05.08.2021

Rutger Claassen

TAGS
REAGEER!

BLOG

Klassiekers democratische rechtsstaat #14: De rechtsstaat als ambtsstaat - hoofdrol voor het theater


In 1651 publiceerde de beroemde Engelse filosoof Thomas Hobbes zijn Leviathan, een werk dat als een van de hoogtepunten in de traditie van het ‘sociale contract’ wordt gezien. Nu elke dag oproepen klinken dat Nederland een ‘nieuw sociaal contract’ nodig heeft, loont het de moeite daar nog eens terug te keren naar Hobbes.
 
Een fictie komt tot leven
 
Volgens Hobbes sluiten in een denkbeeldige natuurtoestand een massa losse individuen met elkaar een contract, om een Staat op te richten. Zij stellen daarbij een Soeverein aan om deze Staat te vertegenwoordigen. De Soeverein moet het recht definiëren en handhaven, zodat alle burgers de onveilige, potentieel gewelddadige natuurtoestand achter zich kunnen laten. Hobbes’ beschrijving van dit proces legt de nadruk op het fictieve karakter van de Staat. De Staat is een persoon, zoals blijkt uit de zin ‘De Staat der Nederlanden heeft een contract afgesloten voor de levering van olie’. Maar dit is geen persoon van vlees en bloed, het is een ‘fictief persoon.’ De Staat bestaat alleen als een idee, in de hoofden van burgers.
 
Die fictie komt tot leven in het handelen van de Soeverein (vandaag de dag: de leden van de regering). De Soeverein is wel een persoon van vlees en bloed, die als aangewezen vertegenwoordiger leven blaast in deze fictieve constructie. De Staat genereert dus ‘effecten’ in de echte wereld van economie, politiek en recht doordat haar vertegenwoordigers daden stellen die gelden als de ‘daden van de Staat’. Buiten die daden van vertegenwoordiging is er volgens Hobbes geen eenheid, maar alleen een vormeloze, chaotische massa losse individuen.
 
Hoe uniek dit idee was, beschrijft de historicus Quentin Skinner in zijn boek From Humanism to Hobbes (2018). In Hobbes’ tijd waren er enerzijds royalisten, die de legitimiteit van de macht van de Soeverein baseerden op de Wil van God, zoals de hele Middeleeuwen gebruik was geweest. Deze religieuze rechtvaardiging van politieke macht kreeg echter ook concurrentie van een groep nieuwe schrijvers, de zogenaamde parliamentarians. Zij geloofden in tegenstelling tot de royalisten in volkssoevereiniteit. Net als Hobbes werkten zij ook met het idee van een sociaal contract. Echter, de parliamentarians meenden dat de leden van het volk al een eenheid vormen voorafgaand aan het contract. Dat al-verenigde volk sluit met de Soeverein een contract, een overeenkomst om ‘regeringsservices’ te leveren.
 
Hobbes bracht hiertegen in: de Soeverein staat buiten het contract, dat tussen de burgers wordt gesloten. Er is geen eenheid in het volk voordat dit volk door de Soeverein wordt gerepresenteerd. De eenheid ontstaat pas in en door de daden van representatie zelf. Vaak wordt gezegd dat de leden van ons Koningshuis als functie hebben om onpartijdig ‘de eenheid van de natie’ te symboliseren. Hobbes laat ons zien: de hele regering moet die eenheid uitdrukken en vormgeven. En er is geen onpartijdige manier om dat te doen.  
 
Theater
 
Wat Hobbes ook uniek maakte, was dat hij een theatrale metafoor gebruikte om deze gedachte vorm te geven (voor dit aspect van Hobbes, zie Brito Vieira’s boek The Elements of Representation in Hobbes, 2009). Bij een toneelstuk zijn er ook drie personen in het spel: de auteur (bijvoorbeeld Shakespeare), die een fictieve (!) persoon, een rol creëert (bijvoorbeeld Hamlet), die door een persoon van vlees en bloed, een acteur, tot leven moet worden gebracht (bijv. Gijs Scholten van Aschat).
 
Dit theatrale model verplaatst Hobbes naar de politiek. In zijn werk zijn de leden van het volk de ‘authors’, de schrijvers van het toneelstuk, en is de Soeverein de ‘actor’, de handelende persoon op het toneel. Als de Soeverein handelt, dan speelt hij een rol, de rol van ‘Representant van de Staat’.
 
Er is in het theater een script dat de fictieve persoon (rol) beschrijft. Die rolbeschrijving geeft een indicatie van wat van de acteur wordt verwacht. Maar verschillende acteurs vullen dezelfde rol heel anders in, zoals iedereen weet die wel eens een theater bezoekt. En soms is er helemaal geen script, zoals bij improvisatietheater, en hangt alles van de acteur af. Zo ook heeft de regering een mandaat (bij Hobbes: orde en veiligheid scheppen), maar dat laat vaak nog veel ruimte over voor improvisatie, voor een eigen invulling van de rol.
 
Vertrouwen
 
Omdat de Soeverein buiten het contract staat, meende Hobbes dat hij er ook niet aan gebonden was. De burgers moeten er maar op vertrouwen dat de Soeverein het mandaat uit het contract naar eer en geweten tot uitvoering brengt. Mogelijkheden om de Soeverein af te zetten zijn er bij hem niet. Dit is het anti-democratische element in Hobbes’ visie. Maar stel dat we, in tegenstelling tot Hobbes, wel momenten van democratische verantwoording (regelmatige verkiezingen) organiseren tussen Soeverein en de leden van het volk. Dan nog blijft er in Hobbes’ stellingname een belangrijke kern van waarheid inzitten. Want tussen verkiezingen in blijft het volk afhankelijk van de machtsuitoefening door Soeverein. Vertrouwen is daarom cruciaal. De Toeslagenaffaire heeft laten zien hoe diep die afhankelijkheid kan ingrijpen in het leven van burgers; en hoe groot de wonden zijn als dat vertrouwen wordt beschaamd.
 
In deze nadruk op vertrouwen ligt Hobbes’ bijdrage aan het denken over de rechtsstaat (zie het boek van Evan Fox-Decent, Sovereignty’s Promise, 2011). We zijn geneigd de rechtsstaat te definiëren als een staat waarin niet de arbitraire wil van een dictator, maar het recht de hoogste instantie is: ‘rule of law, not rule of persons’. De regering is gebonden aan het recht, en burgers hebben grondrechten om hen te beschermen tegen de machtsuitoefening door de regering. Dat is allemaal waar, maar Hobbes laat ook zien: uiteindelijk is alles mensenwerk, ook het opstellen, toepassen en interpreteren van rechtsregels. We zijn en blijven afhankelijk van het theatrale vermogen van regeringsfunctionarissen om, als ware acteurs, hun eigen persoonlijkheid thuis te laten; zich in hun rol in te leven, geleid door een script dat zij niet zelf hebben geschreven. De scheiding tussen het ambt en de persoon die het ambt vervult, is de eigenlijke geboorteakte van de rechtsstaat. Zodra iemand ‘op de troon’ van zijn ambt zit, is hij niet meer meneer of mevrouw Jansen, maar ‘de minister’ of ‘het Tweede kamerlid’. Later kwam daar de gedachte bij dat het een goed idee zou zijn dat die personen gekozen en regelmatig ververst worden. Dat is de geboorteakte van de democratie. Maar de scheiding tussen ambt en persoon gaat daaraan logischerwijze vooraf. De rechtsstaat is een ‘ambts-staat’.
 
De heerschappij van het recht kan alleen tot stand komen waar politici de scheiding tussen persoon en ambt internaliseren. Zoals er geen theater zou zijn als acteurs alleen zichzelf zouden spelen, zo kan er geen rechtsstaat zijn als politici niet bereid of in staat zijn om zich in hun rol van volksvertegenwoordiger in te leven. Daarom is het zo funest wanneer gekozen lieden als Trump, Poetin en Erdogan hun eigen zakelijke belangen, persoonlijke rivaliteiten of religieuze opvattingen de doorslag laten geven in hun opvatting van het ambt. Daarmee wordt vertrouwen beschaamd, en de dragende gedachte van de rechtsstaat van binnenuit uitgehold. Dan resteert alleen een democratische opstand, en een zoektocht naar nieuwe ambtsbekleders, die meer rolvast zijn in het hoog houden van de rechtsstaat.  

OVER DE AUTEUR

Rutger Claassen is hoogleraar Politieke Filosofie en Economische Ethiek aan de Universiteit Utrecht 

Reacties

Reageer!

Vul uw reactie hier in

* Verplicht invulveld straks zijn alleen uw naam en reactie zichtbaar, er kan enige tijd overheengaan tot uw reactie zichtbaar is.