Literatuur Nederlands staatsrecht

De stille revolutie van 1917: Dwarsverbindingen in democratisch burgerschap en onderwijs

Ernst Hirsch Ballin

In een helder historisch, politiek en maatschappelijk essay toont Ernst Hirsch Ballin het belang van de grondwetswijziging van 1917, nog altijd de basis voor actuele maatschappelijke discussies over onderwijs en burgerschap. Querido Fosfor publiceert dit essay naar aanleiding van het feit dat honderd jaar geleden, op 29 november, deze grondwetsherziening tot stand kwam.

Verborgen staatsrecht

S.A.J. Munneke

Wie aan staatsrecht denkt, denkt waarschijnlijk allereerst aan regering en parlement, aan grondrechten of het toetsingsverbod, aan de doorwerking van verdragen of aan de positie van de rechter. Maar er is meer staatsrecht. Een deel van het staatsrecht ligt verborgen in allerlei bijzondere rechtsgebieden. Het risico is dat we het daardoor over het hoofd zien, terwijl juist dat verborgen staatsrecht allerlei spannende nieuwe vragen oproept.

Dit artikel verscheen als amuse in het april-nummer van Ars Aequi (2017).

Democratie: Verkiezingen, vertegenwoordiging en parlementair stelsel - 32 denkrichtingen

Nederlands Juristenblad

Het Nederlands Juristenblad heeft op 10 maart 2017 een themanummer uitgebracht met 32 denkrichtingen over de democratie naar aanleiding van de instelling van de Staatscommissie Remkes. De Staatscommissie Remkes gaat het functioneren van het Nederlandse parlementaire stelsel en de parlementaire democratie onderzoeken. Deze uitgave zal aan de Staatscommissie worden aangeboden.

Het nummer is hier te bekijken.

Afwijkend recht in Nederland: de uitzonderingsbepaling van artikel 132a lid 3 Gw

Gerhard Hoogers

Sinds 10 oktober 2010 vormen Bonaire, Sint Eustatius en Saba deel van Nederland. Vanwege de in veel opzichten afwijkende positie van deze eilanden van de rest van Nederland is in artikel 1 lid 2 van het Statuut een tijdelijke bepaling opgenomen die het mogelijk maakt dat de wetgever voor deze eilanden, binnen de grenzen van de Grondwet, afwijkende regels stelt. Artikel 132a lid 3 van de Grondwet beoogt een definitieve regeling voor deze afwijkingsbevoegdheid te scheppen.

Dit artikel verscheen in Ars Aequi 20170084.

Schets van een Korte Grondwet voor het Koninkrijk der Nederlanden

Paul Scholten

Schets van een Korte Grondwet voor het Koninkrijk der Nederlanden - Nederlands' democratie versterkt, haar Grondwet vernieuwd en verkort stimuleert de discussie over een staatkundige hervorming, die wenselijk lijkt. De breed levende kritiek in de samenleving op ‘Den Haag’ krijgt te weinig weerklank. Velen maken zich grote zorgen, anderen keren zich af van de politiek. De Eerste en Tweede Kamer hebben recent laten weten deze signalen te willen verstaan. Zij besloten verbetering van de parlementaire stelsel te laten bekijken. Tijd voor ideeën en voorstellen.

De organisatie van de Nederlandse democratie is in de Grondwet vastgelegd. Om alle inwoners van ons land een beter houvast te bieden in onze steeds turbulentere samenleving, stelt Paul Scholten een aantal stevige en concrete staatkundige veranderingen voor. Meer democratie, hand in hand met meer slagvaardigheid. Dat is zijn koers. Tezamen met zijn originele idee van een Korte Grondwet, waarvan de huidige 142 artikelen worden teruggebracht tot haar essentie in 25 artikelen, kunnen deze vernieuwingen in één slag tot stand komen.

Dit boek is een uitgave van Wolters Kluwer

Verslag symposium constitutionele toetsing door de Tweede Kamer 2 juni 2016

Op 2 juni vond in de Oude Zaal van de Tweede Kamer der Staten-Generaal een symposium plaats over constitutionele toetsing door de Tweede Kamer. Tijdens het symposium stond de vraag hoe de Tweede Kamer haar rol en taak bij de constitutionele toetsing kan versterken centraal. Inmiddels is van dit symposium een uitgebreid verslag uitgekomen, waarin de bijdragen van de sprekers en de daaropvolgende discussies zorgvuldig zijn opgenomen. Dit verslag vindt u hier.

De verhoudingen in het Koninkrijk der Nederlanden: een perspectief op de toekomst

P.P.T. Bovend’Eert, T.E.J.H. van Gennip, S.P. Poppelaars en J.J.J. Sillen (red.)

Deskundigen hebben tijdens de staatsrechtconferentie van 18 december 2015 vanuit verschillende invalshoeken aandacht besteed aan de nieuwe verhoudingen in het Koninkrijk der Nederlanden. Op 10 oktober 2010 onderging het Koninkrijk namelijk een ingrijpende staatsrechtelijke en staatkundige hervorming. Krachtens artikel 1 van het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden omvat het Koninkrijk sindsdien de landen Nederland, Aruba, Curaçao en Sint Maarten. De Caribische eilanden Bonaire, Sint Eustatius en Saba maken sindsdien elk deel uit van het staatsbestel van Nederland. Daarnaast zijn in het kader van artikel 38 Statuut enige zogeheten consensusrijkswetten tot stand gekomen op onder meer de terreinen van rechtspleging, rechtshandhaving en het financieel toezicht. Sinds 2010 legt artikel 12a Statuut vast dat bij rijkswet voorzieningen worden getroffen voor de behandeling van geschillen tussen het Koninkrijk en de landen. De conferentie volgde kort na de in 2015 gehouden evaluaties van de nieuwe verhoudingen in het Koninkrijk.

Deze bundel bevat de tekst van de voordrachten van de plenaire presentaties en de papers van deskundigen op het gebied van deze nieuwe verhoudingen in het Koninkrijk. Deze bijdragen gaan over (1) constitutionele toetsing en geschilbeslechting in het Koninkrijk, (2) vraagstukken van vertegenwoordiging, samenwerking en toezicht in autonome en Koninkrijksaangelegenheden, en (3) het vraagstuk van differentiatie of gelijkheid in het kader van de positie van de BES-eilanden in de Nederlandse rechtsorde.

Bestel De verhoudingen in het Koninkrijk der Nederlanden: een perspectief op de toekomst (Staatsrechtconferentie 2015, Publikaties van de Staatsrechtkring 19, Wolf Legal Publishers 2016) hier.

Semipublieke instellingen en de Wet open overheid

Niels Jak

Het initiatiefwetsvoorstel Wet open overheid (Woo) is onlangs aangenomen door de Tweede Kamer. Een belangrijk aspect van dat voorstel – dat moet leiden tot vervanging van de WOB – is dat het voorziet in de mogelijkheid om semi-publieke instellingen onder het bereik van de wet te brengen. In dit artikel beoogt Niels Jak enerzijds de regeling voor semipublieke instellingen in de Woo te ontsluiten en anderzijds een van die regeling normatief te beoordelen, met name vanuit wetstechnisch perspectief. Belangrijke vragen zijn in hoeverre de Woo oplossingen biedt voor de knelpunten in de WOB en hoe die knelpunten ook met de WOB zelf zouden kunnen worden opgelost, mocht het voorstel het in de Eerste Kamer niet halen.

Dit artikel verscheen in het NJB 2016/1475.

Toetsing van wetgeving door het parlement

J. Sillen

Toetsing aan grondrechten door het parlement staat in de belangstelling. Hoe vervult het parlement zijn toetsingstaak? En hoe kan het parlement die toetsing verbeteren? Joost Sillen doet enkele concrete voorstellen. Dit artikel verscheen in het NJB 2016/1473 en op ons forum wordt daarop gereageerd door Geerten Boogaard.

Een algemene bepaling of preambule voor de Nederlandse Grondwet – gerommel in de marge?

Mirjam von Meijenfeldt & Roos Molendijk

Naar aanleiding van het voornemen van de regering om een algemene bepaling op te nemen in de Grondwet, welke zou moeten luiden: ‘De Grondwet waarborgt de democratie, de rechtsstaat en de grondrechten, gaan Von Meijenfeldt & Molendijk in op nut en noodzaak van de toevoeging van een algemene bepaling of een preambule. Daartoe lichten zij allereerst het onderscheid tussen een algemene bepaling en een preambule kort toe. Vervolgens wordt het huidige voorstel van de regering besproken, waarna dit voorstel wordt vergeleken met het voorstel voor toevoeging van een preambule aan de Grondwet. In de kern wordt betoogd dat beide opties bij de huidige constitutionele stand van zaken weinig toevoegen aan de Grondwet en enkel leiden tot gerommel in de marge.

Het artikel verscheen in RegelMaat 31/2 .

Constitutionele toetsing van wetgeving ex ante: Ruimte voor versterking?

Paul van Sasse van Ysselt

In dit artikel komt de vraag aan de orde of de constitutionele toetsing van ontwerpregelgeving in het wetgevingsproces adequaat is geborgd en of de noodzaak bestaat haar te versterken, en zo ja, hoe. Ter beantwoording van deze vragen wordt allereerst ingegaan op de politieke en internationale aandacht voor constitutionele toetsing in het wetgevingsproces. Vervolgens komen de reikwijdte van een constitutionele toets, andere actoren die zijn betrokken bij het verrichten van die toets in he wetgevingsproces en de organisatie van de constitutionele toets van regeringszijde aan de orde. Ten slotte wordt ingegaan op de activiteiten die kunnen worden ondernomen om de constitutionele toets actueel te houden en verder te versterken.

Dit artikel verscheen in NJB 2016/1036.

Dutch Constitutional Law in a Globalizing World

Utrecht Law Review

In 2013 heeft de Utrecht Law Review een Engelstalig themanummer (Special issue) uitgebracht en gewijd aan de invloed die globalisering heeft op het Nederlands staatsrecht, wat zich enerzijds kenmerkt door een openheid voor externe invloeden (Nederland is een monistische rechtsorde) en anderzijds door een constitutioneel toetsingsverbod. Globalisering zet klassieke constitutionele instituties en mechanismen op scherp en roept vragen op voor de balans tussen internationaal of zelfs transnationaal recht enerzijds en nationaal constitutioneel recht anderzijds. Dit themanummer bevat artikelen over o.a. constitutionele toetsing en berechting, de deparlementisering van wetgeving en over constitutionele dialogen. Lees de artikelen hier

Kroniek van het Nederlands en Europees constitutioneel recht

G. Boogaard, M. van Emmerik, J. Uzman & W. Voermans

Het laatste jaar liet bij uitstek zien dat onze staatsrechtelijke instituties en politiek-staatsrechtelijke cultuur meer teweegbrengen dan alleen polderen, uitruilen en opportunistisch meerderheden oprapen. Zij kenmerkten zich door onvermoed veel bestuurskracht. Politiek staatsrechtelijk gezien was het onrustig, onder meer door wisselingen in kabinetsposten en Kamerfracties en door ophef over de zogenaamde ‘AMvB route’. Ook de rol van de Eerste Kamer werd weer van verschillende kanten onder de loep genomen. Verder bracht het Kabinet een Grondwetswijzigingsvoorstel in consultatie betreffende de waarborgfunctie van de Grondwet en kwam het voorstel tot opneming in de Grondwet van het recht op toegang tot de rechter daar onlangs weer uit. Een belangrijk moment in het kroniekjaar was de effectuering van de drie grote decentralisaties: in de jeugdzorg, ten aanzien van werk en inkomen en bij de zorg voor langdurig zieken en ouderen. Belangrijke jurisprudentie was er over de verhouding van de wetgever en de rechter en de rechtstreekse werking van verdragsbepalingen. Verder was er onder meer tumult over het advies dat het Hof uitbracht over de toetreding van de Unie tot het EVRM en sleepte de discussie over de reorganisatie van de hoogste bestuursrechter zich voort.

Lees verder in NJB 2015/1780

(actueel tenminste tot 08-10-2015)

Nederland leeft voort, maar zijn Grondwet staat stil

Paul Scholten

De spanning tussen de maatschappelijke ontwikkelingen en politiek loopt op. De Grondwet als het fundament van ons staatsbestel blijkt in de praktijk heel moeilijk aanpasbaar. Meestal halen plannen tot Grondwetswijziging de laatste decennia de eindstreep niet. Splits daarom de Grondwet. Houdt de essentie onbuigzaam, maak het overige flexibel door overheveling naar de gewone wet. Een korte en leesbare Grondwet kan dan elke leerling op school onderwezen worden.

Dit artikel is gepubliceerd in NJB 2015/2006 afl. 41 en is hier te lezen.

Van wie zijn zij? De ambtenaren

Jit Peters

De afscheidsrede van professor J. Peters als hoogleraar aan de universiteit van Amsterdam. Hij behandelt hier het thema van ministeriele verantwoordelijkheid voor departementale ambtenaren. 

De plaats van de grondwet in het constitutionele recht

Jo van der Hoeven

Jo (Johannes) van der Hoeven schrijft in zijn proefschrift:  “Het karakter van het constitutionele recht wordt bepaald door zijn substraat, d.w.z. door het karakter der verhoudingen waarop het betrekking heeft”.

Deze zin is veelzeggend over Van der Hoevens werk,   waarmee hij een verandering teweeg bracht in de manier waarop door staatsrechtgeleerden naar de Grondwet en het staatsrecht wordt gekeken. Voortaan werd de betekenis van de Grondwet gelezen vanuit een veranderlijk ethisch en politiek referentiekader.
 
Van der Hoeven ziet het staatsrecht als een organisatie van één relatiecomplex, oftwel de Staat. In tegenstelling tot de opvatting dat het staatsrecht het handelen van de staatsorganen eenzijdig constitueren en begeleiden, stelt Van der Hoeven dat de regels van het staatsrecht voortkomen uit de verhoudingen in dat complex, en niet omgekeerd. Deze relatie tussen maatschappij en recht is sterker dan binnen andere rechtsgebieden, omdat degene die de (spel)regels van het staatsrecht opstellen en daaraan toetsen, deelnemers zijn van datzelfde spel.
 
De constitutionele regels worden door Van der Hoeven dus eerder gezien als feitelijk dan als normatief. Van der Hoeven wil daarmee niet betogen dat het de constitutionele regels zich op arbitraire wijze ontwikkeld hebben. Wel dat het staatsrecht voortvloeit uit de maatschappelijke, culturele, ethische en politieke verhoudingen van een bepaald moment.

Continuïteit en perspectief van het Nederlandse koningschap

Ernst Hirsch Ballin

Oude beelden geven het koningschap traditie en luister, maar in de 21ste eeuw mag de discussie over de constitutionele positie van de Koning daardoor niet worden vertroebeld. Toen Willem Frederik van Oranje-Nassau in 1813 terugkeerde uit Engeland en het Scheveningse strand betrad, verwachtte men van hem dat hij als soevereine vorst over de Nederlanden zou heersen. Grondwettelijke bepalingen werden pas daarna opgesteld en hebben met de opkomst van de democratie en rechtsstaat andere betekenissen gekregen. In de huidige verhoudingen ontleent het koningschap zijn waarde en betekenis niet aan politieke macht - die behoort tot het verleden – maar aan het leggen van verbindingen waar de politiek dat niet kan.

De Grondwet in politiek en samenleving

Ernst Hirsch Ballin

In de aanloop naar de Nacht van de Rechtsstaat sprak Ernst Hirsch Ballin op 11 oktober jl. de Rechtsstaatlezing uit die elk jaar door FORUM en Felix Meritis wordt georganiseerd. Op verzoek van FORUM schreef Hirsch Ballin het bijbehorende essay Grondwet in politiek en samenleving.

In het essay stelt Hirsch Ballin dat de democratie te ver verwijderd is geraakt van haar constitutionele ethos. Door sommige volksvertegenwoordigers wordt de veronderstelde wil van de meerderheid tot maat van alle dingen gemaakt, waarbij de Grondwet en mensenrechtenverdragen enkel als hinder worden gezien. Dit maakt dat politici soms krachtige uitspraken doen die ze niet altijd kunnen waarmaken, wat ten koste gaat van het gezag van de politiek.

In dit essay pleit Hirsch Ballin dan ook voor een herwaardering van de Grondwet, als constitutioneel kompas voor de maatschappelijke en politieke dynamiek, als grammatica voor het democratisch proces en als drager van grote en kleine hervormingen. Het politieke debat zou aan overtuigingskracht winnen als het zich afspeelt op een constitutionele common ground, omdat dit duidelijk maakt in welke mate politici van mening kunnen verschillen. De Grondwet kan op die manier de basis vormen voor democratische duurzaamheid. Maar daarvoor dient de Grondwet wel tot leven te worden gebracht en een prominente en gewaardeerde plaats te krijgen in politiek en samenleving.

Tijdens de Nacht van de Rechtsstaat wordt het eerste exemplaar van het essay Grondwet in politiek en samenleving (Boom Lemma) uitgereikt aan vicepremier Lodewijk Asscher. Tijdens de Nacht kan de publicatie besteld worden (€ 9,95). U kunt het essay ook bestellen via www.boom.nl.