NieuwsWetsvoorstel administratieve detentie 'schiet door op een wijze die in een rechtsstaat niet acceptabel is'

De Afdeling advisering van de Raad van State heeft advies uitgebracht over het initiatiefwetsvoorstel van de Tweede Kamerleden De Graaf, Fritsma en Wilders over de Wet administratieve detentie. Het advies van de Afdeling advisering is op 24 november 2017 openbaar gemaakt.

Inhoud wetsvoorstel
Het wetsvoorstel maakt het mogelijk om een persoon zonder tussenkomst van de rechter gevangen te zetten die op grond van zijn gedragingen in verband kan worden gebracht met mogelijke terroristische activiteiten of de ondersteuning daarvan. Er is op dat moment (nog) geen strafbaar feit gepleegd. De opsluiting moet noodzakelijk zijn met het oog op de bescherming van de nationale veiligheid. De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties legt de maatregel op. Dit gebeurt op voorstel van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD).

Ontnemen van fysieke vrijheid
De Afdeling advisering onderkent het grote belang van de bestrijding van terrorisme. Om terrorisme effectief te kunnen bestrijden, heeft de overheid bevoegdheden nodig die soms een vergaande inbreuk maken op de grondrechten van personen, zoals op hun fysieke vrijheid. Daarbij moet er een balans zijn tussen de bescherming van de veiligheid van burgers enerzijds en de bescherming van de grondrechten van personen aan wie een straf of maatregel wordt opgelegd anderzijds. In de kern gaat het wetsvoorstel over de vraag onder welke omstandigheden de overheid moet kunnen overgaan tot het ontnemen van de fysieke vrijheid van burgers (detentie). Fysieke vrijheid is een van onze kostbaarste grondrechten. Vrijheidsontneming moet daarom slechts in uitzonderlijke omstandigheden en met inachtneming van rechtsstatelijke waarborgen worden toegepast.

Niet acceptabel
Dit wetsvoorstel voldoet niet aan het noodzakelijke evenwicht; het schiet door op een wijze die in een rechtsstaat niet acceptabel is. Het biedt geen bescherming tegen willekeurige vrijheidsontneming, omdat het voorstel de minister bevoegd maakt om burgers op te sluiten op grond van een zeer ruim criterium zonder beperking in de tijd. Het gevolg daarvan kan zijn dat betrokkenen langdurig van hun vrijheid worden beroofd zonder dat zij door de strafrechter volgens een met waarborgen omklede procedure schuldig zijn bevonden aan een strafbaar feit. Daarbij komt dat betrokkenen zich tegen de opgelegde maatregel niet of nauwelijks kunnen verweren vanwege de vertrouwelijke aard van de AIVD-informatie waarop de maatregel is gebaseerd. Terwijl de rechter bovendien volgens het wetsvoorstel niet bevoegd is de vrijheidsontneming volwaardig op haar rechtmatigheid te beoordelen. Al deze elementen bij elkaar opgeteld, leiden ertoe dat het wetsvoorstel de grenzen ver te buiten gaat van wat in een rechtsstaat aanvaardbaar is. De Afdeling advisering adviseert daarom van het wetsvoorstel af te zien. 


Lees hier de volledige tekst van het advies van de Afdeling advisering en de reactie van de indieners.

Bron: website Raad van State