiesrecht gemeenteraad niet-Nederlanders
  • Artikel 131  Benoeming commissaris Koning
  • Artikel 132  Inrichting, samenstelling, bevoegdheid decentrale besturen
  • Artikel 132a  Caribische openbare lichamen
  • Artikel 133  Waterschappen
  • Artikel 134  Publiekrechtelijke bedrijfsorganisatie
  • Artikel 135  Gemeenschappelijke regelingen
  • Artikel 136  Geschillen
  • Artikel 137  Grondwetswijziging
  • Artikel 138  Aanpassing niet gewijzigde bepalingen
  • Artikel 139  Bekendmaking en inwerkingtreding
  • Artikel 140  Handhaving bestaande regelgeving
  • Artikel 141  Bekendmaking herziene Grondwet
  • Artikel 142  Aanpassing Grondwet aan Statuut
  • Artikel IX - Berechting van misdrijven in oorlogstijd
  • Artikel XIX - Afkondigingsformulier
HOOFDSTUK
  • HOOFDSTUK
  • Hoofdstuk 1  Grondrechten
  • Hoofdstuk 2  Regering
  • Hoofdstuk 3  Staten-Generaal
  • Hoofdstuk 4  Adviesorganen
  • Hoofdstuk 5  Wetgeving en bestuur
  • Hoofdstuk 6  Rechtspraak
  • Hoofdstuk 7  Decentralisatie
  • Hoofdstuk 8  Herziening grondwet
  • Additionele artikelen

DE GRONDWET

Artikel 90 - Bevordering internationale rechtsorde

De regering bevordert de ontwikkeling van de internationale rechtsorde.

Artikel 91 - Goedkeuring verdrag

  1. Het Koninkrijk wordt niet aan verdragen gebonden en deze worden niet opgezegd zonder voorafgaande goedkeuring van de Staten-Generaal. De wet bepaalt de gevallen waarin geen goedkeuring is vereist.

  2. De wet bepaalt de wijze waarop de goedkeuring wordt verleend en kan voorzien in stilzwijgende goedkeuring.

  3. Indien een verdrag bepalingen bevat welke afwijken van de Grondwet dan wel tot zodanig afwijken noodzaken, kunnen de kamers de goedkeuring alleen verlenen met ten minste twee derden van het aantal uitgebrachte stemmen.

Artikel 92 - Bevoegdheden volkenrechtelijke organisaties

Met inachtneming, zo nodig, van het bepaalde in artikel 91, derde lid, kunnen bij of krachtens verdrag aan volkenrechtelijke organisaties bevoegdheden tot wetgeving, bestuur en rechtspraak worden opgedragen.

Artikel 93 - Verbindende kracht verdrag

Bepalingen van verdragen en van besluiten van volkenrechtelijke organisaties, die naar haar inhoud een ieder kunnen verbinden, hebben verbindende kracht nadat zij zijn bekendgemaakt.

Artikel 94 - Verdrag boven wet

Binnen het Koninkrijk geldende wettelijke voorschriften vinden geen toepassing, indien deze toepassing niet verenigbaar is met een ieder verbindende bepalingen van verdragen en van besluiten van volkenrechtelijke organisaties.

Artikel 95 - Bekendmaking verdrag

De wet geeft regels omtrent de bekendmaking van verdragen en besluiten van volkenrechtelijke organisaties.

Artikel 96 - Oorlogsverklaring

  1. Het Koninkrijk wordt niet in oorlog verklaard dan na voorafgaande toestemming van de Staten-Generaal.

  2. De toestemming is niet vereist, wanneer het overleg met de Staten-Generaal ten gevolge van een feitelijk bestaande oorlogstoestand niet mogelijk is gebleken.

  3. De Staten-Generaal beraadslagen en besluiten ter zake in verenigde vergadering.

  4. Het bepaalde in het eerste en het derde lid is van overeenkomstige toepassing voor een verklaring dat een oorlog beëindigd is.

Artikel 97 - Krijgsmacht

  1. Ten behoeve van de verdediging en ter bescherming van de belangen van het Koninkrijk, alsmede ten behoeve van de handhaving en de bevordering van de internationale rechtsorde, is er een krijgsmacht.

  2. De regering heeft het oppergezag over de krijgsmacht.

Artikel 98 - Samenstelling krijgsmacht

  1. De krijgsmacht bestaat uit vrijwillig dienenden en kan mede bestaan uit dienstplichtigen.

  2. De wet regelt de verplichte militaire dienst en de bevoegdheid tot opschorting van de oproeping in werkelijke dienst.

Artikel 99 - Gewetensbezwaren militaire dienst

De wet regelt vrijstelling van militaire dienst wegens ernstige gewetensbezwaren.

Artikel 99a - Civiele verdediging

Volgens bij de wet te stellen regels kunnen plichten worden opgelegd ten behoeve van de civiele verdediging.

Artikel 100 - Inlichtingen over krijgsmacht

  1. De regering verstrekt de Staten-Generaal vooraf inlichtingen over de inzet of het ter beschikking stellen van de krijgsmacht ter handhaving of bevordering van de internationale rechtsorde. Daaronder is begrepen het vooraf verstrekken van inlichtingen over de inzet of het ter beschikking stellen van de krijgsmacht voor humanitaire hulpverlening in geval van gewapend conflict.

  2. Het eerste lid geldt niet, indien dwingende redenen het vooraf verstrekken van inlichtingen verhinderen. In dat geval worden inlichtingen zo spoedig mogelijk verstrekt.

Artikel 103 - Uitzonderingstoestand

  1. De wet bepaalt in welke gevallen ter handhaving van de uit- of inwendige veiligheid bij koninklijk besluit een door de wet als zodanig aan te wijzen uitzonderingstoestand kan worden afgekondigd; zij regelt de gevolgen.

  2. Daarbij kan worden afgeweken van de grondwetsbepalingen inzake de bevoegdheden van de besturen van provincies, gemeenten, openbare lichamen als bedoeld in artikel 132a en waterschappen, van de grondrechten geregeld in de artikelen 6, voor zover dit de uitoefening buiten gebouwen en besloten plaatsen van het in dit artikel omschreven recht betreft, 7, 8, 9, 12, tweede en derde lid, en 13, alsmede van artikel 113, eerste en derde lid.
  3. Terstond na de afkondiging van een uitzonderingstoestand en voorts, zolang deze niet bij koninklijk besluit is opgeheven, telkens wanneer zij zulks nodig oordelen beslissen de Staten-Generaal omtrent het voortduren daarvan; zij beraadslagen en besluiten ter zake in verenigde vergadering.

WETENSCHAPPELIJK COMMENTAAR

M. Adams

ARTIKEL 99 - Gewetensbezwaren militaire dienst

INHOUD
  1. Gewetensbezwaren in verband met militaire dienstplicht
  2. De wetgeving ter uitvoering van artikel 99
  3. Verdragsverplichtingen
  4. Jurisprudentie
  5. Literatuur
  6. Historische versies
   
Editie december 2013[1]

1. Gewetensbezwaren in verband met militaire dienstplicht

De Grondwet erkent in artikel 99 dat mensen gewetensbezwaren kunnen hebben tegen het verplicht dienen in de krijgsmacht, omdat zij het plegen van geweld en het mogelijk zelfs moeten doden van medemensen vanuit hun diepste overtuigingen afwijzen.
 
Hoewel dienstweigering als individueel conflict tussen de plicht aan de staat en de vrijheid van het geweten van alle tijden is,[2] werd de wenselijkheid van een nadere regeling van deze materie vooral duidelijk bij de behandeling van het ontwerp van de Dienstplichtwet (1922, Stb. 42).[3] Bij de grondwetsherziening van 1922 werd een amendement van Troelstra op grond van ‘de wenschelijkheid vrijstelling van de dienstplicht te verleenen wegens gemoedsbezwaren naar bij de wet te stellen regels’ door de regering overgenomen.[4] Dit resulteerde in de opneming van artikel 183 Gw dat (afgezien van de spelling) identiek was met het tot aan de herziening van 2000 geldende artikel 99.
 
Het huidige artikel 99 is met de grondwetsherziening van 2000 inzake de defensiebepalingen inhoudelijk gelijk gebleven aan het voormalige artikel 99. Met het oog op modernisering is gekozen voor een andere redactie, namelijk een die beter dan het voormalige artikel aansluit bij de in de Grondwet sinds de grondwetsherziening van 1983 gehanteerde delegatieterminologie.
 
Hoewel artikel 99 de materie van een grondrecht betreft, bevat het geen daartoe strekkend subjectief recht. Wel vormt het de grondslag voor de wettelijke regeling van vrijstelling van dienstplicht wegens ernstige gewetensbezwaren. Het artikel draagt de vaststelling van materiële en formele vereisten voor een vrijstelling op aan de formele wetgever. Dit betekent dat de wetgever zowel de procesgang tot de vrijstelling regelt, alsook de nadere (inhoudelijke) omgrenzing van de gevallen die voor erkenning in aanmerking komen.[5]
 
Zolang individuen niet worden opgeroepen om daadwerkelijk in dienst te treden, heeft deze regeling uiteraard in de praktijk weinig betekenis. Omdat echter in buitengewone omstandigheden de vervulling van de werkelijke militaire dienst toch weer kan worden opgelegd, blijft art. 99 van belang, alsmede de uitvoeringswetgeving die daarbij hoort.[6]
 

2. De wetgeving ter uitvoering van artikel 99

In de Dienstweigeringswet[7] van 1923, opgesteld ter uitvoering van het toenmalige art. 183 (het huidige art. 99), werd een beroep op het geweten waarin zich het Godsgebod ‘Gij zult niet doden’ openbaart, gerespecteerd. De Wet gewetensbezwa­ren militaire dienst (WGMD),[8] die in 1962 de Dienstweigeringswet verving, verruimde het gewetensbegrip en achtte het voort te komen uit een godsdienstige of zedelijke (niet politieke) overtuiging die elke deelname aan geweld verbiedt. In de herziene WGMD van 1978[9] tenslotte wordt het geweten beschouwd als een subjectief individuele instantie die (eveneens) kan voortvloeien uit een politieke overtuiging of bezwaren van selectieve aard, zoals bezwaren tegen bepaald wapentuig.[10] Artikel 2 WGMD eist dat de gewetensbezwaren ‘onoverkomelijk’ zijn. Meer specifiek heeft artikel 2 WGMD het over bezwaren ‘tegen de persoonlijke vervulling van militaire dienst in verband met het gebruik van middelen van geweld waarbij men door dienstverlening in de Nederlandse krijgsmacht kan worden betrokken.’ De langere duur van de vervangende dienst en de bereidheid deze op de koop toe te nemen, vormden in de uitvoeringspraktijk de toets voor de onoverkomelijkheid van de bezwaren.
Nu in de Kaderwet dienstplicht[11] (1997), ter uitvoering van het tweede lid van art. 98 (98, derde lid, oud), de bevoegdheid tot opschorting van de oproeping in werkelijke dienst is geregeld – een plicht die in beginsel op elk gewenst ogenblik weer kan worden geactiveerd – is de WGMD op dit punt aangepast. Parallel aan de bepalingen in de Kaderwet dienstplicht inzake opschorting, en beëindiging van de opschorting van de dienstplicht, is in art. 60a WGMD de opschorting van de vervangende dienstplicht van erkend gewetensbezwaarden en de beëindiging daarvan geregeld.[12]Indien politieke besluitvorming leidt tot reactivering van het diensplichtstelsel zullen gewetensbezwaarden wederom een beroep kunnen doen op de WGMD.

3. Verdragsverplichtingen

Veel staten met een krijgsmacht bestaande uit, onder meer, dienstplichtigen, regelen daadwerkelijk een of andere vorm van erkenning van gewetensbezwaren (die religieus, filosofisch, ethisch, etc. kunnen zijn). Voor gewetensbezwaarden wordt dan een alternatief voor de dienstplicht mogelijk gemaakt. Dit kan in de vorm van het doen opnemen van een civiele taak, of door gewetensbezwaarden niet te betrekken bij die onderdelen van de krijgsmacht die bij gewapende actie betrokken kunnen worden.[13]
 
Interessant in deze context, hoewel voor Nederland wat minder relevant, is een uitspraak van de Grote Kamer van het EHRM, van 7 juli 2011. De zaak betrof een Jehova’s getuige uit Armenië, die op grond van zijn religieuze overtuigingen geen dienstplicht wenste te vervullen, maar wel bereid was een nuttige civiele taak op te nemen als alternatief voor die dienstplicht. Armenië had echter geen wetgeving had die dit mogelijk maakte, en de man belandde 10 maanden in de cel na een strafrechtelijke veroordeling ter zake zijn weigering dienstplicht te vervullen. Het Hof overwoog dat er sprake was van een inbreuk op artikel 9 lid 1 EVRM. Het Hof benadrukte bovendien dat vrijwel ieder lidstaat van de Raad van Europa waar dienstplicht bestond (of had bestaan), alternatieven voor dienstplicht had ingevoerd. Daardoor was het mogelijk een evenwicht te bereiken tussen individuele gewetensbezwaren en militaire verplichtingen. Een lidstaat die dergelijk alternatief niet ter beschikking heeft staan, geniet maar van een beperkte appreciatiemarge, en dient aan te tonen dat de ontstentenis van een alternatief voor de dienstplicht voortvloeit uit een ‘pressing social need’. (§ 123). Het loont de moeite de kernoverweging in extenso te citeren: “The Court cannot overlook the fact that, in the present case, the applicant, as a member of Jehovah’s Witnesses, sought to be exempted from military service not for reasons of personal benefit or convenience but on the ground of his genuinely held religious convictions. Since no alternative civilian service was available in Armenia at the material time, the applicant had no choice but to refuse to be drafted into the army if he was to stay faithful to his convictions and, by doing so, to risk criminal sanctions. Thus, the system existing at the material time imposed on citizens an obligation which had potentially serious implications for conscientious objectors while failing to allow any conscience-based exceptions and penalising those who, like the applicant, refused to perform military service. In the Court’s opinion, such a system failed to strike a fair balance between the interests of society as a whole and those of the applicant. It therefore considers that the imposition of a penalty on the applicant, in circumstances where no allowances were made for the exigencies of his conscience and beliefs, could not be considered a measure necessary in a democratic society. Still less can it be seen as necessary taking into account that there existed viable and effective alternatives capable of accommodating the competing interests, as demonstrated by the experience of the overwhelming majority of the European States.” (§ 124).
 
Het betreft een weinig opgemerkte, maar desondanks fundamentele zaak, als gevolg waarvan blijkt dat gewetensbezwaren in de context van de dienstplicht daadwerkelijk en ondubbelzinnig onder de bescherming van het EVRM vallen.[14] Op de staat die ervoor kiest geen alternatief voor de dienstplicht aan te bieden aan gewetensbezwaarde burgers, rust als gevolg van deze uitspraak de taak aan te tonen waarom daar geen noodzaak voor bestaat. Armenie heeft inmiddels wetgeving ingevoerd die alternatieve dienstplicht ook daadwerkelijk mogelijk maakt. Op dit moment is dat voor Azerbeidzjan en Turkije nog niet het geval.

4. Jurisprudentie

HR 26 juni 1916, NJ 1916, 703.
HMG 19 januari 1983, MRT 1983, 285.
HR 14 juni 1983, NJ 1983, 716.
HR 23 december 1986, NJ 1987, 508.
HR 12 januari 1990, RvdW 1990, 26.
RvS 14 december 1999,NLRVS1999AA4519, LJN AA 4519
EHRM 7 juli 2011, Bayatyan v. Armenia, 23459/03
HR, 25 juni 2013, NLHR201373
HR, 25 juni 2013, NLHR201374


5. Literatuur

- Th.W. van den Bosch, Principiële gewetensbezwaren tegen het verrichten van militaire dienst, Tjeenk Willink, 1983.
- G.L. Coolen, Totaalweigering. Welke wettelijke regels beheersen het vraagstuk?, MRT LXXXIII (1990), p. 145-149.
- D. Hazewinkel Suringa, Enige beschouwingen over dienstweigeraars en hun behandeling, MRT XLIII (1950), p. 225 e.v.
- P. Muzny, Bayatyan v Armenia: The Grand Chamber Renders a Grand Judgment, 12 Human Rights Law Review 2012, 135-147.
- P. Rowe, The Impact of Human Rights Law on Armed Forces, Cambridge University Press, 2006
- B. Schumacher, Militaire dienstweigering en vredesmoraal, diss. TFT, Tilburg 1986.
- B.P. Vermeulen, De vrijheid van geweten, een fundamenteel rechtsprobleem, Gouda Quint, 1989.
- B.P. Vermeulen, Geweten, toetsing, gewetensvrijheid, MRT LXXXIII (1990), p. 149-153.

6. Historische versies

Artikel 183 Gw 1922: Bij de wet worden de voorwaarden genoemd, waarop wegens ernstige gewetensbezwaren vrijstelling van den krijgsdienst wordt verleend. (gelijk aan art. 99 Gw 1983, behoudens gemoderniseerde spelling).
 

Noten

  1. De bijdrage is geschreven door M.Adams, op basis van het commentaar bij artikel 98 J. van Schooten-Van der Meer.uit A.K. Koekkoek (red.), De Grondwet. Een systematisch en artikelsgewijs commentaar, Deventer: W.E.J. Tjeenk Willink, 3e dr. 2000 (alsook de 2e dr. 1992).
  2. B.P. Vermeulen, De vrijheid van geweten, een fundamenteel rechtsprobleem, Gouda Quint, 1989.
  3. Bijl. Hand II 1920/21, p. 2834-2838.
  4. Bijl. Hand II 1921/22, p. 935-942.
  5. Kamerstukken II 1975/76, 13 872, nr. 6, p. 7.
  6. Zo ook A.D. Belinfante en J.L. de Reede, bewerkt door L. Dragstra, N.S. Efthymiou, A.W. Hins en R. De Lange, Beginselen van het Nederlandse staatsrecht, Kluwer, 2012, p. 198.
  7. Wet van 13 juli 1923, Stb. 357.
  8. Wet van 27 september 1962, Stb. 370.
  9. Wet van 24 november 1978, Stb. 694.
  10. HR 12 januari 1990, RvdW 1990, 26.
  11. Stb. 1997, 139.
  12. Kamerstukken II 1997/98, 25 990.
  13. Hierover P. Rowe, The Impact of Human Rights Law on Armed Forces, Cambridge University Press, 2006, p. 16-20.
  14. Zie hierover, P. Muzny, Bayatyan v Armenia: The Grand Chamber Renders a Grand Judgment, 12 Human Rights Law Review 2012, p. 135-147 (met verdere verwijzingen naar relevante rechtspraak).

 

  • Citeer
    Citeer suggestie
    M. Adams, Commentaar op artikel 99 van de Grondwet, in: E.M.H. Hirsch Ballin en G. Leenknegt (red.), Artikelsgewijs commentaar op de Grondwet, webeditie 2019 (www.Nederlandrechtsstaat.nl).
  • Deel
  • PDF
  • Terug
MEER OVER DIT ONDERWERP
THEMA IN HET KORT
ACHTER-GRONDEN
Reageer!
Thema in het kort

Gewetensbezwaren militaire dienst

De Grondwet erkent dat mensen gewetensbezwaren kunnen hebben tegen het verplicht dienen in de krijgsmacht, omdat zij het plegen van geweld en het mogelijk zelfs moeten doden van medemensen vanuit hun diepste overtuigingen afwijzen. De Wet gewetensbezwaren militaire dienst bepaalt dat zij, indien hun gewetensbezwaren worden erkend, niet in de krijgsmacht hoeven te dienen, maar in plaats daarvan een vervangende dienstplicht kunnen vervullen. Die plicht kan bestaan uit het vervullen van een maatschappelijke taak in het algemeen belang.
 
Met de opschorting van de opkomstplicht in militaire dienst (artikel 98 Grondwet) is ook de vervangende dienstplicht opgeschort, maar deze kan, samen met de opkomstplicht in militaire dienst, weer worden geactiveerd als dat nodig is.

Plaats Uw Reactie

*Verplicht invulveld straks zijn alleen uw naam en reactie zichtbaar.

Er kan enige tijd overheengan tot uw reactie zichtbaar is.

Reageer!

Gewetensbezwaren militaire dienst

0 reacties
Klassieke uitspraken
Recente Recht- spraak
Politiek
Klassieke uitspraken

Gewetensbezwaren militaire dienst

Recente rechtspraak

Gewetensbezwaren militaire dienst

Politiek

Gewetensbezwaren militaire dienst

Video
Blogs
IN DE WERELD
Blogs

Gewetensbezwaren militaire dienst

In de wereld

Gewetensbezwaren militaire dienst