CATEGORIE
  • CATEGORIE
  • Adviesorganen
  • Burgerrechten
  • Decentralisatie
  • Eigendom
  • Gelijkheid
  • Godsdienst en levensovertuiging
  • Grondwetsherziening
  • Internationale rechtsorde
  • Privacy
  • Rechtspleging
  • Rechtspraak
  • Regering, Koning
  • Sociale rechtsstaat
  • Staten-Generaal
  • Uitingsrechten
  • Wetgeving en bestuur
AUTEUR
  • AUTEUR
  • M. Adams
  • B.C. van Beers
  • A.A.L. Beers & K.T. Meijer
  • A.A.L. Beers & J.C.A. de Poorter
  • S.C. van Bijsterveld & B.P. Vermeulen
  • G. Boogaard
  • G. Boogaard & J. Uzman
  • S.S. Buisman & S.B.G. Kierkels
  • S. Daniëls
  • J.W.A. Fleuren
  • F. Fleurke
  • J.L.M. Gribnau & M.R.T Pauwels
  • M.M. Groothuis
  • E.M.H. Hirsch Ballin
  • H.G. Hoogers
  • M. Houwerzijl & N. Zekic
  • M. Houwerzijl & F. Vlemminx
  • P. Jacobs
  • N.M.C.P. Jägers & J.P. Loof
  • E.J. Janse de Jonge
  • S. Jellinghaus & E. Huisman
  • J. Kiewiet & G.F.M. van der Tang †
  • T. Kooijmans en J. van der Ham
  • E.J. Koops
  • G. Leenknegt
  • K.T. Meijer
  • D. Mentink, B.P. Vermeulen & P.J.J. Zoontjens
  • B.M.J. van der Meulen
  • F.C.M.A. Michiels
  • T. Peters
  • J.C.A. de Poorter
  • J.M. van Schooten, G. Leenknegt & M. Adams
  • G. van der Schyff
  • J. Uzman & G. Boogaard
  • J. Uzman
  • B.P. Vermeulen
  • F.M.C. Vlemminx
  • F.M.C. Vlemminx & A.C.M. Meuwese
  • W.J.M. Voermans
  • B.W.N. de Waard
  • W. van der Woude
ARTIKEL
  • ARTIKEL
  • Artikel 1  Gelijke behandeling
  • Artikel 2  Nederlandschap en vreemdelingen
  • Artikel 3  Gelijke benoembaarheid
  • Artikel 4  Kiesrecht
  • Artikel 5  Petitierecht
  • Artikel 6  Vrijheid van godsdienst en levensovertuiging
  • Artikel 7  Vrijheid van meningsuiting
  • Artikel 8  Recht tot vereniging
  • Artikel 9  Recht tot vergadering en betoging
  • Artikel 10  Eerbiediging en bescherming persoonlijke levenssfeer
  • Artikel 11  Onaantastbaarheid van het lichaam
  • Artikel 12  Binnentreden woning
  • Artikel 13  Vertrouwelijke communicatie
  • Artikel 14  Onteigening
  • Artikel 15  Vrijheidsontneming
  • Artikel 16  Nulla poena
  • Artikel 17  Wettelijk toegekende rechter
  • Artikel 18  Rechtsbijstand
  • Artikel 19  Werkgelegenheid en arbeidskeuze
  • Artikel 20  Bestaanszekerheid
  • Artikel 21  Milieubescherming
  • Artikel 22  Volksgezondheid en woongelegenheid
  • Artikel 23  Onderwijs
  • Artikel 24  Koningschap
  • Artikel 25  Erfopvolging
  • Artikel 26  Status ongeboren kind Koning
  • Artikel 27  Afstand koningschap
  • Artikel 28  Afstand koningschap door huwelijk
  • Artikel 29  Uitsluiting troonopvolging
  • Artikel 30  Benoemde Koning
  • Artikel 31  Erfopvolging benoemde koning
  • Artikel 32  Inhuldiging Koning
  • Artikel 33  Koningschap en meerderjarigheid
  • Artikel 34  Ouderlijk gezag minderjarige Koning
  • Artikel 35  Buiten staat verklaring
  • Artikel 36  Tijdelijke neerlegging koninklijk gezag
  • Artikel 37  Uitoefening koninklijk gezag door regent
  • Artikel 38  Uitoefening koninklijk gezag door RvS
  • Artikel 39  Lidmaatschap koninklijk huis
  • Artikel 40  Uitkering koninklijk huis
  • Artikel 41  Inrichting huis Koning
  • Artikel 42  Ministeriële verantwoordelijkheid
  • Artikel 43  Regering en ministers
  • Artikel 44  Ministeries
  • Artikel 45  Ministerraad
  • Artikel 46  Staatssecretarissen
  • Artikel 47  Ondertekening en contraseign
  • Artikel 48  Ontslag en benoeming ministers
  • Artikel 49  Ambtseed minister en staatssecretaris
  • Artikel 50  Vertegenwoordiging
  • Artikel 51  Eerste en Tweede Kamer
  • Artikel 52  Zittingsduur
  • Artikel 53  Evenredige vertegenwoordiging
  • Artikel 54  Verkiezing Tweede Kamer
  • Artikel 55  Verkiezing Eerste Kamer
  • Artikel 56  Vereisten voor lidmaatschap
  • Artikel 57  Incompatibiliteiten
  • Artikel 57a  Zwangerschap en ziekte
  • Artikel 58  Geloofsbrieven
  • Artikel 59  Kiesrecht en verkiezingen
  • Artikel 60  Ambtsaanvaarding
  • Artikel 61  Voorzitter en griffier
  • Artikel 62  Verenigde vergadering
  • Artikel 63  Geldelijke voorzieningen
  • Artikel 64  Ontbinding Kamers
  • Artikel 65  Troonrede
  • Artikel 66  Openbaarheid vergaderingen
  • Artikel 67  Quorum
  • Artikel 68  Inlichtingenplicht bewindslieden
  • Artikel 69  Aanwezigheid bewindslieden
  • Artikel 70  Recht van enquête
  • Artikel 71  Parlementaire onschendbaarheid
  • Artikel 72  Reglement van orde
  • Artikel 73  Taak Raad van State
  • Artikel 74  Rechtspositie leden
  • Artikel 75  Inrichting, samenstelling, bevoegdheid Raad van State
  • Artikel 76  Algemene rekenkamer
  • Artikel 77  Rechtpositie leden rekenkamer
  • Artikel 78  Inrichting, samenstelling, bevoegdheid Rekenkamer
  • Artikel 78a  Nationale ombudsman
  • Artikel 79  Vaste colleges van advies
  • Artikel 80  Openbaarmaking advies
  • Artikel 81  Wetgevende macht
  • Artikel 82  Indienen wetsvoorstel
  • Artikel 83  Toezending wetsvoorstel TK
  • Artikel 84  Wijziging wetsvoorstel
  • Artikel 85  Toezending wetsvoorstel EK
  • Artikel 86  Intrekking wetsvoorstel
  • Artikel 87  Aanneming en bekrachtiging
  • Artikel 88  Bekendmaking en inwerkingtreding
  • Artikel 89  Algemene maatregel van bestuur
  • Artikel 90  Bevordering internationale rechtsorde
  • Artikel 91  Goedkeuring verdrag
  • Artikel 92  Bevoegdheden volkenrechtelijke organisaties
  • Artikel 93  Verbindende kracht verdrag
  • Artikel 94  Verdrag boven wet
  • Artikel 95  Bekendmaking verdrag
  • Artikel 96  Oorlogsverklaring
  • Artikel 97  Krijgsmacht
  • Artikel 98  Samenstelling krijgsmacht
  • Artikel 99  Gewetensbezwaren militaire dienst
  • Artikel 99a  Civiele verdediging
  • Artikel 100  Inlichtingen over krijgsmacht
  • Artikel 101  [vervallen]
  • Artikel 102  [vervallen]
  • Artikel 103  Uitzonderingstoestand
  • Artikel 104  Belastingheffing
  • Artikel 105  Recht van begroting
  • Artikel 106  Geldstelsel
  • Artikel 107  Codificatie
  • Artikel 108  [vervallen]
  • Artikel 109  Rechtspositie ambtenaren
  • Artikel 110  Openbaarheid van bestuur
  • Artikel 111  Ridderorden
  • Artikel 112  Civiele en administratieve rechtspraak
  • Artikel 113  Strafrechtspraak
  • Artikel 114  Doodstraf
  • Artikel 115  Administratief beroep
  • Artikel 116  Rechterlijke macht
  • Artikel 117  Rechtspositie leden rechterlijke macht
  • Artikel 118  Hoge Raad
  • Artikel 119  Ambtsmisdrijven
  • Artikel 120  Toetsingsverbod
  • Artikel 121  Openbaarheid terechtzittingen
  • Artikel 122  Gratie
  • Artikel 123  Instelling provincies en gemeenten
  • Artikel 124  Autonomie en medebewind
  • Artikel 125  Organen decentrale besturen
  • Artikel 126  Ambtsinstructie commissaris koning
  • Artikel 127  Vaststelling verordening
  • Artikel 128  Toekenning bevoegdheden
  • Artikel 129  Verkiezing vertegenwoordigend orgaan
  • Artikel 130  Kiesrecht gemeenteraad niet-Nederlanders
  • Artikel 131  Aanstelling burgemeester en commissaris Koning
  • Artikel 132  Inrichting, samenstelling, bevoegdheid decentrale besturen
  • Artikel 132a  Caribische openbare lichamen
  • Artikel 133  Waterschappen
  • Artikel 134  Publiekrechtelijke bedrijfsorganisatie
  • Artikel 135  Gemeenschappelijke regelingen
  • Artikel 136  Geschillen
  • Artikel 137  Grondwetswijziging
  • Artikel 138  Aanpassing niet gewijzigde bepalingen
  • Artikel 139  Bekendmaking en inwerkingtreding
  • Artikel 140  Handhaving bestaande regelgeving
  • Artikel 141  Bekendmaking herziene Grondwet
  • Artikel 142  Aanpassing Grondwet aan Statuut
  • Artikel IX - Berechting van misdrijven in oorlogstijd
  • Artikel XIX - Afkondigingsformulier
HOOFDSTUK
  • HOOFDSTUK
  • Hoofdstuk 1  Grondrechten
  • Hoofdstuk 2  Regering
  • Hoofdstuk 3  Staten-Generaal
  • Hoofdstuk 4  Adviesorganen
  • Hoofdstuk 5  Wetgeving en bestuur
  • Hoofdstuk 6  Rechtspraak
  • Hoofdstuk 7  Decentralisatie
  • Hoofdstuk 8  Herziening grondwet
  • Additionele artikelen

DE GRONDWET

Artikel 81 - Wetgevende macht

De vaststelling van wetten geschiedt door de regering en de Staten-Generaal gezamenlijk.

Artikel 82 - Indienen wetsvoorstel

  1. Voorstellen van wet kunnen worden ingediend door of vanwege de Koning en door de Tweede Kamer der Staten-Generaal.

  2. Voorstellen van wet waarvoor behandeling door de Staten-Generaal in verenigde vergadering is voorgeschreven, kunnen worden ingediend door of vanwege de Koning en, voor zover de betreffende artikelen van hoofdstuk 2 dit toelaten, door de verenigde vergadering.

  3. Voorstellen van wet, in te dienen door de Tweede Kamer onderscheidenlijk de verenigde vergadering, worden bij haar door een of meer leden aanhangig gemaakt.

Artikel 83 - Toezending wetsvoorstel TK

Voorstellen van wet, ingediend door of vanwege de Koning, worden gezonden aan de Tweede Kamer of, indien daarvoor behandeling door de Staten-Generaal in verenigde vergadering is voorgeschreven, aan deze vergadering.

Artikel 84 - Wijziging wetsvoorstel

  1. Zolang een voorstel van wet, ingediend door of vanwege de Koning, niet door de Tweede Kamer onderscheidenlijk de verenigde vergadering is aangenomen, kan het door haar, op voorstel van een of meer leden, en vanwege de regering worden gewijzigd.

  2. Zolang de Tweede Kamer onderscheidenlijk de verenigde vergadering een door haar in te dienen voorstel van wet niet heeft aangenomen, kan het door haar, op voorstel van een of meer leden, en door het lid of de leden door wie het aanhangig is gemaakt, worden gewijzigd.

Artikel 85 - Toezending wetsvoorstel EK

Zodra de Tweede Kamer een voorstel van wet heeft aangenomen of tot indiening van een voorstel heeft besloten, zendt zij het aan de Eerste Kamer, die het voorstel overweegt zoals het door de Tweede Kamer aan haar is gezonden. De Tweede Kamer kan een of meer van haar leden opdragen een door haar ingediend voorstel in de Eerste Kamer te verdedigen.

Artikel 86 - Intrekking wetsvoorstel

  1. Zolang een voorstel van wet niet door de Staten-Generaal is aangenomen, kan het door of vanwege de indiener worden ingetrokken.

  2. Zolang de Tweede Kamer onderscheidenlijk de verenigde vergadering een door haar in te dienen voorstel van wet niet heeft aangenomen, kan het door het lid of de leden door wie het aanhangig is gemaakt, worden ingetrokken.

Artikel 87 - Aanneming en bekrachtiging

  1. Een voorstel wordt wet, zodra het door de Staten-Generaal is aangenomen en door de Koning is bekrachtigd.

  2. De Koning en de Staten-Generaal geven elkaar kennis van hun besluit omtrent enig voorstel van wet.

Artikel 88 - Bekendmaking en inwerkingtreding

De wet regelt de bekendmaking en de inwerkingtreding van de wetten. Zij treden niet in werking voordat zij zijn bekendgemaakt.

Artikel 89 - Algemene maatregel van bestuur

  1. Algemene maatregelen van bestuur worden bij koninklijk besluit vastgesteld.

  2. Voorschriften, door straffen te handhaven, worden daarin alleen gegeven krachtens de wet. De wet bepaalt de op te leggen straffen.

  3. De wet regelt de bekendmaking en de inwerkingtreding van de algemene maatregelen van bestuur. Zij treden niet in werking voordat zij zijn bekendgemaakt.

  4. Het tweede en derde lid zijn van overeenkomstige toepassing op andere vanwege het Rijk vastgestelde algemeen verbindende voorschriften.

Artikel 104 - Belastingheffing

Belastingen van het Rijk worden geheven uit kracht van een wet. Andere heffingen van het Rijk worden bij de wet geregeld.

Artikel 105 - Recht van begroting

  1. De begroting van de ontvangsten en de uitgaven van het Rijk wordt bij de wet vastgesteld.

  2. Jaarlijks worden voorstellen van algemene begrotingswetten door of vanwege de Koning ingediend op het in artikel 65 bedoelde tijdstip.

  3. De verantwoording van de ontvangsten en de uitgaven van het Rijk wordt aan de Staten-Generaal gedaan overeenkomstig de bepalingen van de wet. De door de Algemene Rekenkamer goedgekeurde rekening wordt aan de Staten-Generaal overgelegd.

  4. De wet stelt regels omtrent het beheer van de financiën van het Rijk.

Artikel 106 - Geldstelsel

De wet regelt het geldstelsel.

Artikel 107 - Codificatie

  1. De wet regelt het burgerlijk recht, het strafrecht en het burgerlijk en strafprocesrecht in algemene wetboeken, behoudens de bevoegdheid tot regeling van bepaalde onderwerpen in afzonderlijke wetten.

  2. De wet stelt algemene regels van bestuursrecht vast.

Artikel 109 - Rechtspositie ambtenaren

De wet regelt de rechtspositie van de ambtenaren. Zij stelt tevens regels omtrent hun bescherming bij de arbeid en omtrent medezeggenschap.

 

Artikel 110 - Openbaarheid van bestuur

De overheid betracht bij de uitvoering van haar taak openbaarheid volgens regels bij de wet te stellen.

 

Artikel 111 - Ridderorden

Ridderorden worden bij de wet ingesteld.

WETENSCHAPPELIJK COMMENTAAR

W.J.M. Voermans

ARTIKEL 85 - Toezending wetsvoorstel EK

INHOUD
  1. Behandeling van een voorstel van wet in de Eerste Kamer
  2. De novelle
  3. Literatuur
  4. Historische versies
 
Editie december 2015

1. Behandeling van een voorstel van wet door de Eerste Kamer

Nadat een wetsvoorstel door de Tweede Kamer is aangenomen draagt de voorzitter van de Tweede Kamer er zorg voor dat het voorstel wordt toegezonden aan de voorzitter van de Eerste  Kamer.  Die, op zijn beurt, bevordert dat het voorstel weer naar een commissie uit die Eerste Kamer wordt gestuurd voor een vooronderzoek.[1] De behandeling van het wetsvoorstel in de Eerste Kamer is veelal korter en eenvoudiger dan die in de Tweede Kamer. Dat heeft niet alleen te maken met de andere staatsrechtelijke positie die de Eerste Kamer in vergelijking met de Tweede Kamer inneemt, maar ook met de omstandigheid dat de Eerste Kamer het recht om wijzigingen aan te brengen in wetsvoorstellen mist (zie ook nr. 2). Na een schriftelijke of mondelinge voorbereiding door een commissie volgt de plenaire behandeling van het wetsvoorstel in de Eerste Kamer. Na afloop van het plenaire debat wordt  meestal meteen de eindstemming over het voorstel gehouden. Voor begrotingshoofdstukken kan de voorzitter een vereenvoudigde behandeling voorstellen: na de commissiebehandeling kunnen die begrotingshoofdstukken dan als hamerstuk door het plenum van de Eerste Kamer worden behandeld, onder het voorbehoud dat later een beleidsdebat in verband met de begroting plaatsvindt.[2]
 
De verdediging van wetsvoorstellen die door de regering zijn ingediend geschiedt op dezelfde wijze als bij de behandeling in de Tweede Kamer. In beginsel zijn het de ondertekenende bewindslieden die de verdediging voeren. Voor wetsvoorstellen die hun oorsprong vinden in een initiatief van (leden van) de Tweede Kamer ligt dat wat lastiger. Artikel 85 Grondwet laat het aan de Tweede Kamer zelf over te bepalen welke van de leden aangewezen zullen worden om een initiatiefvoorstel in de Eerste Kamer te verdedigen. Meestal zullen dat de initiatiefnemers zelf zijn, maar het kan  gebeuren dat, doordat er bijvoorbeeld verkiezingen zijn geweest en de oorspronkelijke initiatiefnemers niet zijn herkozen, de Tweede Kamer besluit anderen dan de oorspronkelijke initiatiefnemers aan te wijzen.[3]
 

2. De novelle

De Eerste Kamer behandelt een wetsvoorstel ‘zoals het door de Tweede Kamer aan haar is gezonden’. De Eerste Kamer ontbeert het recht van amendement dat de Tweede Kamer heeft en kan dus formeel geen wijzigingen meer aanbrengen in een voorstel van wet waarmee de Tweede Kamer zich akkoord heeft verklaard. De Eerste Kamer kan een wetsvoorstel slechts aannemen of verwerpen. De Eerste Kamer legt zich echter niet altijd zonder meer neer bij die keuze. Soms wordt aangedrongen op een zogenaamde novelle, dat wil zeggen een door de regering aan te brengen wijziging in een wetsvoorstel dat reeds door de Tweede Kamer is aangenomen. Zo’n wijziging die de regering na de behandeling van het wetsvoorstel door de Tweede Kamer indient, behoeft een advies van de Raad van State en moet ook door de Tweede Kamer weer worden behandeld en aanvaard. Een novelle kan, omdat zij een door de Tweede Kamer aanvaard maar nog niet bekrachtigd wetsvoorstel wijzigt, tot aan het moment van de bekrachtiging (zie artikel 87 Grondwet) worden ingediend.
 
De algemene doelstelling van een novelle is te voorkomen dat een wetsvoorstel kracht van wet verkrijgt in weerwil van de wensen van een van de Kamers of de regering. Indiening van novellen vindt dan ook om allerlei redenen plaats en zeker niet alleen omdat een meerderheid van de Eerste Kamer zich niet in het voorstel kan vinden. Sommige novellen betreffen bijvoorbeeld de rectificatie van min of meer ernstige zetfouten in de tekst van het wetsvoorstel zoals dat aan de Eerste Kamer is toegezonden, andere novellen zijn weer het product van eigen voortschrij­dend inzicht aan de kant van de regering. Het meest bekend zijn echter wel de novellen waarop de Eerste Kamer op politiek-beleidsmatige, inhoudelijke gronden bij de regering aandringt. Door te dreigen een voorstel te verwerpen kan de Eerste Kamer bijvoorbeeld de regering onder druk zetten om alsnog een wijziging door te voeren in een wetsvoorstel. Vandaar dat door sommigen over de novelle ook wel wordt gesproken als een verkapt amendement. Door via druk op de regering alsnog een wijzigingsvoorstel af te dwingen via een novelle eigent de Eerste Kamer zich in feite in verkapte zin het recht van amendement toe, dat haar constitutio­neelrechtelijk niet toekomt.[4] De vraag is echter of het zo’n vaart wel loopt en het recht om novellen in te dienen werkelijk als een inconstitutionele praktijk moet worden beschouwd. Vast staat in ieder geval dat de Eerste Kamer zich niet op brede schaal bezondigt aan het afdwingen van novellen. Verder is het nog altijd de regering zelf die de bevoegdheid bezit om te bepalen of al dan niet een novelle wordt ingediend: de regering is constitutioneelrechtelijk niet gehouden gevolg te geven aan een novelle-wens van de Eerste Kamer. Bovendien moet een novelle ook de instemming van de Tweede Kamer verwerven. Daarnaast biedt een novelle vaak een praktische oplossing om uit een impasse te komen of te voorkomen dat een geheel wetsvoorstel in de Eerste Kamer strandt, hetgeen tot veel meer vertraging leidt dan de novelle-weg. Zeker wanneer er sprake is van nieuwe feiten of omstandigheden of zaken die niet expliciet bij de behandeling van een wetsvoorstel in de Tweede Kamer aan de orde zijn geweest, is er weinig in te brengen tegen de oplossing van de novelle.[5]
 

3 Literatuur

- Borman, T.C., De wetgevingsprocedure bij de centrale overheid (hoofdstuk 7), in: Zijlstra, S.E. (red.), Wetgeven; handboek voor de centrale en decentrale overheid, Kluwer: Deventer 2012
- Eijlander, P., Voermans, W., Wetgevingsleer. Boom Juridisch: Den Haag 2000
- Jurgens, E., ‘Eerste Kamer: een recht van renvooi!’, Namens 1990, p. 27.
- Jurgens, E., Voermans, W., ‘Eerste Kamer ‘revisited’, Nederlands Juristenblad 89(6) 2014, p. 400-401
 

4 Historische versies

Art. 68, eerste en tweede lid, Gw 1814: De Staten Generaal raadplegen over alle voorstellen hun door den Souvereinen Vorst gedaan, en zenden aan Denzelven hun besluit door eene commissie.
De toestemming wordt in het volgende formulier vervat:
`De Staten Generaal der Vereenigde Nederlanden betuigen den Souvereinen Vorst hunnen dank voor Deszelfs ijver in het bevorderen van 's Lands belangen, en vereenigen zich met het voorstel.'
Art. 109 Gw 1815: Wanneer de tweede kamer, na geraadpleegd te hebben over het algemeen verslag, uit naam der onderscheidene afdeelingen uitgebragt, tot het aannemen van het voorstel besluit, zendt zij hetzelve aan de eerste kamer met het volgend formulier van goedkeuring:
`De Tweede Kamer der Staten‑Generaal zendt aan de Eerste Kamer het hiernevensgaande voorstel des Konings, en is van oordeel, dat de Staten‑Generaal zich met hetzelve behooren te vereenigen.' (art. 110 Gw 1840)
Art. 115 Gw 1815: Zoo zij het gedane voorstel goedkeurt, zendt zij hetzelve aan de eerste kamer, bij het volgende formulier:
`De Tweede Kamer der Staten‑Generaal zendt aan de Eerste Kamer het hierbijgaand voorstel, en is van oordeel, dat hetzelve aan den Koning zoude behooren te worden aangeboden.'(art. 116 Gw 1840)
Art. 108, eerste lid, Gw 1848: Wanneer de Tweede Kamer tot aanneming van het voorstel, hetzij onveranderd, hetzij gewijzigd, besluit, zendt zij het aan de Eerste Kamer met het volgende formulier:
`De Tweede Kamer der Staten‑Generaal zendt aan de Eerste Kamer het hiernevensgaande voorstel des Konings, en is van oordeel, dat het, zoo als het daar ligt, door de Staten‑Generaal behoort te worden aangenomen.'(art. 113, eerste lid, Gw 1887; art. 114, eerste lid, Gw 1922; art. 116, eerste lid, Gw 1938; art. 123, eerste lid, Gw 1953)
Art. 111 Gw 1848: De voordragt daartoe behoort uitsluitend aan de Tweede Kamer, die het voorstel overweegt op gelijke wijze als zulks ten aanzien van 's Konings voorstellen is bepaald, en, na aanneming, aan de Eerste Kamer verzendt met het volgende formulier:
'De Tweede Kamer der Staten‑Generaal zendt aan de Eerste Kamer het hiernevens gaande voorstel en is van oordeel, dat de Staten‑Generaal daarop 's Konings bewilliging behooren te verzoeken.'
Art. 117 Gw 1887: De voordragt daartoe behoort uitsluitend aan de Tweede Kamer, die het voorstel overweegt op gelijke wijze als zulks ten aanzien van 's Konings voorstellen is bepaald, en, na aanneming, aan de Eerste Kamer verzendt met het volgende formulier:
`De Tweede Kamer der Staten‑Generaal zendt aan de Eerste Kamer het hiernevens gaande voorstel, en is van oordeel, dat de Staten‑Generaal daarop 's Konings bewilliging behooren te verzoeken.'
Zij is bevoegd aan een of meer van hare leden de schriftelijke en mondelinge verdediging van haar voorstel in de Eerste Kamer op te dragen (art. 118 Gw 1922; art. 120 Gw 1938; art. 127 Gw 1953).
   

Noten

  1. Zie artikel 41, eerste lid, RvO I.
  2. Zie artikel 54 RvO I.
  3. Zie artikel 116 RvO II.
  4. Zie T. Borman 2012, p. 332 en de daar genoemde literatuur.
  5. Zie Eijlander/Voermans 2000, p. 335-336. Er is wel gesuggereerd de novelle-praktijk de wereld uit te helpen door de Eerste Kamer een recht van terugzending van wetsvoorstellen te verschaffen. Deze door o.a. Jurgens gedane suggestie heeft nog vooralsnog geen vervolg gekregen, maar is zeker weer actueel. Het probleem ervan is ook dat er mogelijk ongewenste impasses zouden kunnen ontstaan tussen de beide kamers kunnen ontstaan. Zie E. Jurgens, Eerste Kamer: een recht van renvooi!, Namens 1990, p. 27. Doordat de politieke samenstelling van de Eerste en Tweede Kamer vanaf 2010 steeds verder uiteen is gaan lopen, is dat probleem al als vanzelf ontstaan. Daar doet terugzendrecht niet aan toe of af. Vandaar dat het idee van het terugzendrecht, juist als oplossing voor verschillende opstellingen van de Kamers over een voorstel wellicht herwaardering verdient. Zie E. Jurgens en W. Voermans, Eerste Kamer ‘revisited’, Nederlands Juristenblad 89(6) 2014, p. 400-401.

 

  • Citeer
    Citeer suggestie
    W.J.M. Voermans, Commentaar op artikel 85 van de Grondwet, in: E.M.H. Hirsch Ballin en G. Leenknegt (red.), Artikelsgewijs commentaar op de Grondwet, webeditie 2020 (www.Nederlandrechtsstaat.nl).
  • Deel
  • PDF
  • Terug
MEER OVER DIT ONDERWERP
THEMA IN HET KORT
ACHTER-GRONDEN
Reageer!
Thema in het kort

Toezending wetsvoorstel EK

De Eerste Kamer kan wetsvoorstellen die door de Tweede Kamer zijn aangenomen in zijn geheel aanvaarden of verwerpen. De Eerste Kamer heeft niet het recht zelf wetsvoorstellen in te dienen en kan wetsvoorstellen die aan haar worden voorgelegd ook niet amenderen.
 
Het ontbreken van een mogelijkheid om wetsvoorstellen tijdens de behandeling in de Eerste Kamer nog te wijzigen, heeft een nadeel: het kan ertoe leiden dat de kamer gedwongen is een wetsvoorstel dat slechts op een onderdeel een gebrek vertoont, in zijn geheel te verwerpen – of het gebrek voor lief te nemen en het voorstel aan te nemen. De kamer ontwikkelde zelf de zogeheten novelleprocedure om dat probleem te omzeilen. De Eerste Kamer kan besluiten de behandeling van een voorstel aan te houden en de regering om indiening van een wetsvoorstel tot wijziging van het aanhangige voorstel vragen. Na behandeling en aanvaarding daarvan door de Tweede Kamer kan de Eerste Kamer de beide voorstellen samen verder behandelen.

Plaats Uw Reactie

*Verplicht invulveld straks zijn alleen uw naam en reactie zichtbaar.

Er kan enige tijd overheengan tot uw reactie zichtbaar is.

Reageer!

Toezending wetsvoorstel EK

0 reacties
Klassieke uitspraken
Recente Recht- spraak
Politiek
Klassieke uitspraken

Toezending wetsvoorstel EK

Over dit artikel zijn ons geen belangrijke en ‘klassieke’ rechterlijke uitspraken bekend.

Recente rechtspraak

Toezending wetsvoorstel EK

Over dit artikel zijn ons geen recente rechterlijke uitspraken bekend.

Politiek

Toezending wetsvoorstel EK

Video
Blogs
IN DE WERELD
Blogs

Toezending wetsvoorstel EK

50plus Senator pleit voor een gelijktijdige verkiezing van de Eerste en Tweede Kamer. De kiezer krijgt dan meer grip op de Eerste Kamer, wiens invloed gegroeid is. Een van Nagels argumenten is dat Eerste Kamer meer dan in zijn vorige periode als Senator gebruik maakt van de novelle. 

In de wereld

Toezending wetsvoorstel EK