22.07.2014

Riorgean Windster

4 reacties

TAGS
REAGEER!

BLOG

Democratie in Caribisch Nederland?

Is democratie in de Caribische delen van ons Koninkrijk belangrijk? Zonder meer! Democratie is immers een van de belangrijkste pilaren waarop het Koninkrijk der Nederlanden is gebaseerd. In 2001 heeft de Raad van State een democratisch deficit geconstateerd in ons Koninkrijk. Men spreekt van een democratisch deficit indien ogenschijnlijke democratische organisaties of instellingen in de praktijk van het besturen tekortschieten in het nakomen van principes van een parlementaire democratie. Op dit moment ontbreekt er een parlement op Koninkrijksniveau dat de Koninkrijksregering controleert en als medewetgever kan fungeren. Het instellen van een Koninkrijksparlement is noodzakelijk voor het oplossen van het bovengenoemde democratisch deficit en dus voor het bevorderen van het (goed) functioneren van onze democratische rechtsstaat.

In een parlementair systeem ontleent de uitvoerende macht, de regering, haar mandaat aan het vertrouwen van het parlement. Een parlement heeft de mogelijkheid ministers van een regering ter verantwoording te roepen voor hun besluiten. Omdat geen parlement op Koninkrijksniveau bestaat, is ook geen sprake van formele parlementaire controle op het doen en laten van de Rijksministerraad. Tot een paar jaar geleden hoefde daaraan misschien niet zwaar te worden getild. De koninkrijksregering bemoeide zich maar met enkele aangelegenheden, zoals de externe veiligheid. Maar sinds 1993 zijn de activiteiten van de Rijksministerraad sterk toegenomen. Denk aan de waarborgfunctie van het Koninkrijk (het al dan niet ingrijpen in het lokale bestuur van de Caribische rijksdelen)  en het houden van toezicht op de uitstaande (garantie)leningen aan de Caribische rijksdelen. Een Koninkrijksparlement is daarom essentieel om politieke controle op het functioneren van de Rijksministerraad te verwezenlijken.

Op dit moment is er ook geen of onvoldoende inbreng van volksvertegenwoordigers bij de besluitvorming op het niveau van het Koninkrijk, bijvoorbeeld bij het tot stand brengen van wetgeving.  Niet alleen bestuurders, maar ook delen van de bevolking van de Caribische delen van het Koninkrijk zijn van opvatting dat men te weinig zeggenschap heeft over de zaken die hen raken op het gebied van wetgeving. Caribische standpunten kunnen te gemakkelijk worden overruled door de Nederlandse organen en daartegen  zijn er onvoldoende checks and balances ter beschikking. Het creëren van een Koninkrijksparlement met een representatieve en substantiële vertegenwoordiging van ook de Caribische Koninkrijkslanden zal zeker bijdragen tot meer inbreng van deze landen bij het besluitvormingsproces op Koninkrijksniveau. Het ontbreken van een parlement is niet zomaar een organisatorisch probleem. De volkssoevereiniteit is ongetwijfeld een wezenskenmerk van democratie, en dat is een fundamentele zaak!

Tevens is het ontbreken van (volledige) gelijkwaardigheid van de vier Koninkrijkslanden in wezen in strijd met het gelijkheidsbeginsel zoals verankerd in de preambule van het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden en in Artikel 1 van de Grondwet.  Het is de Staten-Generaal van Nederland die feitelijk als een soort parlement voor het Koninkrijk fungeert. Per definitie betekent dit dat de Caribische landen binnen het Koninkrijk (Aruba, Curaçao en Sint Maarten) niet op voet van gelijkwaardigheid worden behandeld, vergeleken met Nederland. Door deze situatie zijn Aruba, Curaçao en Sint Maarten tweederangslanden van het Koninkrijk en hun inwoners tweederangsburgers.

De oprichting van een interparlementaire commissie (ipc) werd voorgesteld als een minder ingrijpend alternatief om het democratisch tekort in het Koninkrijk te dichten. Zo’n commissie zou in koninkrijkszaken als permanente gesprekspartner van de rijksministerraad moeten optreden. Het voordeel van deze staatsrechtelijk nieuwe figuur is dat er geen ingrijpende en tijdrovende wijziging van het Koninkrijksstatuut van 1954 nodig is (dit is namelijk het grootste bezwaar tegen het creëren van een Koninkrijksparlement). Het nadeel is dat de commissie een orgaan zal zijn zonder formele zeggenschap en bevoegdheden. De ipc zal dus steeds terug moeten naar de parlementen van de individuele landen binnen het Koninkrijk voor het ontvangen van instructies, wat tijdrovend is.

Ingrijpende en tijdrovende wijzigingen in de constitutie kunnen noodzakelijk zijn om de kwaliteit van de democratie te verbeteren en het goed functioneren van de democratische rechtsstaat te bevorderen. Daarom ben ik van mening dat een Koninkrijksparlement dient te worden opgericht. Het hebben van een parlement is per slot van rekening een wezenskenmerk van democratie zoals wij die kennen. Het oprichten van deze instelling kan alleen maar tot verbetering leiden. Als je erover nadenkt, is een Koninkrijksparlement niet eens zo gek, ook omdat het zichtbaar zou maken dat Nederland en de zes Caribische eilanden in één verband leven.

OVER DE AUTEUR

Riorgean Windster is student rechtsgeleerdheid aan Tilburg University.

Reacties

4 reacties

24.07.2014 | N.W.
Bedankt voor uw reactie.
Ik denk dat die constructie inderdaad het meest geschikt en realistisch is. Ik blijf wel van mening dat een parlement in eerste instantie niet de meest geschikte organisatievorm lijkt. Maar het zou kunnen dat dit komt door het beeld dat ik hiervan heb.
Mijn bezwaren zouden misschien worden weggenomen als het gaat om een klein parlement, dat door middel van indirecte verkiezingen wordt samengesteld, vergelijkbaar met de Eerste Kamer in Nederland (maar dan dus nog een stuk kleiner). Ik denk dat de aanvulling van Eva ook een goed punt is om mee te nemen daarbij.
24.07.2014 | Eva
Goed stuk. Misschien nog een interessante aanvulling:
Om te voorkomen dat de Nederland ook in een koninkrijksparlement zijn stempel drukt op het Koninkrijksbeleid, omdat het nu eenmaal het rijkste, grootste en langst opererende land is binnen het Koninkrijk, zou een constitutionele balans in overweging kunnen worden genomen. Hiermee bedoel ik dat er niet een evenredig aantal volksvertegenwoordigers per land in het parlement komt, maar een per land gelijk aantal. Op die manier hebben de Caribische landen, hoewel een minderheid vormend in het Koninkrijk, toch evenveel zeggenschap met betrekking tot Koninkrijksaangelegenheden als Nederland.
Pluralism, not majoritarianism.
23.07.2014 | R.W.
De constructie die ik in gedachten heb is de volgende: een parlement met een specifieke taak die zich beperkt tot zaken aangaande de relatie tussen Nederland en de Caribische rijksdelen, terwijl de andere parlementen soeverein blijven.

Het enkele feit dat het parlement beperkte bevoegdheden zou krijgen, hoeft niet per se te betekenen dat het ver van de mensen af zal staan. Het is in ieder geval aan de politiek om met oplossingen te komen om de kloof tussen kiezer en gekozene te verkleinen. Uiteraard is betrokkenheid van de burgers van het Koninkrijk cruciaal voor het draagvlak van het parlement.

De oprichting van een interparlementaire commissie werd voorgesteld als een manier om het interparlementaire overleg te intensiveren. In de richting van de parlementen heeft de ipc dus een informatieve en raadgevende taak. De ipc zou geen formele zeggenschap en bevoegdheden toebedeeld kunnen krijgen, omdat hiervoor ook een wijziging van het Statuut nodig is. Als je het Statuut zou wijzigen, ligt het meer voor de hand een Koninkrijksparlement in te stellen. De reden hiervoor is dat het volk dan meer zeggenschap heeft over wie als vertegenwoordigers op Koninkrijksniveau worden gekozen.

23.07.2014 | N.W.
Interessant stuk. Ik denk dat u terecht opmerkt dat er sprake is van een zeker democratisch tekort. Ik weet alleen niet of een Koninkrijksparlement hiervoor de beste oplossing is. Wat stelt u zich daar precies bij voor? Een soort federaal Koninkrijksparlement met Nederland en de Caribische eilanden als een soort bondsstaten? Of moet het een parlement worden met een specifieke taak die zich beperkt tot zaken aangaande de relatie tussen Nederland en de Caribische eilanden binnen het koninkrijk, terwijl de andere parlementen soeverein blijven? Of heeft u een andere constructie in gedachten?

Hoe dan ook verwacht ik dat weinig mensen in Nederland zo'n koninkrijksparlement zullen willen accepteren. In de eerste variant zou Nederland een belangrijk deel van haar soevereiniteit moet inleveren zonder dat daar duidelijk iets tegenover staat. Ik betwijfel of men daartoe bereid zal zijn. Ik denk ook niet dat de meeste Nederlanders zich beschouwen als één volk met de Caribische Nederlanders, dat gezamenlijk in één parlement zou moeten worden vertegenwoordigd.
In de tweede variant, waarin het parlement beperkte bevoegdheden zou krijgen, verwacht ik dat het daardoor ver van de mensen (in ieder geval in Nederland) af zou staan, verkiezingsopkomsten erg laag zouden zijn, enzovoorts, wat een parlement in dit geval m.i. ongeschikt maakt voor deze functie.

Een interparlementaire commissie lijkt mij echter wel degelijk een interessant alternatief, dat niet per se hoeft te leiden tot trage besluitvorming. Waarom kan een commissie geen formele bevoegdheden hebben? Als zij goed samenwerkt met de parlementen, of juist vrijwel zelfstandig is waardoor ze weinig instructies nodig heeft, zou zo'n commissie volgens mij prima moeten kunnen functioneren.

Ik ben benieuwd naar uw reactie.

Reageer!

Vul uw reactie hier in

* Verplicht invulveld straks zijn alleen uw naam en reactie zichtbaar, er kan enige tijd overheengaan tot uw reactie zichtbaar is.