20.07.2021

Koen Lemmens

TAGS
REAGEER!

BLOG

Klassiekers democratische rechtsstaat #9: Z – lofzang op de dappere politicus, ode aan de kritische pers


Boeken die verfilmd worden, het blijft een moeilijke oefening. Maar af en toe gebeurt het dat een schitterend boek een prachtige film oplevert. Z is zo’n voorbeeld. Wat ooit een bijzonder onderhoudende, en op waargebeurde feiten gebaseerde, thriller was van de Griekse auteur Vassilis Vassilikos, werd een spannende film (1969) van de Grieks-Franse regisseur Costa-Gavras.

Geïnspireerd door de moord op de Griekse pacifistische politicus Grigoris Lambrakis, die gedood werd door 2 extreem-rechtse activisten, vertelt Costa-Gavras het verhaal van een politieke moord, in een niet nader genoemd land. De kijker kan evenwel uit alles opmaken dat het om Griekenland gaat. Dat blijkt uit de setting, de namen van de personages, hun eet- en drinkgewoonten, en de muziek van Mikis Theodorakis.

Ook in Z wordt de leider van de politieke oppositie (vertolkt door een schitterende Yves Montand), tijdens een massabijeenkomst neergeknuppeld. De film is het relaas van de zoektocht naar de daders, die twee marginale figuren blijken te zijn, maar vooral naar de organisatie die deze kerels heeft geïnstrumentaliseerd. Vrij snel zal blijken dat het om een genootschap van zeer reactionaire militairen gaat, die de democratie niet bepaald een warm hart toedragen. Onmogelijk om niet te denken aan het Griekse kolonelsregime.

Voor de jurist zijn er twee verhaallijnen die meteen opvallen. In de eerste plaats is er natuurlijk het belang dat Costa-Gavras hecht aan de rol van de vrije en kritische pers. Want het is een jonge, nieuwsgierige en gedreven journalist die zelf op onderzoek uitgaat en geen vrede neemt met de verklaringen van de autoriteiten. Het Europese Mensenrechtenhof zegt vaak dat de pers de waakhond van de democratie is, Costa-Gavras laat zien wat dat in de praktijk betekent.

Nu zou men kunnen vrezen dat de regisseur en zijn voortreffelijke scenarist (Jorge Semprun, wiens leven en werk op zich een film zijn: balling in Frankrijk, overlevende van Buchenwald, schrijver, minister van Cultuur in Spanje en dus ook scenarist) voor een erg zwart-wit benadering kiezen, waarbij hun sympathie uitgaat naar de oppositie en pers terwijl ze de machthebbers en het “systeem” zonder nuance veroordelen. Maar dat doen ze niet: ze tonen ook aan hoe een scrupuleuze onderzoeksrechter mee zoekt naar de schuldigen en het tot een proces kan laten komen. De kleine garnalen worden dan gestraft, de belangrijke figuren blijven in grote mate buiten schot. Dan, helemaal aan het einde, komt er een briljante vondst van de scenarist. De film eindigt met een nieuwsverslag over het proces, waarin ook vermeld wordt dat er een coup gepleegd werd door militairen. Uiteraard is de onderzoeksrechter een van de eerste slachtoffers van het nieuwe regime. Vervolgens horen we een voice-over die aankondigt wat nog allemaal verboden werd: mini-rokken, Tolstoï, Bob Dylan,… Door die ingreep wordt het verhaal plots “echt”. Wat eerst nog een geheel fictie bleek te zijn, wordt onmiddellijk heel concreet en naar de actualiteit getransponeerd. Pikant detail, de onderzoeksrechter die model stond voor het personage in de film, was de jurist Sartzetakis, die later president van Griekenland werd.

Wie vandaag naar Z kijkt, ziet natuurlijk een film die gemaakt is met de middelen van de jaren zestig. In dat opzicht is hij verouderd. Maar de kijker maakt ook kennis met een ongelofelijk getalenteerde équipe, van wie velen, voor zover ze dat al niet waren, nadien grote namen in het Europese cultuurlandschap geworden zijn. Ik noemde Costa-Gavras, Semprum, Montand en Theodorakis. Daar mag men gerust Trintignant, Périn en Irène Papas aan toevoegen. Geen wonder dat deze film gelauwerd werd in Cannes en een Oscar kreeg.

Toch is Z ook verrassend “modern”. In een verhelderend essay legt de criticus F. Poulle uit waarom dat zo is. De mensen die Z gemaakt hadden, hadden in hun jongere jaren geflirt met het communisme. Maar zij hadden daar afstand van genomen om zich vervolgens te bekennen tot aanhangers van een liberale rechtsstaat, waarin de instellingen naar behoren werken, er een levendige en stevige civil society is en persoonlijke vrijheden gewaarborgd zijn. Dat lijkt inderdaad heel sterk op de manier waarop we vandaag naar de democratische rechtsstaat kijken. Zeker niet alles loopt perfect – de topmilitairen ontspringen goeddeels de dans – maar het is zaak de werking van de instellingen voortdurend te verbeteren in plaats van het systeem resuloot te verwerpen. Alleszins, zo merkte F Poulle op,  klonk die boodschap destijds verfrissend. Ook vandaag heeft ze nog niet veel aan relevantie ingeboet. Het is niet zeker dat je hetzelfde kan zeggen van andere, meer uitgesproken politieke films, uit dezelfde periode.

In dat opzicht heeft de tijd een bijkomende betekenis gegeven aan “Z”, wat in het Grieks zoveel betekent als “hij leeft” en destijds gezongen werd uit solidariteit met Lambrakis. Want niet alleen de (herinnering aan) de politicus leeft, ook de film blijft springlevend. Tot op vandaag gaat er nog altijd een sterk appel uit van deze prent. En ook nu nog kan je naar een onderhoudende film kijken en tegelijk je juristenreflexen aanscherpen.

OVER DE AUTEUR

Koen Lemmens is hoogleraar publiekrecht KU Leuven 

Reacties

Reageer!

Vul uw reactie hier in

* Verplicht invulveld straks zijn alleen uw naam en reactie zichtbaar, er kan enige tijd overheengaan tot uw reactie zichtbaar is.